De robot als mens
Zondagavond 10 mei had Tegenlicht weer een opmerkelijk onderwerp: De robot als mens. In het westen moeten we niets hebben van slimme robots, want we zijn bang dat we ze zo slim maken dat ze de wereld overnemen. In Japan denken ze er zo niet over. Daar hebben ze een ziel en worden deze intelligente robots gewoon geaccepteerd.
In Japan komen deze zomer sociale robots op de markt die in huishoudens en bedrijven gaan werken. Want vanuit het shintoïsme in Japan hebben voorwerpen, dus ook robots, een ziel. Intelligente robots zullen daarom veel sneller in Japan worden geaccepteerd dan in het westen.
In het westen maken wij wel graag van robots, zoals in fabrieken en voor kinderen, maar ze moeten er niet te echt uitzien of meer kunnen dan wijzelf. De Nederlandse hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers bouwt al wel sociale robots, robots die je begripvol benaderen en echt snappen wat je bedoelt, maar deze robots zien er niet menselijk uit. Dit zijn robots die je helpen met een rondleiding door een museum of je de weg wijzen op een luchthaven.
In deze aflevering van tegenlicht onderzoeken ze ook de cultureel-religieuze kaders die onze houding ten aanzien van nieuwe technologieën bepalen of wellicht zelfs beperken. De Japanse hoogleraar robotica Hiroshi Ishiguro is niet bang voor robots en heeft zichzelf nagebouwd. Die robot is zelfs zijn identiteit gaan bepalen: om op zijn robot te blijven lijken, laat Ishiguro zijn gezicht voortdurend verjongen. En in het bedrijf van de Japanse Roboethics researcher Naho Kitano worden ‘slangenrobots’ ontworpen die bijvoorbeeld in ingestorte gebouwen mensen kunnen zoeken of door pijpen kunnen rijden. Hoe bang moeten we dus eigenlijk zijn voor slimme en sociale robots?














