72. Otters Langs de oevers en de rietkragen, waar het water kabbelt, is, als je geluk hebt, de vrolijke en sociale otter te spotten. Meestal is hij ’s nachts actief. Overdag is hij moeilijker te vinden, maar van een plekje in het zonlicht geniet hij met volle teugen. Otters hebben een scherpe neus en uiterst gevoelige snorharen. Ze voelen elke rimpeling in het water en het leven om hen heen.
Otters zijn speelse dieren, licht van aard en nieuwsgierig van geest. Ze glijden graag van modderige oevers, buitelen over elkaar heen in een dans vol plezier. Ze maken wonderlijke geluiden, van schreeuwen tot knorren, van fluiten tot een soort keffen. Alles wordt ontdekt op een open en onbevangen manier. Spelend, stoeiend, spetterend.
Otters zoeken genegenheid bij elkaar. Zo kunnen ze in hun slaap deinend op de golven elkaars hand vasthouden. Warmte en verbondenheid zorgen dat ze niet afdwalen. Kleintjes rusten op de buik van hun moeder, dobberend tussen de waterplanten, geborgen en veilig.
Otters hebben geen natuurlijke vijanden. Ze komen in gebieden voor met voldoende voedsel en rust. Wanneer er een otter in de omgeving woont, weet je dat het goed gaat, dat de natuur floreert, zij zijn bewakers van het ecosysteem. De otter laat zich niet van de wijs brengen. Als ik een dag een dier zou kunnen zijn, dan wist ik het wel.












