De moord op Franz Ferdinand en Sophie Chotek
Sarajevo, Bosnië-Herzegovina, 28 juni 1914: een stralende zondagmorgen. Om 9:45 uur arriveerde de aartshertog Franz Ferdinand, de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger. Hij bracht met zijn vrouw, hertogin Sophie Chotek, een staatsbezoek aan deze stad en zou in de buurt militaire manoeuvres bijwonen. Het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije domineerde Midden-Europa en had in 1908 Bosnië-Herzegovina veroverd. De verovering had alleen maar tot grote problemen gevolgd. Ze werden vooral veroorzaakt door Servische nationalisten, die aansluiting wilde bij Servië. De oom van Franz Ferdinand, keizer Franz Joseph, hoopte dat enige militaire machtsvertoon en politiek het land weer een beetje tot rust zou brengen. Onder de toeschouwers bevonden zich zes jonge leden van een Servische nationalistische beweging, genaamd de ‘Zwarte Hand’.
De leider van de Zwarte Hand, kolonel Dragutin Dimitrijević, was ook aanwezig, maar hij hield zich op de achtergrond. Hij was het hoofd van de Servische militaire inlichtingsdienst, hij leidde de Zwarte Hand onder de naam ‘Apis’. Hij had een verborgen agenda, als deze bekend zou worden, zou hij in een onvermijdelijk conflict komen met zijn superieuren. Zij wisten namelijk, dat Oostenrijk- Hongarije het kleinste excuus al zou gebruiken om op te treden tegen Servië. Servië was het toevluchtsoord voor alle pro-Servische en anti-Oostenrijkse extremisten, voor als de grond in Bosnië-Herzegovina te heet werd onder hun voeten.
De stoet auto’s reed langs de rijen Oostenrijkse soldaten, die op het station in het gelid stonden, en draaide vervolgens richting het stadhuis. Op het moment dat de optocht door de overvolle straten reed, wierp een van de leden van de Zwarte Hand een bom naar de auto van Franz Ferdinand. Het projectiel belandde op de neergeslagen kap, kaatste terug, en kwam onder de volgende auto tot ontploffing. Twintig mensen, onder wie twee adjudanten van de groothertog, raakten gewond. De dader sprong in een rivier, maar werd op de kant getrokken en gearresteerd. De politie nam aan dat hij alleen was, ze zochten daarom niet naar medeplichtigen en scherpten de veiligheidsvoorschriften niet aan.
De stoet ging weer verder en de aartshertog besloot van de route af te wijken om een bezoek te brengen aan zijn gewonde adjudanten. Op weg naar het ziekenhuis nam de voorste auto een verkeerde afslag. De militaire gouverneur riep tegen de chauffeur dat hij moest stoppen. De auto kwam tot stilstand op een brug. Toevallig stonden bij de brug een paar leden van de Zwarte Hand, die liepen te treuren over het mislukken van de aanslag. Gavrilo Princip was de eerste die reageerde. Hij trok zijn pistool en rende naar de stilstaande auto. Hij vuurde van dichtbij een schot af en raakte de aartshertog in zijn nek en zijn vrouw in haar maag. Ze viel in de schoot van haar man. Voordat de aartshertog het bewustzijn verloor, mompelde hij nog: ‘Sophie, Sophie, ga niet dood. Blijf leven voor de kinderen.’ Sophie was echter toen al dood. Tegen zijn vriend Franz Harrach, die voor hem in de auto zat, zei hij nog zo’n zeven maal ‘Het is niets…’ voordat ook hij stierf.
De auto werd in vliegende vaart naar de woning van de gouverneur gebracht. Een gewaarschuwde dokter kon echter niets meer doen, binnen een uur waren beide overleden.