Indoor speeltuin hel
Passieve, lusteloze leeftijdsgenoten kijken elkaar vol onbegrip aan met diepdode ogen, te midden van een ongeëvenaard geluid, waarbij hoge ijselijke gillen, die nog het meest doen denken aan vijftien opgesloten zinkende sopranen, samensmelten met bulderende lachen van uitzinnige hyenawelpen. Een middag in een indoor speeltuin ontneemt je elk gevoel van ouderlijke verantwoordelijkheid en pedagogisch inzicht.
Waar is het misgegaan? We zouden toch allemaal de allerbeste ouders ooit worden, de kinderen steevast meenemen naar pannenkoekenhuizen midden in het bos en daar, na een lange boswandeling en boomklimmen, genieten van een lokaal gebrouwen herfstbockje of een Spaanse Rioja en het verrassend goed spelende jazztrio dat daar spontaan was beginnen te spelen?
Terwijl K3 nogmaals oorverdovend hard door de speakers galmt en een van de kinderen aan de lange verjaardagstafel naast mij zijn Fristi al huilend uit zijn neus laat spetteren, speur ik tegen beter weten in door de enorme voormalige tennishal. Ergens in deze kluwen van regenboogkleurig schuimrubber zijn mijn kinderen enorme ladingen energie aan het verbranden. Gelukkig maar, want hun suikerspiegels spuiten inmiddels als kokende appelstroop uit hun oren.
De gedachte dat ik ze daadwerkelijk ga zien en met een handgebaar kan duidelijk maken om naar me toe te komen is lachwekkend, want de praktijk heeft geleerd dat ik mezelf eerst tot op zes meter hoogte door een kinderdoolhof moet wurmen, eer ik ze kan bevrijden uit een situatie die in hun ogen onoverkomelijk was zonder mijn assistentie.
Angst voor een glijbaan of een trap, waar ze twee minuten daarvoor nog als wilde spinnen langs omhoog klauterden, heeft hen in z’n greep. En dus kruip ik even later, snakkend naar adem met twee bezwete kinderlijfjes om mijn keel (niet nek, maar overduidelijk keel) geklemd, richting een halve meter hoge doorgang.
De yogalessen die ik sinds het begin van mijn burn-out ben gaan volgen werpen meteen hun vruchten af en na mezelf van de dodelijke boa-constrictor grip van mijn 3-jarige te hebben ontdaan stort ik, happend naar adem, op een plakkerige plastic ondergrond om vervolgens een minuut lang niet te bewegen. De ronddraaiende ventilator lijkt langzaam tot stilstand te komen, terwijl de rest van het plafond ineens lijkt te gaan draaien.
“Papa?”
Mijn kind praat tegen me en ik probeer te reageren. M’n mond beweegt wel, maar er komt geen verstaanbaar geluid uit. Met binnensmonds gemompel uit ik mijn vreugde over zijn bezorgdheid.
“Papa, mag ik Fristi? En chips? Kevin heeft ook chips gekregen van zijn mama.” Ik denk alleen maar ‘Wie is Kevin...?’ en trek onaangedaan mijn portemonnee om zo mijn rust aan de plastic tuintafel weer terug te kunnen kopen.
Na acht euro vijftig te hebben betaald voor een kop thee en een Fristi, zet de opkomende hoofdpijn zich om in een migraine aanval van epische proporties die ook niet meer door een spontaan ingelaste ademhalingsoefening / hyperventilatie kan worden weggepuft. Dan verstomt al het geluid in de ruimte en neemt een microfoonstem het heft in handen. God klinkt verdomd veel als een puisterig meisje van 16, maar verlost mij wel uit de indoor speeltuin hel.
Pas als vanaf de achterbank in koor “Je bent de liefste papa van de hele wereld!” wordt gegrunt, bedaart mijn hartslag en overweeg ik alsnog een maandabonnement op Spelekids.














