-Het huis dat ik gekocht heb.
-> De auto die ik gekocht heb.
-toepassen = in praktijk brengen, gebruiken
-uitdrukken = onder woorden brengen, uiten in woorden
-de ezelsbrug(gen) = hulpmiddeltje om iets op te lossen of te onthouden
-de klinker(s) = klank waarbij de lucht ongehinderd naar buiten stroomt, vocaal
-de uitzondering(en) = iets bijzonders, iets wat anders is dan normaal
-de betekenis(sen) = dat wat iets inhoudt
-Dan moet het woordenboek uitkomst bieden!
-> uitkomst bieden = de oplossing voor iets wat een probleem was
-de vergadering(en) = bijeenkomst om iets te bespreken
-het appartement (de appartementen) = luxe en ruime woning of (deel van een) flat
-de concurrent(en) = iemand die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefent of hetzelfde doel heeft, en die probeert beter te zijn
-uitoefenen = in praktijk brengen, verrichten
-We werken op de universiteit.
-Jullie werken bij een Nederlands bedrijf.
-Ze werken in het buitenland.
-Ze is om een uur of elf thuis.
-Zwitser, Fransman, Canadees
-U werkt overdag. (gedurende de periode dat het dag is (en niet âs nachts of âavonds))
-Zie jij je collegaâs in het weekend?
-de bagage = alles wat iemand meeneemt op reis
-de multinational(s) = onderneming die in veel landen vestigingen of dochterondernemingen heeft
-privé (b.n.) = persoonlijk
Probeer het nog een keer.
Probeert u het nog een keer.
Voor gebruik eerst schudden.
-Stel je voor! = Verbeeld je!
-Ga toch > maar > Â eens > even zitten.
-doorlezen = verder lezen, tot het eind toe lezen
-het gegeven (de gegevens) = bekende grootheid, waarmee men wiskundig kan voortwerken
-> mag ik uw gegevens? (naam, adres enz.)
-erkennen = zeggen dat iets zo is terwijl iemand dat vaak eerst niet wilde, toegeven
-het elftal (de elftallen) = groep van elf spelers
-de voorzitter(s) = hoofd van een verenigingsbestuur, partij e.d.
-Ik heb al met hem gepraat.
-We hebben al een huis gebouwd.
Ik heb de rekening al betaald.
-Ga je naar de openingstijden informeren?
Nee, ik heb al naar de openingstijden geĂŻnformeerd.
-Gaat u de tekst in het Engels vertalen?
-Ik ben in Waalwijk geboren.
We woonden in een oud huis aan een drukke straat.
Mijn broertje en ik speelden veel buiten, in de tuin of op de stoep.
In de vakanties logeerde ik bij een van mijn omaâs.
We reisden met de trein naar Hilversum of Den Bosch.
Mijn ene oma maakte altijd warme chocolademelk voor mij.
De andere oma vertelde elke avond voor het slapen een verhaaltje.
Ze beantwoorde geduldig al mijn vragen en dat waren er veel.
Toen ik 7 was, zijn we naar Vught verhuisd.
Mijn moeder haalde ons uit school.
Soms waaide het heel hard en moesten we naast de fiets lopen.
We klaagden natuurlijk wel als het regende, maar moesten toch door het slechte weer.
Als het koud was, zette mijn moeder thee, anders maakte ze limonade.
Mijn moeder hoefde niet te werken.
In de jaren vijftig werkte iedereen nog op zaterdag, mijn vader ook.
Mijn vader was vaak op reis en filmde veel.
Daardoor leerden we veel over andere culturen.
TV hadden we natuurlijk niet en op zaterdagavond luisterde de hele familie naar de radio.
Dan lachten we heel wat af.
-Daarna heb ik een paar jaar als accountant gewerkt.
Ik maakte snel carriĂšre, want na een tijdtje gaf ik leiding aan 10 mensen.
Toch was dat niet wat ik wilde. Daarom ben ik van richting veranderd.
Ik speelde al langer met het idee iets voor mezelf te beginnen.
Dat betekende natuurlijk hard werken en meer onzekerheid, vooral in het begin.
Maar gelukkig ontmoette ik toen een paar mensen die me goed hebben geadviseerd.
Daarna heb ik een ondernemingsplan gemaakt.
-> het ondernemingsplan (de ondernemingsplannen)
We hebben lang en uitgebreid over dit plan gepraat.
-> uitgebreid (b.n.) = ruim, groot, omvangrijk
Het is me uiteindelijk gelukt!
-> uiteindelijk (bijwoord) = ten slotte, na een tijdje
-ontslaan = vrijstellen van een verplichting, niet langer in dienst houden
-Ze doen veel aan sport. (a habit, but not at the moment)
-lijden = pijn of verdriet hebben
-vermijden = zorgen dat iets niet gebeurt
-mijden = zorgen dat men iemand niet tegenkomt, ontwijken
-binden = met touwen, banden enz. ergens aan vastmaken
-krimpen = kleiner worden
-gelden = van kracht zijn, van toepassing zijn
-treffen = raken, ontroeren, overkomen, vinden
-bidden = zich tot God richten, al dan niet hardop een gebed uitspreken
-bederven = waardeloos, slecht maken
-Vorige week ben ik met mijn cursus Nederlands begonnen.
Het is lang geleden sinds ik op school zat.
Ik ben heel veel vergeten.
Een paar maanden geleden besloten we naar Nederland te gaan.
Collegaâs en kennissen hebben ons veel adviezen gegeven.
Niet iedereen begreep waarom we deze stap namen.
Gelukkig hebben we ook nieuwe vrienden gekregen.
Het is een goede ervaring. We hebben de juiste beslissing genomen.
-de kennis(sen) = iemand die men kent, bekende
-barsten = door te splijten in stukken breken, uit elkaar springen
-bedriegen = misleiden, oplichten
-bevelen = zeggen dat iemand iets moet doen, opdracht geven die iemand moet uitvoeren
-bezwijken = sterven, niet bestand zijn tegen iets, geen weerstand kunnen bieden
-braden = verhitten van vlees, wild of gevogelte met hulp van vet, meestal langduriger maar bij lagere temperatuur dan bakken
-dringen = druk uitoefenen, duwen om vooruit te komen, noodzaken
-druipen = in druppels neervallen
-genezen = beter maken, beter worden, herstellen
-laden = vullen met kruit of kogels
-overlijden = sterven, doodgaan
-rijgen = een draad of koord door iets heen halen
-rijzen = stijgen, hoger worden
-scheppen = uit het niets maken, nieuw vormen
-schuiven = iets verplaatsen door het over de grond te duwen, glijdend ergens overheen gaan
-slijten = dunner of minder worden, langzaam stukgaan, door gebruik
-sluipen = langzaam en onhoorbaar lopen
-snuiten = zijn neus schoonmaken door er met kracht lucht door naar buiten te blazen
-spannen = straktrekken, heftig aan toe gaan, hoog opvoeren
-spuiten = vloeistof of zachte stof met kracht door een buis of slang persen
-stijven = met stijfsel stijf maken
-stoten = een duw geven, met een duw verplaatsen, laten vallen e.d.
-strijden = vechten, een wedstrijd houden
-verbannen = een inwoner wegsturen en hem verbieden terug te komen
-verslinden = gulzig en schrokkend opeten
-verzinnen = bedenken, fantaseren
-vlechten = stukjes lang haar, stroken papier, touw e.d. om en om over elkaar winden
-wegen = het gewicht bepalen
-wijken = teruggaan, opzij gaan, weggaan
-wijten = zeggen dat iemand of iets de schuld is van iets negatiefs
-wrijven = over iets of langs elkaar bewegen, door wrijven fijnmaken
-zweren = een eed doen, plechtig beloven
-zwerven = rondtrekken, rondreizen zonder vast doen, ongeordend op verschillende plaatsen liggen
-Een tijdje geleden besloten wij de televisie eens op te bergen. Het was een interessante ervaring.
-We gingen vroeger naar bed en stonden ook vroeger op.
-We kwamen eindelijk toe aan dingen die lang waren blijven liggen.
->aan iets toekomen = iets kunnen doen, ergens de tijd voor vrij kunnen maken
-We hadden nog nooit zo veel gedaan in de avond. Daarvoor lagen we meestal languit op de bank TV te kijken.
-languit (bijwoord) = in volle lengte
-De kinderen hadden er in het begin meer moeite mee.
-Op school, wanneer de andere kinderen liepen te praten over TV programmaâs, hadden ze het idee dat ze er niet meer bij hoorde.
-Maar na een maand dachten ze er toch anders over.
->overdenken = nadenken over
-Toen we ze na afloop van het experiment vroegen of we de TV mochten terugzetten, zeiden ze dat ze er eigenlijk geen behoefte meer aan hadden.
->na afloop van = nadat dat voorbij was
->Ik heb behoefte aan ijsjes.
->de behoefte(s/n) = wat nodig is, wat iemand graag wil
-Ter compensatie kochten we vaker kaartjes voor de bioscoop en brachten we vaker boeken uit de stad mee.
-Nu we niet meer iedere avond voor de buis hangen, is het een stuk gezelliger geworden.
-de buis (de buizen) = verkorting van beeldbuis, televisie
-Wie had dat ooit gedacht.
-onlangs (bijwoord) = niet lang geleden
-Bij thuiskomst vertelt u uw huisgenoten hoe het geweest is.
-de huisgenoot (de huisgenoten) = iemand die in hetzelfde huis woont
-We hebben beloofd op het huis te letten, en de tuin te besproeien in de weken dat ze weg zijn.
-> besproeien = begieten met water, water toevoeren
-De eerste dag maak ik er veel werk van: ik snoei de heg,
->snoeien = boomtakken, delen van planten enz. afknippen, afsnijden of afzagen
-de heg(gen) = afscheiding van laag struikgewas
-verwijderen = weg doen gaan
-het onkruid = planten die groeien op plaatsen waar ze niet gewenst zijn
-het konijnenhok (de konijnenhokken) = hok voor tamme konijnen
-schuilen = zich verbergen
-Trots legt hij het voor me op de grond en tot mijn ontzetting zie ik het konijn van de buren liggen.
->de ontzetting = hevige schrik en geschoktheid
-morsdood (b.n.) = volkomen dood
-Ik schrik me wezenloos. = heel erg schrikken
-Koortsachtig denk ik na.
->koortsachtig (b.n.) = enigszins koortsig, met koorts
-Ineens bedenk ik dat ik die middag waarschijnlijk het hok niet goed heb dichtgemaakt.
-bedenken = verzinnen, in gedachte maken
-De hond heeft het konijn er zo uit kunnen halen.
-Ik weet niet, hoe ik dit aan de buren moet uitleggen.
-Dit is me al die jaren nog nooit gebeurd!
-Ik zet het konijn in zijn hok en hoop dat de buren bij thuiskomst neits merken.
-Na een week komen de buren gebruind en uitgerust terug van vakantie.
->gebruind (b.n.) = bruin geworden
->uitgerust = rusten totdat men niet meer moe is
-verzwijgen = bewust niet zeggen
-het incident (de incidenten) = vervelende gebeurtenis
-Ze is helemaal in paniek.
-Het konijn is een mand geleden doodgegaan.
-Snuffie zit weer blakend van gezondheid in zijn hok.
->blakend van gezondheid = er heel gezond uitzien
-de bestemming(en) = plaats waar een reis naartoe gaat, bedoeling
-We hebben zich om op tijd te zjin gehaast.
-Heb je wel eens in een Porsche gereden?
-Dit artikel is gisteren in de krant verschenen.
-We hebben gisteren in een Italiaans restaurant gegeten.
-Ik heb een uur om de file gestaan.
-Hij is in slaap gevallen.
-Hij is regelmatig naar zijn werk gelopen.
-Zij hebben tot 10 uur geslapen.
-De auto heeft op de parkeerplaats gestaan.
-Ze hebben de hele middag vergaderd.
-Mijn zoontje is van de trap gevallen en heeft zijn arm gebroken.
-Wij hebben een oplossing voor het probleem gevonden.
-regelmatig (b.n.) = volgens vaste regels verlopend of op vaste tijden terugkerend
-de uitspraak (de uitspraken) = de manier waarop men iets uitspreekt
-Hij heeft het met grote nadruk gezegd.
versturen = send via post or mail
-Omdat we naar een andere stad zijn verhuisd, hebben we al onze vrienden en bekenden een verhuisbericht gestuurd.
->de bekende(n) = iemand die men kent
-Mijn werk is in korte tijd erg veranderd: ik heb meer verantwoordelijkheid gekregen en ben eindelijk hoger op de maatschappelijke ladder geklommen.
->de verantwoordelijkheid = met verantwoording
->maatschappelijk (b.n.) = van, betreffende de of een maatschappij
->de ladder(s) = klimtoestel dat bestaat uit twee evenwijdige stijlen met dwarslatten ertussen
-Ik heb nooit geweten dat je carriĂšre zo belangrijk voor je was. Je hebt toch altijd gezegd dat plezier in je werk boven salaris ging?
-Ja, dat geloofde ik ook altijd, maar ik ben nu gemerkt, dat het ook samen kan gaan!
-Fijn voor je dat het allemaal goed is gekomen. Wanneer ben je met je nieuwe baan begonnen?
-Een aantal maanden geleden. Er is veel gebeurd in het bedrijf. Er zijn een aantal mensen ontslagen, daar ben ik erg van geschrokken.
-Vorig jaar heeft de directie ook een reorganisatie uitgevoerd, maar die is mislukt. De winst is vorig jaar flink gedaald, terwijl de arbeidkosten zijn gestegen.
->de reorganisatie(s) = het opnieuw en anders inrichten
->uitvoeren = doen, in praktijk brengen
->de winst(en) = de opbrengst van een product of dienst
->flink (b.n.) = groot, stevig
-Veel medewerkers die we vorig jaar hebben aangenomen, hebben geen nieuw contract gekregen.
->de medewerker(s) = iemand die voor een bedrijf, organisatie e.d. werkt
->aannemen = toelaten als werknemer, student, lid enz., in dienst nemen
-De mensen op mijn afdeling zijn door alle veranderingen een beetje onrustig. Om de rust weer een beetje terug brengen, heb ik veel tijd op kantoor doorgebracht om met iedereen te praten.
-Het is nog nooit zo druk geweest op kantoor, gisteren heeft iedereen overgewerkt en we hebben toch nog niet alles afgemaakt.
->afmaken = ervoor zorgen dat het klaar is
- Gelukkig is iedereen gebleven om de achterstand weg te werken. Er is geen gebrek aan teamgeest!
->de achterstand(en) = werk dat al verricht had moeten zijn
->het gebrek (de gebreken) = fout, ziekte, handicap
->de teamgeest = sfeer, gevoel van mensen die met elkaar willen samenwerken
-Ik denk dat we het ergste hebben gehad. Ik vertrouw erop, dat onze resultaten dit jaar beter zullen zijn!
->ik vertrouw erop dat... = ik hoop en reken erop
->het resultaat (de resultaten)
-Ga in gedachten terug naar uw jeugd. Vertel wat er sinds die tijd veranderd is.
-Mijn baas is op dit moment in vergadering, maar hij belt je terug.
-Aanstaande maandag begint de nieuwe cursus.
-Ik ben afgelopen winter op vakantie geweest.
-Ik ben daar ook opgegroeid.
->opgroeien = groter worden, van kind tot volwassene worden
-Ik heb in New York gestudeerd. Daarna ben ik naar Nederland gekomen.
-Ik stond op, nam snel een douche, kleedde me aan en liep naar beneden.
-Er was eens een prinses die in een ver land woonde. De prinses zag er beeldschoon uit.
->beeldschoon (b.n) = heel mooi
-Wat vond je van de vergadering?
-zinvol (b.n.) = nut hebbend, een goed doel dienend
-Dat had ik nooit eerder gedaan.
-De hotelgasten kwamen opgewekt naar beneden.
->opgewekt (b.n.) = vrolijk
-En, gisteren nog iets interessants meegemaakt?
->meemaken = deelnemen aan
-We hadden alleen maar telefonisch contact met hem gehad.
-Toen we op de afgesproken plaats aankwamen, stonden er wel tien mannen in pak en met aktetas die allemaal onze klant konden zijn.
->afgesproken (b.n.) = iets wat vooraf door afspraak is beraamd
-We wisten niet wie we moesten aanspreken.
->aanspreken = tegen iemand beginnen te praten
-Uiteindelijk hebben we hem door de receptie van het hotel laten omroepen.
->omroepen = een mededeling doen of iemand oproepen via een geluidsinstallatie
-We hebben hem gevonden en een heel succesvolle bespreking gehad.
->de bespreking(en) = het bespreken
-We hadden al een paar uur gewerkt, toen plotseling het brandalarm af ging.
-Iedereen liet zijn werk liggen, trok een jas aan en liep snel naar beneden.
-Bij de deur stond de directeur die iedereen zei snel naar buiten te gaan.
-Hij deed een beetje zenuwachtig, zo hadden we hem nog nooit gezien!
-Na ongeveer 10 minuten stond het voltallige personeel in de vrieskou op het parkeerterrein.
->voltallig (b.n.) = met iedereen die erbij hoort, volledig
->de vrieskou = kou bij vriesweer, kou doordat het vriest
-Er werd druk gespeculeerd; was het nu een oefening of niet?
->speculeren = in gedachten beschouwen, overdenken
-Toen we daar zo stonden te praten, kwam er plotseling een brandweerauto met loeiende sirene aanrijden.
->loeien = een geluid maken dat daarop lijkt -> loeiend
->aanrijden = rijdend naderen
-Er is brand in de kelder ontstaan.
->ontstaan = beginnen te bestaan
-Na ongeveer een half uur was de brand geblust, en konden we allemaal weer naar binnen.
->blussen = (een vuur) doven met water of schuim uit een blusapparaat
-We dronken samen nog een kopje koffie op de goede afloop en om weer warm te worden!
->de afloop (de aflopen) = hoe iets eindig, eind, uitkomst
-Vertel over een periode uit uw leven.
-Een collega vraagt naar uw weekend.
-Vertel aan uw kleinkinderen over uw gewoontes uit het verleden.
-Denk aan vervoermiddelen, vrije tijd, huishoudelijke apparaten, enz.
->het vervoermiddel (de vervoermiddelen) = vaartuig, voertuig of vliegtuig gebruikt voor vervoer
->huishoudelijk (b.n) = met betrekking tot het huishouden
-U hebt naast uw werk ook een druk (gezins)leven thuis.
->het gezinsleven = het samenleven als gezin
-Voordat u op kantoor komt, hebt u al een halve dag achter de rug.
-pauzeren = pauze, rust houden, zijn bezigheden even onderbreken
-De koningin zal in maart een bezoek aan Sneek brengen.
-De conferentie zal op 4 april beginnen.
-zullen + vast / zeker / beslist / vast en zeker = zekerheid
->Die studente zal vast voor het examen slagen.
->Dit nieuwe product zal zeker een succes worden.
->De conferentie zal beslist interessant zijn.
->Het bedrijf zal vast en zeker dit jaar winst maken.
-zullen + wel = veronderstelling
->Heb je het hele weekend gewerkt? Dan zal je wel moe zijn.
->U zult wel gehoord hebben dat we gaan fuseren.
->Het concert zal wel uitverkocht zijn.
->Het budget zal wel onvoldoende zijn.
->onvoldoende (b.n.) = niet genoeg, niet goed genoeg
-zullen + toch maar = stel je voor dat...
->Je zult toch maar de lotto winnen!
->Je zult toch maar een aardbeving meemaken!
->Je zult toch maar een buitenlander zijn en Nederlands moeten leren!
->Je zult toch maar een dagje met de minister-president mogen meelopen.
-Het is druk op de weg. De directeur zal beslist te laat komen.
-het schilderwerk (de schilderwerken) = wat een schilder moet verven
-Het sectiehoofd gaat de indeling van de kamers regelen.
->indelen = in delen of groepen splitsen
-Wij zullen voor de hond zorgen.
-Ik zal plaatsen voor de musical reserveren.
-De officiële opening van het gemeentehuis zal om tien uur plaatsvinden.
->plaatsvinden = gebeuren
-De pers zal alleen âs ochtends aanwezig zijn.
->aanwezig (b.n.) = beschikbaar, in voorraad
-Is er veel sneeuw voorspeld? Dan zullen de treinen wel vertraging hebben.
-Mireille gaat over 5 weken trouwen, maar dat zal je wel weten.
-Is Jan er nog niet? Dan zal hij wel zich verslapen hebben.
->verslapen (wederkerend) = langer slapen dan men van plan was
-Zoals jullie wel zullen weten, gaan we volgende week naar de beurs.
->de beurs (de beurzen) = soort (grote) tentoonstelling waar bedrijven en organisaties op een bepaald gebied hun producten presenteren
-Ik ben nu 3 keer gezakt voor mijn rijexamen. Volgende keer zal ik het halen.
-Het is een moeilijke situatie, maar we zullen hem oplossen.
->oplossen = een antwoord vinden op, problemen wegnemen
-Hij heeft nu al âŹ100,- van me geleend, maar hij zal het me terugbetalen.
-Dat is een prima tandarts. Hij zal je van je kiespijn af helpen.
->de kiespijn = pijn aan één of meer kiezen
-Het is bijna zeker, dat het vliegtuig vertraging zal hebben.
-We zullen de planten water geven tijdens jullie vakantie.
-Onze hond moet absoluut leren luisteren.
->Onze hond zal vast en zeker leren luisteren.
-Natuurlijk zoek ik de snelste route voor je op.
-Je zult toch maar een belastingaanslag van âŹ10,- krijgen.
->de belastingaanslag(en) = (mededeling van) het vastgestelde bedrag dat iemand aan belasting moet betalen
-U begint op u werk aan een nieuw project.
-Er is helemaal niets in huis. Jij zou toch naar de supermarkt gaan?
-Ik weet van niets. Jij zou toch een mailtje sturen?
-Wanneer is de vergadering gepland? Zou u ons de datum kunnen mailen?
-Zou ik u iets mogen vragen?
-En zou je voor mijn benzine willen tanken?
-> tanken = de tank(s) vullen
-Zou u mij kunnen adviseren?
-Zou ik jullie even mogen storen?
-Zou je iets voor me willen doen?
-Heb je het geld nog niet overgemaakt? Dat zou kunnen!
->overmaken = geld sturen (vooral via giro of bank)
-Het contract veranderen? Dat zou wel eens moeilijk kunnen zijn.
-Wil je meer weten over beleggen? Je zou een cursus kunnen volgen.
-> beleggen = van geld er iets voor kopen of op een rekening zetten met de bedoeling dat het zijn waarde houdt of meer wordt, een vergadering bijeenroepen
-Gaat het niet goed met je studie? Je zou harder kunnen werken.
-Heb je een probleem met de gemeente? Je zou een klacht kunnen indienen.
->de klacht(en) = uiting van iemand die ontevreden is of ergens last van heeft
->indienen = een verzoek, voorstel, klacht aanbieden aan de persoon of instantie die daarover een beslissing kan nemen
-Je zou niet zo veel moeten klagen!
->klagen = laten weten dat men ergens niet tevreden over is of ergens last van heeft
-De loonkosten zijn te hoog. We zouden moeten bezuinigen.
->bezuinigen = zuiniger zijn, minder geld uitgeven
-Heb je nog steeds kiespijn? Je zou naar de tandarts moeten gaan.
-De koers van uw aandelen daalt. U zou eigenlijk moeten verkopen.
->de koers(en) = richting waarin men gaat
->het aandeel (de aandelen) = het voor een klein deel mede-eigenaar zijn van een bedrijf, bewijs daarvan
-Hij heeft er veel verstand van. We zouden hem moeten raadplegen.
->het verstand = begrip, rede
->iemand raadplegen = raad vragen aan iemand
-Ik zou graag een deeltijdbaan hebben.
-We zouden liever een filiaal in Den Haag openen dan in Amsterdam.
->het filiaal (de filialen) = winkel die of kantoor dat bij een groter bedrijf hoort
-Ik zou wel eens willen weten wie de voorzitter van het CDA wordt.
-Ik heb een tweedehands auto gekocht, maar ik zou graag nog een nieuwe auto kopen.
->tweedehands (b.n.) = niet meer nieuw, al gebruikt door iemand anders
-We blijven in de vakantie altijd in Nederland, maar we zouden wel eens ergens anders naar toe kunnen gaan.
-Als ik jou was, zou ik het niet doen.
-Als ik geld zou hebben, zou ik een vliegtuig kopen.
-Ik zou het gisteren al gedaan hebben, als ik tijd had gehad.
-Hij zou naar het buitenland zijn gegaan, als ze hem hadden gevraagd.
-Als ik het had geweten, zou ik je met liefde en plezier hebben geholpen.
-Als je daar beter over had gedacht, zou je iets anders hebben gedaan.
-Ik zou een betere conditie hebben gehad, als ik een ijsje had gehaald.
-failliet (b.n.) = bankroet
-het gerucht (de geruchten) = iets wat verteld wordt, maar niet zeker is
-emigreren = het eigen land verlaten om zich elders te vestigen, naar een ander land verhuizen
-We willen graag dat u zo snel mogelijk begint.
Dat zou misschien kunnen. Aan welke datum denkt u dat?
-Wie is die man met wie je aan het eten was?
-Denk je dat we die deadline kunnen halen?
-Waarom praat je er steeds tussendoor?
-Wat zou u doen als u vloeiend Nederlands sprak?
-Als Dan had beseft, dat het tentamen zo moeilijk was, zou hij beter zijn best hebben gedaan.
->beseffen = begrijpen dat iets bestaat of wat het inhoudt
->het tentamen (de tentamens) = toetsmoment tijdens een studie, waarop studenten moeten laten zien dat ze de leerstof beheersen
-Als er asperges op de menukaart hadden gestaan, zou ik ze hebben genomen.
-Ik zou zeker naar Den Haag zijn gegaan, als het niet zo druk op Koninginnedag was geweest.
-Dit zou zeker nooit gebeurd zijn, als we thuis waren gebleven.
-Als jullie dit plan hadden doorgezet, zouden jullie er bezwaar tegen hebben gehad.
->doorzetten = volhouden, doorgaan
->het bezwaar (de bezwaren) = bedenking, wat men op iets tegen heeft, moeilijkheid, nadeel
-Het kan me niet schelen. = het interesseert me niet, het maakt me niet uit
->schelen = verschillen, verschil maken
-Wat zullen we dit weekend doen?
Zullen we naar de Keukenhof gaan? Het zou wel eens het laatste weekend kunnen zijn dat hij open is.
Zullen we Marianne en Maurits vragen met ons mee te gaan?
Zou je niet even wachten? Ze zouden nog kunnen slapen.
Zal ik dan eerst even gaan tanken? Dan hoeven we dat onderweg niet te doen.
Zou het een goed idee zijn om met de trein te gaan?
Ja, het zal wel druk zijn; er zullen wel veel files staan.
Zullen we even overleggen met Marianne en Maurits?
Zou een van heen een kortingskaart voor de trein hebben?
Dat zou best kunnen. Marianne heeft een hekel aan autorijden; ze neemt vaak de trein.
een hekel aan iemand hebben = iemand heel onaangenaam vinden
een hekel aan iets hebben = het heel vervelend te vinden om ermee te maken te hebben, het te moeten doen e.d.
-Zou zoân kaart ook in het weekend gebruikt kunnen worden?
Met een OV-jaarkaart zal dat niet kunnen.
Ja, nu wel, ze zullen nu wel waker zijn.
Ze zullen over een minuut of tien hier zijn.
Zou het niet leuk zijn om na afloop naar Leiden te gaan? Dat is dichtbij. Zou dat leuke eetcafe er nog zijn?
Ik zal even op internet kijken of het er nog is.
Zouden we moeten reserveren?
Vast, laten we eerst even overleggen. Je zou je GSM mee kunnen nemen, dan kun je later nog reserveren.
Doe ik. Zullen we onze spullen pakken, ze zullen er zo wel zijn.
Daar zijn ze. Zal ik even opendoen? Prima, dan zal ik je jas even pakken.
Zouden we een paraplu mee moeten nemen?
Niet nodig, denk ik. Het zal de hele dag droog blijven.
Ze zullen wel een heerlijke dag hebben.
-repareren = iets dat kapot of beschadigd is, weer in orde maken, herstellen
-de bouwvakker(s) = arbeider die in de bouwsector werkt
-de monteur(s) = vakman die de delen van een machine, auto, elektrische installatie enz. in elkaar zet of repareert
-Hij ontslaat een medewerker. -> Er wordt een medewerker ontslagen.
-Ze hebben 50 mensen ontslagen. -> Er zijn 50 mensen ontslagen.
-Ze dronken daar veel bier. -> Er werd veel bier gedronken.
-Ze communiceren goed. -> Er wordt goed gecommuniceerd.
-Ze communiceerden goed. -> Er werd goed gecommuniceerd.
-Ze hebben goed gecommuniceerd. -> Er is goed gecommuniceerd.
-Ze discussieerden tot âs avonds laat. -> Er werd tot âs avonds laat gediscussieerd.
-presteren = doen, verrichten wat verwacht wordt, uitvoeren
-Je mag hier niet parkeren. -> Er mag hier niet geparkeerd worden.
-Ze moeten een project financieren. -> Er moet een project gefinancierd worden.
-Ze zullen geen toespraken houden. -> Er zullen geen toespraken gehouden worden.
->de toespraak (de toespraken) = het spreken met een groep mensen en wat men dan zegt
-Je kunt plaatsen reserveren. -> Er kunnen plaatsen gereserveerd worden.
-Ze moeten een voorstel doen. -> Er moet een voorstel gedaan worden.
-Je kunt geen vragen stellen. -> Er kunnen geen vragen gesteld worden.
-Ze moeten beter overleggen. -> Er moet beter overgelegd worden.
-Ze mogen hier niet roken. -> Er mag hier niet gerookt worden.
-De voorzitter keurt de notulen meestal goed. -> De notulen worden meestal goed gekeurd.
->keuren = onderzoeken of iemand of iets geschikt of goed is
->afkeuren = iets niet goed vinden of niet goedkeuren, ongeschikt verklaren
->de notulen = schriftelijk verslag van een vergadering
-We hebben alle onderwerpen uitgebreid besproken. -> Alle onderwerpen worden uitgebreid besproken.
->uitgebreid (b.n.) = groot, omvangrijk, uitvoerig
->bespreken = spreken over
-De winkel geeft geen garantie. -> Er wordt geen garantie gegeven.
-de garantie(s) = verzekering dat een product goed is met binnen en bepaalde periode vervanging of gratis reparatie als er iets niet goed is
-de leverancier(s) = iemand die producten levert aan een winkel of bedrijf
-Vorige week beet een grote hond mijn dochtertje in haar been. -> Mijn dochtertje werd vorige week door een grote hond in haar been gebeten.
-De monteur kon het kopieerapparaat repareren. -> Het kopieerapparaat kon door de monteur gerepareerd worden.
->het kopieerapparaat (de kopieerapparaten) = apparaat om (fotografische) kopieën te maken van bladzijden met teksten of afbeeldingen
-We moeten de notulen bespreken. -> De notulen moeten besproken worden.
-Het tuincentrum heeft onze tuin aangelegd. -> Onze tuin is door het tuincentrum aangelegd.
->aanleggen = voorbereiden, maken
-De douane had hun koffers gecontroleerd. -> Hun koffers waren door de douane gecontroleerd.
-de douane = dienst voor het innen van in- en uitvoerrechten, en voor de controle van goederen en reizigers die grens overgaan
-De werknemers hadden de fabriek 3 dagen bezet. -> De fabriek was 3 dagen door de werknemers bezet.
-> bezetten = uit protest een gebouw binnengaan en er blijven
-Mijn vrienden hadden me uitgenodigd voor de opening. -> Ik was door mijn vrienden uitgenodigd voor de opening.
-Hadden jullie de plaatsen op tijd gereserveerd? -> Waren de plaatsen op tijd gereserveerd?
-de assistent(en)/assistente(n) = iemand die bij iets helpt, helper
-Ze slaan de goederen in het magazijn op. -> De goederen worden in het magazijn opgeslagen.
->het magazijn (de magazijnen) = pakhuis, warenhuis
-In die fabriek verwerken ze onze grondstoffen. -> Onze grondstoffen worden in die fabriek verwerkt.
->verwerken = gebruiken bij het maken van iets, omwerken tot iets anders
->de grondstof(fen) = stof die uit de natuur komt en bewerkt moet worden (en gebruikt wordt voor het maken van een product)
-Ze hoeven hun huisje in Frankrijk niet te verkopen. -> Hun huisje in Frankrijk hoeft niet verkocht te worden.
-Ze kunnen de begroting niet in één middag behandelen. -> De begroting kan niet in één middag behandeld worden.
->de begroting(en) = voorlopige schatting van kosten of van inkomsten en uitgaven
->behandelen = bespreken, proberen weer beter te maken, bewerken
-afleveren = bij iemand brengen, vooral iets dat gekocht is
-Ze moesten de openingstijden aanpassen. -> De openingstijden moesten aangepast worden.
->aanpassen = doen passen bij, zorgen dat het ermee in overeenstemming is
-Ze ondernamen onmiddellijk actie. -> Er werd actie onmiddellijk ondernomen.
->ondernemen = beginnen, aanpakken
-Gisteren hebben ze een goede documentaire uitgezonden.
->de documentaire(s) = informatieve film over personen of gebeurtenissen uit de werkelijkheid
->uitzenden = op de radio laten horen of op de televisie laten zien, naar een andere streek of een ander land sturen  Â
-Ze hebben aandachtig geluisterd.
->aandachtig (b.n.) = waarbij men goed oplet
-Ze hebben beweerd, dat de werkgelegenheid niet in gevaar komt.
->beweren = zeggen dat iets zo is, wat niet altijd waar hoeft te zijn
->de werkgelegenheid = situatie waarin er banen zijn voor de mensen
-In het openbaar vervoer mag je niet roken. -> Er mag niet in het openbaar vervoer gerookt worden.
-Ze kunnen niet langer over deze zaak onderhandelen. -> Er kan over deze zaak niet langer onderhandeld worden.
->onderhandelen = iets bespreken met het doel om tot een overeenkomst te komen
-Ze moeten meer informatie over die onderneming inwinnen.
->inwinnen = vragen, proberen te krijgen, inhalen
-Je mag maar 2 liter sterke drank belastingvrij meenemen. -> Er mag maar 2 liter sterke drank belastingvrij meegenomen worden.
-De dokter heeft hem zware medicijnen voorgeschreven.
->voorschrijven = verplichten of aanraden
-Ze kunnen het volgende kwartaal betere resultaten boeken.
-Ze moeten zo snel mogelijk nieuwe computers aanschaffen. -> Er moeten zo snel mogelijk nieuwe computers aangeschaft worden.
->aanschaffen = kopen, zich voorzien van
-In het Haags Gemeentemuseum is onlangs een nieuw werk gepresenteerd: De schilderkunst der Lage Landen.
In dit werk, dat uit drie delen bestaat, wordt een overzicht gegeven van de Nederlandse en Belgische schilderkunst van 1400 tot 2000.
->het overzicht (de overzichten) = beknopte opsomming of weergave van de belangrijkste informatie, ruim uitzicht over een geheel, het begrijpen hoe iets in elkaar zit als groter geheel
De boeken werden geĂŻllustreerd met honderden prachtige afbeeldingen van bekende en minder bekende schilderijen.
->het honderd (de honderden)
In drie delen wordt u meegenomen door belangrijke periodes van de geschiedenis, van de Middeleeuwen, via de Renaissance en de Gouden Eeuw, tot de vernieuwende twintigste eeuw.
->vernieuwen = helemaal nieuw maken of oude delen vervangen door nieuwe
Bij de presentatie op 4 december 2007 werd het werk aangeboden aan Prinses Maxima en Prinses Mathilde.
->aanbieden = zeggen dat iemand iets mag hebben of gebruiken of dat men bereid is iets voor iemand te doen
Het werk is het resultaat van een groot project en werd samengesteld door een groep experts.
->samenstellen = maken of vormen uit verschillende onderdelen
Tijdens de presentatie werd een prachtig lied gezongen met de titel âDe schilderkunst der Lage Landen.â
Volgens deskundigen is met dit werk een lacune in de kunsthistorische literatuur aangevuld.
->de deskundige(n) = iemand die deskundig is, persoon met kennis van zaken, expert
->de lacune(s) = weglating, ontbrekend gedeelte
->aanvullen = toevoegen wat er ontbreekt
-U bent naar de kapper geweest. Uw collegaâs zien iets aan u, maar ze weten niet precies wat er aan u veranderd is.
->de kapper(s) = iemand die als beroep haren knipt en verzorgt
-U vertelt een collega over de vergadercultuur in Nederland.
-U merkt op dat Nederlanders veel koffie drinken.
->besteden = geven, uitgeven, gebruiken, doorbrengen
-een financieel expert inschakelen
->financieel (b.n.) = geld, geldzaken
->inschakelen = vragen om te helpen, betrekken bij
-het bedrag overmaken aan
->het bedrag (de bedragen) = hoeveelheid geld
-diverse organisaties steunen
->divers (b.n.) = verschillend
->bereiken = behalen wat men wil, succes boeken, aankomen op een plaats waar men naartoe wilde, in verbinding komen met
-geen aantekeningen maken
->de aantekening(en) = het aantekenen, opschrijven van bepaalde zaken, verklaring op een diploma of akte die één of meer extra bevoegdheden aangeeft
->tijdig (b.n.) = op tijd, vroeg
->rapporteren = melden, verslag uitbrengen, bericht geven
-Ik wil alle mogelijkheden opschrijven.
Ik probeer de alternatieven op te schrijven.
Schrijf de datum even voor me op.
->opschrijven = neerschrijven op iets, noteren, op de rekening schrijven
->het alternatief (de alternatieven) = een andere mogelijkheid
-We moeten heel goed over dat voorstel nadenken.
Ze beloven heel goed over dat voorstel na te denken.
Denk heel goed over dat voorstel na.
-We adviseren dat voorstel aan te nemen.
->aannemen = laten blijken dat men iets wil hebben dat wordt aangeboden, met zijn handen vastpakken
-Hij vraagt ons die afspraak af te zeggen.
->afzeggen = melden dat iets niet doorgaat of dat men niet komt
-Ze heeft ons beloofd alle mails door te sturen.
->afrekenen = betalen wat men iemand schuldig is
-Is dit boek nog bij te bestellen?
->bijbestellen = extra bestellen
-Loop volgende week maar even binnen.
->binnenlopen = een ruimte in lopen
-Ik heb het formulier met pen ingevuld.
->invullen = opschrijven van gegevens op een formulier e.d.
-We zijn vanmorgen vroeg opgestaan.
-Ze hebben al bijna 10 jaar samengewoond.
-Waarom werken ze altijd tegen?
->tegenwerken = iets proberen te beletten, ervoor zorgen dat iemands plannen of ideeën geen doorgang vinden, dwarsbomen
->uitspreken = in spraakklanken weergeven
-samenvatten = in het kort weergeven, in het kort herhalen
-Hij heeft zijn fout erkend.
->erkennen = zeggen dat iets zo is terwijl iemand dat vaak eerst niet wilde
-Ze hebben het voorstel niet aanvaard.
->aanvaarden = op zich nemen, iets aannemen waar een ander aanbiedt, zeggen dat men het ermee eens is
-De dijk was al eerder doorgebroken. (1)
Gisteren doorbrak hij de stilte met zijn opmerking. (2)
->doorbreken (2) = een opening of een weg breken door, een einde maken aan
->de opmerking(en) = iets wat iemand zegt of opmerkt
->misslaan = slaan, maar niet raken
-Ook de tweede poging mislukt.
->de poging(en) = het pogen, inspanning om iets te bereiken
->mislukken = niet lukken
-Ze heeft zich altijd met interessante mensen omringd.
->omringen = omgeven, omheen staan
zich omringen met = om zich heen verzamelen
-De zon gaat in het westen onder. (1)
Hij heeft een operatie aan zijn knie ondergaan. (2)
->ondergaan (1) = naar beneden zakken, achter de horizon verdwijnen
ondergaan (2) = iets (moeilijks, zwaars) meemaken, met zich laten doen, doorstaan
-In Utrecht stap je in een andere trein over.
->overstappen = met een andere trein, bus e.d. verder reizen
-Ze overtuigen ons met argumenten.
-Ze heeft hem de toekomst voorspeld.
->voorspellen (1) = voor een andere spellen als voorbeeld
voorspellen (2) = zeggen wat er in de toekomst zal gebeuren, profeteren
-Het artikel geeft niet de juiste feiten weer.
->weergeven = tekst e.d. op een andere plaats en/of tijd opnieuw laten horen of zien, ideeën, gevoelens enz. afbeelden of opschrijven
->het feit (de feiten) = daad, gebeurtenis
-Dat heeft hem niet van zijn actie weerhouden.
->weerhouden = tegenhouden bij iets wat iemand wil doen, afhouden van
-doorstaan = lijden, verduren en te boven komen
-voordragen = opzeggen voor een publiek, ten gehore brengen, voorstellen, aanbevelen
-overladen (1) = op een ander vaar- of voertuig laden
overladen (2) = te zwaar belasten
-Hij loopt altijd voor confrontaties weg.
-Ik heb de bijeenkomst uitgesteld.
->de bijeenkomst(en) = het bij elkaar komen, vergadering
->uitstellen = met iets wachten tot een later tijdstip, opschorten, verschuiven
-Ik heb het warm; ik trek mijn jasje uit.
-Ik heb mijn vrienden om 8 uur van het station afgehaald.
->afhalen = iemand, iets van huis, de trein enz. halen
-Mijn broer heeft elke avond tot tien uur doorgewerkt.
->doorwerken = verder werken, snel, hard werken
-Sommige kinderen hebben de letter omgedraaid.
->omdraaien (1) = geheel of gedeeltelijk doen ronddraaien, op de andere kant doen draaien
omdraaien (2) (wederkerend) = zichzelf geheel of gedeeltelijk in een andere richting draaien
-De presentator heeft de gast aangekondigd.
->aankondigen = bekendmaken dat iets zal gebeuren, tegen het publiek, de kijkers e.d. zeggen dat iemand gaat optreden
-Gisteren hebben we met de andere deelnemers kennisgemaakt.
-Gisterochtend heeft de gemeente de waterleiding afgesloten.
->afsluiten = op slot doen, de toevoer versperren, beëindigen
->de waterleiding(en) = buizenstelsel waardoor drinkwater wordt aangevoerd
-De gemeente heeft subsidie voor het festival toegezegd.
-Nederlanders korten veel woorden af.
->afkorten = korter maken, verkort opschrijven
-We moeten onze vakantiespullen vandaag inpakken.
->inpakken = tot een pak maken, in een doos, koffer enz. doen
-Hij wil altijd zijn zin doordrijven.
->doordrijven = tegen de wens van anderen doen of laten gebeuren
zijn zin doordrijven = niet zolang volhouden tot met zijn zin krijgt
-Hij ondermijnt het beleid.
->ondermijnen = ondergraven, schade aan iets toebrengen, verzwakken
->het beleid = manier van besturen
-We aanvaardden alle voorwaarden vorige maand.
->de voorwaarde(n) = eis of beperking die iemand van tevoren stelt, conditie, beding
-De vakbond doorbreekt de impasse.
->de vakbond(en) = bond van vakgenoten met het doel de arbeidsvoorwaarden te verbeteren of te behouden, vakvereniging
->de impasse(n/s) = doodlopende straat, moeilijke situatie waar men niet uit kan komen, die men niet kan oplossen
-Op het nippertje voorkomt de chauffeur het ongeluk.
->het nippertje = kantje, laatste ogenblik
op het nippertje = nog net
->voorkomen (1) = voor de deur komen, gebeuren
voorkomen (2) = zorgen dat iets niet gebeurt, met woorden of daden vlugger zijn dan een ander
->het ongeluk (de ongelukken) = gebeurtenis waarbij iets kapotgaat of iemand gewond raakt of sterft
->de chauffeur(s) = bestuurder van een auto, bus of vrachtwagen
-Deze ziekte kwam 10 jaar geleden niet  in Nederland voor.
-De cliënt ondertekende het contract gisteren.
->ondertekenen = zijn handtekening, naam onder iets zetten
->het contract (de contracten)
-Mijn oom komt voor de familiereĂŒnie uit AustraliĂ« over.
->overkomen (1) = over iets heen gaan, ergens anders vandaan als gast komen, en bepaalde indruk maken
overkomen (2) = onverwachts gebeuren, te boven komen
-Het voorstel van de directie komt goed bij het personeel over.
-Hij brengt een half jaar in het buitenland door.
->doorbrengen = besteden, verkwisten
-Ze overziet de situatie niet.
->overzien (1) = nakijken, inkijken, nog een keer doornemen
overzien (2) = in zijn geheel zien, berekenen, over het hoofd zien
-Hij omschrijft het probleem wat duidelijker.
->omschrijven = in woorden uitleggen wat iets is
-De dorpen in Limburg loopt na de zware regenval onder.
->onderlopen = overstroomd worden
->de regenval = hoeveelheid regen die op een plaats valt
-Hij kijkt ons nooit recht aan.
->aankijken = in de ogen kijken, kijken en afwachten
-Pas op, je glas valt dadelijk om.
->omvallen = uit een staande positie vallen, uit zijn evenwicht vallen, van banken, bedrijven e.d. failliet gaan
->dadelijk (b.n.) = Â meteen, direct, over korte tijd
->oppassen = opletten, uitkijken, zich netjes gedragen
-We hebben de gasten in een hotel ondergebracht.
->onderbrengen = onderdak bezorgen, een geschikte plaats geven
-Hij heeft mij van een stommiteit weerhouden.
->de stommiteit = het dom-zijn
-Ze heeft hem van haar gelijk overtuigd.
-Veel deskundigen hebben deze ramp voorspeld.
->de ramp(en) = heel groot ongeluk, dat vaak een grote groep mensen tref
-Hij heeft zich bij de universiteit aangemeld.
->aanmelden (wederkerend) = zichzelf opgeven voor iets, zeggen dat men mee wil doen
-voorzien = verwachten, zorgen voor, ervoor zorgen dat iemand krijgt wat hij nodig heeft
-Jullie hebben het probleem enorm overdreven.
->overdrijven (1) = voorbijtrekken, naar de overkant drijven
overdrijven (2) = te ver gaan in iets wat men doet, het in te sterke mate doen, een te sterke of gekleurde voorstelling van iets geven
-(met de catering) afspreken
-(de hapjes) uitzoeken = Â bekijken en kiezen welke men wil, sorteren, proberen te regelen
->inhuren = tijdelijk in dienst nemen
-(met de personeelsvereniging) samenwerken
-Moet ik dit shirt ruilen?
->ruilen = geven in de plaats van iets anders, verwisselen
-Wanner moet hij dit rapport inleveren?
->het rapport (de rapporten) = verslag dat wordt uitgebracht in opdracht, verslag van de resultaten van een scholier, melding aan een superieur
->inleveren = afgeven, bezorgen bij een daarvoor bestemde plaats of persoon
-Ik kan hem niet bereiken. -> Ik heb hem niet kunnen bereiken.
-We mogen hier niet filmen. -> We hebben hier niet mogen filmen.
-Hij hoeft geen beslissing te nemen. ->Hij heeft geen beslissing hoeven nemen.
-Hij kan zijn gedrag niet verklaren. -> Hij heeft zijn gedrag niet kunnen verklaren.
->het gedrag (de gedragingen) = manier waarop iemand zich gedraagt
->verklaren = de betekenis, de bedoeling uitleggen
-Hoor je de kinderen thuiskomen? -> Heb je de kinderen horen thuiskomen?
-Ik zie hem naar buiten lopen. -> Ik heb hem naar buiten zien lopen.
-Hij voelde het aankomen. -> Hij heeft het voelen aankomen.
-Ze blijven de hele dag werken. -> Ze zijn de hele dag blijven werken.
-Ze gaat bij een collega eten. -> Ze is bij een collega gaan eten.
-Peter komt de papieren halen. -> Peter is de papieren komen halen.
-Gaan jullie dit weekend zeilen? -> Zijn jullie dit weekend gaan zeilen?
-Hij bleef lunchen. -> Hij was blijven lunchen.
-We laten het jullie zo snel mogelijk weten. -> We hebben het jullie zo snel mogelijk laten weten.
-Ze leerde hem correct schrijven. -> Ze had hem correct leren schrijven.
-We helpen hem opruimen. -> We hebben hem helpen opruimen.
-Hij komt de computer ophalen. -> Hij is de computer komen ophalen. / Hij is de computer op komen halen.
-Ze zaten de hele middag te vergaderen. -> Ze hadden de hele middag zitten vergaderen.
-Ze staan uren te wachten. -> Ze hebben uren staan wachten.
-Hij ligt in de tuin te slapen. -> Hij heeft in de tuin liggen slapen.
-Ze loopt op de gang te bellen. -> Ze heeft op de gang lopen bellen.
-Mijn collega durft het niet te zeggen. -> Mijn collega heeft het niet durven zeggen.
-Hij probeert Nederlands te spreken. -> Hij heeft geprobeerd Nederlands te spreken.
-Hij begint een presentatie te houden. -> Hij is begonnen een presentatie te houden.
-Ze besluit contact op te nemen. -> Ze heeft besloten contact op te nemen.
->met iemand contact opnemen = iemand bellen of schrijven
-We beloven hem te sponsoren. -> We hebben beloofd hem te sponsoren.
-Ik vraag je morgen te komen. -> Ik heb je gevraagd morgen te komen.
-Jullie konden dat document vanmorgen corrigeren. -> Jullie hadden dat document vanmorgen kunnen corrigeren.
->corrigeren = verbeteren, nakijken, bijv. door een leraar van huiswerk van leerlingen
-Het begon om 2 uur te regenen. -> Het was om 2 uur begonnen te regenen.
-Ze vraagt hem de tekst te schrijven. -> Ze heeft hem gevraagd de tekst te schrijven.
-Je beloofde met me mee te gaan. -> Je had beloofd met me mee te gaan.
-Heeft hij zijn paspoort verlengd? -Ja, hij heeft het laten verlengen.
-Heeft Pieter jullie geld geleend? -Nee, hij heeft ons geen geld willen lenen.
-Heb je je ingeschreven voor de cursus? -Ja, ik heb me kunnen inschrijven.
->inschrijven (wederkerend) = zich registreren (in een gemeente e.d.), zich opgeven (voor een cursus e.d.)
-Is Anna al verhuisd? -Ja, ik heb haar helpen verhuizen.
-Heeft hij lang op de trein gewacht? -Nee, hij heeft maar even staan wachten.
-Heeft hij de marathon gelopen? -Nou, ik heb hem niet zien lopen.
-Heb je naar die horrorfilm gekeken? -Nee, ik heb niet durven kijken.
-Hebben jullie concessies gedaan? -Ja, we hebben concessies moeten doen.
->de concessie(s) = het gedeeltelijk toegeven
-Is je horloge gerepareerd? -Ja, ik heb het laten repareren.
-Heeft Paul Potts mooi gezongen? -Nou, ik heb hem wel eens beter horen zingen.
-Probeert hij u te overtuigen? -> Heeft hij geprobeerd u te overtuigen?
-Ik vraag de controller het resultaat te berekenen. -> Heb ik de controller gevraagd het resultaat te berekenen?
->de controller(s) = iemand die over bedrijfseconomische zaken adviseert of daarin het beleid bepaalt
->berekenen = uitrekenen, in rekening brengen, laten betalen
-Ze besluit de baan te accepteren. -> Heeft ze besloten de baan te accepteren?
-De sponsor belooft de bijdrage snel te storten. -> Heeft de sponsor beloofd de bijdrage snel te storten?
->de bijdrage(n/s) = iets wat of hulp die men geeft, geschreven stuk, artikel
->storten = neergooien, geld op een rekening zetten, naar een rekening sturen
-De secretaresse begint de dossiers te sorteren. -> De secretaresse is begonnen de dossiers te sorteren.
->de secretaresse(n/s) = vrouw die correspondentie en telefoongesprekken afhandelt en afspraken regelt
 ->het dossier (de dossiers) = alle documenten die bij een (rechts)zaak horen, alle (proces)stukken
->sorteren = uitzoeken, schiften, soort bij soort leggen
-Mijn collega vergeet zijn bestanden op te slaan. -> Mijn collega heeft vergeten zijn bestanden op te staan.
-Waar heeft u met een computer leren omgaan?
-Na het eten is de buurman een praatje komen maken.
Het is heel gezellig, maar ik heb hem niet durven vragen ook op tijd weg te gaan.
Uiteindelijk is hij toch opgestaan.
-Daarna heb ik nog een paar telefoontjes moeten plegen.
->plegen (1) = verrichten doen
plegen (2) = als gewoonte hebben, gewoonlijk doen
-Na een uurtje heb ik een beetje lopen opruimen.
Ik heb een tijdje staan kijken naar de volle maan.
Ik heb de hele tuin kunnen zien in het prachtige blauwe licht.
Ik heb een hond horen blaffen en ik heb een wandelaar op straat gezien.
->de wandelaar(s) = iemand die wandelt
-Ik heb besloten ook een kleine avondwandeling te maken.
Na een half uurtje heb ik de eerste regendruppels op mijn gezicht voelen vallen.
->de druppel(s) / de droppel(s) = klein, bolvormig vloeistofdeeltje
-Ik ben weer naar huis gelopen en nog een tijdje wat televisie zitten kijken.
Ik ben om een uur of elf naar bed gegaan.
Ik heb nog even wat liggen lezen en daarna heb ik het licht uit gedaan.
-We willen graag in mei met vakantie (gaan).
-Je hoeft niet helemaal naar de supermarkt (te gaan), ik breng het wel mee.
-Hij wil graag met je mee (gaan) naar de film.
-Mag ik je pen even (hebben)?
-Hij hoeft pas aan het einde van de maand naar Amerika.
Zal ik de deur voor je opendoen?
We zullen volgende week contact met u opnemen.
->opnemen = vaststellen en optekenen
-opsturen = naar iemand sturen per post
-zeuren = steeds maar blijven praten over hetzelfde onderwerp of iets voor elkaar proberen te krijgen door er steeds maar om te vragen
->Het kind zeurt nu al een uur om een ijsje.
-overwerken (1) = langer werken dan de vaste arbeidstijd
overwerken (2) (wederkerend) = door te hard werken de eigen gezondheid schaden
-schaden = schade, nadeel veroorzaken
-Ik hoef geen geld te wisselen.
->wisselen = geld van de ene geldsoort geven en van een andere terugkijken
Nee, je hoeft morgen niet te komen.
-Moet hij morgen naar Amsterdam?
->Nee, hij hoeft alleen maar vandaag naar Amsterdam.
-Moeten ze hun huis verhuren?
Nee, ze hoeven hun huis niet te verhuren.
-Moet u nog boodschappen doen?
Nee, ik hoef pas in het weekend boodschappen te doen.
->de modezaak (de modezaken) = winkel die modeartikelen, vooral kleding, verkoopt
-Mevrouw, mag ik deze trui even passen?
Ik wil een 42 hebben. Dit is maat 40.
We hebben dit model ook in 42.
Hebt u dit model ook in het blauw?
Nee, maar wel in het bruin en in het groen.
Deze kleur staat mij goed, vind ik.
Ik neem ze allebei. Mag ik ze ruilen?
Nee, dat kan helaas niet. Ze zijn afgeprijsd.
->afprijzen = de prijs van iets verlagen
-Vorig jaar mochten wij met het hele gezin op wintersport.
Het was voor ons de eerste keer, gelukkig konden we skiâs en skikleding lenen van onze vrienden.
We wilden natuurlijk geen been breken, dus hadden we eerst skilessen genomen.
De kinderen konden het al snel, maar mijn vrouw en ik moesten meer ons best doen.
Pas na 10 lessen mochten we van de ski-instructeur van de steile helling af.
->steil (b.n.) = bijna loodrecht naar beneden
->de helling(en) = het hellen, schuine stand, stuk terrein dat omhoog loopt of omlaag
-Eindelijk was het zover! We waren vroeg opgestaan, omdat we niet in de file wilden staan.
->zover (bijwoord) = tot een bepaald punt, zo ver, zo veel
-De skiâs hadden we de avond voor ons vertrek al op de auto vastgemaakt, dan hoefden we dat âs ochtends niet meer te doen.
Na het ontbijt konden we meteen wegrijden.
We wilden graag voor de avond in Zwitserland aankomen, dus we stopten niet vaak.
We hoefden geen vignet meer te kopen voor de Zwitserse snelwegen, dus bij de grens mochten we doorrijden.
->het vignet (de vignetten) = sticker met afbeelding als teken dat men ergens voor betaald heeft
-Om 8 uur kwamen we aan. Het was al donker en we wilden het liefst meteen gaan slapen.
We moesten natuurlijk eerst de auto uitpakken.
Toen ik de skiâs van de auto af wilde pakken, kon ik mijn ogen niet geloven. Ze waren weg!
We begrepen er niets van. We hadden ze toch stevig vastgemaakt!
Wat moesten we nu doen? Zonder skiâs konden we weinig beginnen!
De volgende ochtend vertelden we de hoteleigenaar dat we graag skiâs wilden huren. Helaas waren er geen skiâs meer te huur.
We hebben toch een heerlijke vakantie gehad. De kinderen hadden heel veel plezier met hun slee. Die mochten ze van de hoteleigenaar gebruiken.
En mijn vrouw en ik? Wij konden eindelijk een beetje uitrusten van die vermoeiende skilessen op kunstsneeuw.
->uitrusten = rusten totdat men niet meer moe is
->vermoeiend (b.n.) = moe makend
-We hoefden helemaal niets te doen en met een biertje wandelen, lezen en wijn drinken, konden we in ieder geval geen been breken!
-Ze mogen gebruik maken van zijn expertise. -> Ze hebben gebruik mogen maken van zijn expertise.
->het gebruik (de gebruiken)
-Ik kan zijn naam nooit onthouden. -> Ik heb zijn naam nooit kunnen onthouden.
->onthouden = niet vergeten
-Moet je je voorbereiden? -> Heb je je moeten voorbereiden?
-Ik wil je natuurlijk niet beledigen. -> Ik heb je natuurlijk niet willen beledigen.
->beledigen = dingen zeggen of doen die de eer van iemand aantasten
-Hij hoeft zich niet te verantwoorden. -> Hij heeft zich niet hoeven verantwoorden.
-Mag je hem eigenlijk wel helpen? -> Heb je hem eigenlijk wel mogen helpen?
-Hij wil het bestand eerst opslaan. -> Hij heeft het bestand eerst willen opslaan.
->het bestand (de bestanden) = aantal dat of hoeveelheid die ergens aanwezig is
-Moet er een tuin/balkon bij zijn of hoeft dat niet?
-> het balkon (de balkons)
-Mag het huis in de stad staan of wilt u liever buiten wonen?
-Mag het een rijtjeshuis zijn? Of wilt u liever een vrijstaand huis?
->overleggen (1) = tonen, laten zien
overleggen (2) = over iets nadenken met anderen, iets bespreken met anderen
-Ik blijf niet aan het waarschuwen.
-Hij is bezig een nieuw project te begeleiden.
->begeleiden = samengaan, ondersteunen, helpen, richting geven
-Ze is heel druk bezig alle gegevens in te voeren.
->invoeren = product halen uit het buitenland om ze te gebruiken in eigen land, importeren
-Ze staan op de trein te wachten.
-Hij is een sollicitatiebrief aan het schrijven.
->de sollicitatiebrief (de sollicitatiebrieven) = brief waarin men naar een betrekking dingt, waarin men solliciteert
->de sollicitatie(s) = bericht, zoals een brief of email, waarin men solliciteert
-De presentator is de spreker aan het introduceren.
De spreker staat een speech te houden.
->de speech (de speeches / de speechen) = toespraak
-Een bezoeker is het programma aan het bekijken.
->de bezoeker(s) = iemand die een bezoek brengt
-Een man loopt koffie te halen.
Een vrouw zit soep te eten.
Het publiek is aandachtig aan het luisteren.
De technicus is het geluid aan het regelen.
->de technicus (de technici) = specialist die zich bezighoudt met de techniek
-de nota (de notaâs) = rekening, geschreven bericht waarin iets wordt bekendgemaakt
-het schip -> de schepen -> het scheepje
-het centrum -> de centra
-de politicus -> de politici
-de industrie -> de industrieën
-de strategie -> de strategieën
-de provincie -> de provincies
-de gracht -> de grachten
-het product -> de producten
-In het voorjaar komen er weer bladeren aan de bomen.
-Hij had veel moeilijkheden op zijn werk.
-In de haven van Rotterdam komen veel grote schepen.
-Bij het ontbijt eet ik graag eieren.
-Problemen zijn er om opgelost te worden.
-De Olympische Spelen in Sydney waren een fantastisch evenement.
->het evenement (de evenementen) = belangrijke gebeurtenis, vooral op sportief of cultureel gebied
-Nederland heeft een aanzienlijk aantal medailles gewonnen.
->aanzienlijk (b.n.) = behoorlijk groot
-Vooral de zwemmers hebben grote successen behaald.
->het succes (de successen)
-Bekende en onbekende landgenoten hebben dagen of zelfs weken in Australië doorgebracht.
->de landgenoot (de landgenoten) = iemand die in hetzelfde land woont of uit hetzelfde land komt
-Ze kwamen terug met verhalen over de gastvrijheid van de Australiërs, de bijzondere dieren, zoals kangoeroes en haaien en de prachtige accommodaties.
->de gastvrijheid = het gastvrij zijn
->de kangoeroe = Australisch dier met een lange staart en een buidel en zeer grote en krachtige achterpoten en kleine voorpoten
-Het is een moeilijk dilemma, maar het is belangrijk dat we ons realiseren dat er bij dilemmaâs ook vaak een tussenoplossing is.
->het dilemma (de dilemmaâs)
->realiseren (1) = maken dat iets werkelijkheid wordt, tot stand brengen
realiseren (2) (wederkerend) = goed begrijpen, goed beseffen
->de tussenoplossing = tijdelijke oplossing, oplossing die een compromis is tussen twee mogelijkheden
-Er zit een gat in het dak. We moeten het zo snel mogelijk repareren, voordat er nog meer gaten ontstaan.
-Er zit geen blad meer aan de boom. En al die bladeren liggen in onze tuin!
-Het centrum van onze stad is vernieuwd. Is het jou ook opgevallen, dat de centra van de meeste steden erg op elkaar lijken?
->opvallen = in het oog lopen, de aandacht trekken
-Bij de vergaderingen in ons bedrijf valt het mij altijd op, dat mijn collegaâs zo slecht naar elkaar luisteren.
Het lijkt wel alsof mensen alleen maar wachten tot de andere medewerkers zijn uitgesproken zodat zij hun zegje kunnen doen over bepaalde themaâs.
Het is dan ook belangrijk dat voorzitters ook goede gespreksleiders zijn.
Zo kun je voorkomen, dat besprekingen eindeloze aangelegenheden worden.
->de aangelegenheid = zaak, kwestie
-Vooral bij internationale organisaties, waar mensen van verschillende nationaliteiten met elkaar overleggen, moet deelnemers voldoende tijd krijgen om hun verhalen te doen.
->voldoende (b.n.) = toereikend, genoeg, bevredigend
-In de verslagen van dergelijke besprekingen, is het niet nodig de bijdragen van de sprekers woordelijk op te nemen.
->dergelijk (voornaamwoord) = zoals eerder genoemd, zulk
->woordelijk (b.n.) = woord voor woord, letterlijk
-Het volstaat actiepuntenlijsten te maken waarop iedereen kan lezen, wat er van hem wordt verwacht.
-Mijn bureaulades liggen vol met stencils die op romans lijken, zoveel staat erin geschreven: âEn toen zei hij, waarop zij reageerde met...â
->de roman(s) = verzonnen verhaal in boekvorm van betrekkelijk grote lengte
->reageren = iets zeggen of schrijven naar aanleiding van iets wat gezegd of geschreven is
-Laten we ons tot de conclusies beperken, stel ik voor, dat bespaart papier en veel ergernissen.
->beperken (1) = binnen bepaalde grenzen brengen of houden
beperken (2) (wederkerend) = niet te uitvoerig worden
zich tot iets beperken = iets doen een daarbij andere dingen niet doen
->besparen = (uit zuinigheid) minder uitgeven
->de ergernis(sen) = het zich ergeren, irritatie, iets waaraan men zich ergert
Hij maakt het winnende doelpunt.
->het doelpunt (de doelpunten) = punt, doordat bal, puck e.d. in het doel van de tegenstander terechtkomt, goal
-Het Nederlandse water is veilig drinkbaar.
-55-plussers vinden moeilijk een baan.
-Olie en gas zijn belangrijke exportmiddelen.
-Ze is Engelse en ze is computerprogrammeur.
-Vanmorgen hoorde ik op nieuws, dat er in Sophia Kinderziekenhuis een baby was gestolen.
Het ging om een vier dagen oud meisje genaamd Valerie.
->genaamd (b.n.) = die zo heet, met de naam of bijnaam
-De baby verdween rond half elf.
Valerie was in een kinderwagen gelegd een meegenomen door een onbekende vrouw.
Het meisje had nog een infuus in arm, maar was niet ziek.
->het infuus (de infuzen) = het langzaam inspuiten van een vloeistof, apparatuur waarmee dit gebeurt
-De politie had een goed signalement van de vrouw en startte onmiddellijk een massale zoekactie.
->massaal (b.n.) = in een massa, een groot geheel, grote hoeveelheid of aantallen voorkomend
-Alle organisaties die in Rotterdam veel ogen op straat hebben, zoals taxichauffeurs en conducteurs en chauffeurs van openbaar vervoerbedrijf RET, werden gewaarschuwd.
De politie zelf was met een helikopter een vijftien wagens aan het zoeken.
Een uur later werd een vrouw met een baby aangetroffen op Coolsingel in het centrum van Rotterdam.
->aantreffen = toevallig vinden
-Volgens de woordvoerder van het ziekenhuis is er geen relatie tussen de vrouw en de baby.
->de woordvoerder(s) = iemand die namen anderen spreekt
-Het ziekenhuis start op zeer korte termijn een onderzoek naar het incident.
->de termijn (de termijnen) = tijdruimte, dag waarop of tijdvak waarbinnen iets moet plaatsvinden
op korte termijn = snel, binnenkort
-Ook zal de beveiliging van de afdeling onder de loep worden genomen.
->de beveiliging = de bewaking
->de loep(en) = (hand)vergrootglas in een montuur
onder de loep nemen = nauwkeurig bestuderen
-Mensen kunnen in principe de kraamafdeling alleen binnenkomen met een pasje.
->het principe (de principes) = werkend beginsel, stelregel
->de kraamafdeling(en) = afdeling van een ziekenhuis waar vrouwen bevallen een daarna enige tijd verblijven
->het pasje = betaalpas, pinpas e.d.
-Maar hij zou zelf ook voor een vrouw met een kinderwagen de deur opengehouden hebben.
-In de krant wordt vaak geschreven over de gebeurtenis die ongewoon is.
->ongewoon (b.n.) = abnormaal, niet gewend
-Soms is het niet duidelijk, of het verhaal wel echt gebeurd is.
Vorige week las ik een bericht over een man, die jarenlang onschuldig in een gevangenis had gezeten.
Na twintig jaar werd zijn onschuld bewezen en kon hij terug naar huis.
->de onschuld = het niet schuldig zijn
->bewijzen = aantonen dat iets waar is, betonen
-Het was niet gemakkelijk na zoveel tijd weer een nieuw leven op te bouwen.
->gemakkelijk (b.n.) = eenvoudig, simpel
-Het was moeilijk een huis en een baan te vinden en een de draad weer op te pakken.
->de draad (de draden) = samenhang in een betoog of vertelling, een leven, een ontwikkeling e.d.
de draad weer opnemen/oppakken = aansluiten bij het eerder vertelde of gebeurde of de eerdere situatie
->oppakken = gevangennemen, zien, begrijpen en ermee verdergaan of er iets aan doen
-Drie maanden na thuiskomst kreeg de ex-gevangene een brief van de overheid met een rekening voor twintig jaar kost en inwoning.
->de thuiskomst = het thuiskomen
->de gevangene(n) = iemand die van zijn vrijheid beroofd is, iemand die in de gevangenis is opgesloten
->de overheid (de overheden) = geheel van instellingen die gezag uitoefenen over de inwoners van een gebied of staat, zoals een regering of gemeentebestuur
->de inwoning = het inwonen
met kost en inwoning = met eten en woonruimte
-De vermeende crimineel zat immers onterecht in cel!
->vermeend (b.n.) = verondersteld, gewaand
->de crimineel (de criminelen) = misdadiger
->immers (voegwoord) = dat is toch zo, tenminste
->onterecht (b.n.) = niet juist, niet met recht
->de cel(len) = kamertje, vooral in een gevangenis of een klooster
-In de Nederland kun je bijna overal uitgaan.
->uitgaan = vanuit zijn huis naar buiten gaan
-Er zijn bars, cafés, restaurants en bioscopen, maar je kunt ook naar een schouwburg of een muziekcentrum.
->de schouwburg(en) = gebouw waar toneelvoorstellingen e.d. worden vertoond
-Je kunt ad hoc besluiten naar een schouwburg te gaan om een voorstelling bij te wonen of je kunt een abonnement nemen bij de schouwburg.
->ad hoc (b.n.) = voor dit speciale geval
->de voorstelling(en) = afbeelding, opvoering van een toneelstuk, vertoning van een film e.d.
->bijwonen = aanwezig zijn bij, beleven, meemaken
->het abonnement (de abonnementen) = het geabonneerd zijn op iets
-Het nemen van een abonnement is ideaal als je zeker wilt zijn van een plaats in de zaal.
->zeker willen zijn van iets
-Aan het begin van het seizoen is het erg druk op de websites van de schouwburgen en de muziekcentra.
Veel mensen schrijven zich via een abonnement in voor het bijwonen van diverse voorstellingen.
Soms heb je geluk en kun je naar een voorstelling, maar soms ben je te laat om de door jou gewenste voorstelling bij te wonen.
->gewenst (b.n.) = verlangd, wenselijk
-De meeste schouwburgen hebben een wachtlijst.
-Als je op een wachtlijst staat, heb je kans alsnog in aanmerking te komen voor een kaartje.
->alsnog (bijwoord) = nu nog, toch nog
->de aanmerking(en) = afkeurende opmerking
in aanmerking komen voor iets = geschikt gevonden worden, kans hebben dat men het krijgt
-Maar soms vis je toch achter het net!
->het net (de netten) = vistuig van geknoopt touw
->achter het net vissen = te laat komen, zijn kans voorbij laten gaan
-De naam van het Nederlandse volkslied is Wilhelmus.
->het volkslied (de volksliederen) = nationaal lied van een land
-Men denkt dat het volkslied is geschreven rond 1570 door een onbekende dichter.
->de dichter(s) = iemand die gedichten maakt
-De muziek is waarschijnlijk afkomstig uit Frankrijk.
->afkomstig (b.n.) = waar iets of iemand vandaan komt
-Met Wilhelmus bedoelt men Willem van Oranje, de vader des vaderlands en de leider van de Nederlandse opstand tegen Spaanse koning Filips II.
->des (verouderd) = tweede naamval van de, mannelijk, en van het
->vaderlands (b.n.) = van het vaderland
->de opstand(en) = actief verzet, vaak door een grote groep mensen, tegen een (social of politieke) situatie of omstandigheden
-In de 18e eeuw is de melodie tijdelijk veranderd in een vrolijker klinkende marsmelodie.
->tijdelijk (b.n.) = voor beperkte tijd
->de melodie (de melodieën)
->de mars(en) = stevige voettocht, vooral van militairen, muziekstuk in 2/4 of 4/4/ maat, in een tempo waarop men stevig kan lopen
-De jonge Mozart heeft tijdens zijn verblijf in de Nederland de marsmelodie gebruikt als de basis voor zijn variaties op Wilhelmus.
-In 1815, als het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden (inclusief België) gevormd wordt, kiest men niet het Wilhelmus als het volkslied, maar een ander lied.
->het koninkrijk (de koninkrijken)
-In 1832, na de afscheiding van België, wordt het Wilhelmus uiteindelijk gekozen als het volkslied.
-Wilhelmus is het oudste lied ter wereld dat het volkslied is geworden.
-De tekst van het Japanse volkslied is veel ouder, maar de melodie is van de recentere datum.
->recent (b.n.) -> recenter
-Veel mensen klagen over het volkslied.
Men vindt de tekst gedateerd en niemand kan de vijftien coupletten onthouden.
->dateren = een datum geven, de ouderdom bepalen van
->het couplet (de coupletten) = elk van de delen waarin een gedicht of lied is onderverdeeld
-Toch is het populair, vooral bij sportevenementen zoals voetbal, wielrennen en schaatsen.
->wielrennen = hardrijden op de fiets als sport
-Het eerste couplet kunnen de meeste mensen wel meezingen.
Er zijn zelfs shirts te koop met op de achterkant de tekst van het lied, zodat iemand die achter het persoon met de tekst op rug staat de tekst kan meezingen!
-De snelweg wordt verbreed.
->verbreden = breden maken of worden
-de maatschappij(en) = samenleving, het overkoepelende sociale en politieke systeem waarin mensen leven
-de heerschappij = macht, het heersen
-de stem -> het stemmetje
-de tirade(s) = woordenvloed met een verwijt of klacht, fel betoog waarin iemand duidelijk maakt dat hij boos of ontevreden over iets is
-de leeuw(en) -> het leeuwtje
-de ster -> het sterretje
-de duim(en) -> het duimpje = korte, dikke vinger naast de wijsvinger
-de vergiffenis = het iemand niet meer kwalijk nemen van iets slechts wat hij heeft gedaan, kwijtschelding, genade
-de droefenis = droevige, trieste stemming
-de vreugde(n/s) = gevoel als iemand ergens gelukkig en blij over is, blijdschap
-het welzijn = gezondheid en het zich geestelijk goed voelen
-het verdriet = gevoel van ongelukkig te zijn omdat er iets erg gebeurt of gebeurd is
-het medelijden = het meeleven met en droefheid over het lot van een ander
-het voorgevoel (de voorgevoelens) = idee of gevoel vooraf dat iets zal gebeuren
-het vooroordeel (de vooroordelen) = voorbarig, meestal afwijzend oordeel
-het ontzag = eerbied, bewondering
-het respect = waardering en eerbied, opzicht, betrekking
-het vertrouwen = geloof in de eerlijkheid en de goede bedoelingen van iemand, hoop en geloof dat iets goed zal gaan
-het zelfvertrouwen = vertrouwen in eigen waarde en kunnen
-het bewijs (de bewijzen) = iets, zoals een feit of voorwerp, dat aantoont dat iets waar is
-het legitimatiebewijs (de legitimatiebewijzen) = bewijs dat iemand de persoon is voor wie hij zich uitgeeft, bijv. een paspoort of rijbewijs
-het onderwerp (de onderwerpen) = daar waarover een tekst, gesprek, kunstwerk e.d. gaat
-het plaatsbewijs (de plaatsbewijzen) = kaartje dat recht geeft op een plaats (in een bioscoop, theater, trein, bus enz.)
-het ticket (de tickets) = toegangsbewijs, plaatsbewijs, bijv. voor een schip of vliegtuig, of voor een voorstelling
-het stembiljet (de stembiljetten) = biljet waarop men bij een verkiezing moet invullen op wie men stemt
-het tijdschrift (de tijdschriften)
-het schrift (de schriften) = manier van schrijven, handschrift
-het dagblad (de dagbladen) = krant die iedere dag verschijnt
-het weekblad (de weekbladen) = tijdschrift dat één keer per week verschijnt
-het journaal (de journalen)
-het verslag (de verslagen) = rapport, bericht over een onderwerp of over hoe iets gelopen is
-het trefwoord (de trefwoorden) = titelwoord, woord waaronder men iets opzoekt in een woordenboek, encyclopedie, catalogus enz.
-het voorwoord (de voorwoorden) = korte tekst vóór in een boek, waarin de schrijver bijv. mensen bedankt
-het uittreksel (de uittreksels) = kort overzicht van de inhoud van iets, samenvatting
-het testament (de testamenten) = officieel document dat iemand door een notaris laat maken een waarin staat wat er met zijn geld en bezittingen moet gebeuren na zijn dood
-het spreekwoord (de spreekwoorden) = kernachtig, soms rijmend volksgezegde, met een algemene waarheid of wijze les
-het kladblok (de kladblokken) = blok kladpapier
-de stempel(s) = voorwerp waarin woorden, cijfers of merktekens zijn uitgesneden, die op of in een onderlaag overgedrukt kunnen worden
-het stempel (de stempels) = afdruk, indruk van een stempel
-het schema (de schemaâs /de schemata) = eenvoudige voorstelling, soms getekend of in een tabel, van hoe iets verloopt of hoe iets werkt
-het pak (de pakken) = iets dat ingepakt is, dikke laag, kostuum
-het vlakgom/vlakgum = stuk gom of plastic om inkt of potlood van papier weg te wrijven
-het schilderij (de schilderijen)
-het portret (de portretten) = afbeelding, zoals een schilderij of foto, van iemand, vooral van iemands gezicht
-het pictogram (de pictogrammen)
-het symbool (de symbolen)
-het vierkant (de vierkanten)
-het uitroepteken (de uitroeptekens)
-het vraagteken (de vraagtekens)
-het paspoort (de paspoorten)
-het gebed = het bidden tot God of een god
-het offer (de offers) = gave aan God of een godheid
-het gebit (de gebitten) = tanden en kiezen
-het gebod (de geboden) = bevel, voorschrift dat iemand iets moet doen
-het gedeelte (de gedeelte(n/s)) = een onderdeel, een stuk van iets
-het onderdeel (de onderdelen) = deel van een geheel
-het werelddeel (de werelddelen) = continent
-het gedrag (de gedragingen)
-het geduld / het ongeduld
-het gehakt = fijngehakt of gemalen vlees
-het geheugen (de geheugens) = het vermogen om feiten enz. te onthouden
-het gehoor = het zintuig waarmee men hoort, het horen van geluiden
-het geraamte (de geraamte(n/s)) = geheel van de botten van ene mens of dier, skelet
-het skelet (de skeletten) = geraamte van dier of mens, ook van planten en van gebouwen
-het gevecht (de gevechten)
-het geweer (de geweren) = draagbaar vuurwapen met een lange loop
-het zwaard (de zwaarden)
-het schot (de schoten) = keer dat iemand schiet, vooral met een vuurwapen
-het leger (de legers) = de strijdkrachten te land
-het gewricht (de gewrichten) = verbindingsstuk waardoor beenderen kunnen bewegen ten opzichte van elkaar
-het gezelschap (de gezelschappen) = aantal personen bij elkaar, het bij iemand of bij anderen zijn
-het verzoek (de verzoeken) = vraag om iets
-het belang (de belangen) = wat iemand raakt omdat zijn voordeel ermee gemoeid is of omdat het zijn nieuwsgierigheid, genegenheid e.d. wekt
-het ideaal (de idealen) = voorstelling van iets in een toestand van volmaaktheid, iets wat iemand graag wil bereiken omdat hij denkt dat het heel goed zou zijn
-het raadsel (de raadselen / de raadsels)
-het besluit (de besluiten)
-het bedrag (de bedragen) = hoeveelheid geld
-het aantal (de aantallen) = hoeveel exemplaren, personen e.d. er in een bepaalde situatie zijn
-het getal (de getallen) = hoeveelheid, aantal, hoeveel er van iets zijn
-het kengetal (de kengetallen) = nummer van het plaatselijke telefoonnet, netnummer
-het kenteken (de kentekenen / de kentekens) = kenmerk, herkenningsteken, combinatie van cijfers en letters voor de registratie van een motorvoertuig
-het tijdperk (de tijdperken) = periode in de geschiedenis of in de tegenwoordige tijd
-het verleden = tijd die voorbij is, iemands vroegere leven
-het jaartal (de jaartallen) = het getal waarmee een kalenderjaar wordt aangeduid (volgens een bepaalde jaartelling), getal dat aangeeft in welk jaar iets gebeurt
-het kwartaal (de kwartalen) = 1/4 van een jaar, periode van drie maanden
-het kwartier (de kwartieren) -> de helft(en)
-het percentage (de percentages)
-het kapitaal (de kapitalen)
-het fonds (de fondsen) = middelen die uitkeringen voor een bepaald doel waarborgen
-het statiegeld = klein geldbedrag dat men extra betaalt als men iets koopt in een fles, krat e.d. en dat men terugkrijgt als men die fles e.d. weer inlevert, waarborggeld
-het wisselgeld = geld dat men terug krijgt als men niet gepast betaalt
-het tarief (de tarieven) = vastgesteld bedrag dat men voor een dienst moet betalen, prijs
-het tegoed (de tegoeden) = iets dat men nog krijgt of waar men nog recht op heeft
-het inkomen (de inkomens) = geld dat iemand ontvangt of verdient
-het salaris (de salarissen)
-het loon (de lonen) = vergoeding voor werk dat iemand doet, vergelding, straf
-het voorschot (de voorschotten) = wat iemand alvast van tevoren krijgt, vooral geld
-het zakgeld = geld voor kleine dagelijkse uitgaven, vooral het geld dat kinderen van hun ouders krijgen om vrij te besteden
-het statiegeld = klein geldbedrag dat men extra betaalt als men iets koopt in een fles, krat e.d. en dat men terugkrijgt als men die fles e.d. weer inlevert
-het muntstuk (de muntstukken) = geldstuk, munt
-het toneelstuk (de toneelstukken) = op een bepaalde wijze geschreven verhaal over personen, bestemd om door toneelspelers op het toneel vertoond te worden
-het pensioen (de pensioenen)
-het beroep (de beroepen)
-het uitzendbureau (de uitzendbureaus) = bedrijf dat mensen tijdelijk laat werken bij andere bedrijven
-het spinnenweb (de spinnenwebben)
-het ontwerp (de ontwerpen) = voorlopig plan van hoe iets eruit gaat zien, iets wat door iemand is bedacht en vormgegeven
-het systeem (de systemen)
-het mechanisme (de mechanismen/mechanismes) = manier van samenstelling en werking van werktuigen
-het toestel (de toestellen) = machine, vliegtuig
-het apparaat (de apparaten)
-het gereedschap (de gereedschappen) = de hulpmiddelen die men voor een bepaald karwei nodig heeft
-het werktuig (de werktuigen) = (groot) stuk gereedschap, iemand die zich door anderen laat gebruiken
-het strijkijzer (de strijkijzers) = apparaat met een handvat en een vlakke metalen onderkant die men heet kan laten worden en waarmee men textiel strijkt
-het uurwerk (de uurwerken) = algemene benaming voor een apparaat dat de tijd aangeeft, zoals een klok of een horloge
-het kompas (de kompassen)
-het ventiel (de ventielen) = buisje met sluiting, waardoor lucht in luchtbanden kan worden gepompt en er niet uit stroomt, en waardoor men lucht kan laten ontsnappen
-het stuur (de sturen) = onderdeel waarmee men een voer-, vaar- of vliegtuig stuurt
-het voertuig (de voertuigen)
-het rijtuig (de rijtuigen) = wagen die door een of meer paarden wordt getrokken en waarin personen worden vervoerd, treinwagon
-het veer (de veren) = boot die steeds heen en weer vaart over een water en passagiers en hun voertuigen overzet
-de veer (de veren) = elk van de harige buisjes waarmee de huid van een vogel bedekt is, spiraalveer, springveer
-het roer (de roeren) = stuur van een schip
-het transport (de transporten)
-het verkeersbord (de verkeersborden)
-het verkeerslicht (de verkeerslichten)
-het verkeersteken (de verkeerstekens) = benaming voor borden, pijlen enz. die aanwijzingen geven voor het verkeer
-het spitsuur (de spitsuren) = drukste uur van de dag, vooral in het verkeer
-het spreekuur (de spreekuren) = vaste tijd wanneer men met iemand kan spreken zonder van tevoren afspraak te maken
-het onderhoud = personen en dieren verzorging, voeding en huisvesting, van zaken het in goede staat houden
-het landschap (de landschappen)
-het vocht (de vochten) = vloeibare stof, water, vochtigheid, het vochtig zijn, vloeibare stof in de vorm van damp o.i.d.
-het zweet = vocht dat uit de huid komt
-het vriespunt = temperatuur waarbij water begint te bevriezen
-het strand (de stranden)
-het rotsblok (de rotsblokken) = stuk rots -> de rots(en) = grote kale steenmassa
-het pad (de paden) -> het padje
-het zebrapad (de zebrapaden)
-het perron (de perrons) = brede stoep, verhoogde stoep in een station om in en uit te stappen
-het terrein (de terreinen)
-het weiland (de weilanden) = stuk land waarop gras groeit en waarop men vee, zoals koeien en schapen, laat grazen
-het koren = graan zoals rogge, gerst of tarwe
-het meel = poeder van gemalen graan, andere poedervormige stoffen
-het voedsel = dat waarmee mens of dier zich voert, eten
-het vee = dieren zoals koeien, varkens, schapen en geiten die op boerderijen worden gehouden
-het leer (de leren) (materiaal)
-het zadel (de zadels) = zitting van leer of plastic op een fiets, motor e.d. of op een paard
-het spek = laag onderhuids vet bij zoogdieren als varkens, robben, walvissen
-het stof = heel kleine lichte deeltjes
-de stof(fen) = textiel, grondstof, materie, materiaal waaruit iets bestaat, onderwerp
-het verband (de verbanden) = stuk stof die op of om een gewond lichaamsdeel wordt gedaan, het met elkaar te maken hebben, samenhang
-het verbond (de verbonden) = verdrag, overeenkomst, vooral tussen staten, vereniging, bond
-het verdrag (de verdragen) = overeenkomst, vooral tussen staten
-het zilverpapier = verpakkingsmateriaal dat bestaat uit een heel dunne laag aluminium
-het sieraad (de sieraden) = voorwerp van edel metaal, gesteente e.d. om iemand mooi te maken, zoals een ring, oorknop, ketting
-het gif (de giffen) = stof die schadelijk is voor levende organismen
-het vergif = stof met schadelijke, vaak dodelijke werking
-de pil(len) -> het pilletje
-het weerbericht (de weer berichten) = informatie over het weer van het moment en het weer dat verwacht wordt
-het noodweer = heel slecht weer
-het oppervlak (de oppervlakken)
-het voorjaar (de voorjaren)
-het heelal = de total ruimte waarin de aarde zich bevindt, alles wat bestaat
-het paradijs (de paradijzen)
-het verschijnsel (de verschijnselen/verschijnsels) = iets wat voorkomt, wat men ziet, voelt enz.
-het mengsel  (de mengsels) = wat gemengd is
-het wonder (de wonderen) = iets wat op bovennatuurlijke wijze tot stand komt, iets buitengewoons
-het vraagstuk (de vraagstukken) = belangrijke vraag, kwestie, ingewikkeld probleem, opgave
-het werkstuk (de werkstukken) = werk, zoals een voorwerp of een tekst, dat wordt gemaakt, opgave waarbij men iets moet construeren
-het overleg = nadenken over en bespreken van iets met anderen
-het concept (de concepten)
-het voorbeeld (de voorbeelden)
-het voordeel (de voordelen) = iets wat gunstig, positief is, profijt, nut, winst
-het begrip (de begrippen)
-het inzicht (de inzichten)
-het uitzicht (de uitzichten) = het uitzien, vooruitzicht, hoop, goede verwachting
-het voorbeeld (de voorbeelden)
-het formulier (de formulieren)
-het tentamen (de tentamens / de tentamina) = toetsmoment tijdens een studie, waarop studenten moeten laten zien dat ze de leerstof beheersen
-het meervoud (de meervouden)
-het event (de events) = feestelijk, vaak cultureel groepsgebeuren
-het toernooi (de toernooien) = wedstrijd met meer dan twee deelnemers of ploegen
-het wereldrecord (de wereldrecords) = beste prestatie ter wereld die als record erkend is, vooral in de sport
-het jubileum (de jubilea / de jubileums) = herdenking, feest omdat iemand een bepaalde aantal jaren (10, 20 enz.) bij een bedrijf, vereniging e.d. is of omdat iets een bepaald aantal jaren bestaat
-het theater (de theaters)
-het concert (de concerten)
-het paleis (de paleizen) = woning van een vorst of een bisschop, groot gebouw waarin iets belangrijk is gevestigd
-het warenhuis (de warenhuizen) = grote winkel waar veel verschillende soorten artikelen worden verkocht
-het toilet (de toiletten)
-het laken (de lakens) = grote lap stof op een bed, onder de dekens of het dekbed
-het dek (de dekken) = iets, zoals een lap stof, dat iets anders bedekt, vloer tussen verdiepingen op een schip, lakens, dekens e.d. op een bed
-het tapijt (de tapijten) = dik kleed voor op de vloer of aan de wand
-het meubel (de meubelen / de meubels)
-het wandmeubel (de wandmeubels) = losse kast die tegen een wand wordt geplaatst
-het kabinet (de kabinetten)
-het handvat (de handvatten) = uitsteeksel waaraan men iets vastpakt, hengsel
-het plafond (de plafonds) = vlak dat een ruimte aan de bovenkant afsluit, ondervlak van een zoldering
-het vertrek (de vertrekken) = kamer, ruimte in een gebouw, het weggaan
-het vak (de vakken) = ruimte in een grotere ruimte, hokje in een lade of kast, apart zakje in een tas, portemonnee enz.
-het vriesvak (de vriesvakken) = ruimte in een koelkast waar de temperatuur beneden 0ÂșC is
-het vakkenpakket (de vakkenpakketten) = combinatie van leervakken in het voortgezet onderwijs waarin iemand eindexamen gaat doen
-het loket (de loketten) = raampje waardoor iemand bezoekers helpt, waar mensen terechtkunnen met vragen, klachten e.d. op een bepaald gebied, vak in een kast
-het meldpunt (de meldpunten) = instantie, organisatie e.d. waaraan men meldingen, klachten e.d. kan doorgeven
-het standpunt (de standpunten) = uitgangspunt, gezichtspunt, hoe iemand over iets denkt, opvatting, mening
-het uitgangspunt (de uitgangspunten) = idee waar iemand van uitgaat bij het nadenken over iets of bij het doen van iets
-het visioen (de visioenen) = innerlijk gezicht, het zien van personen, iets wat men in gedachten voor zich ziet, droombeeld
-het lokaal (de lokalen) = ruime kamer voor een bepaald doel
-het hek (de hekken) = afscheiding, soms helemaal rondom, van hout, metaal, gaas e.d.
-het hok (de hokken) = ruimte voor dieren
-het kerkhof (de kerkhoven) = begraafplaats (rond een kerk)
-het hof (de hoven) = paleis, omgeving van een vorst, tuin
-het stadion (de stadions) = groot sportterrein met tribunes eromheen
-het portier (de portieren) = deur van een auto, spoorwagon e.d.
-de portier (de portiers) = persoon die toezicht houdt bij de toegangsdeur van een gebouw of gelegenheid
-het uiterlijk = voorkomen, hoe iemand of iets eruitziet
-het zintuig (de zintuigen) = orgaan waarmee men waarneemt
-het lichaam (de lichamen)
-het lichaamsdeel (de lichaamsdelen) = deel van het menselijk lichaam
-het lijk (de lijken) = dood lichaam, boordsel van zeil
-het middel (de middels) = middelste deel van het lichaam
-het middel (de middelen) = wat men gebruikt of toepast, geneesmiddel, medicijn. middelen = geld
-het voorhoofd (de voorhoofden)
-het schouderblad (de schouderbladen)
-het vel (de vellen) = huid, vlies
-het ogenblik (de ogenblikken) = heel korte tijd, moment
-het tijdstip (de tijdstippen) = ogenblik, punt ergens in de tijd
-het kapsel (de kapsels) = manier waarop haar is geknipt, gekruld e.d., het resultaat van knippen, krullen e.d.
-het personeel -> de persoon (de personen)
-het standbeeld (de standbeelden) = beeld dat op een voetstuk staat, vaak van een beroemd persoon
-het kruispunt (de kruispunten) = plaats waar twee of meer wegen dwars over elkaar lopen in de vorm van een kruis, kruising
-het middelpunt (de middelpunten) = het midden van iets, vooraal van een cirkel
-het midden = gedeelte tussen de linkerkant en de rechterkant, de voorkant en de achterkant enz.
-het kleed (de kleden) = Â stuk stof, plastic e.d. om iets mee te bedekken of mooier te maken
-het jack (de jacks) = korte sportieve jas voor buiten
-het windjack (de windjacks) = korte winddichte jas
-het knoopsgat (de knoopsgaten) = opening in een kledingstuk om bij wijze van sluiting een knoop door te halen
-het overhemd (de overhemden)
-het vest (de vesten) = kledingstuk zonder mouwen, als onderdeel van een herenkostuum
-het schort (de schorten)
-het uniform (de uniformen)
-het zwempak (de zwempakken) = kledingstuk om in te zwemmen, badpak
-het wasgoed = kleding e.d. die gewassen wordt of moet worden
-het springtouw (de springtouwen) = touw gebruikt bij touwtjespringen, dat men moet draaien en waar men dan steeds overheen springt als spel of als sportoefening
-het snoer (de snoeren) = dunne draad, koord, korte dunne elektriciteitskabel
-het stopcontact (de stopcontacten)
-het echtpaar (de echtparen) = twee mensen die met elkaar getrouwd zijn
-het huwelijk (de huwelijken) = het duurzaam samenleven van twee personen na bepaalde formaliteiten vervuld te hebben
-het familielid (de familieleden)
-het naaiwerk = het naaien als bezigheid
-het etiket (de etiketten)
-het ondergoed = kleding die op de huid, onder andere kleding gedragen wordt
-het karakter (de karakters)
-het niveau (de niveaus) = bepaalde hoogte, peil
-het ministerie (de ministeries)
-het parlement (de parlementen)
-het volk (de volken / de volkeren) = alle bewoners van een land of een gebied
-het bestuur (de besturen) = het leidinggeven aan een land, bedrijf enz., groep mensen die leiding aan iets geeft
-het gezag = macht over anderen, overheid
-het voorrecht (de voorrechten) = privilege, recht boven anderen
-het misbruik = het te vaak of voor verkeerde dingen gebruiken van iets
-het misdrijf (de misdrijven) = misdaad, ernstig strafbaar feit
-het nadeel (de nadelen) = schade, ongunstige kant
-het tekort (de tekorten) = wat er te weinig is, fout
-het gevolg (de gevolgen) = wat uit iets voortvloeit, wat door iets anders komt, antwoord, uitvoering
-het protest (de protesten)
-het ontslag (de ontslagen) = vrijstelling van een verplichting, het uit een betrekking wegsturen of laten gaan
-het verbod (de verboden) = bevel om iets niet te doen
-het verraad = het bekendmaken, verraden van geheimen aan een tegenstander, het helpen van een vijand
-het verlies (de verliezen) = het verliezen
-het verblijf (de verblijven) = het ergens zijn, tijd dat men ergen is, plaats waar iemand een tijdje is
-het advies (de adviezen)
-het gesprek (de gesprekken)
-het voorstel (de voorstellen) = iets wat men voorlegt aan anderen om het te bespreken en misschien uit te voeren
-het proces (de processen)
-het verlof (de verloven) = vergunning, toestemming, toestemming om tijdelijk niet aanwezig te zijn in o.a. het leger, periode waarin men vrij heeft, verloftijd
-het eigendom (de eigendommen) = wat van iemand is, bezit
-het weerzien = het weer ontmoeten
-het rumoer = veel geluiden door elkaar, opschudding
-het signaal (de signalen)
-het signalement (de signalementen) = beschrijving van het uiterlijk van een persoon, vooral een gezocht persoon
-het tempo (de tempoâs) = snelheid waarmee iets wordt gedaan of waarmee gebeurtenissen elkaar opvolgen
-Namen van mensen die zowel mannelijk als vrouwelijk kunnen zijn.
-De papieren die je zocht, liggen op het bijzettafeltje.
->de bijzettafel = kleine lage tafel die gemakkelijk verplaatst kan worden
-Na die klap op zijn hoofd zag hij sterretjes.
->de klap(pen) = kort hard geluid, het iemand hard raken, vooral met de hand
-Wat is dat voor een raar dingetje?
-Ik moet er even tussenuit. Ik ben van plan om een weekje naar Parijs te gaan.
-Hij kent de stad op zijn duimpje.
-> op zijn duimpje kennen = heel erg goed kennen
-Kun je me ter bevestiging een mailtje sturen?
->de bevestiging(en) = het bevestigen, bericht dat iets inderdaad zo is, doorgaat, is aangekomen enz.
-Ze heeft een afspraakje met hem gemaakt.
-Dit is mijn collegaatje.
->de bruid(en) = vrouw in ondertrouw en op haar trouwdag
-Heeft u misschien een vuurtje voor mij?
-Aan de horizon kun je nog net een scheepje zien.
-Heb je mijn vriendinnetje al ontmoet?
-Ik kan mijn fietssleuteltje nergens vinden.
-Ik ben echt toe aan een lekker kopje koffie.
-Zal ik eens een gezond ontbijtje voor je maken?
-Hij brengt altijd een bloempje mee.
->het bloempje = een bloem
-Hij brengt altijd een bloemetje mee.
->het bloemetje = een paar bloemen
-Hij gaf hem een duwtje in de goede richting.
-Dat is het neusje van de zalm!
->het neusje van de zalm = het fijnste, beste
-Hij heeft een afspraakje.
->het afspraakje = afspraak tussen twee mensen die elkaar leuk vinden of verliefd zijn, om elkaar op een bepaalde plaats te ontmoeten
-De demonstratie leidde tot een opstootje.
->de demonstratie(s) = vertoning van (de werking van) een product, toch of bijeenkomst om te laten zien dat men voor of tegen iets is
->het opstootje = volksoploop bij een straatgevecht e.d., relletje
-Hij verveelde zich en ging op zoek naar een verzetje.
->het verzetje = afleiding, moment waarop men met iets plezierigs bezig is, iets om zich te ontspannen
-Het is een aardig meisje.
-Hij geeft iedere zaterdag een rondje.
-> een rondje geven = in een café voor iedereen een drankje betalen
-Er zijn weer zomerkoninkjes!
->zomerkoninkje = een soort van vogel
-Hij heeft een oogje op haar.
->een oogje op iemand hebben = iemand leuk vinden
-Daar heeft hij een handje van.
->hij heeft er een handje van om... = hij heeft de (verkeerde) gewoonte om...
-Hij kijkt alsof hij zijn laatste oortje heeft versnoept.
->kijken als iemand die zijn laatste oortje versnoept heeft = heel sip, beteuterd kijken
->versnoepen = aan snoep besteden
-Hij haalt graag een wit voetje bij zijn baas.
->een wit voetje halen bij iemand = bij iemand in de gunst komen
-Je moet je eigen boontjes doppen.
->zijn eigen boontjes doppen = zelf voor zijn eigen zaken zorgen
->doppen = de dop of schil eraf halen
-Heb jij nog een gaatje in je agenda?
->ik heb nog wel een gaatje = ik heb nog wel wat tijd voor een afspraak
-Zet jij even een muziekje op?
-Wij gaan vanmiddag niet naar de stad.
-We kunnen daar niet op een terrasje zitten.
-> het terras (de terassen)
-Staat dit dessert niet op de menukaart?
->het dessert (de desserten) = nagerecht, toetje
-Ik wacht niet op je antwoord.
-We nodigen die mensen niet uit.
-Reist u met de bus? -Nee, ik reis niet met de bus.
-We kunnen niet met de fiets gaan.
-Of ga je liever niet met de auto?
-Een parkeerplaats is niet moeilijk te vinden, denk ik.
-Het programma is niet foutloos.
->foutloos (b.n.) = zonder fouten
-Dat team werkt volgens mij niet snel.
-De postbode heeft niet hard gefietst.
->de postbode(n/s) = iemand die de post rond brengt vanuit het postkantoor, brievenbesteller
-Ik luister niet graag naar klassieke muziek.
-Hij is niet mijn collega.
-Hij heeft niet jouw diskette.
-Zij is niet zijn moeder maar zijn zus.
-Wij kopen niet deze auto maar die.
-Dat is niet de haven van Antwerpen maar die van Rotterdam.
-Hij rookt niet, maar hij drinkt wel.
-Op maandag zijn we niet open, op dinsdag wel.
-De salade vind ik niet lekker, de rijst wel.
-Dit restaurant is niet duur maar wel gezellig.
-Dit restaurant heeft geen ster, maar het is wel goed.
-We accepteren geen creditcards maar wel pinpassen.
-We hebben geen pudding en ook geen ijs.
-Wij hebben geen tuin maar wel een balkon.
-Het spijt me, we hebben geen tafels vrij bij het raam.
-Neemt u geen cognac bij de koffie? -Jawel.
-Gaan jullie dit jaar niet met vakantie? -Ja hoor, we gaan dit jaar wel met vakantie.
-Ken je mijn broer niet? En mijn zus? -Jawel, ik ken je broer en je zus wel.
-Wilt u een tweepersoonskamer?
-Gebruikt u het ontbijt op de kamer?
-In de hotelkamer staat geen groot bed.
-Parkeert u uw auto in de parkeergarage van het hotel?
-Heeft u een internetverbinding nodig?
->de verbinding(en) = het verbinden of verbonden zijn, technische mogelijkheid tot telefonisch contact
-Wilt u gebruikmaken van de roomservice?
->gebruikmaken van = gebruiken
-Heeft u tijd voor een rondrit door de stad?
->de rondrit(ten) = het rondrijden door een stad, land enz.
-Wilt u cognac in de minibar?
->de minibar(s) = koelkastje op een hotelkamer met flesjes drank en versnaperingen
-We gaan met ze/hen op vakantie.
-Hij heeft ze/hun een diner aangeboden.
-de stagiair(s) = iemand die stage loopt
-Dit zijn onze buren. We wonen al jaren naast hen en we geven hen altijd de sleutel wanner we op vakantie gaan ze passen op ons huis.
-Pieter, kun je me even helpen? Als jij mij helpt, dan help ik jou.
-Kunt u even wachten? Ik kom zo bij u.
-Prettig kennis te maken. Heb ik je al eerder ontmoet?
-Daar is onze nieuwe collega. Hij helpt mij met de automatisering.
->de automatisering = het automatiseren
-Mijn ouders komen op bezoek. Ik heb hen lang niet gezien. Nu kan ik hun het boek geven, dat ik voor hen heb gekocht.
-Onze klanten hebben vaak klachten. Ik verbind hen altijd door met de collegaâs van de technische dienst.
->doorverbinden = een telefoongesprek doorschakelen naar een ander telefoontoestel
->de dienst(en) = het dienen, het werken voor
-Het artikel hangt op het prikbord.
-Hij praat erover. Ik denk eraan.
-De boeken liggen op de tafel.
-Ik reken op een grote salarisverhoging. -> Ik reken erop.
->reken op = vast vertrouwen op
->de verhoging(en) = het verhogen
-Ik kan altijd op mijn collegaâs rekenen. -> Ik kan altijd op hen rekenen.
-Dat hangt van mijn werkgever af. -> Dat hangt van hem af.
->afhangen van = afhankelijk zijn van, bepaald worden door
-Dat hangt van het weer af. -> Dat hangt ervan af.
-We hebben over zijn toekomstplannen gepraat. -> We hebben erover gepraat.
-Zij wonen naast her winkelcentrum. -> Zij wonen ernaast.
-Nee, het is achter het huis van je vrienden. -> Nee, het is erachter.
-Ik ben voor het voorstel dat je gisteren deed. -> Ik ben ervoor.
-Heb je die documentaire gezien? Jazeker, hij/het was heel interessant. Ik vond hem/het fantastisch!
-Luister je weleens naar de radio? Ja, ik luiste het als ik in de auto zit.
->weleens (bijwoord) = wel een keer, eens
-Heeft hij geen auto meer? Nee, hij heeft hem verkocht. Hij wilde âs morgens nooit starten.
-Mag ik je pen even lenen? Ja, hier is het.
-De koffie is koud geworden. Ik drink hem niet meer op.
-Het was een moeilijke cursus, maar ik ben blij dat ik hem gedaan heb.
-Ik heb lang nagedacht over je vraag, maar ik kan hem niet beantwoorden.
->beantwoorden = een antwoord geven op
-Waar is het cadeau? Heb je het/hem vergeten? Nee hoor, het/hij ligt op tafel.
-Ken je dat boek? Ja, het gaat over nieuwe management technieken.
-Bij de politie controleren ze streng op alcoholgebruik.
->streng (b.n.) = strakke regels hanterend, vaak en snel en hard straffend, strikt, stipt
-Men kent het verschil tussen hen en hun niet altijd.
-Ze zijn erg streng bij de incheckprocedures op Schiphol.
-Ze zeggen dat het percentage werkzoekenden zal afnemen.
->de werkzoekende(n) = iemand die een baan zoekt
->afnemen = minder worden
-Hoe komt men/ kom je zo snel mogelijk in Amsterdam vanaf hier?
->vanaf (voorzetsel) = van een plaats af, beginnend bij een plaats
-Weten jullie hoe het nu met Jan gaat?
Ja, we hebben hem pas nog in de stad gezien en het gaat heel goed met hem.
-Mijn vriendin - zij heet Roos - heeft een winkeltje in tweedehands spullen.
-Dames en heren, wilt u gaan zitten alstublieft? U krijgt eerst een kopje koffie en daarna begint de rondleiding.
->de rondleiding(en) = het rondleiden, keer dat men rondgeleid wordt
-Kent u mijnheer de Vries? Jazeker, dankzij hem heb ik een nieuwe baan gevonden.
->dankzij (voorzetsel) = door, met hulp van, als de uitkomst positief is
-Heb je de notulen van de vergadering bij je? Nee, ik heb ze thuis laten liggen.
-Mijn baas heeft mij net verteld dat ik meer salaris krijg omdat hij zo tevreden over mij is!
-Als je zeker wilt zijn van een goede plaats op de tribune, moet je vroeg komen.
->de tribune(s) = schuin oplopende rijen met zitplaatsen voor het publiek, bijv. in een stadion
-Mijn vader wordt oud. Ik zoek hem nu elke week op.
->opzoeken = een bezoek brengen aan iemand
-Wat zit je toch te klagen. Weet je wat je moet doen? Een baan zoeken!
-Is het vliegtuig nog niet geland? Nee, het schijnt vertraging te hebben.
->landen = vanuit de lucht op de grond neerkomen, aan land zetten
->schijnen = eruitzien of, volgens zeggen van anderen zo zijn
->de vertraging(en) = het langzamer gaan of later komen dan de bedoeling was
-Gaan jullie kinderen ook mee skiën? Ja natuurlijk! Zonder hen is het minder gezellig en bovendien vinden zij het ook nog steeds leuk om met ons mee te gaan.
->bovendien (bijwoord) = daarbij, ook nog
-Is het eten op het instituut lekker?
-Praten jullie op het werk over sport?
-Uit welk land komen de andere cursisten?
->de cursist(en) = iemand die deelneemt aan een cursus
-Waar staat het beeldscherm?
->het beeldscherm (de beeldschermen)
-Zullen we morgen naar die nieuwe tentoonstelling gaan? Ik heb erover veel gelezen. Gisteren stond er een lovende recensie in de krant. Het/Hij was geschreven door een recensent, die meestal erg kritisch is. Als hij zo positief is, dan moet de tentoonstelling wel bijzonder zijn. De kunstenaar is vorig jaar overleden, maar hij heeft veel onbekend werk achtergelaten. Vind je het goed als ik mijn kinderen ook meenemen? Ik heb gehoord dat er een speciale rondleiding voor hen is. Een beetje cultuur zal hen geen kwaad doen. Ik heb hen al beloofd, dat we daarna pannenkoeken gaan eten.
->lovend (b.n.) = prijzend, heel positief
->de recensie(s) = beoordeling van een boek, toneelstuk, film enz. die of dat gepubliceerd of vertoond wordt
->de recensent(en) = iemand die boeken, films e.d. beoordeelt en zijn oordeel publiceert
->kritisch (b.n.) = (scherp) beoordelend
->achterlaten = laten op de plek waarvandaan men vertrekt, laten blijven terwijl men zelf vertrekt
->het kwaad (de kwaden) = wat slecht, verkeerd, schadelijk is
-Deze trein stopt op elk station, en die trein is een intercity.
-Dit huis moet verbouwd worden, dat huis is nieuw.
->verbouwen = de indeling van een gebouw veranderen, anders bouwen
-Kent u mijn vrouw? -Ja, die ken ik.
-Heb je het interview gelezen? -Dat heb ik gelezen.
->het interview (de interviews)
-Welke collega heeft dat gezegd? -Die van de afdeling Financiën.
-Het zijn betrouwbare mensen. -> Dit/Dat zijn betrouwbare mensen.
->betrouwbaar (b.n.) = die of wat men kan vertrouwen, eerlijk, degelijk
-Zie je die mensen daar? Dat zijn mijn collegaâs.
-Wacht! Niet weggooien! Dat zijn mijn aantekeningen!
-We hebben nieuwe buren. Het zijn aardige mensen.
-Wat zijn dat? Dat/Het/Dit zijn mijn declaraties.
->de declaratie(s) = verklaring, opgave van wat iemand moet ontvangen, bijv. reis- en verblijfkosten, rekening, onder andere van een arts, advocaat of notaris
-Dit is een email met de fotoâs van het personeelsfeest.
-Wat is dit? Dit/Het is een lijst met inschrijvingen voor de conferentie.
->de inschrijving(en) = het inschrijven
-Wie zijn dat? Dat/Het zijn de deelnemers aan de conferentie.
-Gaat deze bus richting station?
Nee, deze niet, u moet die hebben, aan de overkant van de straat.
-Waarom neem je niet de avondboot naar Vlieland?
Ik neem liever die van morgenochtend vroeg.
-Wat vind jij van dat/dit voorstel?
Bedoel je dat/die van Eduard? Ik vind het een goed voorstel.
-Ik vind deze wijn veel lekkerder dan die.
-Die film van gisteravond! Ik heb vannacht geen oog dichtgedaan.
->dichtdoen = zo maken dat het dicht is, sluiten
-Heb jij mijn DVD? Ja, die heb ik.
-Deze arbeidsvoorwaarden zijn nog wel van deze tijd, maar die zijn toch echt uit de tijd.
->arbeidsvoorwaarden (meervoud) = salaris, vrije dagen, omstandigheden waaronder iemand werkt en wat verder het werkt betreft dat iemand voor een ander verricht
-> uit de tijd = verouderd, ouderwets
-Deze commissie treedt af, maar die andere blijft voorlopig nog zitten.
->de commissie(s) = groep mensen die is benoemd om zich met een bepaalde taak bezig te houden, een percentage van het bedrag als loon voor de diensten van iemand, bijv. van een makelaar
->aftreden = stoppen met werken in of het uitoefenen van een bepaalde functie
->voorlopig (b.n.) = nog niet vast, nog niet voorgoed
voorlopig (bijwoord) = de komende tijd, tijdelijk, de eerste tijd
-Deze reorganisatie is wel een stuk ingrijpender dan die van vorig jaar, vind je ook niet?
->ingrijpend (b.n.) = met grote gevolgen
-Dit aandeel heeft op de beurs voor veel meer actie gezorgd dan dat.
->de beurs (de beurzen) = m.b.t. ondernemingen beursnotering aanvragen voor uitgegeven aandelen
-Ken je die man daar? Wie bedoel je? Die met dat rode overhemd? Nee, die ken ik niet.
-Wat zijn deze cdâs goedkoop! 12 voor âŹ44,95!
-Die film is prachtig, die moet je zien.
-En waar zijn Nicole en Bas? Die werken niet, die zitten in de tuin.
-Welke bloemen vind je mooier? Deze of die?
-Welke boeken wil je kopen? Deze of die/deze?
-Dit land ligt op het noordelijk halfrond, dat op het zuidelijk halfrond.
-Weet jij wat dat voor apparaten zijn? Ja, dat zijn scanners.
-Wie zijn die mensen op de foto? Dat zijn mijn ouders en mijn broers en zussen.
-Komen die mensen uit Portugal? Ja, dat zijn Portugezen.
-Vind je hem aardig? Nou, het is niet echt een sympathieke man.
->sympathiek (b.n.) = vriendschappelijke gevoelens oproepend bij anderen, aardig
-Hebben jullie een goede directeur? Ja, het is een competente manager.
-Kijk, dit zijn faxapparaten en dat zijn telefoons.
-Onze cursisten komen uit de hele wereld. Het zijn interessante mensen.
-Die computers kunnen we niet gebruiken. Dat zijn geen multimediacomputers.
-Hoeveel kost die televisie? Die is duur want het is het nieuwste model breedbeeldtelevisie.
-Vind je die krant goed? Ja, het is een kwaliteitskrant.
-Hebben jullie nooit problemen met je verwarming? Nee, het is er één van een betrouwbaar merk.
->de verwarming = toestel of installatie waarmee men (een ruimte verwarmt)
-Die mensen daar, zijn dat jullie buren?
-U bent net in de trein naar Amersfoort gestapt. Er komt een man gehaast de treincoupé binnen. Hij lijkt niet zeker te weten of hij wel in de goede trein zit.
-U bent op kantoor. Een klant belt en vraagt wanneer de bestelde goederen afgeleverd zullen worden.
-U tennist altijd met drie vrienden. Theo en Kees, twee van de vrienden hebben afgebeld. Uw andere vriend weet dit niet en vraagt waar ze zijn.
->tennissen = tennis spelen
->afbellen = telefonisch afzeggen
-Op kantoor moet u plotseling verhuizen naar een andere kamer. Op uw nieuwe kamer maakt u de verhuisdozen leeg, een collega helpt u met het neerzetten van alle kantoorbenodigdheden, o.a. het postbakje, de ordners, de boeken, de stoel, de tafel, de prullenbak. Geef aan waar hij de voorwerpen moet neerzetten.
->de benodigdheden = zaken die men ergens voor nodig heeft
->de ordner(s) = map om papieren overzichtelijk in op te bergen
->aangeven = iets geven zodat iemand het kan pakken, aanduiden, duidelijk maken
-U bekijkt met een goede vriend uw vakantiefotoâs. De vriend wil graag weten welke mensen er op de fotoâs staan. Wijs de (denkbeeldige) personen aan en vertel er ook bij wat ze in het dagelijks leven doen.
->aanwijzen = laten zien door te wijzen
->denkbeeldig (b.n.) = wat niet echt is en alleen in iemands verbeelding bestaat
->dagelijks (b.n.) = op of van elke dag
-het mobieltje (de mobieltjes) = mobiele telefoon, gsm
-We eten tijdens onze lunchpauze altijd in de kantine.
-Ons lunchpakket bestaat uit brood, yoghurt en een appel.
->het pakket (de pakketten) = iets dat ingepakt is, pak
->bestaan uit = gevormd worden door
-Zij houden lang pauze. Wat vindt hun manager daarvan?
-Jouw koffer is zwaarder dan die van mijn / de mijne.
Mijn koffer is nieuwer dan die van jou / de jouwe.
Onze computer wekt sneller dan die van u / de uwe.
Mijn Nederlands is beter dan dat van hem / het zijne.
Zijn woordenboek is beter dan dat van haar / het hare.
Jouw kinderen zijn ouder dan die van ons /de onze.
Mijn vakantie is korter dan die van jullie.
Onze problemen zijn groter dan die van hen /de hunne.
-Deze papieren zijn de mijne, dus ik zal ze opbergen.
->opbergen = op een bepaalde plaats zetten of leggen
-Is dit mobieltje het jouwe? Dan leg ik het op jouw bureau.
-Nemen we jouw auto of de onze?
-Jullie navigatiesysteem werkt beter dan het onze.
-Is dat boek niet van jou? Nee, dat is mijn boek niet.
-Nemen jullie jullie hond mee naar Frankrijk? Ja, maar hij moet wel zijn inentingen nog hebben.
->de inenting(en) = het inenten = een stof inspuiten die ervoor zorgt dat iemand of een dier ziekte niet krijgt
-Maurits, de buurvrouw is aan de telefoon. Zij is haar autosleutels kwijt en wil nu onze auto lenen.
-Dames en heren, u kunt uw koptelefoon nu afzetten. (ook: u kunt nu uw koptelefoon afzetten)
-Pauline, heb je even tijd? Ik heb jouw hulp nodig.
-Waar staat jullie auto? De onze staat op de parkeerplaats. Staat die van jullie daar ook?
-Volgens mij komt de directeur meestal op de fiets. Zijn parkeerplaats met het bordje âDirecteurâ blijft bijna altijd leeg.
-âDe appel valt niet ver van de boomâ is een spreekwoord. Het betekent dat een kind meestal op haar ouders lijkt.
-Hoe vind jij de ideeën van Ank en Paul? Ik vind die van hen veel beter dan die van ons.
-Van wie is dat horloge? Is dat niet het horloge van Rob? Ja, het is zijn horloge.
-Mag ik je woordenboek even gebruiken? Dat mag wel, maar neem dat van Richard maar. Het zijne is pas nieuw en het mijne heeft nog de oude spelling.
->de spelling(en) = manier waarop men woorden schrijft, de wijze waarop letters en woord of naam vormen, schrijfwijze
-U staat op Schiphol bij de bagageband om uw koffer te zoeken. U ziet uw koffer, maar net als u hem wilt pakken, neemt iemand anders hem mee. Wat zegt u tegen deze persoon? De persoon luistert niet naar u. U probeert het nog een keer, maar nu met nadruk.
->pakken = (vast)grijpen, nemen, arresteren
-Vertel aan uw baas over het project dat u leidt. Geef aan wat de activiteiten van elk van de medewerkers zijn.
->het project (de projecten)
-U praat met een collega over autoâs, waarbij u de kwaliteit van de autoâs vergelijkt. Hoe geeft u aan, op welke punten uw auto anders/beter is dan de auto van uw collega? U kunt denken aan o.a. snelheid, comfort, verbruik, accessoires, vormgeving.
->vergelijken = kijken of er verschillen of overeenkomsten zijn tussen twee mensen, dingen, situaties e.d.
->de snelheid (de snelheden)
->het verbruik = het verbruiken, hoe iemand verbruikt
->de accessoire(s) = onderdeel dat extra aan iets is toegevoegd
->de vormgeving = het bedenken en ontwerpen van iets dat er op een bepaalde manier uitziet
-We verbaasden ons elke dag over het fraaie weer.
->verbazen (1) = maken dat iemand iets vreemd vindt, verwonderen
verbzen (2) (wederkerend) = iets vreemd vinden, zich verwonderen
-Ze hebben zich verbaasd over de hoeveelheid bloemen in Nederland.
-Ik verbaas me over de vele agendapunten.
-Ik heb me er al eerder over verbaasd.
-Ik kan me niet goed concentreren met al dat lawaai.
->zich op iets concentreren = de aandacht sterk op een bepaalde zaak richten
-We moeten ons realiseren dat hij zich niet goed heeft voorbereid.
->voorbereid (1) = vooraf het nodige doen, klaarmaken, voorzichtig inlichten
voorbereid (2) (wederkerend) = zich vooraf klaarmaken, vooraf het nodige ervoor doen
->zich op iets voorbereiden = er rekening mee houden dat het kan gebeuren
-Je moet je goed op de nieuwe belastingwet voorbereiden.
-Ik heb me goed op de vakantie voorbereid.
-Ik bereid me voor op een lange vergadering.
-Ik heb me op de vergadering vanmorgen voorbereid.
-Wij verheugen ons enorm op de vakantie.
-Wij verheugen ons er enorm op.
->verheugen (1) = blij maken
verheugen (2) (wederkerend) = blij zijn
zich verheugen over iets = blij zijn om iets
zich verheugen op iets = blij zijn dat het gaat gebeuren en ernaar uitkijken
zich verheugen in iets = genieten van iets prettigs
-Hebben jullie je nooit afgevraagd waarom hij zich zo gedraagt?
->afvragen (wederkerend) = nadenken over, zichzelf de vraag stellen
->gedragen (wederkerend) = op een bepaalde manier doen en spreken
-Ik vraag me af of ze nog komt.
-Vervelen de cursisten zich vaak?
->vervelen (wederkerend) = niets kunnen bedenken om de tijd door te komen
-Hebben jullie je tijdens die lezing ook verveeld?
->de lezing(en) = het lezen
->de geneeskunde = wetenschap die zich bezighoudt met ziekten en verwondingen en hoe deze het beste kunnen worden behandeld
-Jullie hebben je niet aan de afspraak gehouden.
->zich aan een belofte/een afspraak houden = doen wat men belooft of afgesproken heeft
->zich houden aan = zich richten naar, opvolgen (van regels e.d.)
-Weinig mensen houden zich tegenwoordig aan de verkeersregels.
-Hij heeft zich geërgerd aan het lawaai van de buren.
->ergeren (wederkerend) = vervelend vinden wat iemand doet of zegt of wat er gebeurt, er een beetje kwaad over zijn
-Zij ergert zich vaak aan de radio van de buren.
-Zij ergert zich er vaak aan.
-We ergeren ons soms aan het gebruik van de mobiele telefoon.
-Ik heb me aan hem voorgesteld.
->voorstellen (wederkerend) = zeggen wie men is, verbeelden, van plan zijn
-Ik zal me even aan u voorstellen.
-Heb jij je al ingeschreven voor die workshop?
-Je moet je tijdig voor de studie geneeskunde inschrijven.
-Ik schrijf me in voor het personeelsfeest.
-Ik meld me voor een cursus Engels aan.
-Vorig jaar meldde iedereen zich snel voor die workshop aan.
-Iedereen moet zich bij de receptie melden.
->melden (1) = vertellen, laten weten
melden (2) (wederkerend) = laten weten dat men er is
-Wilt u zich melden bij de receptie?
-Meldt u zich eerst bij de receptie.
Haast je, we zijn te laat.
->vergissen (wederkerend) = het mis hebben, ongewild een fout maken
zich in iemand vergissen = een onjuiste indruk van iemand hebben
-Ik vergis me in het aantal mensen.
-Het spijt me, ik heb me in de datum vergist.
-Ik hoop dat hij zich niet vergist.
-We kunnen ons dat niet veroorloven.
->veroorloven (1) = toestaan
veroorloven (2) (wederkerend) = de vrijheid nemen (om iets te doen)
zich kunnen veroorloven = kunnen betalen, kunnen doen zonder problemen te krijgen
-Ik herinner me dat absoluut niet meer.
-Hij bemoeit zich bijna niet met de opvoeding van de kinderen.
->zich bemoeien met = zich bezighouden met, vooral met zaken van anderen
->de opvoeding(en) = het opvoeden, manier waarop een kind wordt opgevoed
-Hij bemoeit zich met alles en iedereen.
-Hij moet zich bemoeien niet met deze zaak.
-Helaas zijn er te weinig verpleegkundigen. De ziekenhuisdirectie maakt zich zorgen over de situatie.
-Hij scheert zich, hij kleedt zich aan en om 8 uur zit hij aan het ontbijt.
->scheren (wederkerend) = haren heel koort afsnijden
->aankleden = kleren aan doen
->omkleden (wederkerend) = andere kleren aantrekken
->uitkleden (wederkerend) = zijn kleren uittrekken
->verkleden (wederkerend) = andere kleren aantrekken, een bizar kostuum aantrekken als kinderspel, met carnaval e.d.
-Hij heeft zich niet goed aan de nieuwe situatie aangepast.
->aanpassen (wederkerend) = zich gedragen op een manier die past bij de omgeving of de omstandigheden
-Ik pas me aan aan de nieuwe situatie.
-Ik moet me aan mijn nieuwe werkomgeving aanpassen.
->de werkomgeving(en) = plaats waar en omstandigheden waarin iemand werkt
-zich richten naar = zich aanpassen aan
-Ik ga me op het algemeen dagblad abonneren.
->algemeen (b.n.) = van, met betrekking tot, bij, iedereen of alles
->abonneren (1) = registreren om iets een aantal keren of gedurende een bepaalde periode te krijgen of gebruiken
abonneren (2) (wederkerend) = zich registreren om iets een aantal keren of gedurende een bepaalde periode te krijgen of gebruiken
-Ik ga me abonneren op die krant.
-Ik heb me geabonneerd op die krant.
->redden (1) = uit gevaar bevrijden
redden (2) (wederkerend) = voor zichzelf zorgen
-In de bar vermaakt men zich doorgaans uitstekend.
->vermaken (wederkerend) = plezier hebben, een leuke tijd hebben
->doorgaans (bijwoord) = in de regel, gewoonlijk
-Ze vermaken zich prima op het feest.
-Ze hebben zich prima vermaakt op het feest.
-Ik vermaak me prima altijd.
-zich van iets afzonderen = zich van anderen afscheiden, geen contact hebben met anderen
-zich van iets verzekeren = ervoor zorgen dat men iets krijgt, controleren om er zeker van te zijn dat iets echt zo is
->verzekeren (1) = zeggen dat wat men zegt, zeker zo is, met stelligheid verklaren, garanderen dat mensen die een bepaalde premie betalen, bij schade geld krijgen
verzekeren (2) (wederkerend) = premie betalen voor vergoeding bij eventuele toekomstige schade of ander nadeel
-zich van iets bewust zijn = waarbij iemand iets beseft, iets helemaal begrijpt
-zich met iets bezighouden = doende zijn met, tijd een aandacht besteden aan
-zich over iets (niet) druk maken = zich er (niet) over opwinden, zich (geen) zorgen maken
-zich over iets opwinden = zenuwachtig, kwaad worden
-Hij windt zich op over het gedrag van zijn 16-jarige zoon.
-zich voor iets generen = zich schamen, met zijn figuur verlegen zich
-zich voor iets schamen = een slecht gevoel hebben tegenover anderen om hoe men is of om iets wat men doet
-zich voor iets interesseren = belangstelling hebben voor
->zich voor iemand interesseren = interessant of leuk vinden
-zich voor iets opgeven = zeggen dat men aan iets mee wil doen, zich aanmelden
-zich opmaken = make-up aanbrengen op haar of zijn eigen gezicht
->zich opmaken voor = zich gereed maken voor
-zich voor iets of iemand voelen = een positief oordeel hebben over iets of iemand, sympathie hebben voor
->veel, iets voor iemand voelen = van iemand houden, verliefd op iemand zijn
->zich heel wat voelen = verwaand zijn
->zich voelen = een bepaald gevoel hebben
-Ik voel me niet zo fit vandaag.
->fit (b.n) = fris en gezond, in goede conditie
-Ik heb me wel eens beter gevoeld.
-Hoe voelt u zich vandaag?
-zich in iets specialiseren = zich toeleggen op een bepaald onderdeel van een vak, kunst, sport enz.
-zich in iets verslikken = een te grote of te moeilijke taak op zich nemen
->zich verslikken = door verkeerd slikken iets in de luchtpijp krijgen
-zich verdiepen in iets = er meer over te weten proberen te komen, bijv. door erover te lezen
-zich verplaatsen in iemand anders = zich zijn gevoelens en gedachten voorstellen
->zich verplaatsen = naar een andere plaats gaan, zich voortbewegen
-zich uit iets terugtrekken = niet meer aan iets meedoen
->zich terugtrekken op zijn kamer, op het platteland enz. = daarnaartoe gaan omdat men alleen wil zijn, rust wil
->zich terugtrekken = zich verwijderen
-zich tegen iets verzetten = weerstand bieden
->verzetten (1) = op een andere plaats zetten, op een andere tijd stellen
verzetten (2) (wederkerend) = afleiding zoeken, verpozen
-zich door iets laten inspireren
->inspireren = ingeven, op een idee brengen, een basis vormen
-zich amuseren = zich vermaken, een aangename tijd doorbrengen
-zich bevinden = in een toestand verkeren, op een plaats zijn
-zich bewegen = veranderen van plaats of sta
-zich indenken = zich iets voorstellen, zich in gedachten verplaatsen in een bepaalde situatie
-zich inspannen = moeite doen, zijn best doen
-zich ontwikkelen = groeien, geleidelijk ontstaan of zich vormen, zichzelf vormen tot iets, vooral door studie of oefening
-zich opstapelen = zich ophopen, steeds talrijker worden
-zich permitteren om te = veroorloven, toestaan
-zich profileren = duidelijk maken waarin men zich onderscheidt
-zich snijden = zich een snijwond toebrengen
-zich verontschuldigen = door iemand anders laten zeggen dat men ergens niet aanwezig kan zijn, bijv. bij een vergadering, op een feest
-zich schoon wassen = zich verontschuldigen
->zich wassen = met vloeistof schoonmaken
-Jullie hebben elkaar vast veel te vertellen.
-Zij praten veel met elkaar.
-verdedigen = beschermen, proberen aan te tonen dat iets juist is of dat het terecht is dat iemand bepaalde dingen doet of zegt, de juistheid ervan proberen aan te tonen
-Er komen steeds meer mensen op aarde.
-Daardoor is er minder ruimte voor de natuur.
-Ik heb heel veel werk en dus weinig tijd.
-Wij hebben een polyester boot.
-Steeds minder winkels geven een plastic tas bij de boodschappen.
-Ik vind deze suĂšde schoenen erg mooi.
-Twee, acht en twaalf zijn even getallen.
-Het tevreden kind lag lief in zijn bedje.
-Hij heeft een heel open karakter.
-We hebben eindelijk een eigen huis gekocht.
-De vergadering vond achter gesloten deuren plaats.
-Heeft u al gekeken bij de gevonden voorwerpen?
-Op zondag eten we meestal gebakken eieren.
-Ik heb een kast vol ongelezen boeken.
-De verloren sleutels liggen bij de receptie.
-De gouden ring glinsterde in de zon.
->glinsteren = licht terugkaatsen, schitteren, blinken
-Om de wei stond een houten hek.
->de wei(en) = stuk land met gras waarop vee kan grazen
-Een katoenen blouse kreukt altijd.
->de blouse(s) = de bloes (de bloezen) = kleding stuk voor het bovenlijf, gedragen door kinderen en vrouwen, vaak van dunne stof en met knoopsluiting
->kreuken = ergens vouwen in maken die er niet in horen te zitten, vouwen krijgen in iets waar men die niet wil
-Hij heeft een ijzeren wil.
->ijzeren (b.n.) = van ijzer gemaakt, heel erg sterk, hard, onverwoestbaar
-Als je een vallende ster ziet, mag je een wens doen.
-Hij is een ondernemende man die een bloeiend bedrijf leidt.
->bloeiend (b.n.) = van bedrijven e.d. zeer goed lopend
->bloeien = bloemen of bloesems dragen, zich met success ontwikkelen
-In veel autoâs zie je telefonerende mensen.
->telefoneren = door de telefoon met iemand spreken
-Het KNMI verwacht afnemende wind.
->afnemen = minder worden
-Op de demonstratie zag je veel protesterende werknemers.
-Ik heb de brief beantwoord. -> de beantwoorde brief
-Hij heeft zijn horizon verbreed. -> de verbrede horizon
-Ze hebben het huis aangepast. -> een aangepast huis
-Hij heeft zijn sleutels verloren. -> de verloren sleutels
-Ze hebben de vergadering beëindigd. -> de beëindigde vergadering
->beëindigen = een einde maken aan
-Hij heeft zijn reiskosten gedeclareerd. -> de gedeclareerde reiskosten
->declareren = verklaren, waren of goederen bij een douane aangeven, in rekening brengen, bijv. van gemaakte onkosten
-Ze heeft een foto vergroot. -> een vergrote foto
->vergroten = groter maken, als groter voorstellen
-Ze heeft veel moeite gedaan. -> de gedane moeite
-Ik heb (n)iets nieuws gehoord tijdens de vergadering.
-Zij heeft wat lekkers voor bij de koffie gehaald.
->anderhalf = één en een half
-een belangrijke gebeurtenis
->de gebeurtenis(sen) = (belangrijk) vooral, iets wat gebeurt
-verleden week = vorige week
-De arts heeft deze dosering voorgeschreven. De voorgeschreven dosering bleek niet voldoende.
->de dosering = het doseren = Â de dosis bepalen, de juiste hoeveelheid van iets nemen
-Er is om half negen een overleg gepland om het nieuwe project te bespreken. Helaas gaat het geplande overleg niet door.
-Sinds de invoering van de euro zijn de prijzen flink gestegen. Vooral in de horeca is de omzet vanwege de gestegen prijzen teruggelopen.Â
->de invoering = het invoeren = producten halen uit het buitenland om ze te gebruiken in eigen land, importeren
->de omzet(ten) = al het geld dat een bedrijf ergens voor ontvangt in een bepaalde tijd
->teruglopen = achteruitgaan, minder worden, dalen
-Heb je de fouten al verbeterd? Jazeker, de verbeterde fouten zijn met rode pen omcirkeld.
->verbeteren = beter maken, fouten ergens uit halen, corrigeren, beter worden
->omcirkelen = zich in cirkels bewegen om, met een cirkel omlijnen, een cirkel zetten om
-Dit huis is onlangs grondig verbouwd. Het verbouwde huis is in waarde gestegen.
->grondig (b.n.) = heel goed en degelijk
->de waarde(n/s) = wat iets waard is, wat voor iets betaald zou moeten worden
-Voorzover ik weet, zijn de omstandigheden veranderd. Gegeven deze veranderde omstandigheden, moeten wij ons wellicht opnieuw beraden over onze plannen.
->voor zover (voegwoord) = voor zoveel als
->de omstandigheid (de omstandigheden) = toestand, situatie, gebeurtenis, vooral
->wellicht (bijwoord) = misschien
->zich beraden op/over iets = nadenken over een te nemen beslissing
-Ik hoop toch zo dat je horloge door iemand wordt gevonden. Heb je al gekeken bij de gevonden voorwerpen?
-We hebben het document aangepast. In je postvakje tref je een aangepast exemplaar aan.
->het postvak (de postvakken) = kastje of plank waar iemands post in of op wordt gelegd
->het exemplaar (de exemplaren) = elke afzonderlijke van een aantal gelijksoortige zaken, bijv. van dieren, tijdschriften e.d.
-De informatie is helaas uitgelekt. Vanochtend stond bijna het hele uitgelekte rapport in de krant.
->uitlekken = druipen van vocht uit iets, bekend worden van iets wat geheim had moeten blijven
-Wat moet ik eraan doen? Gedane zaken nemen nu eenmaal geen keer.
->eenmaal (bijwoord) = één keer, een moment ergens in de toekomst, ooit
->gedane zaken nemen geen keer = als iets is gebeurd, kan dat niet worden teruggedraaid
-Hun belangstelling voor kunst is een bindende factor.
->de belangstelling = aandacht, interesse, het laten blijken aandacht voor iets te hebben
->bindend (b.n.) = verplichtend, wat nagekomen moet worden
->de factor (de factoren) = iets wat ook een rol speelt
-Vanwege de dalende rente worden er veel hypotheken afgesloten.
->de rente(n/s) = bedrag in procenten dat men moet betalen voor het lenen van geld
->de hypotheek (de hypotheken) = geldbedrag dat iemand leent om onroerend goed, zoals een huis, te kopen en waarbij dat onroerend onderpand is
-Het ongeval werd veroorzaakt door een plotseling overstekend kind.
->het ongeval (de ongevallen) = ongeluk
->veroorzaken = de oorzaak zijn van, maken dat iets gebeurt
-Een minder bloeiende economie heeft op ondernemers een remmende uitwerking.Â
->remmen = belemmeren, tegenwerken
->de uitwerking(en) = nauwkeurige bewerking, bewerking met meer details, gevolg, invloed
-Een aarzelende houding straalt minder zelfvertrouwen uit.
->aarzelen = nog niet kunnen besluiten om iets te doen, wat men van iets vindt e.d.
->de houding(en) = gedrag, gedragslijn
->uitstralen = een bepaalde indruk wekken
-Bezuinigen is een dwingende noodzaak.
->de noodzaak = wat beslist moet gebeuren, echt nodig is, het beslist nodig zijn
-Er waren veel protesterende en stakende mensen, die tegen de nieuwe regeringsmaatregelen waren.
->staken = uit protest ophouden met werken
->de maatregel(en/s) = iets wat men doet om ervoor te zorgen dat iets gebeurt of juist niet kan gebeuren
-Hij is na een slopende ziekte overleden.Â
->slopen = afbreken, achteruit doen gaan
-Hij gebruikte een treffende vergelijking om de situatie te verduidelijken.Â
->treffen = raken, overkomen, vinden, het geluk hebben van, uitkomen, de aandacht trekken, nemen
treffend (b.n.) = ontroerend, verrassend duidelijk, opvallend
->de vergelijking(en) = het vergelijken, het vaststellen dat er voor een deel overeenkomsten zijn, gedeeltelijke gelijkstelling
->verduidelijken = duidelijker maken, verklaren
-Het voetbalelftal werd door een juichende menigte verwelkomd.
->juichen = hard roepen, schreeuwen van blijdschap
->de menigte(n/s) = groot aantal, grote groep
->verwelkomen = iemand begroeten als hij komt en zeggen dat hij welkom is, welkom heten
-Sinds de reorganisatie is het een goed functionerend bedrijf.
-Komende zaterdag ga ik met mijn collegaâs naar de bioscoop.
-Hij is helaas op staande voet ontslagen.
->iemand op staande voet ontslaan = direct, met onmiddellijke ingang
-De ene supermarkt is duurder dan de andere.
-Rode wijn vind ik lekkerder dan witte.
-Deze baan is interessanter dan mijn vorige.
-Nederlanders zijn langer dan Italianen.
-Het weer in Spanje is mooier dan in Nederland.
-Alcohol is verboden als je jonger bent dan 16.
-Deze computer is even duur als die andere.
-De wegen in Brabant zijn bijna net zo vol als in de Randstad.
-Een spaarlamp geeft even veel licht als een gewone lamp.
->de spaarlamp(en) = elektrische lamp die weinig energie gebruikt als hij brandt, vervanger van de gloeilamp
-graag -> liever -> het liefst
veel -> meer -> het meest
weinig -> minder -> het minst
-Drink je liever koffie of thee? Ik drink het liefst cappuccino.
-Het best kun je hier parkeren.
-Ik ga liever in de zomer dan in de winter met vakantie.
-Deze workshop had de minste bezoekers.
-Dit is de slechtste film, die ik ooit gezien heb.
-Onroerend goed is de beste belegging.
->onroerend (b.n.) = niet verplaatsbaar, vast
onroerende goederen = huizen, landerijen e.d.
->de belegging(en) = het beleggen van geld = van geld er iets voor kopen of op een rekening zetten met de bedoeling dat het zijn waarde houdt of meer wordt
-Wat voor training volg je liever? Een groepstraining of een individuele training?
-Wanneer wilt u het liefst werken? âs Ochtends of âs middags?
Ik wil graag âs ochtends werken.
Ik werk graag âs ochtends.
-Naar welk land gaan ze liever? Naar Frankrijk of naar Italië?
-Wat wil je vanavond liever doen: uit eten gaan of thuis blijven?
-Wie wilt u liever spreken: de directeur of de afdelingschef?
Ik wil het liefst de directeur spreken.
Ik spreek het liefst met de directeur.
->de afdelingschef(s) = hoofd van een afdeling
-Aan welke tafel wilt u het liefst zitten: aan die bij de deur of die bij het raam?
Ik zit het liefst aan de tafel bij het raam.
-Wanneer gaan jullie liever met vakantie: in het voorjaar of in het najaar?
We gaan liever in het najaar met vakantie.
-Op welke dag willen zij liever vergaderen: op maandag of op dinsdag?
Zij willen liever op maandag vergaderen.
Zij vergaderen liever op maandag.
-Welke krant lees je liever: de NRC of de Telegraaf?
-Wat doe je graag in je vrije tijd?
Ik lees graag in mijn vrije tijd.
-Waar ga je morgenavond het liefst naar toe? Naar de film of een concert?
Ik ga het liefst naar de film.
Ik drink het liefst water.
-Van alle sporten in Nederland is voetbal de populairste sport.
Een bekende club is Ajax, en deze club speelt zijn wedstrijden in een groot, nieuw stadion, dat de Amsterdam ArenA heet, niet ver van Amsterdam.
Voetballers verdienen een hoger salaris dan de meeste andere sporters.
->de voetballer(s) = iemand die voetbalt
->de sporter(s) = sportbeoefenaar
-Voor de beste voetballers worden enorme transfersommen betaald.
->de transfersom(men) = transferbedrag
-De financiële kant van de zaak geeft reden tot hevige discussies:
->reden geven tot iets = waarom iemand iets doet
-Waarom zijn sommige spelers duurder dan andere spelers?
Ook is de algemene opinie, dat ze veel beter moeten spelen en wat minder moeten klagen.
De Nederlandse voetballers verdienen niet zo veel als bijvoorbeeld de Spaanse en Italiaanse.
Ze willen dan ook graag in een ander land gaan spelen, hoewel de competitie daar zwaarder is dan in Nederland.
Om de 2 jaar wordt of het Europees Kampioenschap of het Wereldkampioenschap gehouden. Dan zeggen veel mensen hun afspraken af, omdat ze niets liever willen dan televisie kijken!
->Europees (b.n.) = van, uit, betreffende Europa of de Europese Unie
->het kampioenschap (de kampioenschappen) = wedstrijd, toernooi om kampioen te worden
-Veel enthousiaste Nederlanders versieren hun eigen  huis, straat en buurt, en het hele land wordt oranje!
->enthousiast (b.n.) = iets heel leuk vinden en er zin in hebbend, geestdriftig, met geestdrift
-Soms is de sfeer in de volle oranje cafés nog gezelliger dan thuis, en willen de supporters daar liever kijken dan ergens anders!
-Iedereen kijkt, jonge en oude mensen, elk jaar.
-Bij iedere wedstrijd wordt de oranjehysterie groter dan de vorige keer.
-Soms is het een beetje irritant, maar meestal is het een leuke tijd. Tot Nederland weer verloren heeft!
->irritant (b.n.) = wat irriteert, ergert
->de voorziening(en) = zorg, regeling, wat door zorg en regeling tot stand is gebracht
-de werkgelegenheid = situatie waarin er banen zijn voor de mensen
-Er wonen Eskimoâs op Groenland.
Er lopen weinig mensen op straat.
Er wonen veel kinderen bij mij in de straat.
Er ligt veel wijn in mijn kelder.
Er staat iemand voor de deur.
Er staan veel mensen in de hal.
Er komen mijn vrienden in het weekend.
Er is gisteren gebeld door mijn collega.
Er zitten vier van onze gasten aan tafel.
Is de directeur op kantoor? Nee, hij is er vandaag niet.
Is de directeur er niet? Jawel, die is er wel.
Kun je in de trein internetten? Nee, je kunt er niet internetten.
->internetten = via het internet informatie zoeken, chatten e.d., op internet bezig zijn
-Kun je op het station een fiets huren? Ja, je kunt er een fiets huren.
-Zie je in Delft veel toeristen? Ja, ik zie er veel toeristen.
-Er zijn weinig medewerkers in de vergaderzaal.
->de zaal (de zalen) = grote kamer in een gebouw, bijv. in een ziekenhuis, voor vergaderingen, voorstellingen of om in te sporten
-Er woont hier niemand meer.
Er woont niemand in dat appartement.
-Welke boeken staan er in zijn boekenkast?
Hoeveel gasten waren er eigenlijk?
Wat voor mensen komen er vanavond?
Wat staat er in de krant?
-Er ligt bier in de ijskast.
-Denk je dat er vandaag nog regen komt?
Weet jij wat er vandaag in de krant staat?
-Er zijn veel collegaâs aanwezig op de vergadering.
Er liggen notulen van de vergadering op mijn bureau.
Er zijn nog genoeg paperclips.
->de paperclip(s) = klemmetje om vellen papier bij elkaar te houden
-Er komt een vriend van mij vanavond op bezoek.
Er werken vierhonderd personen bij dit bedrijf.
Denk je dat er nog iemand komt? Ja er komen veel mensen.
Wie is er ziek? Er is niemand ziek.
Loopt er iemand op de gang? De directeur loopt op de gang.
-U bent in de presentatieruimte van uw bedrijf. U hebt vergeten een stapel papieren mee te nemen van uw kamer. Omdat u het druk hebt met de voorbereidingen van de presentatie, vraagt u uw collega of hij die papieren voor u wil halen. Beschrijf uw werkkamer, zodat hij de papieren makkelijk kan vinden.
->beschrijven = opschrijven of vertellen hoe iemand of iets is of eruitziet
-U bent alleen thuis. U hoort geluid bij het huis van de buren, die op vakantie zijn. Als u gaat kijken, ziet u een persoon met een zaklamp in de kamer lopen, deuren en ramen staan open. U belt de politie.
-U zit in de auto op weg naar uw werk. Plotseling komt u in een file te staan. Het verkeer zit helemaal vast, overal zijn autoâs en vrachtwagens. U ziet rookwolken, politiewagens en ambulances. Politieagenten geven aanwijzingen. U besluit naar kantoor te bellen.
->de agent(en) = politieagent
->de aanwijzing(en) = het aanwijzen, informatie waardoor iets duidelijker wordt, inlichting
-Bent u wel eens in het Concertgebouw geweest? Ja ik ben er een paar keer geweest.
-Ik ben er nog nooit geweest. -> Daar ben ik nog nooit geweest.
Je eet er eerlijk. -> Hier eet je heerlijk.
-Kun je in dat bedrijfsrestaurant warm eten? Ja, daar kun je warm eten.
-Hebben we in deze vergaderzaal genoeg ruimte? Ja, hier hebben we genoeg ruimte.
-Hoe lang werk u al bij Philips? Ik werk er al 5 jaar.
-Zijn uw kinderen nu op school? Ja, ze zijn er tot 15.00 uur.
-Hebt u vroeger in Parijs gewoond? Ja, inderdaad. Ik heb er 12 jaar gewoond.
-Heb je wel eens in restaurant Dante gegeten? Ja, ik heb er één keer met mijn vrouw gegeten.
-Bent u vaak in Den Haag?
Ja, ik ben er 3 keer per week.
Ja, daar ben ik 3 keer per week.
-Hebt u de tentoonstelling in het Van Gogh-museum al gezien?
Nee, ik ben er nog niet geweest.
Nee, daar ben ik nog niet geweest.
-Sinds wanneer werkt u bij de ING-bank?
-Vindt u het leuk om in Amsterdam te wonen?
Ja, ik woon er erg graag.
Ja, daar woon ik erg graag.
-Kent u iedereen in het bedrijf van uw vrouw?
Nee, ik ken er niet iedereen.
Nee, daar ken ik niet iedereen.
-Hebben jullie in dit gebouw een sportzaal? Nee, hier hebben we geen sportzaal.
-Kun je in deze stad makkelijk fietsen? Ja, hier kun je makkelijk fietsen.
-Doe je altijd je boodschappen in deze supermarkt? Ja, hier doe ik altijd mijn boodschappen.
-Laat je je auto âs nachts op die parkeerplaats staan? Nee, daar laat ik mijn auto âs nachts niet staan.
-Ik ben het met het voorstel eens. -> Ik ben het ermee eens.
Ik ben het met dit voorstel eens. -> Hier ben ik het mee eens.
Ik ben het met dat voorstel eens. -> Daar ben ik het mee eens.
-Ik heb geen antwoord op die vraag. -> Daar heb ik geen antwoord op.
-We moeten spreken over deze planning. -> Hier moeten we over spreken.
-Ga je naar Amsterdam? Ja, ik ga ernaartoe.
-Gaat hij ook naar Amsterdam? Nee, hij komt er niet vandaan.
-Springt de kat van het dak? Nee, hij springt er niet vanaf.
-Beschrijf uw ideale vakantieland en vertel wat u in dat land kunt doen.
-Vertel welke toeristische plaatsen je in Nederland kunt bezoeken.
->toeristisch (b.n.) = met veel toeristen en erg op toeristen gericht
-Wat eet u in uw favoriete restaurant?
->favoriet (b.n.) = meest geliefd, lievelings
-U hebt de kaart van Europa of de wereld voor u. Wijs aan waar u vroeger woonde en werkte, en vervolgens waar u nu woont en werkt.
->vervolgens (bijwoord) = daarna, verder
-Hebt u kinderen? Ja, ik heb er drie.
Hebt u een auto? Nee, ik heb er geen.
Hebt u veel boeken? Ja, ik heb er heel veel.
Heeft hij veel vrienden? Nee, hij heeft er maar weinig.
Heb je nog euroâs? Ja, ik heb er nog een paar.
Zijn er nog koekjes? Er zijn er niet veel meer.
Zijn er nog vragen? Ja, er zijn er nog een paar.
Zijn er genoeg computers? Ja, er zijn er genoeg.
-Zijn er nog mappen? Ja, er zijn er vijf.
->de map(pen) = omslag voor het bewaren van papieren, fotoâs e.d.
-Heeft u geen vragen? Ik heb er nog wel een paar.
Ik heb nog geen auto, maar ik ga er een kopen.
Er zijn niet te veel kandidaten, er zijn er te weinig.
Volgens hem waren er veel toeristen, maar ik heb er geen gezien.
-Hoeveel CDâs heb je op je verjaardag gekregen? Ik heb er vier op mijn verjaardag gekregen.
-Ga je nog meer CDâs kopen? Ik ga er nog twee kopen.
-Hoeveel toneelstukken heb je dit seizoen gezien? Ik heb er drie dit seizoen gezien.
-Ga je er nog meer zien? Ik ga er nog een zien.
-Hoeveel Nederlandse boeken heb je? Ik heb er vier.
-En heb je ze ook gelezen? Ik heb er geen gelezen.
-Heb je nieuwe reisgidsen gehaald? Ik heb er vijf gehaald.
->de reisgids(en) = persoon die reizigers in een vreemd gebied de weg wijst, boekje dat informatie bevat voor reizigers in een bepaald gebied
-Heb je nu genoeg reisgidsen? Nee, ik heb er niet genoeg.
-Hoeveel flessen wijn hebben jullie opengemaakt? We hebben er vier opengemaakt.
-En hoeveel flessen wijn zijn er nu nog over? Er zijn er nu nog zes over.
-Hoeveel mensen komen er vanavond? Er zijn er heel veel vanavond.
-Uw docent stelt u vragen over een feest waar u bent geweest. In uw antwoord verwijst u naar: reden voor het feest, aantal mensen, toespraken, hoeveelheid eten, versiering, etc.
->de versiering = het mooi maken, her versieren
-Vertel iets over uw land, vergelijk met Nederland: aantal inwoners, aantal grote steden, hoeveelheid water, etc.
->de inwoner(s) = bewoner van een dorp, stad enz.
-Ik kijk naar de film. -> Ik kijk ernaar.
Ze luisteren naar muziek. -> Ze luisteren ernaar.
Ze wacht op de trein. -> Ze wacht erop.
Mark denkt aan het telefoontje. -> Mark denkt eraan.
De hond ligt onder de tafel. -> Hij ligt eronder.
Hij praat over zijn plannen. -> Hij praat erover.
Hij praat over zijn vrouw. -> Hij praat over haar. (zonder er)
-Ze is gestopt met werken. -> Ze is ermee gestopt.
-Hij behoort tot de groep. -> Hij behoort ertoe.
->behoren (tot) = onderdeel vormen van, ergens bij horen, bezit zijn van
-Ze is eindelijk met werken gestopt. -> Ze is er eindelijk mee gestopt.
-Ik wacht al uren op de bus. -> Ik wacht er al uren op.
-Deze versie lijkt niet op het origineel. -> Deze versie lijkt er niet op.
->de versie(s) = bepaalde uitvoering van een lied, een computerprogramma, een verhaal enz.
->het origineel (de originelen)
-We hebben nog niet naar de fotoâs gekeken. -> We hebben er nog niet naar gekeken.
-Houd je van Italiaans eten?
Ja, ik houd ervan. / Nee, ik hou er niet van.
-Hebben jullie aan het cadeau gedacht?
Ja, we hebben eraan gedacht. / Nee, we hebben er niet aan gedacht.
-Luister je naar het nieuws op de radio?
Ja, ik luister ernaar. / Nee, ik luister er niet naar.
-Wil je op mijn tas letten?
Ja, ik zal erop letten. / Nee, ik zal er niet opletten.
-Wilt u over een oplossing nadenken?
Ja, ik wil erover nadenken. / Nee, ik wil er niet over nadenken.
-Kan hij met dat programma werken?
Ja, hij kan ermee werken. / Nee, hij kan er niet mee werken.
-Heeft hij zich in de datum vergist?
Ja, hij heeft zich erin vergist. / Nee, hij heeft zich er niet in vergist.
-Gaat zij naar die baan solliciteren?
Ja, zij gaat ernaar solliciteren. / Nee, zij gaat er niet naar solliciteren.
-Moet je op het resultaat wachten?
Ja, ik moet erop wachten. / Nee, ik moet er niet opwachten.
Ja, ik ga ervoor. / Nee, ik ga er niet voor.
-Hij zegt dat ze van de vakantie genieten. -> Hij zegt dat ze ervan genieten.
-Hij zegt dat ze naar het programma gekeken hebben. -> Hij zegt dat ze ernaar gekeken hebben.
-Hij zegt dat hij over de vraag zal nadenken. -> Hij zegt dat hij erover zal nadenken.
-Carine zegt dat ze niet van haring houdt. -> Carine zegt dat ze er niet van houdt.
-Ik vind dat ik geduldig naar zijn verhaal geluisterd heb. -> Ik vind dat ik er geduldig naar geluisterd heb.
-Alex weet dat hij over zijn reis verteld heeft. -> Alex weet dat hij erover verteld heeft.
-De directeur is bang dat hij geen oplossing voor het probleem heeft. -> De directeur is bang dat hij er geen oplossing voor heeft.
-Jan hoopt dat hij vrij krijgt voor het sollicitatiegesprek. -> Jan hoopt dat hij er vrij voor krijgt.Â
->het sollicitatiegesprek (de sollicitatiegesprekken) = gesprek van een sollicitant met degene(n) die hem moet(en) be oordelen
-De docente vindt dat zij niet goed op de foto staat. -> De docente vindt dat zij er niet goed op staat.
->de docent(en) = leraar, vooral bij het voorgezet, hoger en wetenschappelijk onderwijs
-Ik weet dat Jan volgende maand naar New York gaat. -> Ik weet dat Jan er volgende maand naartoe gaat.
-We hopen, dat we tijd hebben voor dat uitstapje. -> We hopen, dat we er tijd voor hebben.
->het uitstapje (de uitstapjes) = reisje, tochtje voor het plezier
-Hij kan in Nederland blijven als hij voor de test slaagt. -> Hij kan in Nederland blijven als hij ervoor slaagt.
-Ze huurden een fiets zodat ze van de natuur konden genieten. -> Ze huurden een fiets zodat ze ervan konden genieten.
-Ik weet niet of hij tijd heeft voor een gesprek. -> Ik weet niet of hij er tijd voor heeft.
-We weten veel van zijn leven, omdat hij elke dag in zijn dagboek schreef. -> We weten veel van zijn leven, omdat hij er elke dag in schreef.
-Peter gaat onmiddellijk een auto kopen, als hij voor zijn rijbewijs is geslaagd. -> Peter gaat onmiddellijk een auto kopen, als hij ervoor is geslaagd.
->het rijbewijs (de rijbewijzen) = officieel bewijs dat iemand kan autorijden of motorrijden
-Mijn neef belt me op, zodra hij meer over de vliegreis weet. -> Mijn neef belt me op, zodra hij er meer over weet.
-Als ik achter de computer zit, luister ik altijd naar dat programma. -> Als ik achter de computer zit, luister ik er altijd naar.Â
-We besloten, dat we voor een nieuwe PC gingen sparen. -> We besloten, dat we ervoor gingen sparen.
->sparen = geld opzij leggen, een deel van het inkomen niet-consumptief besteden, verzamelen
-Ik probeer drie maal per week naar de sportschool te gaan. -> Ik probeer er drie maal per week naar toe te gaan.
->de/het maal (de malen) = keer
-Ik vraag me af, of hij tijd heeft voor een hobby. -> Ik vraag me af, of hij er tijd voor heeft.
-Je moet je opgeven, wanneer je aan dat congres wilt deelnemen. -> Je moet je opgeven, wanneer je eraan wilt deelnemen.
->deelnemen = meedoen, meevoelen
->het congres (de congressen) = bijeenkomst van een grote groep mensen waarbij lezingen over een bepaald onderwerp worden gehouden
-Ik reken op een lang project. -> Ik reken erop.
->rekenen op = vast vertrouwen op
-Heb je van de cake gegeten? Nee, ik heb er niet van gegeten.
-Heb je naar dat programma gekeken? Ja, daar heb ik naar gekeken.
-Denk je vaak aan je werk? Nee, ik denk er niet vaak aan.
-Ben je klaar met die opdracht? Nee, daar ben ik niet klaar mee.
->de opdracht(en) = bevel om iets uit te voeren, taak die is opgelegd
-Bemoeit de directeur zich persoonlijk met die zaak? Ja, daar bemoeit de directeur zich persoonlijk mee.
-Hebben jullie je aan het lawaai geërgerd? Ja, we hebben ons eraan geërgerd.
-Zou je meer over dit onderwerp willen weten? Ja, ik zou erover meer willen weten.
-Mevrouw, kunt u mij meer over die zaak vertellen? Ja, daar kan ik je meer over vertellen.
-Bel je hem morgen over die levering op? Goed, daar bel ik hem morgen over op.
->de levering(en) = het leveren
-Staat hij open voor die nieuwe visie? Nee, daar staat hij niet open voor.
->de visie(s) = mening, inzicht in iets en in hoe het zich verder moet ontwikkelen
-Willen jullie je op dat examen voorbereiden? Ja, daar willen we ons op voorbereiden.
-Werken jullie samen met het andere team? Ja, daar werken wij samen mee.
Ze lacht om die grap. -> Waar lacht ze om?
Hij protesteert tegen de maatregel. -> Waar protesteert hij tegen?
Hij luistert graag naar jazzmuziek. -> Waar luistert hij graag naar?
Ze houden van lekker eten. -> Waar houden ze van?
-We kijken om 8 uur altijd naar het nieuws. -> Waar kijken jullie om 8 uur altijd naar?
-Ze kijkt elke dag naar haar lievelingssoap. -> Waar kijkt ze elke dag naar?
->de soap(s) = serie met veel liefde en drama op tv (of radio)
-Hij is bang voor een pijnlijke discussie. -> Waar is hij bang voor?
-Het gaat om het principe. -> Waar gaat het om?
-De patiënt heeft last van oorpijn. -> Waar heeft de patiënt last van?
-Jullie moeten rekening houden met lange files. -> Waar moeten we rekening mee houden?
->rekening houden met = denken aan, zich richten naar
-De discussie gaat over kwaliteit in de gezondheidszorg. -> Waar gaat de discussie over?
-Iedereen verheugt zich op het kerstdiner. -> Waar verheugt iedereen zich op?
-Ze zorgt voor de financiële kant van de zaak. -> Waar van de zaak zorgt ze voor?
-Hij zit met een levensgroot probleem. -> Waar zit hij mee?
->levensgroot (b.n.) = erg groot, waar men niet omheen kan
met iets zitten = een probleem hebben, niet weten hoe het aan te pakken
-Ze hebben de hele tijd gelachen om een grap, die ik niet begrijp. -> Waar hebben ze de hele tijd om gelachen, dat ik niet begrijp?
-Van middag gaan we naar het strand! -> Waar gaan we van middag naartoe?
-Bart komt uit Twente. -> Waar komt Bart vandaan?
-S + V + Pron + er + Rest + Prep + V2,3,.../Prefix:
Ik bel je er morgen over op.
Ik heb hem er niet over opgebeld.
We zullen je er morgen over opbellen.
We hebben ons er 3 weken op geconcentreerd.
Hij heeft hem er maandenlang op voorbereid.
Je moet je er niet mee bemoeien.
-U heeft een nieuwe navigator gekocht. U legt trots aan een collega uit, wat de verschillende mogelijkheden zijn. Wat kunt u ermee? Alternatieve routes bepalen.
->bepalen = vaststellen, beslissen
-Ik denk erover een nieuwe baan te zoeken.
Ik reken erop een paar maanden nodig te hebben.
Ik reken erop dat het project nog een paar maanden duurt.
Ik ben ervan overtuigd dat ik een goede kans maak.
->iemand van iets overtuigen = iemand laten inzien dat iets zo is
overtuigd van = verzekerd van, vast gelovend in
-Heeft u er bezwaar tegen als we wat later komen?
->bezwaar/bezwaren tegen iets hebben
-Hij twijfelt eraan of hij de juiste beslissing heeft genomen.
->twijfelen = onzeker zijn over iets, bijv. of men iets wel moet doen
aan iets twijfelen = niet weten of het waar is
-Ze maakte mij erop attent dat de uitverkoop morgen begint.
->attent (b.n.) = oplettend, opmerkzaam
iemand attent maken op iets = iemand op iets attenderen, iemand iets duidelijk maken wat die ander niet had gemerkt
-Ik ben er zeker van dat je het hele pak dropjes op at.
-Ik heb er geen moeite mee nieuwe dingen te leren.
-Ik droom ervan een Pokemon te hebben.
-We zijn erop voorbereid als er een zombie aan de deur komt.
-Ik verbaas me erover dat de wereld zo groot is.
-Ze houdt er rekening mee dat het kan altijd regenen.
-Ik ben eraan gewend dat het buiten warmer is dan binnen.
->gewend (b.n.) = iets als gewoon voelend, iets gewoon vinden, ermee vertrouwd, zich thuis, op zijn gemak voelend
-We kunnen er niets aan doen dat gedane zaken geen keer nemen.
-Denk je eraan, dat we morgenavond vergaderen?
-Denk je aan je afspraak met de huisarts?
-We denken erover een week eerder met vakantie te gaan.
-Ik zie ertegen op hem weer te zien.
->ertegenop zien = met vrees of zorg tegenmoet zien
-Ze heeft er een hekel aan, als jij je afspraken niet nakomt.
->nakomen = later komen, doen wat men beloofd heeft of moet doen
-Ik verheug me op komend weekend.
-Ik verheug me erop komend weekend te gaan golfen.
-Heeft u er last van, als ik de radio aanzet?
-Ik twijfel aan zijn goede bedoelingen.
-Ik vind het niet leuk, dat je steeds te laat komt.
-Ik hoop erop, dat het mooi weer wordt.
-Ik reken erop, dat je komst vroeg is.
-Hij heeft er geen bezwaar tegen, als er alleen je aanwezigheid is op de vergadering.
->de aanwezigheid = het aanwezig zijn
-Het artikel gaat erover, dat het toenemende vandalisme zelfs erger wordt in de grote steden.
->toenemen = groter worden, sterker worden, meer worden
->het vandalisme = het vernielen zonder reden of doel
-We zijn er op voorbereid, als een lange werkdag komt.
-Nemen jullie genoegen met een kleine vergoeding?
-Nemen jullie er genoegen mee, als er een kleine vergoeding is?
->het genoegen = voldoening, tevredenheid
genoegen nemen met = tevreden zijn met (iets wat minder of kleiner is dan men had gewild)
->de vergoeding = het vergoeden, schadeloosstelling
-Verheug je je erop, op vakantie te gaan?
-Ik ben overtuigd van mijn gelijk.
-Ik ben er van overtuigd, dat ik gelijk heb.
-Ze heeft moeite met mensen die te laat komen.
-Ze heeft er moeite mee, als mensen te laat komen.
-De ANWB is er bang voor, dat er grote verkeersopstoppingen zijn in Frankrijk.
->de opstopping(en) = situatie in het verkeer waarbij mensen door drukte niet verder kunnen, stremming
-Ik houd ervan lange tafelgesprekken te doen.
->het tafelgesprek (de tafelgesprekken) = gesprek aan tafel
-Vindt u het leuk veel te reizen? Ach, ik heb er geen bezwaar tegen veel te reizen.
-Denkt u deze functie goed te kunnen vervullen? - Ja, ik verheug me erop de functie te beginnen.
->de functie(s) = het werk dat iemand doet, ambt, baan ,taak
->vervullen = verwezenlijken, doen, voldoen aan, bevredigen
-Bent u bereid lange werkdagen te maken? - Ik ben ervan overtuigd dat lange werkdagen gewoon gebeuren als wat je doet belangrijk is.
-Vindt u het leuk uzelf te ontwikkelen? - Ja, ik houd er erg van mijzelf te ontwikkelen.
-U zult met veel tegenstand te maken krijgen. Wat vindt u daarvan? - Ik heb er geen moeite mee, als ik veel tegenstand te maken krijg.Â
->de tegenstand = actie of strijd tegen iets waar mensen het niet mee eens zijn, verzet
-Kunt u volgende maand al beginnen? - Ja, ik ben eraan gewend snel te beginnen.
-Uw werktijden zijn onregelmatig. Vindt u dat vervelend? - Ik ben erop voorbereid dat mijn werktijden onregelmatig zijn.
->onregelmatig (b.n.) = niet regelmatig
->vervelend (b.n.) = saai, niet interessant of boeiend, lastig, onprettig, onaardig
-Denkt u dat het u veel tijd zal kosten u in te werken? - Ik ben er goed in lange reizen te maken.
->inwerken = op de hoogte brengen van de werkwijze, vertrouwd maken met het werk
-Kunt u mensen goed motiveren en stimuleren? - Ik neem (schep) er genoegen mee (in) mensen te motiveren en stimuleren.
->motiveren = redenen geven voor iets, iemand motivatie geven om iets te doen
->stimuleren = prikkelen, aanzetten, bevorderen, opwekken
-U zult met een lager salaris moeten beginnen. Accepteert u dat? - Ik reken erop, dat je weet wat het best is.
-Dit is een interessante, uitdagende functie. Hebt u zin om te beginnen? -Ja, ik neem er genoegen mee, als de functie interessant and uitdagend is.
-Een dezer dagen heeft u een reĂŒnie van uw oude school. U praat erover en gebruikt uitdrukkingen.
->de reĂŒnie(s) = hereniging, bijeenkomst van oud-leden, oud-leerlingen, oud-studenten, oudgedienden enz.
->de uitdrukking(en) = vaste manier om iets te zeggen, gezegde, zegswijzen
-uitkijken naar = blijven kijken of wachten tot iets komt wat men verwacht of waar men naar verlangt
-Hoeveel zitplaatsen hebben jullie? We hebben er genoeg.
->de zitplaats(en) = plaats om te zitten
-Gek, maar ik verheug me er helemaal niet op met vakantie te gaan.
-Heb je eraan gedacht dat hij allergisch is voor noten?
->allergisch voor = overgevoelig voor, met een allergie voor
-Twijfel je eraan of die beslissing goed was?
-Heb je er weleens over nagedacht wat je in je vrije tijd wilt doen?
Er zijn veel die weinig voor voelen, in het weekend erop uit te trekken.Â
->uittrekken = weggaan, wegmarcheren, bestemmen
-Ze geven de voorkeur aan voor de TV te blijven zitten of op de lopende band op de sportschool aan hun conditie te werken.Â
->de voorkeur = het liever hebben van iets dan iets anders
->de sportschool (de sportscholen) = instelling met speciale apparaten en voorzieningen, waar men kan trainen in
-De Nederlandse musea lijken er genoeg bekendheid te genieten.
->de bekendheid = het op de hoogte zijn van, het bekend zijn, iemand die bekend, beroemd is
-Zo te horen hebben de meeste buitenlanders al een aantal bezocht.
->een aantal = enige, enkele
-Toch zouden ze zich moeten realiseren dat er nog meer te zien is in dit kleine, volle landje.
Er zijn hier nog voldoende natuurgebieden te vinden.
Uitgestrekte nationale parken zoals in het buitenland zijn er niet.
->uitgestrekt (b.n.) = met een groot oppervlak
-Daarvoor is er geen ruimte.
Als je meer erover wilt weten zou je de websites van de Vereniging Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer kunnen raadplegen.
->de vereniging(en) = het verenigen, organisatie van personen die (zonder winstoogmerk) samenwerken voor een gemeenschappelijk doel
->raadplegen = raad inwinnen bij, overleg plegen met
-Je vindt er veel informatie over allerlei excursies, wandel- en fietsroutes, enz.
->de excursie(s) = leerzaam uitstapje met een groep, het uitweiden over iets
-Op beide sites kun je, door op een provincie te klikken, nagaan welke natuurgebieden er in de buurt van je eigen woonplaats zijn.
->nagaan = volgen, letten op, controleren
->de woonplaats(en) = stad of dorp waar iemand woont
-Natuurmonumenten beheert meer dan Staatsbosbeheer.
->beheren = besturen, zorgen voor
-Maar beide organisaties staan er borg voor dat je een heerlijke dag in de natuur kunt doorbrengen.
->de borg(en) = iemand die verklaart dat hij de schulden zal betalen voor iemand anders, als die niet zou kunnen betalen
-Vorig weekend besloten we een wandeling over de Kampina te maken.
Normaal komen er veel bijzondere planten- en diersoorten voor, maar omdat het nog winter was, kregen we er niet veel van te zien.
->de/het soort (de soorten)
-Alleen in de verte liepen er IJslandse paarden en runderen.
->in de verte = op grote afstand
-Deze dieren zorgen ervoor dat het evenwicht in het bos en op de heide bewaard blijft.
->het evenwicht = gelijkheid van gewicht aan beide kanten van de balans
->de heide(n/s) = laag plantje met weinig bladeren en paarse of witte bloempjes, zanderige vlakte waar veel van zulke plantjes groeien
->bewaren = in stand houden
-En zo heeft elk gebeid zijn eigen specialiteit.
->de specialiteit(en) = bijzonderheid
-Je zou er dus beslist eens de tijd voor moeten nemen de Nederlandse natuur te ontdekken.
->beslist (bijwoord) = absoluut, heel zeker, in ieder geval
->voornemen = van plan zijn, besluiten iets te doen
-Gisteren ben ik met een paar vrienden naar Den Haag geweest.
We zijn er met de trein naartoe gegaan.
Vanaf het centraal station was het maar een paar minuten lopen naar het centrum van de stad.
We zijn naar het Binnenhof gegaan en hebben er een rondleiding gekregen in het gebouw van de Tweede Kamer.
Er waren veel bekende politici, maar er was ook veel beveiliging.
Er was een dame die ons alles uitlegde en we hebben er veel van opgestoken!
->opsteken = leren, te weten komen
hebben van iets opgestoken
-Kun je me uitleggen hoe ik mijn uren moet bijhouden in dit systeem?
->bijhouden = ervoor zorgen dat iets niet achterop raakt, regelmatig bijwerken
-Ik heb wel een mail over gekregen, maar ik begrijp er niets van.Â
Wat is er mis met het tijdschrijven op een formulier?
Er zijn nog steeds mensen in dit bedrijf die niet met Excel kunnen werken en er zijn nog meer die het ook niet willen.
Als alles via de computer moet worden ingeleverd, blijft er ook minder tijd over voor het werk zelf!
->overblijven = (als rest) achterblijven, niet doodgaan inn de winter
-In Nederland wordt het steeds drukker op de wegen.
Vooral rondom de Randstad en op de A2 staan er âs ochtends zoveel autoâs stil, dat er niet meer gesproken kan worden van een snelweg.
->rondom (voorzetsel) = om iets of iemand heen
(bijwoord) = om iets heen
-Als je tijdens de spits naar de Randstad wilt, moet je er meer tijd voor uittrekken dan op andere momenten.
En zelfs buiten de spits staan er zoveel files, dat je nooit precies weet wanneer je ergens aankomt.
Er zijn veel automobilisten die heel vroeg opstaan om de files te vermijden maar wat heb je er aan als je om half zeven op kantoor aankomt?
->de automobilist(en) = iemand die een auto bestuurt
->er iets aan hebben = het kunnen gebruiken
-Er is verder toch nog niemand.
->verder (bijwoord) = bovendien, vervolgens
-Er zijn ook, die âs ochtends eerst thuis beginnen met hun werk, en dan er pas om een uur of tien in de auto stappen.
En veel mensen houden kantoor in hun auto: er wordt in de file veel gebeld.
Veel mensen nemen een kopje koffie er bij en maken het best er van.
Je kunt er toch niets aan doen!
-Door de klimaatverandering wordt het in Nederland steeds warmer.
Sinds enkele jaren duiken er zelfs tropische planten op in dit kikkerland.
->enkele (b.n.) = wat uit maar één onderdeel bestaat
->opduiken = overwacht komen, tevoorschijn komen
->het kikkerland = waterrijk land met veel kikkers, Nederland
-Er wordt voorspeld, dat er over een jaar of tien steeds minder toeristen naar Frankrijk en Spanje gaan, omdat de temperaturen daar te hoog worden.
Onze Noordzeestranden worden dan de nieuwe CĂŽte dâAzur!
We moeten ons blijven afvragen wat wij er aan kunnen doen, om voor te zorgen dat de klimaatsverandering niet nog verder doorzet.
Er zijn veel maatregelen die we kunnen nemen.
Ieder individu is er zelf verantwoordelijk voor, dat hij milieubewuste keuzes maakt.
->verantwoordelijk zijn voor = degene zijn die ervoor moet zorgen dat alles goed gaat; degene zijn wiens schuld het is
->milieubewust (b.n.) = zich verantwoordelijk volend voor de toestand van het milieu (en daarna handelend)
->bewust (b.n.) zijn van = waarbij iemand iets beseft, iets helemaal begrijpt
->de keus / keuze (de keuzen / keuzes) = het kiezen
-Het is er niet langer een optie de eigen bijdrage als een druppel op de gloeiende plaat te zien.
->een druppel op een gloeiende plaat = een bestrijdingsmiddel waarvan de uitwerking te gering is in vergelijking met de grootte van het probleem
-Dit project is vorige week afgelopen.
-Hij gaat in Brussel werken.
-Wanneer zult u de brief opstellen?
->opstellen = tekst maken, vervaardigen
een brief/verklaring opstellen = bedenken en opschrijven
-Gisteren veranderde de architect de plannen.
->de architect(en) = iemand die gebouwen ontwerpt en onder zijn leiding doet uitvoeren
-Heeft de architect de plannen gisteren veranderd?
-Is het boek onverwacht een echt bestseller geworden?
-Onverwacht is het boek een echte bestseller geworden.
->onverwacht (b.n.) = zonder dat het verwacht was, plotseling
-Door de week kijkt hij nooit naar de televisie.
-In de zomer zijn we meestal een paar weken aan zee.
Meestal zijn we in de zomer een paar weken aan zee.
-Af en toe moeten we even stoppen.
-Tegenwoordig dragen mannen minder vaak een stropdas.
-In âs-Hertogenbosch staat er een prachtige kathedraal.
->de kathedraal (de kathedralen)
-Volgens de meeste mensen zijn er geen vampiers.
->bestuderen = onderzoeken, een studie maken van, aandachtig bekijken
-S > V1 > pron > Tijd > Manier > Plaats > V2/prefix
S > V1 >pron > er/daar/hier > Tijd > Manier > V2/prefix
S > V1 > bepaald object > Tijd > Manier > Plaats > onbepaald object > V2/prefix
S > V1 > indirect object > direct object > V2/prefix
S > V1 > direct object > indirect object met prepositie > V2/prefix
S > V1 > pron > Tijd > prep. groep > V2/prefix > prep. groep
-S > V1 > pronomen > indir. obj. > dir. obj. (bep.) > Tijd > Manier > Plaats > dir. obj. (onbep.) > prep. groep > V2/prefix > prep. groep
-S > V > R > want/ of/ en/ maar/ dus > S > V > R
-Hij gaat meestal lopend naar school.
Ze lunchen soms met een klant in een restaurant.
We zijn er nog nooit samen geweest.
Je kunt daar altijd gezellig borrelen.
->borrelen = samen alcohol, vooral sterkedrank, drinken, (van water een andere vloeistoffen) bewegen doordat er veel luchtbellen naar boven komen
-Hij had deze soep eergisteren ook gemaakt.
->eergisteren (bijwoord) = de dag vóór gisteren, twee dagen geleden
-Er start binnenkort een nieuw bedrijf.
Ik volg die cursus in april.
Ik heb het verslag vorige week geschreven.
Ik heb vorig jaar een huis gekocht.
-Ik verkoop hem het boek.
Hij schrijft zijn klanten een brief.
-Hij legt de cursist de grammatica uit. -> Hij legt de grammatica aan de cursist uit.
Ze geeft de medewerkers een rapport. -> Ze geeft een rapport aan de medewerkers.
De arts geeft de patiënt de medicijnen. -> De arts geeft de medicijnen aan de patiënt.
-We hebben hem gisteren op kantoor gezien. -> We hebben hem gisteren gezien op kantoor.
-Ze kunnen dit product maken in Italië.
Hij gaat niet mee met de excursie.
Ze nodigen ons uit voor het feest.
We ontmoeten hem met zijn vrouw in de stad.
-We hebben de dokter gisteren advies gevraagd.
We hebben gisteren advies aan de dokter gevraagd.
We hebben gisteren advies gevraagd aan de dokter.
-Hij heeft ons het probleem duidelijk uitgelegd.
Hij heeft het probleem duidelijk aan ons uitgelegd.
Hij heeft het probleem duidelijk uitgelegd aan ons.
-Ze bereidt zich morgen op de test voor.
Ze bereidt zich morgen voor op de test.
-Gebruik de woorden tussen haakjes in de nieuwe zin.
->het haakje = parenthesen
-Heb je een notaris om advies gevraagd?
-Wij hebben die beslissing genomen in overleg met de directie.
-Ze gaat morgen met het vliegtuig terug naar Amerika.
-Ik heb lange tijd in het buitenland gestudeerd.
-Ze gaan hun huis nu renoveren.
->renoveren = vernieuwen, vernieuwen en verbeteren van gebouwen
-We hebben het project afgesloten met een feestje.
-Hij stelt vanavond een brief op.
-De directie geeft een hoger salaris aan de werknemers.
-We gaan volgend jaar een cursus volgen.
-We hebben de informatie over de cursus gisteren aangevraagd.
->aanvragen = (officieel) verzoeken bij de bevoegde instantie
-Wanneer wilt u mijn collega spreken? Ik wilt hen nu spreken.
-En trakteert u uw collegaâs op taart? Ja, ik trakteer hen op taart.
->trakteren = iets lekker aanbieden of uitdelen, vooral als iemand jarig is, een rondje geven, de drankjes e.d. betalen
-Helpen uw collegaâs u met de Nederlandse taal? Ja, ze helpen mij met de Nederlands taal.
-Wat heeft de grammaticadocent u uitgelegd? Zij heeft mij alles uitgelegd.
-Wanneer en waar bent u vorig jaar met vakantie geweest?
Ik ben Juni vorig jaar in Vietnam op vakantie geweest.
-Hoe vaak spreekt u met uw secretaresse/directeur/assistent/afdelingshoofd?
Ik spreek elke dag met hem.
-Waar woont u en hoe lang woont u daar al?
Ik woon in Weesp en ik woon al twee jaar daar.
-Heeft uw afdeling vaak besprekingen in een vergaderzaal?
Nee, mijn afdeling heeft helemaal geen besprekingen in een vergaderzaal.
-Gaat u regelmatig met de auto naar een afspraak?
Nee, ik ga nooit met de auto naar een afspraak.
-Wanneer neemt u de trein en waar gaat u dan naartoe?
Ik neem de trein elke ochtend en ik ga dan naar mijn werk.
-Wanneer is uw training Nederlands bij Regina Coeli?
Mijn training Nederlands bij Regina Coeli was vier maanden geleden.
-het organiseren van een vakantie met familieleden.
-het opstarten van een project met collegaâs.
->opstarten = aanzetten, beginnen, met iets beginnen, in gang zetten
-het voortgangsrapport (de voortgangsrapporten) = rapport over hoe het gaat met een project e.d., hoe het zich ontwikkelt
-Wat herinnert u zich vooral van uw jeugd?
Ik herinner me de snoep vooral van mijn jeugd.
-Waarover verbaast u zich in Nederland?
Ik verbaas me nergens over in Nederland.
-Wat zijn uw plannen voor de vakantie?
Onze plannen voor de vakantie zijn Noorwegen, Portugal, en Italië.
-Wat is uw favoriete stad in Nederland? Waarom?
Mijn favoriete stad in Nederland is Amsterdam. Omdat ik daar IJscuypje kan eten.
-âs Ochtends staat hij vroeg op en dan gaat hij hardlopen.
-Mijn collega is meestal vrolijk maar vanmorgen was zij geĂŻrriteerd.
-Zullen we stoppen met vergaderen? Of anders ga ik kapot?
-We kunnen nu wel doorgaan, want misschien kunnen we de volgende keer niet.Â
-Ik wil nog lang niet ophouden maar ik moet naar de WC.
->ophouden = niet doorgaan, eindigen, omhooghouden, op het hoofd houden, maken dat iemand niet verder kan gaan, van het werk houden
-Gaan we dan eerst koffie drinken of dansen?
-Geef jij de presentatie of ik?
-Volgens mij zit de voorzitter te slapen want hij beweegt helemaal niet.
-We hebben nog niet alle agendapunten besproken want ik heb honger.
-Laten we dan toch maar stoppen, dan gaan we ijsjes halen.Â
-Het is al middernacht maar ik kan niet slapen.
->de middernacht = twaalf uur âs nachts
-Is het gebouw al gesloten, ik zie wat licht daar?
-Werk je graag in de tuin?
Wat doe je in je vrije tijd?
Werk je graag bij een groot bedrijf?
-Ze nemen nieuwe mensen aan hoewel het bedrijf verlies lijdt.Â
->verlies lijden = veel geld verliezen
-Omdat ik geen tijd heb, ben ik niet aanwezig op de vergadering.
Ik bel je als ik op het vliegveld aankom.
Ik neem wel een taxi als ik op het station aankom.
Hij spreekt nog niet zo goed Nederlands hoewel hij al vijf jaar in Nederland is.
-Wanneer komt hij terug van zakenreis?
Weet je wanneer hij van zakenreis terugkomt?
-Wie wordt onze nieuwe directeur?
Ik zou wel eens willen weten wie onze nieuwe directeur wordt.
Dit is ingewikkeld. Weet jij hoe je dat moet doen?
->ingewikkeld (b.n.) = moeilijk te begrijpen, niet eenvoudig
-Toen ik klein was, woonden we in een flat.
->de flat(s) = woning met alle vertrekken op één verdieping, in een complex gelijke woningen in woonlagen
-Toen hij dat had gedaan, werd hij ontslagen.
-Als ik met het vliegtuig ga, neem ik altijd kauwgum mee.
-Ik weet niet of hij thuis is.
Ik vraag me af of ze nog steeds in Nederland werkt.
-Ik weet dat hij heel intelligent is.
->intelligent (b.n.) = met een goed denkvermogen, in staat om snel iets te begrijpen
-Ik wachtte totdat het vliegtuig van de landingsbaan vertrok.
->de landingsbaan (de landingsbanen) = verharde baan voor het landen van vliegtuigen
-Ik wacht tot je met je werk klaar bent.
-Nu we een nieuw huis hebben, hebben we meer ruimte.
-Sinds ik veel sport, voel ik me fitter.
->sporten = aan sport doen, een sport beoefenen
-Hij zorgt voor de kinderen terwijl zij elke avond studeert.
-Hij is begonnen te reizen nadat hij met pensioen was gegaan.
-Je moet niet oordelen voordat je alles weet.
->oordelen = zijn mening zeggen over iets, hoe men het vindt, zich met inzicht over iets uitspreken
-Voor je het beseft, is het al weer weekend.
-We zullen hem helpen zodat hij niet alles alleen hoeft te doen.
-Zolang hij geen Nederlands spreekt, zal hij moeilijk een baan kunnen vinden.
-Ik bel je zodra ik meer weet.
-Voorzover ik nu weet, is alles in orde.
-We doen dit tenzij je een beter idee hebt.
-Indien u klachten heeft, kunt u contact opnemen met uw huisarts. (schrijftaal)
-U krijgt korting mits u contant betaalt. (schrijftaal)
-Er wordt gezegd dat kippen niet kunnen vliegen.
-Je moet morgen vroeg opstaan omdat er een vliegende kip aankomt.
-In de krant staat dat er veel vliegende kippen zijn die mensen aanvallen.
-Gisteren hoorde ze dat er een vliegende kip in haar tuin rende.
-Er zijn morgen lange files omdat er te veel dode vliegende kippen liggen op de snelweg.
-Ik weet niet wanneer de volgende uitgave verschijnt.
->de uitgave(n) = uitgegeven geld, boek dat door een uitgever in de handel wordt gebracht
->verschijnen = tevoorschijn komen, zichtbaar worden, zich vertonen, komen, van boeken enz. nieuw uitkomen en voor het eerst in de winkel liggen
-Weet jij hoe laat de voorstelling morgen begint?
-Niemand weet waarom het congres van volgende week niet doorgaat.
-Is het al bekend wie ze voor de presentatie willen uitnodigen?
-Hij vroeg haar wanneer ze op kantoor wilde langskomen.
-Weet jij wat de inhoud van dat artikel was?
->de inhoud(en) = de informatie, het verhaal in een boek, film e.d.
-Ik vraag me af waarom ze niet even een taxi hebben gebeld.
-Ik heb geen idee hoeveel mensen ze voor de vergadering verwachten.
-Wil jij even informeren welke zaal hij voor de presentatie heeft gereserveerd?
->informeren = inlichtingen, informatie geven
-Het is mij niet duidelijk waarom hij bezwaar tegen dat voortel heeft.
-Ik begrijp niet waarom hij zo tegen de vakantie opziet.
->opzien = naar boven kijken, opkijken
tegen iemand opzien = veel bewondering voor hem hebben
tegen iets opzien = er van tevoren al angstig, bezorgd voor zijn
-Kun je me tijdig laten weten welke oefeningen we moeten doen?
-Ik wil graag weten hoeveel mensen je voor de workshop verwacht.
-Weet je wel hoelang ik vanmorgen heb gewacht?
-Mag ik je vragen hoe oud je gisteren bent geworden?
-Als je Nederlands probeert te spreken, antwoorden de Nederlanders in het Engels.
-Toen hij de lunch had besteld, wilde hij meteen afrekenen.
-Omdat het Koninginnedag is, heeft iedereen een vrije dag.
-Hoewel het vliegtuig op tijd landde, moest ze lang op de bagage wachten.
-Wanneer je door Zeeland rijdt, zie je mooie, oude dorpen.
-Toen hij zich niet aan de maximumsnelheid hield, kreeg hij een boete.
->zich houden aan = zich richten naar, opvolgen (van regels e.d.)
->de boete(n/s) = bedrag dat iemand moet betalen als ij iets fout heeft gedaan
-Toen hij hoorde dat er een vacature was, heeft hij meteen gesolliciteerd.
->de vacature(s) = het openstaan van een functie
-Als ik een woord niet ken, zoek ik het direct op.Â
-Sinds ze met haar nieuwe baan is begonnen, heeft ze moeite een oppas te vinden.
->de oppas(sen) = iemand die op anderen let, vooral op kinderen als de ouders weg zijn
-Omdat we niets wisten, gingen we naar buiten.
-Wanneer we in een restaurant eten, geven we meestal een fooi.
->de fooi(en) = bedrag dat iemand extra betaalt als hij tevreden is over de manier waarop hij bediend of geholpen is
-Ik haal je op van de trein zodra je er bent.
->ophalen = ergens vandaan halen
-Als je eindeloos mobiel belt, kost het je veel geld.
-Ik begrijp het beter als zij de grammatica uitlegt.
-Je moet de kosten vergelijken voordat je een verzekering afsluiten.
-Als je van plan bent naar China te gaan, moet je je wel voorbereiden.
-Voordat je naar je huisarts gaat, zou je je tanden moeten poetsen.
-Hoewel het hard regent, gaan we hardlopen.
-Sinds de zomer begonnen is, gaat iedereen barbecueën.
-Dat je dat niet weet, verwacht ik niet.
-Wanneer er een lange file staat, start iedereen te mopperen.
-Nu ik beter Nederlands spreek, plaag ik in het Nederlands.
-Het project is nog niet afgerond omdat nog niet alle resultaten bekend zijn.
->afronden = vooltooien, beëindigen, afmaken
-Het gaat goed met dit bedrijf want het heeft een sterke marktpositie.
-De vergadering duurt zo lang omdat iedereen iets wil zeggen.
-Ze kunnen niet met vakantie omdat ze geen vervangers hebben.
->de vervanger(s) = iemand die iemand anders vervangt
-We gaan naar dat congres als we niet te veel werk hebben.
-Ze krijgen een bonus als de jaarcijfers gunstig zijn.
->de bonus(sen) = extra geld dat iemand krijgt, boven op zijn normale inkomen
->jaarcijfers (meervoud) = statistische (financiële) gegevens over een bepaald jaar
->gunstig (b.n.) = goedgezind, in iemands voordeel
-Ik ga op de fiets naar mijn werk of ik neem de auto.
-Ik sta altijd in de file als ik te laat vertrek.
-Hij gaat met vakantie naar Frankrijk of hij blijft thuis.
-Ik weet niet of ik op tijd kom.
-Wanneer heb je voor het laatst gevoetbald?
Ik heb voor het laatst gevoetbald toen ik op de middelbare school zat.
->voetballen = het voetbalspel spelen
-Wanneer begint de vergadering?
De vergadering begint als je klaar bent.
-Wanneer hebben jullie elkaar ontmoet?
We hebben elkaar ontmoet toen we in Vietnam waren.
-Wanneer kun je me terugbellen?
Ik kan je terugbellen toen ik thuis ben.
-Wanneer verhuizen we naar het nieuwe gebouw?
We verhuizen naar het nieuwe gebouw als het klaar is.
-Wanneer kan hij ons die informatie geven?
Hij kan ons die informatie geven als we zijn familie in gevaar brengen.
-Wanneer hebben jullie een bekeuring gekregen?
We hebben een bekeuring gekregen toen we zijn familie in gevaar brachten.
->de bekeuring(en) = het bekeuren, document van de politie waarop staat welke overtreding iemand heeft begaan waarna diegenen een boete moet betalen, proces-verbaal
-Wanneer ga je die cursus volgen?
Ik ga die cursus volgen als ik heel rijk ben.
-Wanneer heb je haar voor het laatst gezien?
Ik heb haar voor het laatst gezien toen ik op de basisschool zat.
-Wanneer heb je die stage gelopen?
Ik heb die stage gelopen toen ik niets beter wist.
->de stage(s) = tijd die iemand die een opleiding volgt, ergens moet werken om te oefenen in de praktijk
stage lopen = een stage vervullen
-Wanneer ben je op dit idee gekomen?
Ik ben op dit idee gekomen toen ik sliep.
->op een idee komen = gedachte over iets, plan
-Toen we die afspraak maakten, had ik mijn agenda niet bij me.
-Wil je me alsjeblieft bellen als je op het station bent?
-Ik heb overgewerkt voordat het gebouw dichtging.
->dichtgaan = zich sluiten, gesloten worden
-Als hij thuis was gekomen, smeerde hij een boterham.
->smeren = met iets vettigs bestrijken, zoals vet of olie
een boterham smeren = bestrijken met boter en beleg
-Je kunt beter niet reageren voordat je met je advocaat hebt overlegd.
->de advocaat (de advocaten) = iemand die anderen raad geeft bij rechtskundige problemen en die mensen verdedigt tijdens een rechtszaak
-Ik zeg onze afspraak af omdat ik te moe ben om uit te gaan.
-Hoewel ze een heel mooi huis hebben, zijn ze van plan het helemaal te verbouwen.
-Sinds ze een nieuwe baan heeft, hoeft ze niet meer zoveel te reizen.
-Weet u al of de vergadering nog doorgaat?
-Als ik met de trein reis, neem ik altijd een boek en een i-pod mee.
-Zodra zij het eten klaarmaakt, dekken de kinderen de tafel.
-Ik ga met de auto naar die klant want op deze tijd van de dag staan er weinig files.
-We hadden heel veel hulp bij de verhuizing zodat we eerder klaar waren dan we hadden gedacht.
-Wil je me een e-mail sturen als de bestelling binnen is? We hebben geen tijd te verliezen.
->de bestelling(en) = het bestellen, dat wat besteld is, bezorging van post
-Terwijl mijn zus trouwde, maakte ik de fotoâs.
-Ik wil graag de vergadering afsluiten tenzij er iemand nog een vraag of opmerking heeft.
-Voor ze de deur uitging, deed ze haar jas aan en het licht uit.
-Als je me nodig hebt, weet je me te vinden.Â
-Zolang we nog geen nieuw huis hebben gevonden, willen we ons oude huis niet verkopen.
-Voorzover ik weet, zijn er geen nieuwe ontwikkelingen.
-Wanneer het eb wordt, gaan we schelpen zoeken.
->de eb/ebbe = het dalen van het water van de zee, laagwater
-Kunnen jullie goed met elkaar samenwerken?
Ja, dat gaat prima, omdat we allebei bereid zijn concessies te doen.
-Is hij altijd zo rustig geweest?
Nee, toen hi jong was, leidde hij een avontuurlijk leven.
-Is zij altijd zo geduldig?
Ja, behalve als je haar op de zenuwen werkt.
iemand op de zenuwen werken = iemand ergeren en zenuwachtig maken
-Wanneer zijn de notulen klaar?
Ik zal eraan beginnen zodra ik met deze presentatie klaar ben.
-Waarom gaan jullie nu een nieuwe auto kopen?
We hebben een grotere auto nodig omdat er gezinsuitbreiding op komst is.
->de uitbreiding(en) = het uitbreiden
->op komst zijn = spoedig komen, weldra gebeuren, groter maken
-Zijn er nog meer vragen?
Uw presentatie was blijkbaar glashelder, dus er zijn verder geen vragen meer.
->glashelder (b.n.) = heel helder
-Zou ik u iets mogen vragen?
Jazeker, zolang het niet te lang duurt, want ik moet nog naar een vergadering.
-Worden deze plannen uitgevoerd?
Dat is wel de bedoeling, tenzij het bestuur er bezwaar tegen heeft.
-Ik begrijp deze tekst niet helemaal. Kunt u mij helpen?
Als je je erop concentreert, zul je zien dat deze tekst helemaal niet zo moeilijk is.
-Zijn er veel ziekenhuizen die deze behandeling toepassen?
Tot voor kort waren er nog maar weinig artsen met deze methode bekend, maar zodra er internationale bekendheid aan is gegeven, is dat veranderd.
->tot voor kort = tot kort geleden
-Verhuist uw hele gezin mee naar Nederland?
Ja, nadat ik door ons bedrijf langer dan drie jaar word uitgezonden, verhuist mijn hele gezin mee naar Nederland.
-Wat heb je vanavond gedaan?
Niets bijzonders eigenlijk. Terwijl ik naar het nieuws keek, heb ik een aantal rekeningen betaald en ben ik naar bed gegaan.
Nee, ik denk dat hij zich in de datum heeft vergist, want hij is anders nooit te laat.
-Zijn jullie van plan deze zomer op vakantie te gaan?
Ja, hoewel je het met Pieter nooit zeker weet, want vorig jaar heeft hij ook op het laatste moment afgezegd.
-Normaal zegt hij niet veel, maar als hij eenmaal begint te praten, is hij niet meer te stoppen.
-Omdat het geen problemen oplevert op mijn werk, neem ik a.s. vrijdagmiddag een paar uur vrij.
->opleveren = tot resultaat hebben, van aangenomen werk afleveren
->a.s. (afkorting) = aanstaande
-Als ik het nu kan overzien, is het winstpercentage eind deze maand bekend.
-Heb jij het telefoonnummer van Bart?
Ik geloof niet dat ik het heb opgeschreven en ik weet niet of het in het telefoonboek staat.
-Hoewel ik al twee jaar in Nederland woon, spreek ik helaas geen Nederlands.
Twee jaar geleden kwam ik in Nederland wonen, daarvoor woonde ik in Frankrijk.
Het bevalt mij hier goed, maar helaas is de taal erg moeilijk.
->bevallen = in de smaak vallen, goed of prettig vinden
-Ik heb niet veel tijd de taal te leren omdat ik het heel druk heb met mijn werk.
Omdat het niet gemakkelijk is tijd te vinden voor studie, heb ik een cursus geboekt bij Regina Coeli.
Ik ben hier nu een week en het valt me wel mee.
De docenten zijn aardig en ze geven me veel aandacht zodat ik geen kans heb Frans te spreken.
->de aandacht = het letten op of denken aan iets of iemand
-Iedere avond eten we in het restaurant, daarna gaan we naar het hotel.
Het is daar erg gezellig maar ik moet wel oppassen.
Ik moet op tijd naar bed gaan of anders kan ik me de volgende dag niet concentreren.
-Waarom heb je deze week geen vakantie?
Omdat ik volgende maand op vakantie ga.
-Wanneer ga je naar huis? Als de training afgelopen is.
-Wanneer stel je een vraag aan je docent? Als ik een vraag heb.
-We blijven op kantoor totdat het gebouw dichtgaat.
-Omdat ik volgende week op vakantie ben, ben ik blij.
-Dit is de man die al jaren onze administratie verzorgt.
->de administratie(s) = de afdeling waar de mensen werken die dit doen, het personeel dat het uitvoert
->verzorgen = iemand of iets geven wat nodig is, zorgen voor, ervoor zorgen dat iets in orde komt
-Daar komt de taxi die hij net heeft besteld.
De mensen die daar lopen, werken bij mij op kantoor.
De bloemen die zij zojuist heeft gekregen, zijn prachtig.
->zojuist (bijwoord) = een ogenblik geleden, zo-even
-Het problem dat we gisteren hebben besproken, is niet zo simpel.
Daar ligt het dossier dat ik bedoel.
-Zij is iemand op wie je altijd kunt rekenen.
Hij is degene met wie ik het meeste contact heb.
-De computers waarmee we werken, zijn oud.
De computers waar we mee werken, zijn oud.
Is dit de situatie waarvoor je zo bang bent?
Is dit de situatie waar je zo bang voor bent?
-Is dit de brief waarop je hebt gewacht?
-Ze is de vriend met wie ik aan het praten was.
-Dat is het project waaraan we al maanden hebben gewerkt.
-Hij is de buurman met wie ze vaak ruzie heeft.
->de ruzie(s) = situatie waarin mensen kwaad zijn op elkaar
-Hij is iemand waarop je altijd kunt rekenen.
Hij is iemand waar je altijd op kunt rekenen.
-Dat is alles wat je op dit moment moet weten.
Is er niets wat we voor u kunnen doen?
Er is weinig wat hem tegenwoordig interesseert.Â
Dat is het mooiste wat ik heb.Â
-Hij bracht me naar huis, wat / hetgeen ik erg aardig van hem vond.
Alles ging mis, wat / hetgeen te verwachten was.
-We hebben gisteren de hele dag vergaderd, wat iedereen zo saai vond.
-Ik ga morgen op zakenreis, waar ik me lang op heb verheugd.
-Wat je gisteren zei, is niet waar.
Wat hij vroeger deed, interesseert me niet.
Wie gedronken heeft, mag niet achter het stuur gaan zitten.
Wie het antwoord weet, mag het zeggen.
-Wat hem erg bevalt, is het eten.
-Wie teveel klaagt, doet niets.
-De vergadering die we voor morgen hebben gepland, gaat niet door.
-Dit is het boek dat ik gisteren heb gekocht.
-Waar is de brief die ik op de post moet doen?
->op de post doen/brengen = ter verzending afgeven of in een brievenbus doen
-De dozen die nog niet zijn uitgepakt, staan op zolder.
->uitpakken = uit de verpakking of uit het cadeaupapier halen, leegmaken, bijv. van een doos of een koffer
->de zolder(s) = ruimte onder het dak van een huis
-De punten die in de vergadering aan de orde zijn gekomen, staan in de notulen.
-Is de auto die daar staat van jou?
-Wat is het mooiste museum dat je ooit hebt bezocht?
-De problemen die wij moeten oplossen, staan op de agenda.
-Waar is het projectplan dat in mijn postvakje lag?
-Wie zijn de mensen die bij de receptie staan?
-Het toegangsbiljet dat ik gekregen heb, is ongeldig.
->het biljet (de biljetten) = gedrukt stukje papier
->ongeldig (b.n.) = niet geldig
-De kaart die in het boek staat, is heel duidelijk.
-In dit artikel staat niets wat we kunnen gebruiken.
-De blouse die mijn dochter draagt, is van mij.
-Het vliegtuig dat net geland is, komt uit Argentinië.
-Is er iets wat ik voor je kan doen?
-Het resultaat dat we het afgelopen jaar geboekt hebben, is teleurstellend.
->teleurstellen = in een verwachting beschamen, iemands hoopvolle verwachtingen tenietdoen
-Hij maakte een opmerking die niemand begreep.
-Dit is het spannendste wat ik ooit gedaan heb.
-Er is nog genoeg wat je vandaag kunt doen.
-Het concert dat voor morgenavond geprogrammeerd staat, gaat niet door.
->programmeren = een programma opstellen voor het verloop van een gebeurtenis
-Alles wat je zegt, is waar.
-Ik ken iemand die goed kan schilderen.
-De mensen die naast ons wonen, komen uit Engeland.
-Ik heb een recept dat eenvoudig te maken is.
-Ik heb alles wat je me gevraagd hebt, gedaan.
-Gisteren heb ik een fles wijn van mijn collegaâs gekregen, wat ik zeer gewaardeerd heb.
->waarderen = schatten, de waarde bepalen, beseffen dat iets goed is, er blij mee zijn, op prijs stellen
-Dat is een training, waaraan ik graag wil meedoen.
-Ik heb niets aan een woordenboek, waarin het lidwoord niet vermeld staat.Â
->het lidwoord (de lidwoorden) = elk van de woorden âde,â âhet,â en âeenâ in het Nederlands
->vermelden = meedelen, melding maken van, noemen
-Dit is een situatie waaraan ik erg moet wennen.
->wennen = gewoon maken, gewoon doen vinden
-In ons bedrijf werken 350 mensen voor wie ik verantwoordelijk ben.
-Het consulaat waarnaar ik vorige maand al geschreven heb, heeft nog steeds niet geantwoord.
->het consulaat (de consulaten) = kantoor van een consul
-De tennisvereniging waarvan ik lid ben, organiseert een interne competitie voor de recreatieve leden.
->intern (b.n.) = binnen een staat of organisatie
->recreatief (b.n.) = met betrekking tot recreatie, als recreatie
-Hij heeft me alle informatie waarom ik gevraagd had, gemaild.
-Dit is iemand op wie je kunt rekenen.
-Het onderwerp waarover we al heel lang praten, staat weer op de agenda voor de volgende vergadering.
-Dit is een besluit waarmee ik niet akkoord ga.
->akkoord (b.n.) = in orde, dat is goed
akkoord gaan met = het eens zijn met, instemmen met
-Dat is iemand met wie ik nooit problemen heb.
-De meeste onderwerpen die in de vergadering aan de orde kwamen, waren niet interessant.
-Er was maar één onderwerp die echt de moeite waard was.
->waard (b.n.) = een bepaalde waarde hebben, met een bepaalde waarde
de moeite waard = goed, interessant, aan te raden
-De medewerker voor wie deze bloemen bestemd zijn, is toevallig vandaag niet op kantoor.
->bestemmen = bedoelen voor, richten aan
-Het restaurant, dat sinds 2 maanden geopend is, trekt al veel mensen.
-Ze hebben me alles wat ik moest weten, verteld.
-Dit is een beslissing waarover niet meer gesproken kan worden.
-De spreker die de expositie opende, was moeilijk te verstaan.
-Dit is een vraag waarop u op dit moment geen antwoord hoeft te geven.
-Het huis, dat al 1,5 jaar te koop staat, ligt niet op een goede locatie.
-Dat zijn zaken waarmee je je niet moet bemoeien.
-Dit is een probleem dat veel aandacht vraagt.
-Dat is iemand met wie ik al jaren bevriend ben.
->bevriend (b.n.) = met een vriendschapsverhouding
-De oplossing waaraan ik zit te denken, is misschien heel simpel.
-De GSM, die ik nota bene net gekocht heb, is nu al kapot!
->nota bene (bijwoord) = let wel, let goed op, soms ook om aan te geven dat iemand iets vreemd of belachelijk vindt
-Waar zijn de notulen gebleven, die ik je gisteren gegeven heb?
-Dit is een uitspraak, waarmee ik veel moeite heb.
-Er zijn maar weinig mensen, die hiervoor in aanmerking komen.Â
-Is dat alles, wat je kunt zeggen?
-We geven een feest voor de mensen, met wie wij samen werken.
-De oplossing waaraan ik heb gedacht, is gemakkelijk uit te voeren.
-Morgen is er een receptie voor een collega, die afscheid neemt.
-Is er iemand, die mij kan helpen?
-Er is weinig, wat hij niet heeft.
-Wat je niet weet, kun je in het woordenboek opzoeken.
-Dat is een oplossing waar ik niet aan heb gedacht.
-Dit is nou niet bepaald iets waar ik op zit te wachten.
-Het besluit waar de vergadering mee akkoord is gegaan, staat niet in de notulen.
-De aantekeningen waar je om hebt gevraagd, liggen op je bureau.
-Wil je de kwestie waar wij gisteren over hebben gesproken, onder ons houden?
->de kwestie(s) = vraag, vraagpunt, probleem
->onderhouden = in bedwang houden, onder water houden
-Het probleem waar ik over de directeur wilde raadplegen, is inmiddels opgelost.
->inmiddels (bijwoord) = in de tussen tijd, intussen
-De documenten waar ik de hele week op heb gewacht, waren in de postkamer blijven liggen.
-Het nieuwe project, waar ik hoge verwachtingen van heb, wordt aanstaande maandag gelanceerd.
->de verwachting(en) = het verwachten, hoop
->lanceren = afschieten, afvuren, in omloop brengen, uitbrengen
-Dit is een onderwerp waar ik veel van weet en waar ik ook veel mee ervaring heb.
-Het spijt ons u te moeten mededelen dat de functie waar u naar heeft gesolliciteerd, inmiddels vergeven is.
->mededelen = vertellen, bekendmaken
-Op bezoek bij een vioolbouwer
Het atelier waar ik vandaag bezoek, is van een vioolbouwer, die me het volgende vertelde:
Ik koos het vak waar ik altijd al belangstelling voor had.
Ik heb mijn vader, die ook vioolbouwer was, opgevolgd.
En de vrouw waar ik getrouwd ben, is ook vioolbouwer.
Ze werken samen in een atelier dat vol violen staat.
Er liggen ook violen die gerepareerd moeten worden.
Bijvoorbeeld een Stradivarius die 300 jaar oud is en waarvan de antiek waarde zo hoog is dat hij niet verzekerd kan worden.
De houtsoort waarvan deze viool gemaakt is, is esdoorn.
De violisten die naar het atelier komen, kunnen zelf de houtsoort van hun nieuwe viool uitkiezen.
Ik vroeg: âIs dit het mes waarmee u het hout bewerkt?â
âJaâ, zei hij, âmaar ik heb ook nog andere werktuigen die ik veel gebruik.â
âEn met wie werkt u nou het liefst samen?â
âJa, met mijn vrouw natuurlijk! Zij is degene die het fijne werk doet, dat is het enige dat ik minder leuk vind.
De manier waar op wij samenwerken, is uniek.
Het succes dat wij hebben, is daaraan te danken.
De mensen van wie wij opdrachten krijgen, zijn wereldberoemd.
->het atelier (de ateliers)
->het volgende = wat hierna volgt
->de violist(en) = iemand die een viool bespeelt
->uitkiezen = kiezen uit verschillende mogelijkheden, wat men wil hebben of doen
->bewerken = verandering aanbrengen, omwerken, versieren
-Het project die de manager leidt, loopt goed.
-De brief die ik heb opgesteld, is klaar.
-Ons bedrijf dat een multinational is, is in 1975 opgericht.
->de multinational(s) = onderneming die in veel landen vestigingen of dochterondernemingen heeft
->oprichten = stichten, openen
-De tekst die ik lees, is niet duidelijk.
-De computers die wij vorig jaar hebben gekocht, zijn snel.
-De boeken die in de kast staan, zijn van het instituut.
-het whiteboard (de whiteboards)
-Ik werkte toen als beleggingsadviseur.
Ze kon toen nog niet fietsen.
We hebben daar nu geen tijd meer voor.
Soms verlangt een Nederlander naar regen, meestal niet.
Hij ging gisteren eerst naar de kapper, daarna reed hij naar Schiphol.
Ik ben hier nog nooit geweest.
Heb jij mijn sleutels ergens gezien?
Bij de tweede straat gaat u rechtsaf.
Hij gaat vaak te laat naar bed.
Hij is niet lang bos gebleven.
Ik wil je heel graag helpen, maar ik kan pas laat komen.
Ze zijn allebei heel erg verkouden.
->verkouden (b.n.) = met ontstekingen in keel en neus doordat iemand kou gevat heeft, aan verkoudheid lijdend
-De auto heeft meer dan 100.000 kilometer gereden. Daarom gaat hij terug naar de leasemaatschappij.
Hij gaat daarom terug naar de leasemaatschappij.
->lease = de leasing(s) = het huren of verhuren voor langere tijd van productiemiddelen en dure gebruiksvoorwerpen, vooral autoâs, waarbij de onderhoudskosten voor rekening van de verhuurder komen
-Ik heb 5 jaar in Vancouver gewoond. Wij woonden toen aan het water.
-Toen wij klein waren, speelden we altijd buiten.
-Het is veel te koud voor de tijd van het jaar.
-Is je kamer bezet? Je kunt mijn kamer zolang wel gebruiken.
->bezet (b.n.) = in beslag genomen, in gebruik, gevuld met mensen
-Gisteren was ik in Rotterdam om naar een bijzondere vliegshow te kijken.
-Nu ik elke dag zoân eind moet rijden, moet ik âs morgens vroeger opstaan.Â
-Schiet eens op, we moeten nu echt de deur uit!
-We gaan eerst een biertje drinken, daarna een hapje eten en tenslotte naar de film.
->tenslotte (bijwoord) = als men het in zijn geheel bekijkt, alles in aanmerking genomen, immers
-De koffie is niet op. Er staat een volle kan op tafel.
->de kan(nen) = vat met oor of handvat om te schenken
-De parkeergarage is helemaal vol.
-Omdat hij de stad te druk vindt, gaat hij verhuizen.
-Hij woont liever niet in de stad; daarom heeft hij een huis in de polder gekocht.
->de polder(s) = land met dijken eromheen, waarvan men de waterstand kan regelen
-Wie heeft mijn hulp nodig?
-Wanneer ga je meestal met vakantie?
-Ik ga naar de kapper. Dat lange haar begint me te vervelen.
->vervelen = iets doen of vertellen wat iemand anders niet interessant of boeiend vindt, niet boeien
-Woon je al lang in Nederland?
-Weet jij hoe we moeten rijden? Ik ben hier nog nooit geweest.
-Mijn oom blijft het liefst thuis; hij voelt zich nergens op zijn gemak.
->het gemak (de gemakken) = toestand van kalmte, weinig inspanning, van geestelijke rust
zich op zijn gemak voelen = zich rustig voelen, zich voelen alsof men thuis is, niet bang zijn
-Ik kan mijn boek niet vinden. Heb jij het ergens zien liggen?Â
-Ik heb er overal naar gezocht.
-Sinds ik in Nederland woon, ga ik elk jaar naar een ander Europees land met vakantie.
-Ik heb sindsdien al veel over de verschillende culturen geleerd.
->sindsdien (bijwoord) = sinds die (genoemde) tijd
-Bent u ook zo dol op bloemen?
-Bij die winkel hebben ze heel lekkere bonbons. Ik moet daar altijd naar binnen.
->de bonbon(s) = lekkernij van chocolade met een vulling van suiker werk en aroma, of met likeur
-Mijn broer kreeg een heel erg interessante baan aangeboden bij een bedrijf in Zweden.
Hij twijfelt vooral heel veel omdat zijn vrouw niet zeer enthousiast is.
Zij werkt namelijk ook heel graag en het is maar de vraag of ook zij daar snel aan de slag kan.Â
->namelijk (bijwoord) = als toelichting
->aan de slag gaan = beginnen te werken Â
-Hij heeft intussen zeer veel over Zweden gelezen en er blijken heel erg veel wat overeenkomsten met Nederland te zijn.
->de overeenkomst(en) = het op elkaar lijken, gelijkenis, afspraak, contract
-De Zweedse maatschappij behoort net als de onze tot de zogenaamd feminiene maatschappijen. (zogenaamde ?)
->zogenaamd (b.n.) = zo genoemd, met die naam
->feminien (b.n.) = vrouwelijk
-De cultuur daar verschilt dus niet zo erg van de onze: er is heel  veel waardering voor het individu, weinig behoefte aan het benadrukken van hiërarchie, etc.
->verschillen = anders zijn dan, zich onderscheiden van
->de waardering(en) = het op prijs stellen, het er blij mee zijn, achting
->benadrukken = de nadruk leggen op
->de hiërarchie(ën) = rangorde binnen een groep, volgorde van belangrijkheid
-Zijn vrouw en hij zijn echte natuurliefhebbers en wat dat betreft heeft Zweden heel veel te bieden.
->betreffen = gaan over, te maken hebben met, betrekking hebben op
-Er zijn ongelooflijk veel bossen en meren. Maar je moet wel zeer van de stilte houden want buiten de steden is het land heel erg verlaten.
->verlaten = weggaan van, in de steek laten
-Het salaris dat hem geboden is, is veel hoger dan zijn huidige salaris. Maar het levensonderhoud in Zweden is erg duur. Vooral levensmiddelen zijn er heel erg duurder dan hier.
->huidig (b.n.) = tegenwoordig, waan de tijd waarin men leeft
->het levensonderhoud = wat nodig is voor iemands dagelijkse leven, zoals eten, kleding, woonruimte
->levensmiddelen (meervoud) = etenswaren, eten en drinken
-Tenslotte is er nog het klimaat. De gemiddelde temperatuur ligt er lager en er zijn veel minder zonuren dan in Nederland, maar mijn broer vindt het weer niet zo heel erg belangrijk. Volgens mij heeft hij er wel erg veel zin in daar een poosje te gaan wonen.
->gemiddeld (b.n.) = ongeveer in het midden tussen twee uitersten
-Hij heeft mij beloofd (om) te komen.
Ze vindt het leuk (om) in Nederland te wonen.
We zijn van plan (om) 3 maanden op wereldreis te gaan.
-Het is te laat om nog te werken.
Het is te mooi om waar te zijn.
Dat is veel te ingewikkeld om te herhalen.
->herhalen = nog eens zeggen of doen
-Zonder te kijken, stak hij de weg over.
In plaats van te lachen, werd hij heel boos.
Door weg te lopen, los je niets op.
-Sommige klanten verlaten het terras zonder te betalen, maar de meeste klanten leggen keurig geld op de tafel.
->keurig (b.n.) = smaakvol, verzorgd, erg netjes, met heel goede manieren
-Je kunt beter iets doen in plaats van te gaan zitten klagen.
-Door regelmatig bij je computer weg te lopen en even iets anders doen, voorkom je nekklachten.
-Het is nu te laat om er iets aan te doen.
-Hij stuurde me een mail om iets te vertellen.
-Ik verzoek je vriendelijk om dit niet te doen.
->verzoeken = vragen om iets, uitnodigen
->vriendelijk (b.n.) = op een manier waaraan men merkt dat iemand goede bedoelingen heeft, aardig, lief
-De vergadering was te kort om alle onderwerpen te bespreken.
-We gaan er een weekendtje tussenuit om even op adem te komen.
->op adem komen = zich herstellen, bijkomen
-Ik heb niet genoeg tijd om alle brieven te lezen.
-Ze hebben beloofd te helpen.
-Vind je het leuk om Nederlands te leren?
-Ik moet overwerken om alle brieven te beantwoorden.
-Deze krant is nog te moeilijk om te lezen.
Hij bemoeit zich overal mee.
Ik heb er geen mening over.
Zij kan overal over praten.
De telefoniste krijgt overal vragen over.
->de telefonist(en) = iemand die een telefooninstallatie bedient, vooral die in een centrale de verbindingen tot stand brengt
-Ik heb het zo druk; ik kom nergens aan toe.
->aan iets toekomen = iets kunnen doen, ergens de tijd voor vrij kunnen maken
-prepositie + iets -> ergens + prepositie
prepositie + niets -> nergens + prepositie
prepositie + alles -> overal + prepositie
Zij heeft zich ergens in vergist.
Ze denken nergens over na.
-S > V1 > pron. > adv. > rest > prep. > V2,3/prefix
-Je moet overal over nadenken.
Ze heeft overal goed over nagedacht.
Hij heeft nergens verstand van.
Hij kan overal over meepraten.
Ze windt zich nergens over op.
-Hij bemoeit zich altijd overal mee.
Hij wil liever nergens over nadenken.
Ik wil je graag ergens over spreken.
-Hij gaat meestal nergens over.
-Ik denk altijd overal aan.
-Mijn buurman is zo nieuwsgierig, hij bemoeit zich overal mee.
-Onze directeur is heel veelzijdig, hij heeft echt overal verstand van.
->veelzijdig (b.n) = veel verschillende dingen kunnend
-Wat zit je toch voor je uit te staren. Zit je ergens mee?Â
-Kun je nog even blijven? Of moet je ergens naar toe?
-Kun je later terugkomen? Ik wil je ergens over spreken.
-Het feest was een groot succes, de gastvrouw had overal aan gedacht.
->de gastvrouw(en) = vrouw bij wie iemand te gast is
-Je kunt met hem geen overeenstemming bereiken, hij is overal tegen.
->de overeenstemming = het hebben van dezelfde mening over iets, het ergens over eens zijn
overeenstemming bereiken met iemand
-Je kunt ons niet meer verrassen, wij zijn overal op voorbereid.
-Hij kent geen angst, hij is nergens bang voor.
-werkzaam (b.n.) = ijverig, krachtig werkend, in dienst
-werkbaar (b.n.) = zodanig dat er gewerkt kan worden
-werkend (b.n.) = levend van werk met de handen, een beroep uitoefenend, handelend, functionerend, in beweging
-het overwerk = werk dat men doet, tijd die men werkt buiten de vaste arbeidstijd
-de werkloze(n) = iemand die geen werkt heeft
-de werkplek(ken) = plaats of ruimte waar men beroepsmatig zijn werk verricht
-wegwerken = doen verdwijnen
-afwerken = beëindigen, afmaken, het laatste werk doen aan iets, uitputten door te hard werken
-opwerken = zo bewerken dat iets hoger komt, bijv. bij beeldhouwen, afwerken, in de kernenergie reeds gebruikt kenmateriaal zodanig behandelen dat het opnieuw gebruikt kan worden, vooruitgaan door goed zijn best te doen
belangrijk -> on belangrijk
-bodem -> bodemloos (b.n.) = zonder bodem, heel erg diep
zorg -> zorgeloos (b.n.) = zonder zich zorgen te maken, luchthartig
->zorgelijk (b.n.) = vol ongerustheid, reden gevend tot ongerustheid
-Het universum is eindeloos.
->het universum = de ruimte om ons heen met alle sterren en planeten, heelal
-Deze man is dakloos; hij zwerft door de stad.
->dakloos (b.n.) = zonder onderdak, zonder woning
-Zij klom moeiteloos de steile berg op.
->moeiteloos (b.n.) = zonder moeite
-de werkkamer(s) = studeer kamer, vertrek voor werk zoals lezen, schrijven, telefoneren
-het stadhuis (de stadhuizen) = gebouw waar het bestuur van een stad zetelt
-het waterglas (de waterglazen)
-onderwijzen -> de onderwijzer(s) = iemand die bevoegd is tot lesgeven in het basisonderwijs
-schrijven -> de schrijver(s)
-verplegen = zieken verzorgen
->de verpleger(s) = man die beroepshalve zieken verpleegt
-verkopen -> de verkoper(s) = iemand die iets verkoopt, iemand die in een winkel klanten helpt, winkelbediende
-timmeren = dingen maken van hout door de delen met spijkers aan elkaar vast te slaan, slaan
->de timmerman(nen) = iemand die voor zijn beroep timmert
-de groente ->de groenteman(nen) = groenteboer
-de danser -> de danseres
de student -> de studente
de scholier -> de scholiere
de pianist -> de pianiste
de toerist -> de toeriste
de verkoper -> de verkoopster
de directeur -> de directrice
de groepsleider -> de groepsleidster
de Nederlander -> de Nederlandse
de Amerikaan -> de Amerikaanse
-verklaarbaar (b.n.) = mogelijk om te verklaren
hoorbaar (b.n.) = mogelijk om te horen
merkbaar (b.n.) = zo dat men het merkt, waarneembaar
-het rapport -> het rapportje
-het uitvoeren -> de uitvoering(en) = versie, vorm, manier waarop iets gemaakt is, het doen, het verwezenlijken, het laten zien of horen voor publiek, voordracht
-het doen -> het gedoe = drukte, opschudding
-het roddelen = (meestal ongunstig) praten over en niet aanwezige persoon
->het geroddel = kwaadspekerij
-mooi (b.n.) -> het moois = iets wat mooi is, iets onbehoorlijks, iets onaangenaams
-actueel (b.n.) = wat op dit ogenblik bestaat, wat op dit moment belangrijk is
->de actualiteit(en) = de toestand zoals die nu is, zaak die nu van werkelijk belang is, gebeurtenis van de dag, het actueel zijn, het van belang zijn voor dit ogenblik
-intens (b.n) = sterk, hevig, heel erg
->de intensiteit = mate van kracht of hevigheid, het intens zijn, hevigheid, grootte van de magnetische kracht in een bepaald punt
-divers (b.n) -> de diversiteit = verscheidenheid, variatie
-begrijpelijk (b.n.) = te begrijpen, wat men goed kan begrijpen
-overzichtelijk (b.n.) = gemakkelijk te overzien, op zoân manier dat het duidelijk is als geheel
-dorps (b.n.) = als in een dorp
-regionaal (b.n.) = met betrekking tot een streek, van een bepaalde streek
-voorbeeldig (b.n.) = zo goed of netjes dat anderen het ook zo zouden moeten doen, navolgenswaardig
-Dit is niet de juiste spelling van het woord.
-Bij iedere vergadering zijn er een aantal afzeggingen.
-De onderwijzer vroeg de leerling alle oefeningen te maken.
->de leerling(en) = iemand die les krijgt, die van iemand iets leert, volgeling
-De docent heeft het werk van de cursist gecorrigeerd.
->doceren = onderwijzen, lesgeven
-De presentatie was een groot succes.
->presenteren = (iemand) voorstellen, om kennis te maken
-Er wordt onderzoek gedaan naar het resultaat van deze maatregel.
->de onderzoeking(en) = het onderzoeken, studie
-Bij zijn aankomst in Nederland werd hij hartelijk ontvangen.
->de aankomst = het aankomen op een plaats, moment waarop iemand aankomt
->ontvangen = krijgen, in ontvangst nemen, bezoek bij zich toelaten
-De lerares kwam te laat in de les.
-Wat is de naam van die docente?
-De dochters van prins Willem-Alexander zijn prinsessen.
-Ik zie maar een mogelijkheid.
-Ik luister in de auto naar het nieuws.
-Voor de duidelijkheid zal ik het je nog een keer uitleggen.
-De maximum snelheid is 100 kilometer per uur.
-Door de warmte wordt er meer ijs verkocht.