Zeven november
Jij bent vierentwintig, ik bijna eenentwintig. Ik vind jou leuk. Ik vind het leuk als je moet lachen. Maar ik vind het nog leuker als je om mij moet lachen, dan krijg je een kleine twinkeling in je ogen. Vorige week op je verjaardag hield je m'n hand net iets te lang vast. Hij voelde zacht en ik vond het totaal niet erg. Ik word blij van je lach en van die twinkeling in je ogen als je naar me kijkt. Gister maakte je speciaal voor mij pesto. Je vroeg of ik het wilde proeven. Je lachte naar me terwijl ik m'n vinger in mijn mond stopte. Kan je alsjeblieft even ophouden met zo ongelooflijk leuk, knap, lekker en grappig te zijn?










