Fase 3 & 4
Aan Alles komt een einde
Een van mijn idealen in het begin was: ''Ik zou graag indruk willen maken op mijn ouders en vrienden. Ze geven wel complimentjes natuurlijk maar ik weet zelf dat ik; en daarom ook zij, nog nooit enthousiast zijn geweest over mijn design. Ik hoop daarom dat ik hun oprecht een keer onder de indruk kan maken met mijn ontwerp.’'
Ik heb dit doel niet zozeer bereikt met design, maar iets anders: video en fotografie.
Het staat nog in zijn kinderschoentjes, maar door de minor ben ik een stuk meer gaan werken met fotografie en film, de feedback van mijn omgeving is boven mijn verwachting. Ik heb voor het eerst het idee dat mensen oprecht positief waren over wat ik had gemaakt. Ik zelf ben er nog niet en verwacht dat het nog wel even zal duren voor ik echt blij ben met mijn resultaat, in ieder geval tot een bepaalde consistentie, hier ben ik ook blij mee, ik hoop dat ik daardoor alleen maar beter probeer te worden. Maar mijn ideaal is gehaald. Veel positieve reacties en zelfs mijn familie was enthousiast.Â
We moesten concepten verzinnen voor de kerk. Ik hou wel van concepten en vond dit een leuk deel om te doen. Mijn idee was om een next nature environment te plaatsen in de kerk. Een interactieve omgeving in plaats van een voorstelling. Ik hou van een imperatieve ervaring, waardoor het idee me erg aansprak. Ik was wel bang dat binnen de tijd het niet haalbaar was. Als het gebeuren zou dan zou het goed moeten gebeuren. En de tijd die we hadden gaf naar mijn vermoeden niet de mogelijkheid dit te halen. Mijn concept werd wel gekozen om verder uit te werken. Met een groep hebben wij hier aan gewerkt. Ik merkte dat we te lang vast zaten. We gingen niet snel genoeg. Niet iedereen had heel veel motivatie, waaronder ik. Dit gebeurt vaker als er niet genoeg gebeurt. Niet iedereen kon altijd aanwezig zijn, dus het was wat lastig communiceren. Uiteindelijk het initiatief getoond en mensen ook zitten aansporen. We hadden een redelijk uitgewerkt idee. Maar we merkte ook dat er nog veel te veel gaten in zaten. We wilden het ook als een natuur laten werken, alles moest een logische reden hebben waarom het er was. En zo ver waren we nog niet, zoiets kost heel veel tijd. Frederik en Marcel zagen dit ook en kozen voor het kubus idee.Â
We moesten uiteindelijk onderdelen kiezen waarin we gingen werken in de komende weken. Iedereen moest er drie kiezen. De uiteindelijke waar ik in heb gewerkt was registratie. Dit betekende dat de eerste week relatief rustig was. Wat dingen helpen regelen en wat geregistreerd. Een paar avonden in de week gingen we naar de kerk om daar de drones te testen en dingen te bespreken. Hier heb ik moeten filmen om de dagen erna een video te maken.Â
De 1 na laatste week heb ik geholpen met het bouwen van de kubussen. Dit is een van mijn grootste zwaktes. Ik ben niet zo goed in dingen bouwen en keek er dus ook tegenop om het te gaan doen. Technisch ben ik niet zo sterk. Uiteindelijk viel het allemaal mee. In het begin is het was desoriënterend, niet wetend wat te doen. Maar uiteindelijk veel gedaan. Nadeel bleef wel dat ik af en toe niet wist wat te doen. Het is vervelend niet gewoon door te kunnen werken. Dit waren lange dagen, ook zijn we een avond naar de kerk geweest om alles op te bouwen. Hier moest ik weer filmen. Uiteindelijk niet veel video’s van gekomen omdat de dagen zwaar waren en in de avond er geen puf meer was om nog te editen, wel nog foto’s gemaakt van de drones in de kerk die later voor publicatie zijn gemaakt. Ook teveel bezig geweest met bouwen om te kunnen filmen.
Op vrijdag heb ik samen met Frederik en Biemans dingen zitten regelen voor de show. Dit is ook een van mijn zwaktes. Ben nooit zo’n fan geweest van bellen. Maar het viel allemaal wel wel mee. Aardig wat mensen gebeld om dingen te regelen.Â
De laatste week, Hellweek. Elke dag verwachtte Frederik een filmpje over de dag. Het nadeel is dat er zoveel gedaan moet worden dat ik alleen was in het registreren. Dit zorge ervoor dat de eerste dag lang duurde omdat een video per dag niet niks is. Zeker niet als je in je eentje moet filmen en editen. Al moet ik toegeven dat vaak de meeste tijd besteed word aan het zoeken van muziek. Een goed geluid kan een filmpje maken of kraken. Het is dus van groot belang dat je een goede vind.Â
De dagen er na werden makkelijker. De filmpjes werden ook beter. Ik ging ’s ochtends filmen, ’s middags een deel editen om te kijken welk verhaal ik ging maken en welke shots ik nog nodig had. Zo kon ik makkelijker bepalen hoe het filmpje ging worden en later nog wat bijschieten. Zo ben ik vier dagen bezig geweest. Op de laatste dag ging ik me voorbereiden voor het registreren van het event. Vaak is het fijn om met twee camera's een event te registreren, helaas was er niemand over. Gelukkig waren er meerdere rondes en heb ik mijn best gedaan zoveel mogelijk te schieten. Een ronde moeten missen omdat ik ook brandwachter was. Uiteindelijk alles afgebouwd tot vier uur ’s nachts. In het weekend lekker uitgerust. Deze week ben ik bezig de aftermovie te maken, die nu bijna af is. Ik moet nog wat foto’s selecteren voor Marcel en Frederik en dan is het allemaal klaar.
Ik had mazzel dat ik de hele week mocht registreren. Ik heb het idee dat ik veel heb geleerd in deze week en mijn portfolio flink heb kunnen uitbreiden. Ik had niet verwacht dat ik het zou kunnen, zo merk je dat Frederiks hoge eisen laten zien dat veel kan, je moet gewoon doen.
Een grote angst tijdens de minor had ik niet echt. Ik merkte wel dat in de laatste week mensen opeens iets van mij verwachtte in betrekking tot een bepaalde kwaliteit. Er ontstaat dan gelijk onzekerheid en angst of ik wel kan voldoen aan de verwachtingen. Echter zorgt dit er wel voor dat ik beter ga presteren omdat ik niemand wil teleurstellen.Â
Ik heb veel geleerd deze minor, aan het eind nog het meest. Door dingen gewoon te doen en niet te twijfelen, kom je een stuk verder en krijg je meer resultaat. Voor het eerst oprecht positieve reacties gekregen over iets wat ik heb gemaakt, iets waar aan ik moet wennen, maar zeker geen onprettig gevoel is. Zo heb ik ook gemerkt dat mijn Nederlands, niet alleen qua spelling, maar ook als zinsopbouw bar slecht is. In het begin van de minor in het Nederlands geschreven, iets wat een stuk stroever voelt als Engels. En later wat Engels geprobeerd, iets wat mij wat makkelijker ligt. Wel heeft elke taal zijn eigen kracht. In het Nederlands schrijf ik wat simpeler en met wat meer humor. Dit vind ik ook bij de taal passen. In het Engels word het al snel wat romantischer en uitgebreider.Â
Ik ben blij dat ik heb gekozen voor deze minor. En superblij met het werk dat wij met zijn allen voor elkaar hebben gekregen. De performance was fantastisch.Â

















