Terwijl de lichtjes in de kerstbomen branden en de dagen op hun kortst zijn, kijken wij alvast vooruit naar de vsv-plannen voor na de zomer van 2016. Wat verandert er? En wat blijft hetzelfde?
Kwetsbare jongeren
Daarnaast wordt de doelgroep uitgebreid. âKwetsbare jongeren uit het praktijkonderwijs en het passend onderwijs krijgen expliciet de aandacht. Dit betekent dat vertegenwoordigers vanuit deze onderwijsvormen officieel aanschuiven bij het samenwerkingsoverleg. Een goede zaak, want door deze nieuwe opzet kunnen we nog beter samenwerken voor deze jongeren. Dat is belangrijk omdat er vaak sprake is van meerdere problemen tegelijk. Kwetsbare jongeren hebben maatwerk nodig. Denk bijvoorbeeld aan het succesvolle Buddyproject.â
Sterke samenwerking
Cals kijkt met vertrouwen naar de toekomst. âDe bestaande samenwerking staat en is sterk. Het opgebouwde netwerk biedt een goede basis om verder te gaan. Door steeds te evalueren is het helder waar de schoen wringt en ligt de focus op de werkelijke problematiek. Dus ja, ik ben optimistisch. We moeten nieuwe maatregelen handen en voeten geven. Ook verdienen de prestatienormen voor het mbo onze agenda. Er ligt dus nog werk genoeg.â
Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
â Live Streamingâ Interactive Chatâ Private Showsâ HD Qualityâ Free Actions
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
Omdat hij âmeer wilde doen voor jongeren binnen het onderwijsâ maakte Mark van Kaam de overstap van de gemeente naar ROC Leeuwenborgh Opleidingen. Wat valt hem op? âOverheid en onderwijs zijn twee verschillende werelden die meer begrip voor elkaar mogen hebben.â
âSchool en gemeente vinden iets van elkaarâ, legt hij uit. âScholen moeten zich beter realiseren dat de gemeente gebonden is aan regels. En de gemeente moet begrijpen dat scholen zich met veel meer zaken bezighouden dan het stukje dat zij zien. Er gebeurt veel meer dan het registreren van verzuim bijvoorbeeld. Natuurlijk, het is belangrijk en moet goed gebeuren. Maar dat geldt ook voor andere zaken. We streven uiteindelijk dezelfde doelen na voor onze jongeren.â
Studieloopbaanbegeleider
Mark van Kaam startte op 23 februari 2015 als studieloopbaanbegeleider Zorg & Welzijn Sittard niveau 3 & 4 en teamondersteuner Loopbaanportaal bij Leeuwenborgh. Daarvoor was hij jongerenconsulent, RMC-consulent en leerplichtambtenaar bij de gemeente Sittard-Geleen. Ook werkte hij als jeugdadviseur bij de Stichting Jeugd-Punt en op de afdeling Jeugdzaken van de gemeente Venlo.
Passend aanbod
Heeft de overstap nieuwe inzichten opgeleverd? âAbsoluut. Ik heb onderschat hoeveel er op scholen gedaan wordt voor jongeren. Ik dacht dat school er is voor het onderwijs en dat er een grens zit aan de zorg en begeleiding voor jongeren. Het blijkt dat Leeuwenborgh echt het onderste uit de kan haalt voor studenten. Denk bijvoorbeeld aan counseling of School Maatschappelijk Werk bij multi-problematiek. Voor iedere student is er een passend aanbod. Dat vind ik mooi.â
De vsv-cijfers van het schooljaar 2013-2014 zijn officieel bekend. Hoe hebben RMC38 en 39 het over het algemeen gedaan? En wat zijn de resultaten voor de grote steden? Over de gehele linie is een lichte daling te zien. RMC 38 scoort onder het landelijk gemiddelde. RMC 39 scoort er net iets boven. Opvallend is wel de stijging in vsvâers op niveau 1. Dit is vaak boven de door het ministerie gestelde norm.
Algemene conclusie voor RMC 38
Daling van 725 vsvâers in 2012-2013 naar 643 in 2013-2014; 1,8 % wordt 1,6 % (landelijk 1,9% )
Totaal vo blijft vrijwel gelijk van 131 naar 128 in 2013-2014: 0,5 % (landelijk 0,5 %)
Totaal mbo neemt af, daling van 595 naar 515; van 4,9 % naar 4,2 % ( landelijk 5,3 % ), met stijging mbo niveau 1 en daling mbo niveau 2,3 en 4
Venlo: daling van 2,6 % naar 2.2 %
Totaal vo: blijft 0,7 %
Totaal mbo: daling van 6,8 % naar 5,4 % > stijging niveau 1 en daling niveau 2,3 en 4
Venray: daling van 1,6 % naar 1,4 %
Totaal vo: van 0,3 % naar 0,4 %
Totaal mbo: daling van 4,4% naar 3,6 % > daling niveau 1, lichte stijging niveau 2 en daling niveau 3 + 4
Roermond: daling van 3,2 % naar 2,7 %
Totaal vo: daling van 0.8 % naar 0,6
Totaal mbo: daling van 8,2 % naar 7,2 % > sterke stijging niveau 1, stijging niveau 3 en 4, daling niveau 2.
Weert: lichte stijging van 1,4 % naar 1,5 %.
Totaal vo: gelijk gebleven op 0,3 %
Totaal mbo: lichte stijging van 3,8 % naar 4,0 %. Sterke stijging niveau 1, lichte stijging niveau 2, daling niveau 3 en 4.
Algemene conclusie voor RMC 39
Daling van 866 in 2012-2013 naar 792 in 2013-2014 > 2,2 % wordt 2 % (landelijk 1,9 %)
Totaal vo blijft gelijk
Totaal mbo neemt af > daling van 704 naar 638 > 6,1 % wordt 5,7 % (landelijk 5,3 %) met lichte stijging mbo niveau 1 + 2 en daling mbo niveau 3 + 4.
Parkstad: daling van 2,3 % naar 2,2%
Totaal vo: daling van 0,6 % naar 0,5% > stijging vo onderbouw en H/V bovenbouw, daling vmbo bovenbouw
Totaal mbo: daling van 6,0 naar 5,8 > stijging niveau 1 + 2 en daling niveau 3 + 4
Westelijke Mijnstreek: daling van 2,0 % naar 1,9%
Totaal vo: daling van 0,5 % naar 0,4 % > stijging vo onderbouw en H/V bovenbouw, daling vmbo bovenbouw
Totaal mbo: daling van 6,2 % Â naar 5,9 % > stijging niveau 1 + 2 en daling niveau 3 + 4
Maastricht Heuvelland: daling van 2.2 % naar 1.9 %
Totaal vo: stijging van 0.6 % naar 0.7% > stijging vmbo bovenbouw, daling vo onderbouw en H/V bovenbouw
Totaal mbo: daling van 6.4 % naar 5.4 % > daling in alle niveaus
Details op school-, gemeente- of regioniveau bekijken? Kijk dan hier.
âEr is veel bereikt met de middelen die we hebben ingezet de laatste jaren. Nu is het moment om kritisch te kijken naar wat we gedaan hebben en naar de middelen op zich. Wat werkt? Wat kan beter? En wat is er geborgd in organisaties en in de hoofden van mensen?â
Aan het woord is MonaĂŻm Benrida, accountmanager van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor onder meer de regioâs Noord- en Zuid-Limburg. âHet is tijd om een pas op de plaats te maken. Wat werkt goed en wat niet? Wat kan er nog beter en waar kunnen we beter mee stoppen?
Noord- en Zuid-Limburg moeten doorgaan met VSV, nieuwe middelen ontwikkelen, bestaande verbreden en versterken of anders inzetten. Mijn devies: wees eerlijk tijdens het reflecteren en durf stappen te zetten. Regioâs bepalen zelf welke maatregelen blijven, welke niet en welke nieuwe noodzakelijk zijn.â
Intergrip en warme overdracht
âNeem bijvoorbeeld het nieuwe Intergrip-systeem. De eerste resultaten zijn zeer positief. Maar het is goed om kritisch te kijken naar de verdere ontwikkeling om het nog succesvoller in te zetten. Ook de overstap van een eerste naar een andere mbo-instelling is een belangrijk onderwerp. De eerste mbo-instelling krijgt via Intergrip alle benodigde informatie. Bij een verandering van studiekeuze en van instelling, krijgt de tweede dit echter niet. Terwijl zij daar wel recht op hebben. Welke stappen zijn noodzakelijk? De sleutel zit in het maken van goede afspraken. We moeten niet bang zijn om zaken anders te organiseren wanneer dat nodig is. Maar ook uitbreiden kan een conclusie zijn.â
Verdeling gelden
Bovendien is het zaak om kritisch te kijken naar het verdelen van de gelden. âWat kunnen scholen en instellingen zelf bekostigen en wat niet? En als een aanpak goed werkt, kan het dan misschien ook anders of scherper? Belangrijk hierbij is dat bestaande bovenschoolse afspraken niet moeten komen te vervallen. Die moeten blijven bestaan. Hoe kunnen regioâs daarvoor zorgen?â
Jongeren in een kwetsbare positie
Nog een vraag is de aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie. Die wordt nog belangrijker. âHoe kunnen we deze jongeren beter bedienen? Het doel is om maatwerk te bieden. Dat kan via onderwijs, werk of een combinatie van beide. Nu is het tijd om te inventariseren wat er tot nu toe gedaan is, wat beter kan en welke maatregelen succesvol zijn. Door de veranderingen binnen het onderwijs zijn bovendien misschien nieuwe kwetsbare groepen ontstaan. Bereiken we die jongeren al via bestaande kanalen of is een andere aanpak noodzakelijk? Allemaal vragen waar de regioâs de komende tijd een antwoord op moeten vinden.â
Nieuwe accountmanager
MonaĂŻm Benrida praat zelf na 1 februari niet meer mee over de bestaande en nieuwe koers. Hij wordt projectleider bij de directie kennis binnen het ministerie van OCW. âNa acht jaar is het tijd voor een nieuwe stap. De reden is tweeledig: in de eerste plaats vind ik dat wanneer je van anderen verwacht dat zij zich continu verbeteren en ontwikkelen, je dat ook zelf moet (blijven) doen. Ik heb de kans gehad om mezelf te ontwikkelen. Een nieuwe functie is een logische volgende stap. Daarnaast denk ik dat het voor de regioâs zelf goed is om een frisse, nieuwe blik te krijgen in de gedaante van een nieuwe accountmanager. Een nieuw persoon kan duidelijk in kaart brengen wat werkt en wat niet. Ik heb er het volste vertrouwen in dat mijn opvolger in RMC 38 en 39 kan helpen met het bereiken van nieuwe doelen en successen.â
De jongere centraal stellen, zo snel mogelijk een totaalbeeld schetsen en kijken of- en waar precies de ondersteuning nodig is. Dat doet Jongeren@Work in Maastricht-Heuvelland. Coördinator Ineke Hameleers: âAls je de goede vragen stelt, kom je snel tot de kern. Dat doe je vooral sĂĄmen met collegaâs en partners.â
Jongeren@Work (J@W) is sinds vijf jaar een onderdeel van team Onderwijs van de gemeente Maastricht. Het probeert samen met collegaâs van Leerplicht en andere partners het aantal Voortijdig Schoolverlaters verder terug te dringen. Een onderdeel is de netwerkorganisatie Expertteam Jongeren@Work voor uitvallers, dat jongeren van 16 tot 27 ondersteunt bij het teruggaan naar school, Â het vinden van werk of verwijst naar andere instanties, waaronder het Veiligheidshuis. Â In het team zijn de volgende partners vertegenwoordigd: UWV Werkbedrijf, team Werk en Inkomen van de gemeente Maastricht, BJZ, het Jeugdteam, Stichting Trajekt, Leeuwenborgh Opleidingen, LVO, stg Alterius, Â MTB, MEE en Mosa Lira. Daarnaast sluiten Jekerzicht en het Riagg een keer in de maand aan.
Ontwikkelen werkwijze
Ook de samenwerking met Werk en Inkomen is nog in ontwikkeling. De coördinator J@W: âWe zitten twee meter uit elkaar en informeren elkaar op een persoonlijke manier. Dat is prima, maar we willen kijken hoe we verder kunnen ontwikkelen in onze werkwijze. We willen blijven leren. Wat kan beter en efficiĂ«nter? Ook pakken we als team Onderwijs het verzuim van 18+ jongeren op in het kader van preventie. De afgelopen vijf jaar is het aantal vsvâers gedaald. We willen dit aantal nog verder terugdringen door bijvoorbeeld te onderzoeken wat belangrijke redenen van uitval zijn. We weten dat nogal wat jongeren uitvallen doordat ze een verkeerde beroepskeuze hebben gemaakt. Ook hier is nog winst te behalen.â
Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
â Live Streamingâ Interactive Chatâ Private Showsâ HD Qualityâ Free Actions
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
De eerste âoverstapzomerâ met Intergrip is een feit. Uit de evaluatie blijkt de digitale database van Intergrip goed te werken. Via Intergrip monitort RMC39 alle leerlingen die de overstap van vo naar mbo maken. Hebben zij al een keuze voor een vervolgopleiding gemaakt? âIntergrip is puur een middel, het gaat om de samenwerking en de betrokkenheid van alle partijen. En die staat.â
Op de agenda
âHet moest op de altijd volle agenda van schoolbesturen en directieleden een plekje krijgenâ, legt projectleider Ans Pennartz uit. âDat is niet gemakkelijk. Wij denken in leerlingen, terwijl bestuurders veel meer zaken hebben om rekening mee te houden. Wanneer het uiteindelijk lukt om hen enthousiast te krijgen en actief vragen te laten stellen, komt het goed.â
Op tijd aan de bel
De twee dames zijn zeer enthousiast over het project. Logisch, want de eerste cijfers over 2014-2015 liegen er niet om. Dankzij de intensieve samenwerking, de inzet van decanen en die van consulenten Leerplicht is het gelukt 100% van de vierdejaars vmbo overstapleerlingen te registreren. Het resultaat is dat 91% zich voor 1 juli heeft aangemeld bij een mbo of andere school of instelling. 98% van de leerlingen die het vmbo verlaat, schrijft zich uiteindelijk in. Steegs: âMijn onderwijshart gaat er sneller van kloppen. Soms is het dramatisch hoe we leerlingen uit het oog verliezen tijdens de overstap. Met Intergrip blijven ze in beeld en kunnen we op tijd aan de bel trekken. Waarom hebben ze nog geen keuze gemaakt? Waarom stagneert het aanmeld-intaketraject?â âWe kijken nu âreal timeâ mee in het systeemâ, legt Pennartz uit. âWanneer een leerling blijft hangen, belt Annie of iemand anders van het projectteam met de decaan of leerplichtambtenaar om te kijken wat er speelt. Decanen en consulenten bellen of mailen sneller om uit te zoeken wat er aan de hand is. Bij alle ROCâs in Zuid-Limburg  zijn stagnatiemeldpunten ingericht waardoor direct, gerichte actie mogelijk is. Het projectteam heeft gewerkt als een soort mobiele helpdesk.â Steegs: âDecanen hebben veel werk op hun bordje liggen en dus helpen we als projectteam  mee met het zoeken naar een oplossing.â
Annie Steegs:Â âSamenwerken zorgt er voor dat de overstapleerling in beeld komt en blijftâ
Eerder kiezen
In de toekomst is de intensieve ondersteuning  steeds minder nodig. Bekendheid met het overstapproces en de structurele samenwerking zorgen ervoor dat de scholen en leerplicht gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het 100% plaatsen van overstapleerlingen. Steegs: âHet doel is dat er een overstapfunctionaris op iedere school/locatie is die officieel verantwoordelijk is voor de overstap van vo naar mbo. Op die manier borgen we het proces binnen de organisaties.â Bovendien wil het projectteam dat overstapleerlingen zich eerder aanmelden voor een vervolgopleiding. âHet is veel gemakkelijker om in actie te komen voordat de eindexamens afgelopen zijn en de leerlingen niet meer op school komen. Want dan ben je ze kwijt. Het gebeurt ieder jaar weer; na de eindexamens zijn de jongeren met hele andere dingen bezig. Daarom is het doel voor komend jaar dat voor 1 april alle overstapleerlingen een keuze voor een vervolgopleiding hebben gemaakt en zijn aangemeld.â
Voor de leerling
âUiteindelijk doen we dit allemaal voor de leerlingâ, vertelt Steegs verder. âEn ik denk dat die er al echt iets van gemerkt heeft. In ieder geval de ârisico-overstapleerlingenâ. Dit zijn de leerlingen die geen vervolgopleidingskeuze hadden gemaakt, zich niet wilden aanmelden of niet zijn komen opdagen  ondanks uitnodigingen. Doordat deze leerlingen beter in beeld zijn gebleven kregen ouders/verzorgers en leerlingen de ondersteuning die nodig was om na de zomervakantie te starten met een vervolgopleiding. Door alle overstappen te monitoren leren we bovendien iets over risicoprofielen. Daar kunnen we ons voordeel mee doen.â Voor nu staat op de agenda om aan de slag te gaan met de aanbevelingen uit de evaluatie. We gaan bestaande processen beschrijven, vastleggen en in de organisaties borgen. Begin 2016 staan de eerste voortzettingsbijeenkomsten gepland. Ook start er komend jaar een pilot met het Digitale Doorstroom Dossier (DDD). Het DDD vervangt voor een deel het huidige inlichtingenformulier vo-mbo.
Ans Pennartz:Â âWe zijn een soort mobiele helpdeskâ
Over de grenzen
Bovendien gaat Intergrip de grens over van de RMC-regio 39 (Zuid-Limburg). Pennartz gaat helpen met de implementatie in RMC38 Midden- en Noord-Limburg. âDe lessen die wij geleerd hebben, neem ik vanzelfsprekend mee.â Intergrip wordt momenteel in bijna alle delen van Nederland gebruikt. âDat is alleen maar goed, want ook overstapleerlingen die buiten Limburg gaan studeren  brengen we via Intergrip in beeld.â Voor Annie Steegs eindigt het project in 2016. Op 1 februari gaat ze na vijenveertig jaar met veel enthousiasme in het onderwijs te hebben gewerkt met pensioen. âDat doe ik met een goed gevoel. Ik heb altijd de doorstroom van leerlingen van vo naar mbo willen verbeteren en ben er trots op dat ik een bijdrage heb kunnen leveren aan de samenwerking die hiervoor  nodig is.â
Definitieve vsv-cijfers 2012-2013 en voorlopige cijfers 2013-2014
Onlangs publiceerde het ministerie van O.C. en W. de nieuwe vsv-cijfers van 2013-2014. De definitieve cijfers worden in november a.s. beschikbaar gesteld.
Landelijk is er een verdere afname van de cijfers. In het overzicht treft men de defintieve cijfers van het schooljaar 2012-2013 en de voorlopige cijfers van het schooljaar 2013-2014.
Op de website van het ministerie âAanval op de schooluitvalâ vindt men de vsv-verkenner. Dit instrument herbergt alle mogelijke gegevens op het gebied van vsv. Zo kan men de vsv-cijfers per school, per gemeente en per regio selecteren.
Scholen en gemeenten kunnen deze gegevens goed gebruiken om eventueel het beleid m.b.t. voortijdige schooluitval nog verder aan te passen.
âEigenlijk doen we niets nieuws in Maastricht en de Westelijke Mijnstreekâ, stelt Guido Willems. âWe maken gebruik van bestaande structuren, overleggen en oplossingen. De innovatie zit in de samenwerking.â De entreeopleidingen zijn per 1 augustus 2014 een feit.
âIk zie stromen leerlingen en geld op gang komenâ Â
Meer samenwerking
Willems kijkt positief terug op het eerste half jaar. âWe hebben ups en downs gehad, maar ik wil vooral een compliment maken naar de partners. Voor scholen is het bijvoorbeeld wennen om zaken op een andere manier aan te pakken dan hoe het binnen de school gewend is. Maar het is noodzakelijk, mede vanwege de bekostigingsstructuur. Het heeft tijd nodig, maar ik zie dat het werkt. Er komen stromen leerlingen en stromen geld op gang. Daarbij moet het soms net iets anders dan in de regels staat vastgelegd. Dat is niet erg, als je het goed kunt uitleggen. En bij geldtekort kun je misschien een collega-instantie aanschieten die wel over middelen beschikt. Het vraagt meer samenwerking. Mooi  voorbeeld hiervan zijn de zeventig leer-werkplekken die we bij  SW-instantie MTB Maastricht hebben gecreĂ«erd.âÂ