Dat schrijven het leven leesbaar en leefbaar maakt, is ook onze ervaring bij WSVO. Naar aanleiding van het interview met Mark Vangheluwe die 14 jaar lang werd misbruikt door zijn nonkel, schrijft Peter Adriaenssens over kindermisbruik, de kracht van het op verhaal komen, herstel en.. maatschappelijke verantwoordelijkheid.
De tekst staat achter een paywall, maar we gebruiken ons abonnement om 'm met jullie te delen. Geen slachtoffer/overlever zou dergelijke woorden van herkenning moeten missen omdat z/hij (het geld voor) de krant niet heeft.
{Wie graag iets van zijn/haar verhaal (anoniem of niet, dat kies je zelf) wil delen, mag een mailtje sturen naar [email protected]}
--
'Schrijven maakt het leven leesbaar en leefbaar' - De Standaard, 22-23 april 2017.
PETER ADRIAENSSENS
Wie? Kinderpsychiater UPC Leuven en Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Vlaams-Brabant.
Wat? Mark lezen is les volgen op de eerste rij over wat ons verbonden kan houden met wie geen geluk heeft.
Boeken van oorlogs-, terrorisme-, ontvoerings- en verkrachtingsslachtoffers zijn niet meer zeldzaam. Mensen schrijven zich weg van verlammend verdriet en dokters, richting herstel. Ook het onderwijs kan een zetje geven door jongeren aan te moedigen om hun gevoelens en gedachten uit te schrijven, dagboeken op te stellen en ze bij te houden. Dat kan helpen om niet in wrok, haat of zelfvernietiging te belanden.
Door de jaren heen schreef Mark veel, grotendeels voor zichzelf. Soms zond hij teksten naar zijn dader-oom. Hij hield alles bij en bouwde een archief uit dat voor zichzelf spreekt. Op zijn vrouw na mocht niemand het lezen, denk ik. De stapels papier, bandopnames en dagboekstukken symboliseren elk een trede op een lange trap. Ieder stukje gaat over hetzelfde: de dingen die hij meemaakte. Vaak zijn het de brutale feiten, naakt op papier gezet. Dan weer beschrijft hij hoe rot hij zich voelde en hoe zijn leven kapotging. Op ieder blad maakt hij de miserie opnieuw door, en iedere keer komt er iets bij: nieuwe verbanden, een beter begrip van wat gebeurd is en een grotere grip op de waarheid dat alleen de dader, en niemand anders, verantwoordelijk was voor de feiten. Dat hij als slachtoffer recht had moeten krijgen op een omgeving die het opmerkte en het deed stoppen. Dat zijn familie, school en klasgenoten het om die en die en talloze andere redenen misschien niet konden, niet zagen, het wisten zonder het echt te weten.
Losse flodders
Schrijven is werken geblazen en het eindigt in wat hij zo indrukwekkend beschrijft: wandelend vluchten in zijn streek, waar velden, weiden en kapelletjes de kwellende onrust in hem tot stilstand brengen. Zijn boek doet me nog maar eens beseffen wat wij zo missen voor de jongeren die bij ons in de jeugdzorg opgenomen zijn: ruimte om veilig verloren te lopen, om de natuur te laten helpen die misgroeide stressmachines te herprogrammeren en hen langzaamaan een zacht leven te bieden.
Voor hem bleven het decennialang losse flodders, overtuigd als hij was dat hij niet kon schrijven en geen taal had voor wat hij meemaakte. Toch voelde hij dat het telkens kort hielp, wanneer hij op papier stoom afblies. Zijn lijf voelde beter. Kent gij iemand die het kan uitschrijven, vroeg hij. Ik heb nooit een blad gezien van wat in zijn kast lag. Hij en zijn vrouw vertelden erover. Genoeg om te weten dat hij nog langer moest wandelen, praten en schrijven om zichzelf de toestemming te geven. Want in tegenstelling tot wat hij dacht, schrijven traumaslachtoffers veel beter dan men denkt. Ze zoeken, vaak ten onrechte, mensen die het in hun naam doen en zijn dan ontevreden over het resultaat. Niemand kan in je lijf, zoals je er zelf in zit. Mensen die van jongs af jarenlang seksueel misbruikt worden, ontwikkelen een verstoord stress-systeem en leven met een hogere dosis stresshormoon dan wie dat niet gekend heeft. Het maakt hen hypersensitief, ze komen gemakkelijk en zonder aanleiding terecht in nog grotere stress. Dingen die voor een ander tot het gewone leven behoren, zoals de trein die weer te laat is, een deur die plots dichtslaat, een vrachtwagen die in het midden van de nacht door de straat rijdt, jagen hen op, maken hen prikkelbaar, verstoren hun nachtrust.
Worstelpartij
Hoe meer we uit onderzoek leren over impact van trauma, hoe meer ik besef dat het ontzettend moeilijk is om te snappen hoe het leven in de huid van het slachtoffer aanvoelt. Het maakt me ook milder tegenover de venijnige opmerkingen die over slachtoffers gemaakt worden, als ze vele jaren na de feiten getuigen. Waarom kwamen ze er niet veel vroeger mee? Wie dat vraagt, mag zich gelukkig prijzen, want hij zegt dat vanuit een lichaam dat niet weet wat dat is, een stressthermostaat met littekens in je lijf.
Wie schrijft, tracht stress onder controle te houden. De voorwaarde is dat je meer doet dan je emoties luchten. Dat is slecht nieuws voor de galspuwers op internetfora. Schrijven dat ertoe doet, gaat over woorden leren geven aan de betekenis van je emoties en herinneringen. We kennen het advies over ‘iets van je afschrijven’, de fase waar Mark lang doorging. Hij voelde terecht dat het opluchtte, maar daarom nog niet bijdroeg tot herstel. Het is een tussenfase. Hoe dat vorderde, lees je in zijn boek door de progressieve toename van ‘omdat’, ‘geloof’ en ‘ik realiseer mij’. Het zijn die woorden die het verschil maken. Ze gaan voorbij het dagboekverhaal, omdat ze een draad weven tussen het eigen leven en dat van de familie, omdat ze verbindingen maken met de tijdgeest. Ze groeien uit tot een levensverhaal, als een boom met steeds kleinere takjes. Zijn schrijven is een worstelpartij met zichzelf. Hij schreef geen inleiding-midden-slot-verhaal, maar wroette door zijn leven, om progressief iets te zien bovendrijven dat samenhang had. Zijn leven werd leesbaar voor zichzelf en zijn vrouw, en nu ook voor anderen.
Teken van legen
Als bijna veertig jaar vraagt Mark aan zijn oom dat hij zijn bisschopstitel zou afleggen, zodat hij echt in de anonimiteit zou verdwijnen. Zodat er een einde zou komen aan de prikkels die zijn lichaam doen en deden lijden, telkens als er met lof gezwaaid werd over het zoveelste initiatief van de bisschop. Dat stopte niet toen die ‘ergens’ naartoe verdween. De bisschopstitel blijft hij voeren. Tot vandaag hebben zijn bazen in Rome geen teken van leven gegeven aan het slachtoffer. Dat hij nu een boek uitbrengt, dat naar mijn gevoel ontzettend sterk, scherp en pijnlijk een tijd van zwijgen schetst, is een volgende stap die zijn nood aan herstel vertolkt.
Niemand kiest de klok van zijn geest. Niemand kan voor een ander bepalen wat vergeten is. Zijn moment is dus het juiste moment voor zijn lichaam. Alleen hij heeft het bepaald. Hij deed het niet toen de verzamelde wereldpers erom bedelde bij het ontslag van zijn oom. Hij had er nochtans mooi geld mee kunnen verdienen, als hij dat toen gewild had. Met bewondering heb ik hem en zijn vrouw gevolgd en gezien hoe ze niet bezweken onder die druk. Maar ook met twijfel: ik weet niet of ik zelf zo wijs had kunnen zijn, of ik het niet uitgeschreeuwd zou hebben. Van wat zij deden, kunnen we nog iets leren: de overlever heeft een andere intelligentie dan wie aan de kant staat van niet-weten-wat-het-is-slachtoffer-te-zijn. De overlever verdient ons vertrouwen en onze steun, als hij denkt er wat mee te kunnen doen. En hij verdient tijd, tot hij zijn taal gevonden heeft.
Wij zijn schuldplichtig aan ieder kind dat heeft moeten meemaken wat in mensen- en kinderrechtenverdragen verboden wordt. Mark lezen is niet het verhaal lezen over wat er precies seksueel gebeurd is tussen de oom en de kind-neef. Het is les volgen op de eerste rij over wat ons verbonden kan houden met wie geen geluk heeft. Dat is geen overbodige luxe in deze tijd.
Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
✓ Live Streaming✓ Interactive Chat✓ Private Shows✓ HD Quality✓ Free Actions
Free to watch • No registration required • HD streaming
Nonkel Roger zei: Gij zijt de enige, de engel. Ik weet niet of ik dat geloven moet, ik weet eigenlijk wel zeker van niet’
-- Mark Eeckhaut, illustraties Woldhek - De Standaard 22/4/2017 --
Vijftien jaar lang werd Mark Vangheluwe misbruikt door Roger Vangheluwe, zijn nonkel-priester en later bisschop. Over zijn leven na en met dat misbruik schreef hij een boek, Brief aan de paus. Over zijn vrouw gaat het ook, die hij ‘de koningin’ noemt, en zijn drie zonen, ‘de opvolgers’. Voor het eerst praat Mark Vangheluwe met de pers. Eén keer en dan nooit meer. ‘Ik ben geworden wie ik nu ben door wat hij met mij gedaan heeft. Daar valt niet aan te ontkomen.’
‘We dragen het verslag in het bijzonder op aan de moed van het slachtoffer waarmee alles begon, op 23 april. Een man van veertig die durfde te getuigen over seksueel misbruik, tegen alle hiërarchie in. Het dwong respect af, het gaf een onbekende massa plots een stem.’
Het citaat is van kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Het staat in het voorwoord van het eindrapport van september 2010 van de commissie-Adriaenssens, de kerkelijke commissie tegen seksueel misbruik in een pastorale relatie.
De man van wie Adriaenssens de moed bewondert, heet Mark Vangheluwe (49). Hij is de neef van de voormalige bisschop van Brugge Roger Vangheluwe. Door zijn nonkel-bisschop werd hij misbruikt van zijn 5de tot zijn 19de. In een ‘relatietje’, zoals de gevallen bisschop dat vanuit ‘het verborgene’ op 14 april 2011 in een interview met de zender VT4 zou noemen.
Bijna exact een jaar voordien, op 23 april 2010, was de val van de bisschop van Brugge op een persconferentie met alle hooggeplaatsten van de Belgische Kerk bezegeld. Na het getuigenis dat zijn neef een paar weken eerder bij de commissie-Adriaenssens had afgelegd, kon de bisschop niets anders meer dan opstappen. Ook en vooral omdat de bisschop wist dat er een geluidsopname bestond van een gesprek op 8 april waarin hij – Roger Vangheluwe – het misbruik opbiechtte aan de familie en aan kardinaal Danneels. De zogenaamde Danneels-tapes.
Met zijn getuigenis veroorzaakte ‘de neef van de bisschop’ een lawine in de Vlaamse Katholieke Kerk. De beerput van het jarenlange verzwegen misbruik in de Kerk in Vlaanderen liep in de maanden daarna eindelijk helemaal leeg.
Teruggetrokken in ‘zijn paradijs’, zoals hij het noemt. Een bonk van een kerel midden in de natuur. In zijn eigen, kleinschalige wereld, waar hij samen met zijn vrouw en hun drie kinderen leeft. Tot voor kort was hij alleen maar bekend als ‘de neef van’. Maar zeven jaar na het aftreden van de bisschop van Brugge heeft ‘de neef’ een eigen naam gekregen. Onder die naam, Mark Vangheluwe, heeft hij een boek geschreven. Een boek dat de adem afsnijdt, met als titel Brief aan de paus.
‘Ik heb dat boek niet zozeer voor mezelf geschreven, wel voor mijn kinderen. Opdat ze alles wat gebeurd is later beter zouden kunnen plaatsen en opdat ze de naam Vangheluwe weer met enige trots zouden kunnen dragen. En omdat ik hoop dat andere mensen die met een trauma zitten er iets aan zullen hebben. Wat er met mij gebeurd is, is niet iets om trots op te zijn. Ik voel me eigenlijk beschaamd, bepoteld en gekrenkt. Het is niet eenvoudig met zoiets naar buiten te komen.’
‘Ik was liever de zanger van Spinvis of Het Zesde Metaal geweest. Of wereldkampioen wielrennen. Maar het is niet anders. Uiteindelijk is het alleen maar dit wat ik kan bieden. Dit is wie ik geweest ben en wie ik nu ben. Maar was de koningin er niet geweest, dan was het waarschijnlijk anders gelopen.’
Eén keer wou Mark Vangheluwe met de pers praten. Met deze krant. Daarna zal hij zwijgen en zijn boek laten spreken. Daaruit legde De Standaard hem een aantal citaten voor.
⎨Het lijkt erop dat ik een gewone gelukkige jeugd heb gehad, de foto’s en de filmpjes die vader maakte bewijzen dat ook, maar ze zeggen niet alles. De werkelijkheid is soms anders dan mooie beelden uit het verleden. Op foto’s is niet te zien hoe er in mijn jeugd een soort bacterie ongemerkt bij mij binnengedrongen is en het leven veranderde. De microbe zette zich vast en verspreidde zich door het hele lichaam, zoals olie zich verspreidt op zee en niet meer op te ruimen valt. De aandoening tastte op de duur mijn hele doen en laten aan en maakte me het leven haast onmogelijk. De ziekte leek besmettelijk want heel de familie deelde in de brokken. Tenminste, dat is wat ik me soms wijsmaak, omdat het leven anders onleefbaar zou zijn. Ik ben geworden wie ik nu ben door wat hij met mij gedaan heeft. Daar valt niet aan te ontkomen.’⎬
‘Ik heb soms ook de indruk dat ik hem begrijp. Ik besef dat wat ik nu zeg eigenlijk niet uit te leggen valt, maar toch is het zo. De bisschop is een man met lusten, zoals iedere man. Door dat instituut waar hij in zat en door de omstandigheden is hij zo geworden en heeft hij gedaan wat hij gedaan heeft. Maar dat betekent niet dat ik het hem vergeef, om het in hun vaktermen te zeggen.’
‘Als hij hier binnenkwam, zou ik hem niets aandoen. Integendeel, ik zou hem een pot koffie aanbieden. Ik zou zeggen, lees het boek eens, we zullen er eens over praten. Misschien doet zich dan wel een mirakel voor en beseft hij eindelijk dat de schuld bij hem ligt.’
Mildheid is de enige manier om vooruit te gaan. Al de rest is alleen maar negatieve energie.’
‘Ik had lang een dikke bolster rond mijn ziel maar die is nu opengegaan, dankzij de koningin.’
‘Iedereen kan fouten maken, ook de bisschop. Ik vergeef het hem niet maar ik heb begrip.’
‘Mijn leven had er ongetwijfeld heel anders uitgezien zonder dat misbruik. Ik kan daar veel over nadenken maar ik kan me geen leven zonder inbeelden. Net zoals een blinde niet kan weten hoe het leven van een ziende is.’
‘Ik kijk veel naar andere mensen. Als ik de koningin zie, die heeft een zuiver gevoel, en ik heb dat niet. Maar uiteindelijk zie ik ook veel mensen die net als ik ergens in vluchten: werk, macht, eten, drugs, noem maar op. Iedereen heeft iets. Iedereen heeft een trauma.’
‘Ik heb een onstabiel leven gehad. Dat klopt. Maar de vluchtelingen hebben ook een onstabiel leven. Voor hen is alles nog 1.000 keer erger. Vergelijken en de betrekkelijkheid van de dingen zien, heeft zin.’
‘Maar op de duur kan je op die manier alles weg relativeren, dat is natuurlijk ook een probleem. Dan is er niets meer belangrijk en is er niets gebeurd. Dan is er alleen maar leegte.’
⎨Erover praten is niet makkelijk maar het voelt als een plicht het toch te doen. Ik hoop daardoor wat rust te vinden. Ik weet dat een mens altijd geneigd is te ontkennen al wat hem onbegrijpelijk is, maar daar geraak ik niet verder mee. Het liefst had ik gewild dat mijn ouders gewoon de moeite hadden gedaan om te luisteren naar hetgeen was gebeurd, zonder me telkens te onderbreken met hun versie en hun visie. Ik had graag gehad dat vooral vader eindelijk eens een poging deed om wat empathie te tonen en zich gewoon eens inspande om te luisteren naar hetgeen ik wilde zeggen. ‘Het is toch zo erg niet, negeer en doe voort, verdomme toch’, zei hij. Vader streed meer voor de glorie van broerlief dan mij te aanhoren en op te komen voor zijn zoon, en dat deed pijn. Dat vond ik zo onrechtvaardig.⎬
‘Iedereen in de dichte familie heeft het boek gelezen. Het is voor ieder van hen niet gemakkelijk om met de affaire om te gaan. Mijn vader is zeven maanden geleden overleden. Zijn broer heeft vanuit het verborgene nog met hem gebeld drie dagen voor zijn overlijden, op zijn ziekbed. Ik zat erbij toen, maar dat wist nonkel Roger niet. Het was voor beiden een afscheid dat ze zich anders hadden voorgesteld. Koel en doods.’
‘Vader heeft me in zijn laatste dagen gezegd dat hij spijt had en dat hij vond dat hij zijn vaderschap niet goed had opgenomen. Hij had er oprecht spijt van, dat voelde ik.’
‘Vader was, net als iedereen, ook een slachtoffer van de situatie waar hij in zat. De Katholieke Kerk was voor hem de waarheid en het leven. Hij zat in die wereld. Hij zat ook verstrikt in zijn logica. Vader heeft dat niet moedwillig gedaan.’
‘Hij heeft de baan bewandeld die hij dacht te moeten bewandelen. Hij heeft te laat gezien dat hij mij beter had moeten bijstaan. Omdat zijn broer zoiets niet doet en een bisschop al zeker niet. Ik heb dit boek ook voor hem geschreven en ik heb spijt dat hij het niet gaat kunnen lezen.’
‘Vader is meerdere keren bij nonkel Roger op het bisdom langs geweest om hem te confronteren met wat ik hem had verteld. De bisschop probeerde dat te minimaliseren. En mijn vader wist niet hoe hij ermee om moest gaan. En dus gebeurde er niets. Het liefst van al moest er gezwegen worden over het onderwerp.’
‘Het boek heet Brief aan de paus. Ik zie het als het respecteren van de volgorde. Eerst heb ik bij mijn vader geprotesteerd. Ik heb aan hem geprobeerd het probleem uit te leggen. Hij begreep het wel, maar hij had de kracht niet om er iets aan te doen. Dan ben ik bij de bisschop zelf geweest, die het weglachte en minimaliseerde. Daarna bij kardinaal Danneels, maar die had ook geen zin om er iets aan te doen. Altijd een stap hoger. Maar nergens heb ik echt gehoor gevonden. Integendeel, ze gaven me het gevoel dat ik het probleem was. Nu blijft alleen nog de paus over. Of het moest God zelf zijn natuurlijk.’
‘De paus heeft het boek met Pasen toegezonden gekregen. Ik denk wel dat hij het zal lezen, ja. Of ik hoop dat hij zal reageren?’
‘Ik hoop niets meer, van deze Kerk moet ik niet te veel verwachten of hopen. Op de weg die ik ben gegaan, is het altijd veel woorden maar weinig daden geweest van de Kerk. Ik denk niet dat hij iets zal doen, nee. Hij mag me altijd komen opzoeken. Hij is welkom.’
⎨Die avond tijdens het feestje ter ere van mijn heilig vormsel lokte nonkel me opnieuw, deze keer met een cadeautje. Het was een horloge, geloof ik, zo kon ik weten hoe laat het was. Hij nam me mee naar zijn kamer en gebruikte me voor zijn eigen deugden, nadien veegde hij de smurrie die uit hem kwam van mijn onderbuik met zijn pas gestreken zakdoek. En dat terwijl iedereen beneden vierde en zong: ‘Want God is goed en zijn gena duurt blijvend voort in eeuwigheid’. Het leek er wel op dat er niets gebeurd was want nonkel schudde toen hij beneden kwam een mopje uit de mouw en iedereen daar aanwezig schaterde het uit alsof het leven een klucht was. Ik hoorde het vanuit mijn kamer en zat daar alleen, vies en vuil.⎬
‘Ik heb lang op dit boek gebroed. Ik was rond de dertig toen ik voor het eerst iets op papier heb gekregen. Het was toen ik nog werkte als vrachtwagenchauffeur. Tijdens een helse nacht begon ik achter het stuur van mijn camion te flippen. Het was alsof ik een flashback had. Ik ben gestopt, toen heb ik alles wat in mij opkwam, op een bestelformulier gekrabbeld. Ik was van de wereld aan het vallen. Ik probeerde het met woorden te vatten. Om die onrust kwijt te raken, dat vluchten. Ik heb miljoenen kilometers gereden met de vrachtwagen om toch maar niet de werkelijkheid onder ogen te moeten zien. Tot mijn rug helemaal kapot was.’
‘De keiharde feiten heb ik toen neergeschreven in honderden pagina’s. Het misbruik. Om het later te kunnen herlezen. Maar van die zaken heb ik praktisch niets gebruikt in mijn boek, de herinneringen wel, maar niet de harde feiten. Die harde feiten zijn te grof. Weet u: het misbruik heeft honderden keren plaatsgevonden. Bij elk familiebezoek. Bijna vijftien jaar lang. Het werd een gewoonte. Of ik de enige was? Nonkel Roger zei: “Gij zijt de enige, de engel”.’
‘Ik weet niet of ik dat geloven moet, ik weet eigenlijk wel zeker van niet, maar ik moet zwijgen daarover, want ik kan niets bewijzen. En ik mag niet in de naam van anderen spreken.’
⎨Hij had me in een versmachtende wurggreep, zodat ik haast stikte. Hij nam bezit van mijn lichaam en geest. Ik kreeg geen adem meer en stikte, traag maar zeker onder het stinkend, behaard en vettig lichaam. Ik onderging het gewoon en sloot me af van de buitenwereld. Ik deed gewoon alsof ik er niet bij was. Na zijn egoïstische daad was het net of er zich in mij een explosie voordeed en mijn zelfbeeld uiteenviel in duizenden kleine stukjes als een puzzel die uit elkaar gehaald wordt. Die deeltjes probeer ik nu terug te vinden en terug op hun plaats te krijgen.⎬
‘Had ik de koningin niet leren kennen toen ik 18 was, dan was ik hier allang niet meer. Daar ben ik zeker van. De drang om me kapot te maken, was er. Drank en drugs. Vernietigend. Ik maak nu beelden uit hout met een kettingzaag. Maar ergens is dat ook kapotmaken. Ik ben ook nu nog autodestructief. Dat is niet positief.’
‘Het boek is iets dat ik moet doen. Voor mezelf. Zoals je moet eten. Dat is mijn weg. Maar ik wil die weg met dat boek ook wel afsluiten. Het moet een einde zijn aan iets dat niet eindig is. Ik weet niet of het een einde zal zijn, want jezelf kan je natuurlijk nooit ontlopen. Ik had zeven jaar geleden, toen de bisschop eindelijk van zijn troon lag, gehoopt dat het gedaan zou zijn. Dat ik rust zou krijgen. Maar dat is niet gelukt. Het zal nu ook niet lukken. Maar het verschil is dat ik me daar nu van bewust ben, toen niet.’
‘Zonder de bisschop was ik allicht content geweest met wat het leven gaf. Dan was ik deel van de maatschappij geweest. Nu sta ik voor een groot deel buiten de maatschappij. Ik leef heel anders dan iedereen rondom mij. Ergens is dat natuurlijk ook mijn sterkte. Ik heb niets materieels nodig om gelukkig te zijn.’
⎨Eindelijk een bewijs dat ik niet overdreef, fantaseerde of de aandacht wou trekken, ik had de biecht van nonkel opgenomen, in het geheim, met een apparaatje. De waarheid was vastgelegd. Liegen en ontkennen, mij gek laten verklaren, mij een fantast noemen, dat was vanaf nu niet meer mogelijk. De Heilige Graal, de sleutel van de waarheid, was in mijn handen. De bisschop kon het niet meer minimaliseren, bagatelliseren en ontkennen. Het had geen nut meer. Niets had nog nut.⎬
‘Ik had gevraagd aan de bisschop om zijn baas te kunnen spreken. Met die baas bedoelde ik aartsbisschop Léonard natuurlijk. Hij had het in zijn homilie met Pasen over misbruik in de Kerk gehad en wat voor kanker dat was. Ik hoopte dat die man naar mij zou luisteren en doen wat juist was: de bisschop doen aftreden.’
‘Maar toen wij op 8 april 2010 aan de abdij van Steenbrugge aankwamen voor die ontmoeting, was het niet Léonard die daar zat naast “nonkel Roger” maar kardinaal Danneels. Nonkel voelde blijkbaar nattigheid en hij had zijn vriend Danneels in ’t gat gestoken. Hij heeft Danneels gebruikt. En die is erin gelopen met het idee dat hij dat probleem weleens snel zou oplossen.’
‘Het was niet dat ik met voorbedachten rade het gesprek had opgenomen om er achteraf iets mee te doen. Maar toen ik bij Danneels ging, wist ik op de een of andere manier dat ik het moest opnemen. Om het achteraf aan de koningin te laten horen en het zelf ook nog te beluisteren. Om te horen wat er exact was gezegd.’
Alsof hij God zelve was. Achteraf gezien heb ik wel de juiste dingen gezegd tegen hem en heb ik de juiste vragen gesteld. Maar ik voelde me heel slecht toen ik buiten kwam.’
‘Pas nadien, na het beluisteren van die tapes, viel mijn frank dat dat eigenlijk allemaal zeer bezwarend was en moreel onverantwoord. Zonder de tapes was ik de pineut van het verhaal geweest. Ze zouden van mij een fantast gemaakt hebben die de bisschop zwart wilde maken. Niemand zou me geloofd hebben. Daar zouden ze wel voor gezorgd hebben. Daar ben ik van overtuigd.’
⎨Beste paus,
als jij mijn biechtvader was, zou ik je het volgende vragen: ‘Heb ik gezondigd omdat ik ooit moest zweren om het geheim te houden en beloofd hem nooit te verraden en ik het, net als Judas, wel heb gedaan?' Ik moest het zweren op God terwijl ik onbedekt en naakt voor hem stond in de kapel voor het beeld van de gekruisigde Christus. Ontkleed en onschuldig, klein en onbeschermd.⎬
‘Ik heb God veel aangeroepen om me te helpen. Maar zonder resultaat. Hij luisterde blijkbaar niet. Toch weet ik nog altijd niet zeker of hij bestaat of niet. Want wat in de Bijbel staat, is juist: “Bemin uw naaste als uzelf”. Mocht iedereen dat doen, dan is alles opgelost. “Verander de wereld, begin bij uzelf.” Daarom twijfel ik zo. Die woorden zijn zo mooi.’
‘Ik weet dat het ongelooflijk is dat het zo lang heeft kunnen duren. Dat zijn geheim een geheim is kunnen blijven. Maar het was allemaal zo verstikkend en overheersend. Zelfs mijn vrouw, de koningin, die uit een ander milieu kwam en wist wat er gebeurd was, heeft zich toen we al samen waren een tijdlang niet kunnen verzetten tegen de druk. Ook zij had de kracht er niet voor.’
‘Ik heb haar binnen gesleurd in die verwrongen familie. Zij is ook slachtoffer geworden van de bisschop. De bisschop heeft zelfs ons huwelijk voltrokken, onder druk waaraan niet te ontkomen was. De opvolgers zijn door zijn onreine handen gedoopt. Terwijl heel de familie wist wat hij op zijn kerfstok had. Onvoorstelbaar dat een mens niet in staat is daar onderuit te komen.’
‘U kan zich die macht niet voorstellen. Terwijl heel de familie, mijn bruid en ik wisten wat hij met mij gedaan had. De bisschop wilde altijd tonen dat hij de baas was. En het lukte hem altijd opnieuw.’
‘Zoals die keer in dat interview op tv. Ik was helemaal van de kaart toen hij dat interview gaf. Dat was er helemaal over. Een relatietje zei hij. Dat is toch ongelooflijk.’
‘De impact van dat interview was enorm. Mijn jongste zoon heeft maanden niet meer met de fiets naar school gedurfd. We hadden hem gezegd dat de bisschop in het verborgene zat en dat we voor eeuwig van hem verlost waren. En plots kwam hij op tv. Die jongen dacht dat hij plots van achter een struik zou komen om hem te pakken. Dat legde een hele grote druk op de familie.’
‘Het liefst zou ik hebben dat hij gewoon zwijgt. Wat valt er nog te zeggen? En zijn macht over mij is hij toch kwijt. En voor de rest, laat hem maar in die club blijven. Ze moeten er hem niet uit gooien. Want dan is het loslopend wild. Wat gaat er dan allemaal nog gebeuren? Dat hij maar gewoon zwijgt zoals ik lang gezwegen heb. Dat is genoeg voor mij. Hopelijk kan hij ooit rust vinden in vrede.’
‘Brief aan de paus’ van Mark Vangheluwe is verschenen bij De Bezige Bij.
Deze tekst verscheen in De Standaard van 1 februari 2017 en op de website van dS (paywall) op
Liesbeth Kennes,
Medewerker seksueel grensoverschrijdend gedrag bij CAW Oost-Brabant, schrijft in eigen naam
Is het mogelijk dat Roger Vangheluwe – die al bekende misbruik te hebben gepleegd – onterecht van kindermisbruik wordt beschuldigd door iemand anders, wierp Joris Van Cauter op (DS 30 januari) . Een antwoord: ja.
Ik ben de eerste om te zeggen dat vermeende slachtoffers, mensen die dus leugens voor de rechtbank brengen, schade berokkenen aan de persoon die valselijk wordt beschuldigd én aan echte slachtoffers. Dergelijke case (denk aan de valse beschuldigingen, jaren geleden, aan het adres van Elio Di Rupo) bevestigt de verkrachtingsmythe dat de meeste ‘slachtoffers’ fantasten zijn, op wraak uit zijn of dat het hen om de aandacht te doen is. Recent Amerikaans onderzoek spreekt van 2,1 tot 7,1 procent valse aangiften. Er zijn geen Belgische cijfers over valse aangiften van seksueel geweld, maar er is geen reden om aan te nemen dat Belgen vaker verkrachtingen verzinnen. Die mythe is dus onwaar, maar voor veel mensen toch het uitgangspunt.
Maar als Van Cauter in Het journaal rechtbank houdt en zegt dat de man die zijn cliënt van kindermisbruik beschuldigt ‘een fantast’, ‘een fabulant’ is, wanneer hij zegt dat hij ‘is gesprongen op een golf van beschuldigingen (...) die blijkbaar voor vogels van diverse pluimage nogal een aantrekkelijke golf is geweest om een zekere belangstelling te krijgen’, dan speelt dat – net als valse verklaringen door een vermeend slachtoffer – de mythe van de aandachtsgeile fantast in de hand. Deze mythe maant slachtoffers en overlevers van seksueel geweld – ondergetekende incluis – aan om vooral te zwijgen over wat ze hebben meegemaakt (laat staan aangifte te doen) willen ze niet het risico lopen om voor heel Vlaanderen voor fantast versleten te worden. De ergste nachtmerrie van elk slachtoffer. De verkrachtingsmythe veroorzaakt ook zedenmisdrijven, want volgens onderzoekers werkt ze seksueel geweld in de hand. Van Cauters mediagenieke aanpak dat hij de man als fantast moet benoemen in het belang van de echte slachtoffers van kindermisbruik, heeft veel van een rookgordijn.
Rechter en partijIs het mogelijk dat Roger Vangheluwe – die al bekende misbruik te hebben gepleegd – onterecht van kindermisbruik wordt beschuldigd door iemand anders, wierp Joris Van Cauter op (DS 30 januari) . Een antwoord: ja.Ik ben de eerste om te zeggen dat vermeende slachtoffers, mensen die dus leugens voor de rechtbank brengen, schade berokkenen aan de persoon die valselijk wordt beschuldigd én aan echte slachtoffers. Dergelijke case (denk aan de valse beschuldigingen, jaren geleden, aan het adres van Elio Di Rupo) bevestigt de verkrachtingsmythe dat de meeste ‘slachtoffers’ fantasten zijn, op wraak uit zijn of dat het hen om de aandacht te doen is. Recent Amerikaans onderzoek spreekt van 2,1 tot 7,1 procent valse aangiften. Er zijn geen Belgische cijfers over valse aangiften van seksueel geweld, maar er is geen reden om aan te nemen dat Belgen vaker verkrachtingen verzinnen. Die mythe is dus onwaar, maar voor veel mensen toch het uitgangspunt.Maar als Van Cauter in Het journaal rechtbank houdt en zegt dat de man die zijn cliënt van kindermisbruik beschuldigt ‘een fantast’, ‘een fabulant’ is, wanneer hij zegt dat hij ‘is gesprongen op een golf van beschuldigingen (...) die blijkbaar voor vogels van diverse pluimage nogal een aantrekkelijke golf is geweest om een zekere belangstelling te krijgen’, dan speelt dat – net als valse verklaringen door een vermeend slachtoffer – de mythe van de aandachtsgeile fantast in de hand. Deze mythe maant slachtoffers en overlevers van seksueel geweld – ondergetekende incluis – aan om vooral te zwijgen over wat ze hebben meegemaakt (laat staan aangifte te doen) willen ze niet het risico lopen om voor heel Vlaanderen voor fantast versleten te worden. De ergste nachtmerrie van elk slachtoffer. De verkrachtingsmythe veroorzaakt ook zedenmisdrijven, want volgens onderzoekers werkt ze seksueel geweld in de hand. Van Cauters mediagenieke aanpak dat hij de man als fantast moet benoemen in het belang van de echte slachtoffers van kindermisbruik, heeft veel van een rookgordijn.
Rechter en partij
Mijn geloof in justitie is niet afwezig: ik vertrouw erop dat een triumviraat aan rechters alle elementen in een dossier nauwkeurig beoordeelt en een weloverwogen beslissing neemt. Maar Joris Van Cauter is geen rechter. Hij is advocaat van Roger Vangheluwe, een verdachte. Zijn pleidooi over ‘het ongeloofwaardige slachtoffer’ hoort niet thuis in Het journaal maar in de rechtbank. Zolang de rechter geen ‘postfeitelijke’ beslissingen neemt (een onterecht trumpisme) is er geen probleem met de rechtsstaat.Er is nog meer in het leven dan het recht. Het moet kunnen dat mensen in hun persoonlijke inschatting en mening over misbruikkwesties worden geleid door emoties en gevoeligheden, door menselijkheid. De rechtbank doet in de meeste zaken namelijk geen uitspraak in het voordeel van het slachtoffer. Dat is een rechtsprincipe dat ik begrijp: ik zou ook niet in de gevangenis willen verdwijnen louter omdat iemand mij van iets heeft beschuldigd. De juridische realiteit is echter dat de meeste slachtoffers niet de erkenning krijgen die ze nodig hebben om verder te kunnen. Het is dan een moreel appel aan mensen, aan de samenleving om hen alsnog in hun leed te erkennen.
Onderzoek Vangheluwe in Brugge ligt al maanden stil
De bijzondere Kamercommissie Seksueel Misbruik hoorde vandaag vier procureurs des konings. De Brugse procureur Jean-Marie Berkvens herinnerde er nog aan dat het Brugse opsporingsonderzoek naar Roger Vangheluwe stilligt in afwachting van een akkoord met de Brusselse procureur Bulthé.
Aan het einde van de hoorzitting van Jean-Marc Berkvens kwam ook de Brugse bisschop Roger Vangheluwe ter sprake. Het opsporingsonderzoek in Brugge ligt reeds maanden stil door de klacht die in naam van het slachtoffer van de bisschop bij de Brusselse onderzoeksrechter Wim De Troy werd ingediend. Er zijn reeds twee gesprekken geweest met Bruno Bulthé om een oplossing te vinden, aldus nog Berkvens.
Geen druk
Danièle Reynders en Berkvens benadrukten dat ze nooit enige druk ondervonden van kerkelijke overheden over dossiers van seksueel misbruik in een kerkelijke relatie. "Ik heb geen rechtstreekse of onrechtstreekse lijn met de kerk, bisschop Vangheluwe of iemand anders. Mijn enige rechtstreekse lijn is die met mijn procureur-generaal", aldus Berkvens.
De huidige bisschop van Brugge, Jozef De Kesel, heeft hij tweemaal gebeld, een eerste maal toen er geruchten waren dat Vangheluwe naar het buitenland zou gaan, en een tweede maal met instemming van de procureur-generaal om de cijfers van het bisdom te krijgen over misbruik in de kerk.
Specialisten
Reynders lichtte toe dat zowel het Luikse parket als de Luikse lokale en federale politie over gespecialiseerde mensen beschikken voor dossier van pedofilie en seksueel misbruik van minderjarigen. Het gaat om twee of drie magistraten en 24 gespecialiseerde agenten waarvan drie of vier van de federale politie. De Luikse procureur zei nog dat ze persoonlijk geen voorstander is van een verlenging van de verjaringstermijnen voor pedofilie. (belga/adb)