Jan spoelde als een nog steeds niet geëxplodeerde zeemijn aan land. Ook onze gezamenlijke einduitzending beheerste hij volledig: alles wat er rondom hem was, niets over zichzelf. Ik vroeg hem als een laatste poging wat er 's avonds door hem heenging als het donker werd, maar hij gooide er onmiddellijk een paar zeehonden tegenaan. Ik weet niet of die ontwijking van het kernprobleem, waar het hele experiment eigenlijk om begonnen is, bewust wordt toegepast óf dat het probleem (het alleen zijn) gewoon voor hem niet bestaat. Ik vind dat laatste wel heel onwaarschijnlijk en vermoed een afweermechanisme, dat hij echter briljant in werking stelt. Ik was veel minder boeiend, maar zei eigenlijk meer. Hoe dan ook, twee grotere contrasten waren niet denkbaar en daar zat iets aardigs in.
Godfried Bomans over Jan Wolkers *Als je dan, na dit gemiep, het razend enthousiaste verslag van Wolkers leest, valt je eigenlijk pas op dat Bomans vooral constant aandacht nodig heeft, en dat Wolkers daar volstrekt van verstoken blijft. Die gaat zeehonden helpen en scholeksters redden. En heeft daardoor absoluut geen last van de eenzaamheid.*















