Een stukje ombervis
Een vreemd fragment
Een jaar of wat geleden vond ik een klein vreemd stukje bot op de Zandmotor. Zo vreemd dat ik besloot het mee te nemen. Puur voor de sport: eens kijken of ik het kon determineren.
Het vreemde fragment.
De determinatie
Jaren lang heeft dat fragment vervolgens ongedetermineerd in een ladekast gelegen. Ik had werkelijk geen idee. Totdat ik van een collega-verzamelaar een aantal viswervels ter determinatie meekreeg. Tussen die wervels lag een fragment van een enorme wervel waarop een benen rib zat die precies overeenkwam met het door mij gevonden stuk. Conclusie: mijn vondst was zo goed als zeker afkomstig van zo'n wervel. De vraag die restte: van welke vis was die wervel?
Een stuk van een caudale omberviswervel uit de collectie van Henk Mulder.
Terwijl ik het stuk wervel bestudeerde bedacht ik me dat ik zelf ook zo'n enorme wervel in mijn collectie had. Weliswaar iets korter en anderskleurig geconserveerd maar zeker de moeite waard om even te vergelijken, leek mij. En het loonde de moeite. Deze wervel had namelijk een overeenkomstige rib. Iets minder prominent, dat wel, maar qua kenmerken nagenoeg gelijk. En omdat mijn wervel wel redelijk compleet was zag ik kans hem te determineren. Het bleek de zesde of zevende, precaudale wervel van een ombervis (Argyrosomus regius). Vervolgens trof ik verder in de ruggengraat van de ombervis, in het caudale gebied, wervels waarmee de andere fragmenten overeenkwamen. Zonder twijfel!
De precaudal omberviswervel die ik op de Zandmotor vond.
De ombervis
De ombervis is een enorme vis (tot ruim 2 meter) die behoort tot de familie van de Sciaenidae die weer tot de orde der baarsachtigen (Perciformes) behoort. De ombervis komt voor in de Middellandse Zee en in de Atlantische- en Indische Oceaan in een gordel tussen 45° noorderbreedte en 45° zuiderbreedte. In onze Noordzee is de ombervis echter een zeldzaamheid. En dat heeft voor de verandering eens niets met overbevissing te maken. Dat is al eeuwen zo. Klaarblijkelijk bevalt de Noordzee de ombervis niet. Liever blijft hij aan de andere kant van het kanaal. Waarschijnlijk vanwege de temperatuur. Het is daar net iets aangenamer. Een ombervis in onze wateren wordt door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dan ook als dwaalgast beschouwd.
De kans dat de bovengenoemde fossiele resten van zo'n dwaalgast afkomstig zijn, is vrij klein. Zeker wanneer je weet dat er op de Zandmotor door andere verzamelaars diverse schedelbeenderen van de ombervis zijn gevonden. Daarvoor zijn het teveel vondsten; dat zou wel heel toevallig zijn. Waarschijnlijker is het dat onze Noordzee in een vervlogen tijd een stuk aangenamer toeven was voor de ombervis: iets warmer. En dat ze in die die tijd hier in grotere getale voorkwamen. Iets wat makkelijk mogelijk zou zijn geweest in het warmere Altanticum (9220 tot 5660 jaar geleden) en het Eemien (126.000 -116.000 jaar geleden). In die tijd was het hier namelijk minstens zo lekker als aan de andere kant van het kanaal.
Comeback
Gezien de huidige klimaatontwikkeling zou het zomaar kunnen dat de Noordzee op de niet al te lange termijn weer aantrekkelijk genoeg wordt voor de ombervis om het kanaal over te steken. Misschien krijgen wij dan weer een eigen Noordzee populatie. Alhoewel... Het is de vraag of ze daar de kans toe krijgen. Er is namelijk een plek in Nederland waar de ombervis al aan een opmars bezig is: de horeca
















