Zit Je Daar Nog, Joseph Ignatz (2019)
https://open.spotify.com/artist/35F1ICXuZUYL9wTZDafdT0?si=abUDoCHoQE6Y-Wu-Lsn6EA
https://youtu.be/BSzyE_18fcw
‘Zit Je Daar Nog’, het tweede nummer van het titelloze debuutalbum ‘Joseph Ignatz’ gaat over een medewerker van het UWV die er geen zin meer in heeft en liever zelf werkloos is.
Uitleg songtekst, Deel 2:
Het was nog op het Bat. Het toilet. Het toilet van het ‘Werkplein’ en het ‘UWV’.Â
‘Ik ben een Gent en geen heer’, dacht ik toen ik voor de deur van het herentoilet stond.
Mijn persoonlijke begeleider, de heer Klaas Brak, die mij ging helpen om een leuke, verantwoordelijke, baan te vinden, liet nog even op zich wachten. Hoewel ik niet echt nodig moest, besloot ik uit verveling naar het toilet te gaan.Â
‘Weet je wat ik vanochtend heb gedaan,’ mompelde ik, wetende dat ik dat maar beter niet tegen mijn persoonlijke begeleider, de heer Klaas Brak, kon vertellen.
Nadat ik mijn goddelijk, prachtige, halve Labrador had uitgelaten had ik mijn vrouw op alle denkbare manieren bevredigd en twee glazen Dimple gedronken. Mijn vrouw gaf enige tevredenheid aan en de Dimple smaakte prima.
‘Maar, maar, u bent het echt,’ een stem naast mij stoorde mij toen ik mijzelf aan het bewonderen was in de spiegel boven de wastafel.
De koude kraan liep. Niet dat ik mijn handen had gewassen. Ik draaide de kraan dicht en keek in de richting van de stem. Een al dan niet fatsoenlijke heer, zijn naamkaartje leerde mij dat hij al dan niet luisterde naar de titel Bart Voogd, keek mij met een grote grijns aan. Hij droeg een blauw uniform. In zijn linker een walkie talkie. Hij werkte hier als bewaker. Ik dacht diep na, maar Bart Voogd kwam mij niet bekend voor.Â
‘We hebben het nog vaak over u. Ja, met Lisa gaat het op dit moment niet geweldig. Ze ligt in een moeilijke scheiding en er is veel gedoe over Rudolph, haar zoontje. Wij vinden het erg spijtig dat het tussen u en Lisa niets is geworden. Maar ja, daar hebben wij natuurlijk niets over te zeggen. Het zijn niet onze keuzes,’ zei Bart Voogd.
Ik kon mijn geen Lisa herinneren. Ik kon mij geen Bart Voogd herinneren. Was het een persoonsverwisseling? Liep er een look a like van mij rond? Was het een van de vele zwarte bladzijden in mijn liefdesleven? Of, zat er te veel ruis in mijn kop dat mijn geheugen was aangetast?
‘Rudolph is een leuke knul, hoor. Ja, het gaat toch snel. Rudolph is al zes jaren jong en gaat volgend jaar naar groep 3. Door al dat gedoe leek het Lisa en juffrouw Annie beter om er nog een extra jaartje groep 2 aan te plakken. Vergeet niet, Rudolph is van oktober en hij is een jonge leerling. Ach, het komt wel. Niets overhaasten.’
Ik besloot te doen alsof ik mij Lisa nog herinnerde.Â
‘Tja Lisa, dat is toch al een tijdje geleden. Die dingen gaan zoals ze gaan, maar ik hoop dat het met Lisa weer goed komt. Ach, Lisa een beetje kennende, ze komt er wel weer bovenop,’ zei ik.
Een korte stilte. Bart Voogd keek even naar zijn voeten en toen weer naar mij.
‘Och, wat hebben we allemaal moeten lachen toen u op een liedje van Michael Bolton van uw stoel opstond, een bierflesje aan uw mond zette en deed alsof u Michael Bolton was,’ zei Bart Voogd.
Ik herinnerde mij er niets van. Een pikzwarte bladzijde.Â
‘En dat we een hooglopende discussie hadden over Bono. U bent nog altijd geen fan van Bono?’
‘De Italiaanse wielrenner of de Ierse belastingontduiker?’
‘Maar, wat doet u nu?’
‘Helemaal niets. Vandaar dat ik hier ben. Ik heb een afspraak met een zekere Klaas Brak. Hij schijnt mijn persoonlijke begeleider te zijn en gaat mij helpen met het vinden van een leuke, verantwoordelijke baan,’ zei ik.
‘Ik heb mij laten omscholen tot bewaker. Tja, wel even wennen. Ik heb altijd iets in computers gedaan, maar het bedrijf waarvoor ik werkte moest bezuinigen. Helaas werd onze afdeling gesloten. Ik heb het er wel heel moeilijk mee gehad, maar gelukkig heb ik mij erover heen gezet en ben ik een nieuwe uitdaging aangegaan. Ik heb nu een heel leuke, verantwoordelijke, baan met fantastische collega’s.’
Zijn walkie talkie kraakte.
‘Koffie,’ klonk het onduidelijk.
‘Ah, tijd voor een kopje koffie.’
‘Doe Lisa de hartelijke groeten.’
De blonde dame achter de balie, Frederique Haenraeths, hield met haar rechter een flesje Lactacyd omhoog. Woest gebaarde ze met het flesje Lactacyd naar een dame, van het brunette, schatte haar midden twintig, op het oog van het gelukkige, die een paar meter achter haar stond. Mijn persoonlijke begeleider, Klaas Brak, was nog nergens te bekennen. Ik liep naar de balie.
‘Mevrouw,’ zei ik en Frederique Haenraeths keek verschrikt om.Â
Haar kop was een stuk roder geworden. Ze keek mij streng aan. Het flesje Lactacyd zette ze terug op haar bureau.
Ik ging aan een tafel zitten. Ik staarde naar het Dagblad De Limburger dat voor mij op tafel lag.Â
‘Neen, toch maar niet,’ bedacht ik mij en ik pakte de krant niet op.
Tegenover mij zat een kale kerel met een grijze stoppelbaard. Bovenop zijn kale schedel was hij knalrood. Met zijn linker hield hij bibberend een wit plastieken bekertje vast. Het bekertje was leeg. Hij bracht zijn rechter naar zijn neus. Zijn duim verdween langzaam in zijn linker neusgat. Ook zijn rechter bibberde.
Met vriendelijke groet, Joseph.