Edelweiss
Anna Christiaens schreef verschillende gedichten tijdens de workshop ‘Sensory Writing’ van Astrid Haerens. Geïnspireerd door de zintuigen, trokken ze de natuur in en verzamelden ze tekst en geluid.
Edelweiss
Toen ik 1 was, bloeide ik nog niet en zaten mijn blaadjes nog opgerold in mijn armen.
Toen ik 2 was, wilde ik nog even wachten, tot de sneeuw gesmolten was.
Toen ik 3 was, scheen de zon, stak ik mijn hoofd door de rots.
Toen ik 4 was, had ik voor het eerst zonlicht geproefd.
Toen ik 5 was, wilden mijn blaadjes opengaan.
Toen ik 6 was, gaf ik toe.
Toen ik 7 was, wankelde ik nog, durfde ik nog niet volledig open.
Toen ik 8 was, was het licht verdwenen en was de maan mijn enige zicht.
Toen ik 9 was, had ik besloten om zelf het licht te worden.
Toen ik 10 was, stond ik in volle bloei.
Toen ik 11 was, wilde ik nog lang niet stoppen.
Toen ik 12 was, was het genoeg.
Toen ik 13 was, begon ik te kreuken en plooide steeds meer toe.
Toen ik 14 was, werden al mijn blaadjes slapper.
Toen ik 15 was, begon het echt.
Toen ik 16 was, proefde alles zout en werd ik steeds kleiner.
Toen ik 17 was, klapte ik ineen.
Toen ik 18 was, was dat blaadje plots alleen.
Toen ik 19 was, waaide alles harder.
Toen ik 20 was, waaide ik mee.
Iets over mandarijn
Nerfjes aders als een staart
Oranjezachte vrucht verpakt
geknuffeld, in partjes ingeduffeld
Een boog, een pakje
partje van mijn hart
Oranjewittige dons streelt over veel
Zachte huid met een natte glans
voel je zacht als mijn lippen
Als smakelijke handzeep
danst je zuur zoet door mijn neus
Je aders ploppen teder
waar mijn vingers dat niet zijn
Zachtjes bijt ik je door
drink ik je leeg
Terwijl je aders breken
zweven zoet en zuur
door mijn mond
Ik slik je door











