Onbehouwen zak hooi!
Bij het bezoek in mei aan de neurochirurg was afgesproken om in september weer terug te komen. De neurochirurg Dr M zou dan zelf niet aanwezig zijn omdat zij tot november met zwangerschapsverlof zou zijn. Afhankelijk van mijn klachten moest er een nieuwe MRI gemaakt worden, uiteraard gingen we er toen nog vanuit dat ik nergens meer last van zou hebben. In augustus ging ik dus bellen met het RKZ voor een nieuwe afspraak, ik wist inmiddels al dat ik ver van tevoren moest bellen wilde ik in september een afspraak hebben. Ik vroeg de afsprakendame bij welke neurochirurg ik terecht zou komen maar zij wist mij te verzekeren dat mijn Dr M al terug zou zijn van haar zwangerschapsverlof in september. De afspraak was om 8.30 uur, dat tijdstip heeft mijn voorkeur, ten eerste omdat je dan zeker weet dat het niet uitloopt aangezien je de eerste bent die dag en omdat het voor John iets makkelijker is om te regelen op kantoor.
John was gelukkig in Nederland en kon dus met mij mee die dag. De afspraak zou dus zijn met mijn eigen Dr M. Ik was erg nerveus want sinds ik haar in mei had gezien was er veel veranderd. Ik barstte nog steeds van de pijn, mijn linker lichaamshelft was nog steeds verdoofd en de sensaties die er doorheen gaan zijn af en toe om gek van te worden en mijn optimisme was gedaald naar -0. Kortom; ik had veel te vertellen en nog veel meer te vragen, het vragenlijstje zat opgeslagen in mijn telefoon. Omdat ik besmet ben met het Buur-gen, dat maakt dat ik altijd overal te vroeg ben, zaten wij om 8.10 al in de wachtkamer(gang) bij de afdeling Neurochirurgie. Het is in zo’n gang een komen en gaan van mensen; mensen met blauwe ‘pakken’, mensen met witte jassen en dames met klikkende hakken. Dr M hadden we nog niet voorbij zien schuiven maar ik had alle vertrouwen dat we om 9 uur weer buiten zouden staan met een heleboel antwoorden. Om 8.50 uur kwamen er een paar klikkende hakken door de gang onze kant op, ‘de dokter is iets verlaat maar ‘hij’ kan er niets aan doen want er is een ongeluk gebeurd op de snelweg. ‘HIJ’???? Dr M is toch een ‘zij’? De dame met de klikkende hakken vertelde dat Dr M nog met zwangerschapsverlof was en daar haar vervanger dus in de file staat. Die vervanger is Dr H, een collega van Dr M. Ik ken de man niet maar wil graag weten hoe hij eruit ziet en ik heb nog tijd genoeg om te googlen... thank god voor de smartphones! Dr H blijkt een neurochirurg en tevens staflid te zijn in het Slotervaart Ziekenhuis. We wachten af.Â
Na nog eens 20 minuten wachten krijgen we een up date: Dr H is onderweg maar het duurt nog wel even voordat hij er is. Bedankt! Uiteindelijk komt er iets na 9.30 uur een verwilderd uitziende man met een bonnetje in zijn hand de gang in lopen. Hij roept: ik ben er hoor !! met een kaartje van de pont als bewijs! (die hij door de lucht heen wappert) Enfin na nog eens 5 minuten wachten mogen we dan eindelijk naar binnen. Mijn humeur, mijn zenuwen en mijn emoties zijn dan inmiddels ‘all over the place’. Dr H heeft zich duidelijk niet ingelezen in mijn situatie maar na een hele snelle blik in mijn dossier in zijn computer vraagt hij mij; ik zie dat u in mei nog klachten had van uw hernia? waarop ik uiteraard zeg dat die klachten niet van de hernia komen maar van de operatie die niet helemaal goed is verlopen. Dr H negeert mijn opmerking en probeert nog eens wat; ‘die klachten had u voor de operatie ook al, jaja..’, waarop ik zeg; ‘nee hoor die klachten had ik helemaal niet voor de operatie!’ Dr H merkt op dat dit dus is wat ze noemen: een partiële dwarslaesie en dat daar niets aan te doen is, helemaal niets! Ik ben te verbouwereerd om te reageren... John daarentegen niet en vraagt wat nu de procedure is, wat gaan we doen? Een MRI, therapie, medicijnen? wat? want dit is nogal moeilijk te accepteren. Dr H wordt een beetje ongeduldig en zegt nogmaals dat er niets aan te doen is, afwachten, het kan over gaan maar het kan ook niet over gaan. Pijnstilling helpt niet bij zenuwpijn aan het ruggenmerg en therapie doe ik al, namelijk mensendieck, een MRI heeft helemaal geen nut. Ik zeg nog steeds niets, ik gun het deze vreselijk vent niet om mij te zien huilen dus ik huil geluidloos met mijn hoofd gebogen en ik hoop dat hij niet ziet dat er tranen op mijn spijkerbroek vallen. Heel even geeft deze man, deze arts, dit staflid van een groot ziekenhuis, mij het gevoel dat ik deze partiële dwarslaesie op mezelf heb afgeroepen, dat het mijn eigen schuld is maar door de reactie van John verdwijnt dat gevoel gelukkig ook weer heel snel. Ik stoot John aan met m’n knie en gebaar dat ik weg wil uit dit kamertje, weg van deze on- empathische lul voordat ik die man naar z’n strot vlieg. Het enige wat hij mij kan bieden is een verwijzing naar de pijnpoli, waar ik volgens hem een apparaatje krijg wat heel misschien de pijn iets kan verlichten door stickers met elektroden pulsen op mijn nek en rug te plakken. Die verwijzing neem ik aan want ik moet tenslotte toch iets! Sprakeloos lopen John en ik het kamertje van Dr H uit, wat een onvoorstelbare onbehouwen zak hooi die man!!








