Zachtjes loop ik op mijn tenen over de gladde betegelde vloer die beige van kleur is. De slaap van afgelopen nacht voel ik nog dwalen door mijn hoofdhaar. Ik heb zo heerlijk geslapen dat ik zelfs een lichte spierpijn door mijn rug en schouders voel. Deze plek is een ultieme vrouwendroom. Zelfs dat huis van Christian Grey van die ‘Fifty Shades’-boeken is hier niks bij.
Ik heb een parelwitte slaapjurk aan, gemaakt van zijden en kant. Hij valt zo lang, dat ie over de vloer sleept. De jurk heeft een vorm van elegantie, maar tegelijkertijd ook weer stout. Een ideaal cadeau voor op je huwelijksnacht.
Hij is aan het werk in zijn slaapkamer. Alhoewel, het is geen afgesloten kamer met dichte deuren en wanden. Ik moest zeker wel drie minuten door een vier meter brede hal lopen tot ik een hoekje van zijn kamer kon waarnemen.
Zodra ik om het hoekje van een scheidingswand loop, zie ik hem zitten op zijn bed. Het is een vrij laag kingsize-bed, passend bij de rest van het interieur in de zogenaamde kamer. In kleermakershouding is hij bezig met één of ander priegelwerk en allerlei gereedschap om zich heen. Hij werkt graag met zijn handen. Volgens mij is hij hier erg goed in ook nog - ik zou niet eens ontspannen televisie kunnen kijken in bed, geconcentreerd detailwerk is dan wel erg ver te zoeken. -
Zijn handen bewegen zo snel dat ik ze maar niet kan bijhouden met mijn ogen. Toch ben ik ervan overtuigd dat hij met alle precisie zijn handelingen uitvoert.
Zonder dat hij zijn ogen van het werk af hoeft te houden, wordt deze vraag aan mij gesteld. Zijn stem is erg zwoel en beleefd tegelijkertijd. - Van slapen weet ik het niet, maar man wat praat jij ongetwijfeld lekker! –
Ik kan me inderdaad geen betere nachtrust voorstellen dan vannacht. Ik haal diep adem en probeer mijn zenuwen te onderdrukken.
“Jawel, zeker wel... Maar mag ik vragen wat ik hier aan het doen ben?” - Shit, waarom vraag ik dit? Ik kan mezelf echt slaan nu! -
“Je bent ontvoerd.”, zegt hij heel droog, terwijl hij vertrouwd verder gaat met zijn werkzaamheid. - Ontvoerd? Alsof het de normaalste zaak van de wereld is! Hoe kan hij dit zonder enige emotie aan mij vertellen zonder mij aangekeken te hebben? Ik weet gewoon niet hoe ik moet reageren. -
“Maar waarom zou je mij willen ontvoeren? Wat heb ik iemand misdaan? En wat doe ik in godsnaam in zulk luxe kleding?”
Ik wilde eigenlijk schreeuwen, maar zijn persoonlijkheid is zo kalmerend. - Misschien moet ik nog even loskomen bij hem. Of misschien is het juist andersom. Het lijkt bijna alsof hij mij negeert. -
Zachtjes poetst hij het werk af met een gestreken katoenen doekje. Van een afstand zie ik dat het om een klok gaat. Beige zal vast wel zijn lievelingskleur zijn. Een platina beigekleurige klok, die zowel aan de wand gehangen kan worden als op een bureau neergezet kan worden. De wijzers van de klok lijken van echt zilver te zijn en de cijfers van de uren zijn weergegeven als twaalf fijne stukjes diamant. Hij werpt een bepalende blik op zijn kast die twee seconden duurt. Voorzichtig staat hij op de rand van zijn bed en zet de klok neer op de bovenste plank van zijn kast die rechts naast zijn bed staat. Met volle bewondering kijk ik naar die klok, alsof ik nog nooit eerder een klok had gezien.
“Je mag gaan zitten, anders kunnen die zachte voeten van je die harde vloertegels niet aan. Ik regel zo wel slippers voor je.” – weer die heerlijke stem, hij is echt gezegend...-
Hij is attent, maar dan op een sarcastische manier. Ik had niet eens door dat ik al die tijd aan het staan was. Hij heeft nog steeds geen antwoord op mijn vraag gegeven. Voordat ik die irritatie op mijn gezicht haal, krijg ik een glas water naar mij toe gereikt. Terwijl ik het glas aanneem voel ik mijn pupillen groot worden;
- Man, wat een lichaam! - Acht kleine heuveltjes op zijn buik die door zijn lichtgekreukelde witte shirt heen schijnen. Zijn beige-grijze trainingsbroek valt net over zijn heupen. Zijn ogen zijn precies net zo bruin als die van mij. Hij is ongeveer twee tinten lichter dan ik, een mooi Noord-Afrikaanse huidskleur. En dat haar, pikzwart golvend haar met een bruine gloed, welk alleen te zien is als hij in een zonnestraal staat.
“Je hebt niemand wat misdaan. Ik heb je ontvoerd voor mezelf. Zodat je voor mij kan werken.” zegt hij rustig, terwijl hij zijn handen door mijn haren strijkt.
“Ik voor jou werken? Hoe voldoe ik aan de kwalificaties dan?” – Ik mag al blij zijn met mijn baan als uitzendkracht, met moeite kom ik rond iedere maand joh!
“Ik zie jou graag werken. En ik zie je graag in mijn huis.” Zijn ogen kijken mij doordringend aan. Hottie!!
“Sorry, maar als je mij als huishoudster wilt aannemen wil ik eerlijk tegen je zijn: ik kan geen eens een tafeltje afruimen, laat staan schoonmaken en alles wat erbij hoort. Ik snap dat je zo iemand erg goed kan gebruiken in dit megahuis van jou, maar ik moet je helaas teleurstellen. Tevens zou ik niet willen onderhandelen over het salaris, want ik wil het gewoon niet, totaal niet.” - Zo, alsjeblieft meneer ‘ik-weet-dat-je-me-knap-vindt’. -
Ik weet dat ik er niet trots op hoor te zijn, maar ik denk laten we met alle eerlijkheid beginnen.
“Ik heb het over iets anders. Ik heb genoeg bedienden die dit huis kunnen onderhouden. Maar ik zie het als een misdaad om de enige bewoner van dit huis te zijn. Van mij heb je alle vrijheid wat je maar wilt doen. Maar voor mij ben je pas voor mij werkzaam als je overeenstemt om in dit huis te gaan wonen.”
Wat een rustgevende toon. Het zou eerder een misdaad voor mij zijn om dit aanbod te weigeren. De vraag is nu alleen waarom hij dit aan mij vraagt.
Hij neemt mijn halflege glas aan en drinkt de rest leeg van wat er nog over was gebleven. Het blijkt dat hij dus ook niet vies van mij is. Hij zet het glas neer op een andere plank van dezelfde kast waar de klok in is gezet. Vanuit een onderste ruimte van de kast pakt hij een paar badslippers voor heren.
“Excuus, er zijn verder geen vrouwelijke dingen in dit huis. Die slaapjurk die je aan hebt is door een huishoudster gekocht. Het staat je erg goed trouwens.”
Hij moet erom lachen terwijl hij de badslippers in mijn voeten schuift. Dit is nieuw voor mij. Er zit iets verborgen in die lach; een vernedering? Ik heb mezelf niet eens bekeken sinds ik mezelf in deze jurk ontdekt heb. Niet dat ik een spiegel ben tegen gekomen onderweg naar zijn kamer.
“En je huishoudster vond het echt zo nodig om iets ‘sexy’ te halen voor mij? Weet je, ik wil gewoon weten hoe ik hier terecht ben gekomen en wie mij zo heeft aangekleed. Gast ik weet niet eens wie je bent, ik wil naar huis!”
Deze man heeft een lichaam en uitstraling om niet los te laten, maar ik vertrouw dit allemaal niet. Vooral om het feit dat ik ‘ontvoerd’ ben, gaat wel heel erg ver.
“Begrijp het niet verkeerd. Ze vroeg me al wat ze precies moest halen voor je. Dus ik gaf als antwoord ‘iets waarin je je mooi voelt en wat je vriend alleen mag zien wanneer jullie samen zijn’. Toen moest ze lachen en ze heeft zich duidelijk uit zitten leven.”
Hij heeft humor en zijn huishoudster heeft duidelijk smaak. Ik zal haar zo wel bedanken, want deze jurk voelt al aan als een prachtding.
“En je bent hier terechtgekomen omdat je bewusteloos gevonden werd. Details bespaar ik wel voor later, want je zag er niet best uit toen we je zo troffen. Daarom heb ik maar besloten om je te ontvoeren. Ik zal zo lunch voor ons beiden regelen zodat we hier kunnen eten.” – Lunch? Heb ik echt zo lang geslapen dan, want volgens mij sta ik hier nog geen 10 minuten! –
“Je hoeft nergens bang voor te zijn, je bent in veilige handen. Wie ik ben kom je gauw wel achter. Op dit moment weet ik alleen dat ik je beter wil leren kennen.”
Ondertussen trekt hij z’n shirt uit en loopt hij langzamerhand naar mij toe. Hij heeft door dat ik mijn ogen niet van hem af kan houden. – Dit gaat allemaal veel te snel en het is ook echt verkeerd. Ik weet niet zo goed of ik hem moet vertellen dat ik in een ingewikkelde relatie zit. Tegelijkertijd komt hij als geroepen, want het afgelopen kwartier heb ik niet eens één keer gedacht aan Ayoub! – Hij pakt mij bij mijn beide schouders vast en ik krijg een kus van hem in mijn haren.
“Zowel ik als jij beiden weten dat je hem niet verdient. Zelfs de bedienden weten hiervan af.” zegt hij met een lichte vorm van strengheid in zijn blik.
Ik probeerde mijn zin af te maken maar hij onderbreekt mij.
“Ik zei je net eerder, details bespaar ik wel voor later. Zo erg was je er dus aan toe. Iedereen weet welke naam de persoon draagt, die ervoor gezorgd heeft dat je nu in deze situatie beland bent. En ergens ben ik diegene hier dankbaar voor.”