SEES Expeditie - Blog 1
Woensdag 19 augustus 2015 18:00 uur
Wij zijn aan boord. Zojuist de veiligheidsinstructies gehad en over een paar minuten gaan wij aan tafel. Daarna varen we de Isfjord uit op weg naar Edgeoya. Twee dagen op de camping van Longyearbyen met veel regen en wind is wel genoeg geweest. Een wat deprimerende plaats, dat Longyearbyen. Een oud mijnstadje in het poolgebied. Met helaas nogal wat plekken die zo intensief betreden zijn, dat slechts grote modderpoelen resten. De laaghangende bewolking maakte de ontvangst in het poolgebied er ook niet beter op. Grauw en bruin in plaats van blauw en wit.
Donderdag 20 augustus 2015 15:00 uur
Al voordat wij vlak na middernacht de Isfjord uitvoeren en de open zee op draaiden lag de helft van de toeristen en de wetenschappers zeeziek in de kooi of zat op het toilet. De NIOZ opstappers deden het beter dan de landrotten. Niets te merken van enige katterigheid. In de vroege ochtend de zuidkaap van Spitsbergen gerond en de Storfjord ingevaren. De spitse bergen en gletscherranden zorgen er voor dat het landschap alleen in superlatieven te beschrijven is, hetgeen ik niet ga doen. Wit en blauw, daar laat ik het bij. De beoogde eerste landingsplek viel af, ijsbeer gesignaleerd. Door de verrekijker nauwelijks, maar door de telescoop wel duidelijk te herkennen. Plan aangepast en doorstomen naar de vogelklip ten noorden van Brotneset, waar honderduizend broedparen van de kortbekzeekoet nestelen. Nog even opgehouden door een walvissenfeestje. Een noordse vinvis, vijf gewone vinvissen, vier bultruggen en een dwergvinvis waren aan het eten. Bij de vogelklip vertrekken de toeristen en de meeste wetenschappers richting de klip, maar gaan de zeeonderzoekers van het NIOZ en IMARES vanuit de zodiac monsters nemen. Douwe en Corina zijn uit op virussen, bacteriën, fytoplankton en het kleinere zooplankton. Ikzelf op de vlerkslakken. Dat laatste valt eerst tegen. Het met veel liefde door Jet, de vrouw van collega Hans Witte, gemaakte wijdmazige planktonnet blijft de eerste vijf trekken leeg. Maar tot mijn opluchting is het de laatste vier trekken wel raak. Je wilt wel wat vangen tenslotte. Dank, Jet!
Vrijdag 21 augustus 2015 22:00 uur
Om acht uur 's ochtends lag de Ortelius al stil voor Kapp Lee. Hetzelfde recept als gisteren, de mariene ploeg in de zodiac op zee, de rest het land op. Maar na het wegzetten door de IMARES onderzoekers van de seapods, waarmee hoogfrequente door zeezoogdieren geproduceerde geluiden opgenomen worden, en het nemen van de nodige watermonsters en planktontrekken, gingen wij ook even een bezoekje aan de kaap brengen. De plek waar onder andere Ko de Korte en Piet Oosterveld bijna vijftig jaar geleden een onderzoekshut bouwden om in te overwinteren. Die hut is allang afgebroken, maar wat oudere geologenhutten staan er nog. Ernaast lagen meer dan honderd walrussen te luieren. Veel zeedieren, zoals ribkwallen, vlerkslakken en amfipoden zijn hier beduidend groter dan verwante soorten op onze breedtegraad. De grote walrussen passen mooi in dit plaatje. Maar de ringelrob of kleine zeehond die wij op een ijsschots zagen liggen juist weer niet. Terug aan boord ben ik vrij snel klaar met het fixeren van de verzamelde dieren. Voor Douwe zit het werk er dan nog lang niet op. Hij moet nog al zijn begrazingsexperimenten inzetten in het provisorisch op het achterdek ingericht lab. Schitterend weer trouwens. Warm, 14 graden Celcius. Te warm eigenlijk.
Zaterdag 22 augustus 2015 22:00 uur
Nadat in de vroege ochtend een tiental onderzoekers op Edgeoya waren afgezet, stoomde de Ortelius in westelijke richting. Naar de Ulvebreen, een gletscher. Voor ons een dag van wachten, tot wij dan eindelijk om 16:30 uur een zodiac kregen. Opnieuw de zee op om te monsteren. ’s Avonds een lezing aangehoord van Ko de Korte over de overwintering bij Kapp Lee eind jaren zestig. Leuk. Als jonge biologiestudent heb ik vijfendertig jaar geleden een verhaal van hem over hetzelfde onderwerp gehoord.
Zondag 23 augustus 2015 10:00 uur
’s Ochtends worden wij wakker omringd door los zeeijs. Druilerig weer. Als de boot gaat varen zorgt het schroefwater voor zoveel beweging dat plankton en vis vanonder het ijs tevoorschijn geduwd wordt. Drieteenmeeuwen en noordse stormvogels profiteren ervan. En middelste jagers weer van hen. Drie ivoormeeuwen, waaronder een jong, maken het plaatje compleet. Douwe en ik kunnen nog even met de zodiac monsters nemen tussen de ijsschotsen. Opnieuw vang ik meerdere zeevlinders, één van de twee soorten waar ik op uit ben. De andere soort, de zeeengel, die leeft van de eerste soort, heb ik nog niet in mijn net gehad. Straks maar weer proberen als de expeditieleiding het toestaat.
Jaap van der Meer - Marien bioloog














