All the floats of Bloemencorso 2025 đ· Part-1/3
The amazing annual flower parade of Holland!
Enjoy the entire parade here

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from Saudi Arabia
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Germany
seen from United Kingdom

seen from Germany
seen from United States
seen from TĂŒrkiye
seen from United States

seen from Malaysia

seen from Malaysia
seen from Netherlands

seen from United States
All the floats of Bloemencorso 2025 đ· Part-1/3
The amazing annual flower parade of Holland!
Enjoy the entire parade here

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
Kanaal van Corbulo
Ruiterstandbeeld van generaal Corbulo in Voorburg
Wie bij Matilo in Leiden aan de Oude Rijn gaat kijken ziet daar een verwijzing naar het Kanaal van Corbulo: Fossa Corbulonis, ook wel genoemd Gracht van Corbulo of Corbulogracht) Dit is een omstreeks 50 n. chr. gegraven Romeins kanaal in Zuid-Holland dat de mondingen van de Maas en de Rijn in de Hollandse delta met elkaar verbond.
Met het ontstaan van kanaal van Corbulo konden schepen vanaf Matilo richting Katwijk, Alphen a/d Rijn, via de Leithe naar Leiderdorp in via het kanaal naar de Maas en Zeeland.
Delen van het kanaal bleven in gebruik tot ongeveer het jaar 270. Naast het kanaal werd een militaire weg aangelegd, beide maakten deel uit van de Neder-Germaanse limes.
Het kanaal diende oorspronkelijk om schepen van de Romeinse militaire vloot Classis Germanica tussen de Maas en de Rijn te kunnen verplaatsen, zonder de gevaarlijke Noordzee te hoeven trotseren.
Ook gebruikte Corbulo de aanleg van het kanaal als een manier en om zijn manschappen bezig te houden. Corbulo heeft vervolgens het 23 Romeinse mijlen (circa 34 km) lange verbindingskanaal laten graven.
Het is aannemelijk dat het kanaal een Romeinse legerplaats bij Naaldwijk verbond met Matilo bij Leiden.
Generaal Corbulo
Gnaius Domitius Corbulo (Peltuinum ? - Cenchreae (bij Korinthe) 67 n. Chr.) was een Romeinse legeraanvoerder en gouverneur, die onder meer optrad in het huidige Nederland en in de Levant.
Zijn vader was een senator die eveneens Gnaeus Domitius Corbulo heette. De hoogste rang die vader Corbulo heeft bereikt was die van praetor.
Hij was een Romeins bevelhebber onder de keizers Claudius en Nero. Hij was een halfbroer van Caligulaâsâs vierde echtgenote Milonia Caesonia.
Corbulo handhaafde een strenge tucht in zijn legers en om zijn soldaten aan het werk te houden liet hij hen de fossa Corbulonis (oftewel Kanaal van Corbulo) uitgraven, die de Maas met de Rijn verbond.Â
Matilo
Archeologische opgravingen toonden aan dat het kanaal ten dele bewaard is gebleven in de Vliet tussen Leiden (dat toen Matilo heette) en Voorburg (destijds Forum Hadriani).
Er zijn dendrochronologische aanwijzingen uit Matilo dat het kanaal naar aanleiding van het bezoek van keizer Hadrianus aan de regio in het jaar 121 werd gerenoveerd.Â
De legionairs maakten mogelijk deel uit van de Legioenen Legio V Alaudae en Legio XV Primigenia. Waarschijnlijk hebben de soldaten slechts enkele kilometers hoeven te graven, omdat ze bestaande waterlopen met elkaar verbonden, namelijk in het zuiden de Gantel en in het noorden de Vliet, die uitmondde in de Rijn.
De moderne opvatting, gestoeld op wetenschappelijke wijze verzamelde aanwijzingen, gaat ervan uit dat het kanaal gelegen was in een smalle strook land tussen de zandgronden van de oude duinen aan de westkant, en de veengebieden ten oosten van het kanaal.
De exacte loop van het kanaal is niet over de volle lengte bekend, maar op verschillende plaatsen is het kanaal archeologisch aangetoond, onder meer door teruggevonden beschoeiingen.
Waar de Vliet, bij de Lammerbrug in Leiden naar het noordwesten afboog, liep het Kanaal van Corbulo rechtdoor, langs het tegenwoordige Rijn-Schiekanaal om bij het castellum Matilo, aan de Limes, in de Rijn uit te komen.
Begonnen bij de Rijn aan de noordwestkant van Matilo wordt het kanaal teruggevonden bij de insteekhaven van het Rijn-Schiekanaal in Roomburg en in de Starrenburgerpolder in Voorschoten. Archeologen ontdekten in de Vliet palen op regelmatige afstand, vermoedelijk te dateren op omstreeks 50 n. Chr.
Leidschendam
Opgravingen vonden plaats bij Leidschendam. Uit dendrochronologisch onderzoek is vastgesteld dat het ging om een kanaal met een beschoeiing die rond 50 n. Chr. was geplaatst. Het kanaal was twaalf tot veertien meter breed en ca. twee meter diep en er zijn sporen aangetroffen van een jaagpad langs het kanaal.
Tolhuis Leidschendam
Ook zijn er aanwijzingen dat, voor de aanleg van het in 50 na Chr. gedateerde kanaal, al eerder een kanaal was gegraven. Daarnaast zijn in Leidschendam sporen gevonden die worden geĂŻnterpreteerd als een overtoom.
In de wijk de Rietvink in Leidschendam is een reconstructie van het kanaal gemaakt, compleet met houten brug naar Romeins voorbeeld.
In juni 2021 werd opnieuw een stuk van het kanaal aangetoond op een bouwplaats op de hoek van de Oude Trambaan en de Rijnlandse straat. De beschoeiing van noord- en zuidoever werd aangetroffen.
Dan is de loop onduidelijk tot Rietvink en Damplein in Leidschendam. De "Nieuwe Geologische Kaart" uit 2007 toont vervolgens een kronkelend verloop van kreken aan de oostkant van het Rijn-Schiekanaal met een grote boog naar buitenplaats Leeuwenbergh.Â
De doorgraving leidde al snel tot problemen op de waterscheiding van de Maas en de Rijn bij Leidschendam. Hier is in het jaar 49 een dam met overtoom gemaakt. Archeologen ontdekten palen op regelmatige afstand, vermoedelijk te dateren op omstreeks 50 n. Chr.
Voorburg
Tussen 1908 en 1915 verrichtte Jan Hendrik Holwerda archeologisch onderzoek. Hij interpreteerde sleuven als havens, en meende een "Romeins militair vlootstation" te hebben gevonden, ook omdat er veel dakpannen met het zegel van de Classis Germanica werden gevonden.
In 1970 concludeerde de archeoloog Jules Bogaers dat het geen militaire nederzetting was geweest maar een municipium.
In 2008 is in Forum Hadriani een insteekhaven ontdekt. In die haven werd een tufstenen pilaar gevonden, die mogelijk een onbewerkte mijlpaal kon zijn, echter voordat archeologen de vondst hadden kunnen bestuderen, was deze al door een overijverige aannemer afgevoerd als bouwpuin.
Bij Forum Hadriani (Voorburg) valt de Corbulogracht samen met de huidige Vliet. Er werd hier een Romeinse insteekhaven aangetroffen.Â
Via het kanaal kon ook het fort dicht bij de kust bij de Vicus van Ockenburgh bereikt worden.
In dezelfde periode raakte het traject Forum Hadriani-Matilo in onbruik en verlandde. In de derde eeuw werd de Romeinse weg langs het kanaal nog ten minste drie keer gerenoveerd (in 213, 240 en 250), maar met de ontvolking van de streek rond 270. Verdween het kanaal definitief.
25-4-2025
Visserij langs de Noordzeekust
De overeenkomst tussen Katwijk, Noordwijk en Zandvoort is voor velen het strand en de Noordzee. Er is echter nog een overeenkomst: de visserij.
In het onderstaande verhaal ga ik hierover vertellen.
In de vroege middeleeuwen vond de visserij plaats van uit Katwijk aan den Rijn. Door verzanding van de monding van de Rijn werd het noodzakelijk om vanaf het strand te gaan vissen. Om toch de uitoefening van hun beroep te kunnen voortzetten, besloot een aantal vissers naar de zeereep te trekken. Men veronderstelt dat daardoor in de duinen, bij het strand, een kleine geĂŻsoleerde nederzetting ontstond.
In ieder geval betekende de ligging van deze nederzetting voor de bewoners iedere keer weer een moeizame tocht naar de bewoonde wereld, over een simpel zandpad door de duinen. Toch besloten geleidelijk steeds meer mensen het voorbeeld van de pioniers te volgen. De schepen waren klein en de visserij was in belangrijke mate gericht op het voorzien in het eigen levensonderhoud.
Zeedorpen hadden geen havens. De vissers moesten door de branding het strand bereiken en vervolgens de boot boven de vloedlijn trekken. Vergelijkbare nederzettingen zijn ontstaan in Noordwijk en Zandvoort. De schuiten waren zg. bomschuiten (platbodems)
Langzamerhand werd de visserij beroepsmatiger en steeds meer gericht op de handel. Deze ontwikkeling begon waarschijnlijk in de twaalfde eeuw in Vlaanderen en breidde zich vandaar geleidelijk uit naar het deltagebied en de Hollandse duinenkust.
De uitbreiding van de beroepsvisserij deed ook de behoefte aan andere bedrijfsactiviteiten ontstaan. Schepen werden gebouwd en gerepareerd en moesten van tuigage worden voorzien. Netten waren nodig en de vis moest verzendklaar worden gemaakt. Dat betekende ook dat de reeds bestaande nederzetting zich langzaam tot een dorpje begon te ontwikkelen.
De Zandvoorters brachten hun vis naar Haarlem, Dit zg. vislopen werd vooral door vrouwen gedaan. De Zandvoorters liepen over het nog bestaande Visserspad naar Kraantje Lek en door naar Haarlem via de Zijlweg de stad binnen
In 1300 krijgt Katwijk aan den Rijn het recht van de visafslag. De belangrijkste afnemers van deze vismarkt zijn de kloosters uit Rijnsburg en Valkenburg. De vismarkt van Katwijk aan den Rijn wordt zelfs de belangrijkste van de gehele regio. Doordat Katwijk aan den Rijn door middel van de waterwegen de Oude Rijn en de Vliet is verbonden met het binnenland is vervoer per schip naar onder andere Leiden mogelijk wat de handel ten goede komt. In het binnendorp was men niet bereid het marktrecht af te staan. Veel mensen ontleenden namelijk aan de aanwezigheid van de markt hun middelen van bestaan. In Noordwijk en Zandvoort gebeurde de afslag op het strand.
In 1388 werd de vismarkt door een besluit van de hertog Albrecht van Beieren naar het zeedorp verplaatst.
Tussen 1544 en 1561 worden er lijnbanen aangelegd ten oosten van de Commandeurslaan, bij het buurtschap Calloo en ten noorden van de Dorpskerk. Op deze lijnbanen worden kabels voor de schepen geslagen. Deze lijnbanen zijn honderden meters lang en lopen vanuit het dorp het duin in. Er bevonden zich ook enkele garenspinnerijen in het dorp waar de eerste bewerking van de hennep tot touw plaatsvond.
Noordwijk aan Zee was van oudsher een vissersplaats zonder haven. Er werd gebruik gemaakt van bomschuiten, schepen die vanaf het strand konden afvaren en aanlanden. In 1474 had Noordwijk een vloot van 38 bomschuiten. Er waren veel nevenbedrijven aan de visserij verbonden, zoals kuiperijen, smederijen, taanderijen, touwslagerijen, netten-en mandenmakerijen. Bovendien ook de verwerking van de vis (voornamelijk haring) in rokerijen.
Viswater Haarlemmermeer In de boeken is terug te vinden dat verschillende âlegersâ viswater werden verpacht. Bijvoorbeeld achter de boerderij van Pieter Claesz werd door twee Leidenaren een viswater gehuurd voor zestien stuivers per jaar.
Visgronden in de Leidse meer
Ook werd de Gerrit Everszpoel verhuurd, ten noordoosten van de Poel nabij de Greveling, alsmede de Stienpoel en Luttekepoel (Kleine Poel), eveneens bij de Greveling. Een plaats waar veel elst in de rietbossen stond.
In de noordwesthoek was veel ruis (riet met daartussenin planten) te vinden. De plek heette de Ruishorn. Een horn is een bocht of uitspringende hoek en tegenwoordig wordt aan die vroegere situatie herinnerd door de Ruishornlaan. En er was de Rooversbroek.
Ook is wel eens de naam Rozenbroek in de boeken te vinden, maar waarschijnlijk is het toch een moerasland geweest dat oorspronkelijk aan een zekere Rovert of Robert heeft toebehoord.
Lisse was beroemd om zijn vis, vooral om de baarzen uit de Haarlemmermeer. Een groot aantal vreemden kwam hiervoor naar Lisse, duizenden bij duizenden in de zomer.
Sinds de oprichting van de Leidse universiteit, kort na het beleg van Leiden in 1574, kwamen de heren studenten regelmatig met een grote koets naar Lisse om zich tegoed te doen aan de Lisser baarzen, weggespoeld met menig flesje wijn. In die tijd is een boerderij omgebouwd tot herberg ââDe Swaanââ , de heren studenten waren blijkbaar lucratieve klanten.Â
Jammer voor de studenten, dat de Haarlemmermeer in 1854 drooggelegd werd, maar dat gold alleen de vis, wijn kwam gelukkig van elders.
In de âTegenwoordige Staat van Zuid-Holland uit de 2e helft van de 19e eeuw wordt de loftrompet op de Lisser baarzen gestoken. âGeen baars in het gansche land was zoo blank van de visch, zoo fijn van smaak, geen kok ter wereld in staat zoo het juiste ogenblik te bepalen, waarop de visch aan het ziedend vocht moest worden onttogen om hem dien graad van hardheid te doen verkrijgen, waarvoor de baars van Lisse zoo heinde en verre was beroemdâ.
25-11-2024
- PART 4 - A visit to the famous Dutch flower fields in the area of âLisseâ on April 9th 2020. Second last batch of pictures. Boots:  Hunter Model:  Original Tal Colour:  Yellow Size:  8 UK  /  42 EU Height:  17.1 inches  /  43.3 cm Material:  Natural Rubber

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
De loop van de herenweg tussen âs-Gravenhage en Hillegom
In de voorgaande afleveringen heeft u kunnen lezen over het ontstaan de ontwikkeling van de Herenweg door de eeuwen. De route van Herenweg is nog steeds herkenbaar, maar op veel plaatsen heeft de Herenweg andere namen gekregen.
We nemen u mee over de Herenweg beginnende bij het Binnenhof in âs-Gravenhage.
We komen langs het Haagse Bos
Voor de graven van Holland was de ligging van het  Haagse Bos, dat zich toen nog tot ten zuiden van Den Haag uitstrekte, waarschijnlijk een van de redenen om daar in de 13e eeuw een verblijf te bouwen dat we nu kennen als het Binnenhof.
In het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd in het Haagse Bos gekapt door militairen van beide kampen voor de aanleg van verschansingen. Zo werd in 1571 een zesde deel van de eiken gekapt om een verdediging te bouwen tegen Spaanse troepen.
In 1575 besloten de Staten van Holland om het hele bos te kappen en het land te verkopen ter vereffening van de schulden van de Tachtigjarige Oorlog. Door protestacties werd dit plan verijdeld en bleef het bos gespaard. Op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de akte van Redemptie waarin werd bepaald dat het bos niet verkocht mocht worden om gekapt te worden.Â
Op weg naar Wassenaar passeren we de Landscheidingsweg. De naam verwijst naar de landscheiding tussen de hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland. De weg werd aangelegd op het talud van de voormalige spoorbaan naar Scheveningen, die in 1953 werd stopgezet. De straatnaam werd vastgesteld in 1958. De straat loopt vanaf de Van Alkemadelaan naar de Grens gemeente Wassenaar.
In Wassenaar vinden we de âHeerwegâ tegenwoordig terug als de N44/A44. De weg werd rond 1805 bestraat op initiatief van bewoners van het aan die "Heerweg" gelegen Huize de Paauw.
Om de Oude Rijn te passeren moest er overgestoken worden bij de Haagsche Schouw. Al in de 16de eeuw is Het Haagsche Schouw een veerhuis.
Vroeger was hier een veer maar de eerste brug werd gerealiseerd in 1801. Tot 1912 moest bij Het Haagsche Schouw tol betaald worden om van Wassenaar naar Leiden te gaan.
In Oegstgeest moest men via een brug de Vliet passeren en kon de weg vervolgd worden richting Sassenheim, passeren het Kerkplein, via De Teylingerlaan kunnen we bij de ruĂŻne van Teylingen komen.
In Lisse gaan we, na de ruĂŻne van Dever gepasseerd te zijn over het Vierkant het dorpsplein van Lisse door naar Hillegom.
In Hillegom eindigt deze aflevering bij de pomp die staat op plein voor de Kerk.
Tram
De tramlijn Haarlem â Leiden, ook wel 'Bollenlijn' of 'Bollentram' genaamd, is een tramverbinding door de Bollenstreek, die bestond van 1881 tot 1949.
De complete lijn was in amper een jaar tijd tot stand gekomen. De baan was grotendeels enkelsporig aangelegd, op de meeste plekken aan de oostzijde van de weg, en telde zes wisselplaatsen. Al snel na het begin van de exploitatie bleek de baan te licht te zijn voor de zware stoomtrams. Regelmatig deden zich ontsporingen voor.
In 1884 ging de NZHSTM failliet, om meteen daarop opnieuw opgericht te worden onder dezelfde afkorting en met de toevoeging: 'Haarlem-Leiden'. Ook deze nieuwe NV, vanaf 1909 NZHTM geheten, leidde een kwijnend bestaan.
25-7-26
De Herenweg wordt Rijksstraatweg
De noodzaak voor goede verbindingen tussen de steden in Holland werd in de loop van de jaren, door een toename van de handel steeds groter. Langs de weg lagen halteplaatsen voor de postkoets, zoals het posthuis in Heemstede (nabij de Kerklaan) en de herbergen de  Dorstige Kuil in Heemstede en de Oude Geleerde Man in Bennebroek. Hier werden - indien nodig - de paarden verwisseld.
Bij Sassenheim, daar waar de Haarlemmer Trekvaart en de Herenweg richting Sassenheim elkaar kruisten stond Het Posthuis dat naast de boerderij Duivenvlugt lag, bevatte een herberg met aan de gevel een bordje met `Tapper'.
Het Posthuis was een pleisterplaats waarde paarden van de diligence of postkoets verwisseld werden op de lange doorgaande route van Rotterdam naar Amsterdam en van Den Haag naar Haarlem en Amsterdam en omgekeerd. Tevens kon men er overstappen. Er waren twee postkoetsdiensten.
Lodewijk Napoleon De eigenaren van de buitenplaatsen zien het niet zitten om de hobbelige zandweg te verharden. Zij vrezen dat de bomen langs de weg gekapt zullen worden, dat het drukker zal worden en dat door tolheffing oponthoud zal ontstaan. Tijdens de Franse bezetting geeft uiteindelijk, de Franse koning Lodewijk Napoleon opdracht om de Herenweg te bestraten.
Later verrijzen er meerdere kleinere villaâs. Grote buitenplaatsen worden in kleinere stukken opgedeeld en er komen villaparken. Andere buitenhuizen verliezen hun woonfunctie en krijgen een andere bestemming.
De hoofdroute door Holland liep oorspronkelijk van Dordrecht (de hoofdresidentie van de graaf van Holland) tot aan Camperduin, de grens van zijn gebied.
De weg was de belangrijkste verbindingsroute over land die verschillende nederzettingen met Haarlem verbond, waaronder de agrarische bebouwing van het oude ambacht Schoten. Ook kastelen en voorname huizen, zoals het Huis ter Kleef en het Huis te Zaanen waren op de weg georiënteerd. Bovendien kwam de middeleeuwse Kleverlaan, een oost-west verbindingsweg vanuit het duingebied op de weg uit.
Parallel aan de Herenweg en dus ook aan de latere Rijksstraatweg ontstonden secundaire routes.
Vanaf 1811 behoorden grote delen van deze weg tot de Route Imperiale 202Â tussen Amsterdam, Haarlem, Alkmaar, Den Helder en Texel.
Het was een De route opgesteld per keizerlijk decreet in 1811 en lag toen geheel binnen het Franse Keizerrijk. Na de val van Napoleon Bonaparte kwam de route buiten Frankrijk te liggen en verviel het nummer.
Onder de regering van Koning Willem I werd de aanwezige Herenweg tussen Haarlem en Alkmaar en een gedeelte van de oude Schoterweg opgewaardeerd tot Rijksstraatweg. Dit werd bewerkstelligd door de Schoterweg ten noorden van de Jan Gijzenvaart aan te laten sluiten op het noordelijk deel van het Santpoortervoetpad.
Deze weg werd in 1822 aangeduid als de Postweg naar Alkmaar en vanaf 1858 als Straatweg naar Alkmaar. Vanaf  1896 reed er de tramlijn Leiden-Alkmaar.
Deze  Blauwe Tram is de verzamelnaam voor de trams die tussen 1881 en 1961 reden in de Nederlandse provincies Noord- en Zuid-Holland en vanaf 1924 een donkerblauwe kleur hadden.
In 1928 werd na het onteigenen van percelen langs de weg de Rijksstraatweg verbreed. Tevens werd er een nieuwe bredere brug, de Jan Gijzenbrug over de Jan Gijzenvaart gebouwd.
Door de aanleg van het Noordzeekanaal vanaf 1865 zou het dorp Velsen en de oude Rijksstraatweg van Haarlem naar Alkmaar worden doorsneden. In de voorwaarde tot aanleg was bepaald dat er een tolvrij pontveer voor de voetgangers moest komen en voor het overige verkeer een brug naast de spoorbrug.
De Velservoetbrug was een lage draaibrug over het Noordzeekanaal en verbond van 1872-1906 Velsen met Wijkeroog.
In 1938 kwam het eerste deel van de Rijksweg A44 gereed. Bij het postviaduct sloot de weg aan op de lokale weg.
25-06-26
Herenweg een lange geschiedenis
In de komende afleveringen van mijn blog ga ik u vertellen over de Herenweg. De weg die een belangrijke verbinding is in Holland.
De Heereweg is een historische weg en verbinding tussen de steden Haarlem en Alkmaar. De weg loopt over de Oude Duinen een zandrug die zo'n 4000 jaar geleden is ontstaan. Het tracé van de weg is nog goed te zien op landkaarten, met hier en daar een onderbreking zoals het in 1876 geopende Noordzeekanaal. De weg loopt door dorpen als Santpoort, Beverwijk, Castricum en Heiloo.
De Herenweg ligt op de middelste van drie duinenrijen die ontstaan zijn in Kennemerland. Onze kuststrook is gevormd na de IJstijd, die tienduizend jaar geleden eindigde. Door het smeltende landijs stijgt de zeespiegel. Vijfduizend jaar geleden stopt de stijging. Zee en wind voeren dan een grote hoeveelheid zand aan, waardoor duinen ontstaan. Zo krijgen we één gesloten kustlijn tussen Alkmaar en Leiden. Later vormt zich meer naar de zee nog een hogere duinenrij, deze loopt van Den Helder tot Den Haag.
De geschiedenis van de Herenweg gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Zijn route ligt niet vast; soms wordt de weg letterlijk ondergestoven door het duinzand, en gedurende zijn lange geschiedenis verandert hij regelmatig van koers en naam.
Het ontstaan van de weg houdt mede verband met de groeiende macht van de graven van Egmond aan de Hoeve met de buitens van hun leenheren.
De naam Herenweg kan verwijzen naar deze bewoners. Maar de Romeinen gebruikten de weg ook om bij hun fort in Velsen te komen, hun legerwegen noemden zij Heirwegen.
De originele Sint Adelbert abdij van Egmond Binnen, de oudste abdij van Holland, dateerde uit het begin van de tiende eeuw en groeide in de Middeleeuwen uit tot een belangrijk religieus en cultureel centrum. Logisch dus dat de abdij op een knooppunt van wegen kwam te liggen, waarschijnlijk al bestaande wegen.
Vanuit die abdij gaan de twee belangrijkste wegen. De eerste is de Heir, Heer of He(e)renweg. De tweede is de Westerweg. Die namen kom je overal tegen. Soms worden ze onderbroken, maar verderop is die naam er weer. Juist waar die naam verdwenen is tekent de historie van West-Friesland
In de middeleeuwen zijn in de buurt van Haarlem en de Herenweg, een aantal kastelen en versterkte huizen gebouwd. De route wordt dan onderbroken door de stadspoorten van Haarlem. Stadsmuren, singels, bolwerken en veertien stadspoorten beschermen de stad tegen aanvallen van buitenaf. In het noorden passeer je de Kruispoort en je verlaat de stad door de Houtpoort. Alle stadspoorten zijn in de 19e eeuw gesloopt, met uitzondering van de Amsterdamsepoort die staat er nog.
De Herenweg was de belangrijkste verbindingsweg tussen de Hollandse steden Haarlem en 's Gravenhage. Over deze weg reden de postkoetsen en de koetsen van de rijke kooplieden die in deze streek hun buitenhuizen hadden.
In de Gouden eeuw worden langs de weg buitenplaatsen aangelegd. Aan de noordkant van de stad, tussen de Herenweg en het Spaarne. Naar het zuiden is het voor Haarlem, de belangrijkste verbindingsweg naar Den Haag. Rijke kooplieden bouwen hier hun buitenhuizen op buitenplaatsen zoals: De Hartekamp, Huis te Manpad, Ilpenrode en Boekenrode.
De Herenweg was van groot strategisch belang, zodat deze weg onderhouden werd door de graven ofwel de heren van Holland. Dat verklaart de naam Herenweg.
Veel beroemdheden uit de geschiedenis hebben over de Herenweg door Bennebroek en Heemstede gereisd, onder wie de tien jaar oude Mozart (1776), Napoleon Bonaparte (1811) en tsaar Alexander I (1814). De Herenweg was lange tijd een zandweg met veel hobbels en kuilen en is pas tussen 1807 en 1809 bestraat in opdracht van koning Lodewijk Napoleon.
25-05-26