Waarom de moderniteit fascisme baart
Iets wat ik in mijn boek Wees Afgrondelijk heb proberen te raken, is de accelererende kracht die de moderniteit heeft, het steeds sneller opkoken van verbanden. Vroeger had je een dorp waarin relaties traag en gestaag tot wasdom kwamen – het waren gemeenschappen die de leefritmes volgden van seizoenen. De kring van bekenden bleef voor de meesten redelijk beperkt, gebonden aan de grenzen van het bereisbare. Over het verinnigen van contact ging meerdere jaren heen. Deze wereld staat beschreven in romans als Pride and Prejudice (1813) en Wuthering Heights (1847).
Vandaag daarentegen gaat alles razendsnel. Via het internet is de poel van vreemden die je kunt leren kennen in wezen onuitputtelijk: binnen een korte tijd kan een contact zeer intens worden, emotioneel geladen en zelfs seksueel. En even makkelijk kan het weer verwateren en ontbonden raken. Naast intieme relaties rouleren ook werk-activiteiten en aanstellingen sneller. Het arbeidsleven hangt voor velen aan elkaar van tijdelijke cont(r)acten.
Hier komt bij dat ook zaken die vroeger niet politiek waren, maar bij het ‘van oudsher’ hoorden, vandaag ideologisch beladen zijn geraakt. Denk aan zaken als eten (wel of niet vegetarisch, biologisch, of ‘vegan’), geslacht (voornaamwoorden, geslachtsveranderingen, non-binariteit) en klimaat (hoe denken partners over zaken als vliegreizen, recyclen en de carbon-footprint?). Je gaat uit eten voor een gezellig hapje, en wat op het bord ligt is al een ideologische discussie.
Hopelijk verduidelijken de bovenstaande alinea’s samen wat ik versta onder het ‘accelereren’ oftewel het versnellen van leefverbanden. De moleculen van het sociaal contact, die vroeger solide lagen verankerd binnen tradities en gebruiken, zijn vandaag opgekookt en onder ideologische spanning gesteld. In de meest basale bouwstenen van het leven wordt ideologische energie geïnjecteerd: daardoor wordt alles volatiel. Mensen zoeken nieuwe ankers – ze vinden die in eigen bubbels. Wie een inhoudelijke discussie aangaat met onwelgevallige argumenten, wordt meestal direct geblokkeerd. Preken voor eigen parochie blijft over, met ideologische verhitting als gevolg.
In Azië is het idee dat het opperste gezag in de keizer huist: alle ogen zijn opwaarts gericht, naar het verheven platform van de macht. In China is daar de communistische partij voor in de plaats gekomen, in Rusland vandaag Poetin. Maar het Westen denkt van oudsher in kleine groepjes Germanen en Vikingen: die woonden als losse stammen langs kreken en baaien. Ze gaan en staan waar ze willen – Julius Caesar omschreef het in in De Gallische Oorlogen (58 v.C.). Daarna bestond een land als Duitsland nog tweeduizend jaar als lappendeken van stammen en hertogdommen: het aaneensmeden hiervan tot één natiestaat is pas ongeveer honderd jaar een feit.
In de Middeleeuwen en de vroege moderniteit werd deze volksgeest vastgelegd in belangrijke verklaringen van individuele rechten: denk aan de Magna Carta, de Blijde Inkomste, het Plakkaat van Verlatinghe en de Bill of Rights (zowel de Britse als Amerikaanse versies). Steeds was het idee dat de soevereiniteit van onderop kwam en dan opsteeg: de soeverein dient de belangen van het volk, de bovenklasse legt de uiterste verantwoording af aan de onderlaag. Ieder individu heeft onvervreemdbare rechten – op vrijheid, bezit, het eigen lijf – en als de staat die rechten aantast, is een revolutie geoorloofd om de machthebber af te zetten. Dit denken vormt de grondslag van zowel republicanisme als liberalisme en de rechtstaat.
In feite is er door de komst van nieuwe technieken, iets onbedoelds gebeurd. Plots moesten die volkeren – die eigenlijk met rust gelaten wilden worden – die vrijheid wilden en soevereiniteit in eigen kring, zich gaan verhouden tot overkoepelende organisatorische verbanden. Deze verbanden kwamen mee met de nieuwe economische dragende voorwaarden van het moderne bestaan.
Tot het ontstaan van de moderne massa-maatschappij, werkte negentig procent van de mensen of meer in de landbouw. Tot ongeveer tachtig jaar geleden was iedereen boer. Bijvoorbeeld in het middeleeuwse drieslagstelsel lag één derde van de grond braak, de overige delen werden bebouwd met andere plantensoorten, en dat wisselde zo door. Het leven lag verankerd binnen seizoenen, wat rust en orde garandeerde. Maar al snel werden deze groenten geïmporteerd uit verre streken. We kregen van doen met de vierentwintiguurs economie, het comparatieve kostenvoordeel en de economische hyperspecialisatie omschreven door David Ricardo. Het geheel van economische verbanden en afhankelijkheden werd zó extreem complex en gejaagd – het individu voelde zich verloren, overweldigd, overspoeld en vervreemd.
Het ligt voor de hand dat dit gemis aan zekerheden, voeding geeft aan een roep om sterke leiders, een behoefte aan krachtdadige autoriteit. Maar het gaat dieper dan dat – ik denk terug aan een discussie met Willem Engel, die het inderdaad opnam, niet voor de autoriteit van de staat, maar juist voor de klassieke grondrechten: het recht om beschermd te zijn tégen de machtshonger van de overheid. Mijn antwoord daarop, echter, is dat de wijze waarop contact en de inname van informatie vandaag zijn gestructureerd, op zichzelf al totalitarisme versterken. De communicatieve condities, dus het geheel aan ‘waterleidingen’ en infrastructuur dat ons economische en maatschappelijke verhouden draagt, neigt op zichzelf al naar het centraliseren van macht.
Dat zit zo. Op internet is bijna alles collectief. Je wandelt niet naar de lokale kroeg of kerk, als plaats van sociale samenkomst. Ondertussen denk je dan na over de meest recente dorpsroddel. Neen, je wordt door een influencer met tienduizend volgers gepushed om iets te liken of om afstand te nemen van een ‘fascist’. Zo ligt de urgentie van eender welk onderwerp al ideologisch vastgespijkerd voordat je er als individu je gedachten over laat gaan. De implicaties zijn tribaal – alles ligt vast in een netwerk en elke gebruiker van sociale media is tegelijk omroep en ontvanger.
Hetzelfde geldt voor (over)gereguleerde platformen als Twitter en YouTube. Je kunt ook een mini-platformpje bouwen buiten die grote spelers, maar dan bereik je waarschijnlijk een fractie van het publiek dat je anders zou kunnen bereiken. Ook financiële afwegingen zijn hier weer relevant. Dit voedt een vraag naar regels en regulering, en kweekt bij het individu de wens om zich te schikken naar die regulering. De status en het inkomen hangen immers af van zichtbaarheid.
Wie dus die klassieke vrijheden écht serieus wil verdedigen – noem dit maar even ‘Magna Carta Engeland’, die zal dus onvermijdelijk in oorlog komen met vrijwel alle instituties (waaronder dus Big Tech). Die ultieme collectivisering van alles heeft zich reeds bewezen, zo bleek wel hoe makkelijk de brede massa het gebruik van QR-codes accepteerde en zelfs omhelsde. Ik heb veel zaakjes gezien in Amsterdam waar bordjes hangen “u kunt hier niet pinnen”, lees: wij zijn anarchistische piraten die geld buiten de belastingdienst houden, en die tegelijk wél eisen dat elke bezoeker QR-codes toont.
Dus die collectiviteit, die homogenisering van het leven – het bestaan in de postindustriële dienstensamenleving die is geënt op de vorming van de karakterloze massamens – die is in-en-op-zichzelf fascistisch. Zo blijkt uit de bureaucratische methodiek die nodig is om zoiets complex te laten draaien en daarbij het individu te verpletteren. Dit zagen we in de Toeslagenaffaire.
Het kon zover komen doordat de klassieke conservatieve ideologieën niet zijn opgewassen tegen vier ontwikkelingen. Sinds 1913 wordt papiergeld bijgedrukt. Daarmee wordt alles gefinancierd: keynesianisme; oorlogseconomieën en verzorgingsstaten – de gouddekking ontbreekt sinds het opheffen van Bretton Woods. Daarnaast kan er ongelimiteerd kunstmest (en buskruit) worden geproduceerd, wat een einde maakt aan de natuurlijke Malthus-curve van de bevolkingscyclus. Door energieopwekking uit aardolie en aardgas zijn er sinds 1900 snellere verplaatsingen van zowel goederen als mensen mogelijk. Tot slot zijn de computer en het internet, zoals hier met voorbeelden toegelicht, ook onvoorspelbare hefbomen die alles ontmenselijken.
We komen terug op de totaalacceleratie van het leven die ik eerder omschreef. De klassieke conservatieven zijn absoluut machteloos tegenover de massaliteit van het moderne bestaan. In Brussel had ik vroeger een vriend, Nederlands journalist en overtuigd conservatief, met wie ik dineerde en discussieerde. We spraken vaak over immigratie en de EU. Ik wees op de dodelijke combinatie van moderne transportmiddelen, het blanke cultuurmarxistische schuldgevoel, het financiële gewin van de mensensmokkel maffia. Dit telde ik op bij de werkwijze van de EU-lidstaten: het probleem bij anderen over de schutting gooien en zelf geen initiatief te nemen, buiten dan reprimandes aan Matteo Salvini en Viktor Orbán. Hierop zei die conservatief dan altijd dat ik het “te somber” zag, dat de EU-leiders en lidstaten er al mee aan de slag waren, en dat hij voor zichzelf “een plicht tot optimisme” zag weggelegd.
Zodra de asielcrisis het befaamde hotel in Albergen bereikte, bleek de definitieve juistheid van mijn analyses. Ik kan vooruit denken terwijl het klassieke conservatisme totáál geen antwoord heeft op de massaliteit van de huidige samenlevingsvorm waarin het ongewenst verzeild is geraakt.
De filosoof Giorgio Agamben zegt in Homo Sacer (1995): “Fascisme en nazisme zijn boven alles nieuwe definities van de relaties tussen de mens en het burgerschap.” Precies die totaalacceleratie, de wens om het totale leven voor een politiek doel te mobiliseren, onderscheidt het fascisme en nazisme van de conservatief-autoritaire dictaturen van neem nu Pinochet of Franco. Want de conservatieve dictator zegt tegen burgers: doe je eigen ding, richt je op het privéleven, maar bemoei je niet met politiek, want ík ben de baas over de staatszaken. Daarentegen heft de fascist het onderscheid op tussen privé en politiek, en stelt het hele leven in dienst staat van de staatszaken.
Hier zijn we opnieuw bij de linkse identiteitspolitiek, die het hele leven ideologiseert en daarmee het fascisme kopieert. Met wie je seks hebt is niet meer iets dat iedereen voor zichzelf in de slaapkamer bepaalt, neen, het moet deel zijn van een collectieve identiteit die publiekelijk bekrachtigd wordt middels reclames en statements over inclusiebeleid. Er zijn pride-optochten, waar veel politici zich verplicht voelen aan mee te doen, onder de maatschappelijke druk van woke. Als je dit allemaal niet wil, dan ben je – op grond dus van de totalitariserende aard van de moderne condities van bestaan – gedoemd om ten onder te gaan als conservatief of om, oh tragiek, alsnóg fascist te worden, en óók deel te nemen aan die totalitariserende tendens, maar dan in tegengestelde richting.
Samenvattend: moderne condities van bestaan vernietigden de klassieke, traditionele aristocratische maatschappij. De conservatief maakt de scheiding tussen het privéleven en het publieke, politieke bestaan. Links erkent dit onderscheid niet – links radicaliseert alles verder naar links. Het persoonlijke is voor links politiek, voor hen vallen ‘staat’ en ‘cultuur’ samen. Links is succesvol in het gebruiken van de staatsmacht om hun eigen cultuur tot de cultuur van iedereen te maken: denk aan het verbannen van vleesmaaltijden in kantines en zelfs het verbannen van vleesreclames in Haarlem. Als rechts zich laat terugdringen tot het privédomein – de natuurlijke neiging van de conservatief – dan is de strijd voor rechts verloren. Rechts zal de strijd om het publieke domein uit alle macht moeten voeren.
Roger Scruton – ooit leermeester van Thierry Baudet – is nog geen twee jaar na zijn dood al in de vergetelheid vervallen, doordat de setting van het modern leven niet overeenstemt met het leven op een manege in Wiltshire (zoals hij het conservatisme uitdroeg). De massamens gedijt bij de wereld die voortkomt uit de kunstmest, de supermarkt, de overbevolkte steden, fiat geld van ‘too big to fail’ banken en de digitale revolutie. Het klassieke conservatisme kwam daarentegen voort uit het vasthouden aan de aristocratische tradities van de oude wereld. Maar het was een nostalgisch conservatisme. Een conservatisme dat in zijn hart al wist dat het was achterhaald op het moment dat het werd geboren.
Volg Sid Lukkassen via Telegram: https://t.me/SidLukkassen – Sid ondersteunen via BackMe blijft ook belangrijk en welkom, zodat mede dankzij u dit denkwerk aan de frontlinie kan doorgaan. Veel dank! En kom naar de events met Sid: 16 september in Friesland en 30 september in Nijmegen. Tot dan!