
seen from Saudi Arabia
seen from Saudi Arabia
seen from Saudi Arabia
seen from China
seen from Algeria

seen from United States

seen from United States
seen from China

seen from Malaysia
seen from China
seen from United States

seen from Romania
seen from United States
seen from China
seen from China
seen from Malaysia
seen from China
seen from Germany
seen from India

seen from Czechia

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch ⢠No registration required ⢠HD streaming
Goeiemorgen allemaal,
Bij deze mijn nieuwsbrief, met verhalen, weetjes en mijn workshop programma voor de komende maanden.
Onderstaand verhaal schreef ik een maand geleden in Tanzania, op bezoek bij onze zoon Melle. Mama Barakka leerde mij koken met bakbananen. Ze sprak alleen Swahili, maar bij koken maakt dat zeker niet uit. We wisselden zelfs recepten uit.
Mama Barakka
Op de Soto āmarktā volg ik āMama Barakkaā op de voet.
We kopen groente en fruit om daarmee samen een lunch te bereiden. Ze zoekt de beste bakbananen uit. Schudt de kokosnoot of er wel water inzit en weet bij wie ze de lekkerste Masala krijgt. Naast de kruidenkraam staat een bak met geraspte avocado pitten Zou goed zijn in een thee als je maagklachten hebt. Baobabvruchten bungelen aan touwtjes en boven de tomaten in de groentekraam hangt een pak luiers. De piki piki rijdt ons de stad uit, waarna we in een half uurtje richting het huis van Mama Barakka lopen. Onderweg zien we vrouwen die tot hum middel in het water van de natte rijstvelden staan. Overal bubbelt het oppervlak omdat het ook nog eens vol met vis zit. Palmen reflecteren in het groen en we rusten even in de schaduw van een mangoboom. Verzamelen Benjamin vruchten waarvan ik nu weet dat er een heerlijk nootje in verstopt zit. Nog even langs de winkel om wat olie in een flesje te halen. Mama doet een beetje olie in het dopje van de oliefles. Druppelt wat op mijn hand en gebaart me mijn handen in te wrijven. Als ik even later leer om bakbananen open te snijden en voel hoe plakkerig ze zijn, snap ik waarom. We schrapen de buitenkant van de bananen af en leggen ze in een pan met water. In een klein keukentje maken we een vuur van gedroogde bananen stengels en bladeren en bakken alle groetten. Met een machete wordt een kokosnoot open getikt. Zittend op een speciaal stoeltje met op het uiteinde een scherpe rasp laat āMamaā zien hoe ik het kokosvlees moet raspen. Neem haar plek over en terwijl het zweet van mijn voorhoofd loopt ga ik aan het werk. Weiger op te geven en rasp ook de tweede halve kokosnoot. Mama doet gekookt water bij het schraapsel waarna ik met mijn handen het kokosvlees goed uit moet knijpen. Na heel vele inspanning hebben we een heerlijke bak met kokosmelk. Dit en de bananen plus Masala en knoflook gaan in de pan. Het vuur wordt wat lager gezet voor zover dat mogelijk is en alles pruttelt lekker door. Pole pole, Langzaam, langzaam.
Op een minirasp wordt tomaat en rode ui fijngemaakt. In de vijzel gaan knoflook en rode peper. We noemen het maar madam Janette. Dan nog een limoentje erbij en op de buitenkant van mijn hand lik ik de lekkerste hete saus op die ik kan bedenken. We eten samen, wisselen met handen en voeten recepten uit en ik voel opnieuw hoe eten verbindt. Asanta Sani.
De workshop Back to the roots was ontzettend leuk om te doen. Sanne en ik leerden zelf zoveel nieuwe dingen. En zoals ƩƩn van de deelneemsters zei na afloop: 'Goh ik dacht dat ik al best iets wist , maar ik weet eigenlijk nog helemaal niets.....
We aten oorlogsbrood, bakten pannenkoekjes met meel van de kliswortels, stoomden de wortels van de paardenbloem en weten nu waarom teunisbloemwortels in het Frans de bijnaam: de wortel met de smaak van ham heeft. In een boekwerkje wat iedereen naderhand kreeg verzamelden we de namen van bijna 60 verschillende soorten eetbare wortels. Deze workshop gaan we volgend jaar zeker opnieuw geven en misschien ook wel in de herfst.
Workshops voor de komende maanden.
Masterclass culinair verwerken van wildpluk in de Open Kas van de Biotoop in Haren. Zaterdag 29 maart. Nog 4 plekken beschikbaar
29-3-2025 9:30-19:00 uur Open Kas in Haren Kerklaan 30, 9751 NN Haren (Groningen)
Kruidenzeiltocht met de Najade vanuit Zoutkamp
16 - 18 mei. Prijs ⬠350.- p.p. incl. alle maaltijden, en workshop.
Opgave via [email protected]
Wild Tea vrijdag 23 mei in Houwerzijl.
Meer info en opgave via www.greendreamster.nl
Zoet en zuur uit de natuur. Vrijdag 6 juni in Houwerzijl.
Meer info en opgave via www.greendreamster.nl
Zeewier en zilte planten wandeling Paesens Moddergat Inclusief kleine proeverij. Dinsdagavond 17 juni 18.30 - 20.30
Prijs ⬠37.50 p.p. Opgave via [email protected]
Cool Vrijdag 7 juli
Meer info en opgave via www.greendreamster.nl
Summerschool 25 - 29 augustus.
Dompel je zelf 5 dagen lang onder in de wereld van de wilde kruiden. Zowel culinair als medicinaal. Saskia en ik hebben beiden een rugzak vol ideeƫn, en proberen ook altijd zo goed mogelijk in te gaan op individuele vragen.
Samen met Saskia Nieboer. Opgave via [email protected]
Wilde Tapas Donderdag 11 september in Houwerzijl
In deze workshop staan wilde zaden en het verwerken hiervan centraal.
Meer info en opgave via www.greendreamster.nl
Byodineren zaterdag 27 september
kook ik weer in de Eemstuin samen met Saskia Nieboer en Irma Frieling zorgt voor de finishing touch.
Opgave via de Eemstuin.
In de planning staan 2 workshops in mei en juni in de Open Kas in Haren. Deze zijn in samenwerking met www.atelierdeclementier.
We gaan bezig met het maken van boter, kefir en yoghurt, en leren meer over bijzondere drankjes die je zelf kunt maken. De workshops vinden vroeg in de avond en door de week plaats.
Ik houd jullie op de hoogte.
Hartelijke groet, Janet
Till we meetĀ at the next crossing in Lapland.
Ā Ā Annanais Nin duwt in de nachttrein van Stockholm naar Abisko met een snelle beweging het grote ronde montuur van haar bril iets omhoog. FranƧaise 21 jaar werkt in een hotel en is voor het eerst van haar leven alleen op reis. Lapland als bestemming. Reist met de trein, vind haar mobiel niet belangrijk. Probeert geen plastic te gebruiken en neemt de wereld met een gretigheid en een enthousiasme in zich op waar we alleen maar jaloers op kunnen zijn. Zomaar ƩƩn van onze mede passagiers in de trein op weg naar Lapland. Ā Ā Springend, rondjes rennend met de armen zwaaiend, half elf ās avonds op het meer bij Abisko. De lichtshow kan ieder moment beginnen. Witte boog van licht aan de horizon begint te bewegen. Flarden bewegen zich beschenen door de maan en dansen door de lucht. Na een half uur houden we het niet meer en lopen, ons telkens opdraaiend, terug naar het hostel en zien het Noorderlicht achter de berkenbomen verdwijnen. Ā Ā Twee knieprotheses, een kunstheup, vier zeventig plussers en vier vijftig plussers zoeken hun weg over de winter-trail, de Kungsleden, van Abisko naar Abisko Jaure. Zoān vijftien kilometer wandelen ze met hun sneeuwschoenen langs de rivier door berkenbossen en over meren met af en toe een verdwaalde den langs de kant. Des te ouder des te kleiner de rugzak. Rugzakken gevuld met noodzakelijke warme kleding en gedroogd eten voor vijf dagen. Pootafdrukken van poolvosjes, sneeuwhazen en veelvraten verdwijnen tussen de bomen.Ā
Delen onze hut met Duitsers en Italianen en gesprekken bereiken het niveau van het wel of niet instellen van een plasemmer met of zonder deksel. Hoe poets je je tanden en waar vind je in het donker de container terug waar het afvalwater in moet. Rollen door de sneeuw als we uit de sauna komen en moeten lachen als we in de verte nieuwe gasten, dik ingepakt op skiās aan zien komen De waardin van de hut heeft een zwak voor onze enige manlijke deelnemer en heeft iedere dag nieuwe speciale aanbiedingen voor hem. Blauwe bessen soep, rozenbottelsaus heerlijk voor in de havermout. In de nacht wordt er anticiperend geplast. Als iemand op staat om warm ingepakt, buiten is het immers min twintig, met een koplampje op zoek gaat naar het toilet, volgen er vaak meer. Om maar ƩƩn keer de kamerdeur te laten kraken. Het blauwe touw van de water emmer hangt bevroren in bochten op het ijs. We laten de emmer volgens de instructie in de put vallen en houden het touw vast. De emmer een duwtje nageven met de schep om deze onder water te duwen helpt. In rap tempo loopt de emmer vol en trekken we deze voorzichtig naar boven. Gieten het door een oranje trechter in een jerrycan en moeten af en toe met onze blote handen stukken ijs verwijderen die de trechtermond verstoppen. De sneeuw witte hond als jerrycan is bijna niet te zien als we haar aan het touw achter ons aan naar huis trekken. Drinkable rivers, wat een genot om hier water uit het meer te kunnen drinken. Punniken ās avond bij kaarslicht of staren ons blind op een sudoku. Er zijn slechts twee velletjes meegenomen want iedere gram telt. Over de meegenomen wortels en tomaatjes wordt niet gesproken.
Spierwitte sneeuwhoenders vliegen twee keer voor ons op. Pootafdrukken in de sneeuw verraden waar ze net nog zaten. Volgen het spoor van de ovale rendier keutels en zien in de verte een moeder met kalf zich over de schuine helling bewegen. De Zweden hebben een speciaal woord voor schuin langs een helling lopen waarbij je ene voet hoger staat dan je anders Go SkrƤ
ā In de hut maakt een puber met zijn vader en oom zich op voor de volgende etappe. Zijn vader hoopt dat het hart van zijn zoon zich zal openen voor de prachtige natuur van Lapland. De eerste dagen druipt de weerstand van de jongen tegen deze vakantie ervan af. Maar iedere dag zien we hem iets trotser. Zijn kin net iets meer opgeheven als hij zijn rugzak omdoet en op zijn skiās stapt.
Gaslamp in de keuken brandt. Aan tafel klinkt het gezoem van scrabble, sudoku en de afwas. De waterketel resoneert als een sneeuwtrein die een tunnel in raast. Gebroken bandjes worden gerepareerd met sjorbandjes en sommig mannen moet je niet omhoog willen helpen als ze omvallen in de sneeuw.
Eskimoās hebben meerdere woorden voor soorten sneeuw. Nederlanders hebben meerdere woorden voor āiets kwijt zijnā. Je kunt de naam van iemand kwijt zijn waardoor Toon ineens Koen wordt. Als je de weg kwijt bent, moet je altijd terug gaan naar het laatste punt wat je nog herkend. Je kunt iets kwijt zijn en het terug vinden. Je kunt nog niet doorhebben dat je eigenlijk iets kwijt bent maar gelukkig heeft een ander het al weer voor je gevonden. Je kunt te snel roepen dat je iets kwijt bent en het binnen een minuut terugvinden. Je kunt iets kwijt raken door het op de verkeerde plek weg te bergen. Denk bijvoorbeeld aan een tandenborstel die ineens in een punnik tasje wordt terug gevonden, of je koplampje in de jaszak van iemand anders. Je kunt iets groots of iets kleins kwijtraken en soms moet je gewoon iets kwijt. Als expeditiegroep zijn we serieus bezig om nieuwe woorden te verzinnen voor de variaties op ākwijtā. We hopen hiermee een gooi te doen naar de eerste plaats in de verkiezing van het woord voor 2020 in de Dikke van Dale.
Op weg naar de volgende hut volgend we lange tijd het meer en klimmen dan rustig tussen de berkenbomen omhoog. Maken onze eigen weg door maagdelijke sneeuw. Meanderen soms, mijden ijzige plekken en gaan dan weer recht op ons doel af. Niets of niemand die het pad voor ons bepaald. Opeens zakt Toon tot zijn schouders in een gat in de sneeuw en kan er onmogelijk nog uitklimmen. Marlies moet op haar knieƫn om oogcontact met hem te maken. Gelukkig de schep niet voor niets meegenomen. Toon schept zichzelf vrij en wij helpen hem nog een beetje. Klimmen langzaam verder, zakken soms weer tot onze knieƫn in de sneeuw. Drinken zittend op onze rugzakken thee en zien net op de rand van de boomgrens eland ouders met jong een veiliger onderkomen zoeken. In de top van een dode berk hamert een zwart witte specht. Het is het enige geluid wat niet door de sneeuw gedempt wordt. Als in een oude zwart wit televisie met ingekleurde vakjes van een rode rugzak of muts bewegen we ons door een met Oost Indische inkt getekend landschap. Soms een kei waar de sneeuw van af is gegleden als enig kleur contrast op de vlaktes. Korstmossen, groen oranje geel, zijn als kleuren van ijsbloemen. Spaarzaam gedroogde blaadjes in roodbruin hangen soms nog aan een berk en een enkele hele oude dode berk verbergt wat chaga.
Eindeloze rijen rode kruisen staan als spoorweg overgangen in de sneeuw. Telkens als je denkt de laatste bereikt te hebben verschijnt de volgende. Door het glas van mijn skibril lijkt de wereld donkerder als in werkelijkheid. De bijna volle maan komt op en de heldere Venus wijst de weg naar onze hut Karsavagge FjƤlstuga. Behalve de kruisen als richting aanwijzers wijst niets op aanwezigheid van menselijk leven. Leger als hier kan een landschap niet zijn. Stilstaan betekent dat het knarsen van de ijzers onder mijn sneeuwschoenen in de sneeuw even stopt. Het vibreren van de stokken wat af en toe klinkt als het tsjirpen van vogels sterft langzaam uit. Leun met mān schouders op de hand-vaten van de stokken. Ontspan mijn knieĆ«n en hoor de stilte. Zie Toon in de verte doorlopen en richt me weer op. In mijn hoofd tel ik mijn voetstappen maar raak iedere keer opnieuw bij negenentachtig de tel kwijt. We lopen met het weten dat er ergens over vijf kilometer in deze kloof een hut moet staan. Wat als die hut er niet is, en slechts in onze verbeelding bestaat? Guur is de harde wind en weet iedere spleet hoe klein ook tussen mijn bivakmuts en skibril te vinden. Zachtjes begint het ook nog te sneeuwen. Stoppen, niet verder willen is geen optie. De temperatuur zakt vannacht naar min twintig. Het verliezen van een handschoen of een muts als speelbal voor de wind kan dood betekenen. Wandelen tussen leven en dood, kan het niet anders zeggen maakt me zo klein en kwetsbaar en tegelijkertijd zo helder en respectvol naar de besneeuwde bergreuzen om me heen. Dankbaar voor mij lijf die de ene stap na de ander blijft zetten. Als de zee is de sneeuw vlakte in deze kloof. Patronen zijn door de wind in de sneeuw geblazen die ik telkens doorbreek met de bloempatronen die mijn sneeuwstokken in de sneeuw printen. Schuif mijn skibril omhoog, knijp mijn ogen samen en zie ver weg de contouren van twee houten speelgoedhuisjes bij een meer. Leun nu om de drie kruisen op mijn stokken en ga weer door. Beweeg mijn tenen bij iedere stap om ze warm te houden, knijp in de handvaten van de stokken en voel dan mijn vingers langzaam weer beginnen te gloeien. Zwak licht komt door het raam van de eerste hut naar buiten. skiās staan tegen de dakgoot geleund en een hond blaft. Net als we onze sneeuwschoenen uitgetrokken hebben komt de waardin Lena naar buiten. Zeventiger in een helderblauwe winterjas, tanig, pezig gebouwd, klein van stuk en aan haar puntneus hangt een drup. Zegt dat we door moeten lopen naar de volgende hut en komt met ons mee. Buk me strammer als daarvoor, stap opnieuw in mijn sneeuwschoenen en schuifelĀ langzaam in de richting van de hut in de verte. IJskoud is het binnen. We zijn de eerste gasten van het seizoen. Lena steekt twee kaarsen aan en wijst op een thermos met aardbeilimonade die ondertussen koud is geworden. Proberen de kachel aan te steken wat na een paar pogingen lukt. Heel erg langzaam warmt de Jotul op. Het is al zeven uur als de laatste expeditieleden binnendruppelen. Lezen de instructie op de pakken gedroogd voedsel en zetten twee liter water op voor de Marokkaanse abrikozen stoofpot met couscous. Toepasselijke maaltijd voor dit moment.
Buiten volle maan en een landschap met een schoonheid waar mijn pen geen woorden voor vindt. Blazen wolkjes boven onze slaapzakken uit en de thermometer bij het raam buiten staat op min vijftien. Wrijf mijn voeten tegen elkaar en masseer mijn tenen om ze warm te maken. Als ze eindelijk warm zijn val ik in een diep sneeuwgat, waar geen eind aan komt, in slaap. Hakken de volgende ochtend hout in een te kleine hut, telkens weer stoten mijn ellebogen tegen de wand, krijgen koude billen op de wc en slepen de jerrycan met water de heuvel op naar de hut. Lena woont samen met haar hond een maand lang in de beheerders hut. De volgende dag als we al weer op weg naar Abisko zijn,passeert ons een sneeuwscooter en een kindermutsje piept omhoog tussen de vachten achterin op de slee. Even koffie drinken bij oma. Vermoeide lijven op de zeventien kilometer lange terugweg naar Abisko. Mijn vermoeidheid bereikt mijn wilskracht wat als een beurse kwetsbare plek is geworden. Er is geen keus om haar niet in te zetten. Stoppen is nog steeds geen optie. De laatste kilometers vallen zwaar en telkens als er een een kilometer af gaat lijkt een andere er weer bij te komen. Tot het tunneltje met de Samie tekeningenĀ opdoemt. Loop er langzaam doorheen en laat de klanken diep tot me doordringen. Als een zombie zit ik op het bankje in het hostel waar we onze schoenen uit moeten trekken. Tranen stromen over mijn wangen. Had mijn wilskracht niet in willen zetten maar die keuze was er niet. En toch was ze er weer trouw verschenen, net als altijd. Verontschuldig me me bij haar en beloof opnieuw te luisteren als ik wel de keus heb. Fysiek zo moe en met een hoofd leger als leeg slaap ik een droomloze slaap en wordt fit weer wakker.
Met zān vieren op een slee die bedekt is met vachten. Achter op staat de Deense Christine de bestuurster van de slee en verzorgster van de husky's. Lange blonde haren wapperen vanonder haar wollen muts. Zes husky's staan in de startblokken als Christine de rem losgooit is er niets anders meer wat ze willen dan gaan. Ze rennen langs dennen, langs meren en over vlaktes. Af en toe trapt Christine op de rem om ze een momentje af te laten koelen. Of ze stuurt ze met haar stem, met de lijnen valt niets te remmen. De min vijf graden van vandaag is eigenlijk te warm voor deze dieren voor wie min twintig de lievelingstemperatuur is. De leiders voorop, vandaag niet harder als vijftien kilometer per uur, maar op topdagen halen ze soms wel de veertig. Halverwege bij een tent worden de sneeuwankers uitgegooid en koelen de husky's hun bekken met wat sneeuw. Drinken gezeten op vachten rondom een vuur, thee uit met de hand gesneden berken houten bekers en op een zwarte plaat worden boven het vuur kaneelbroodjes opgewarmd. Zwart geblakerd keteltje hangt aan een haak en schenkt ons later nog eens bij. Christine i23, gaat soms een week lang in haar ƩƩntje met de husky's de bergen in en slaapt in een tentje in de sneeuw. Was in AustraliĆ« op trektochten met paarden en in MongoliĆ« met adelaars op jacht. Ze is mooi, enthousiast en staat met beide benen stevig op de grond. Bijna te veel van het goede. Maar allemaal zijn we eenĀ beetje jaloers en zouden we een klein beetje als Christine willen zijn.
Tien keer of meer wordt er op het station van Abisko Turiststation omgeroepen dat de trein vijf minuten vertraging heeft. Dan komt ze fluitend het station binnen.
Tussen de ijshotels van Narvik en die in het Noorden van Finland rijdt een taxi langzaam over de met sneeuwduinen bedekte wegen. Achter het stuur de veertig jarige SomaliĆ«r Mohamed Ibrahim. Het helderblauwe van de lucht en het wit van de sneeuw worden weerspiegelt in zijn zonnebril. Zomaar ƩƩn van onze medepassagiers in de nachttrein naar Lapland. Na vijf dagen geen wifi komen Corona en Lesbos wreed binnen. We moeten de neiging onderdrukken om ons niet op te willen sluiten in een hut in het bos. Vlak voor de Nederlands Duitse grens nemen we met een ferme handdruk en een knuffel afscheid van elkaar. Als ik de rest uitzwaai op het station van Bremen gaat een zin van de Waard van Abisko Jaure bij het afscheid door mijn hoofd.Ā
Till we meet at the next crossing!
Ochie Autobus, geen bus en Grieks voor beginners.
Kwart over zeven, het is al een tijdje donker. Niemand meer op de terrassen. Alleen de groenteboer is nog open De eigenaar een gedrongen man met een enorme gezwel op zijn kale hoofd, waar je bijna wel naar moet kijken bij het afrekenen van je boodschappen, zet nog een paar kratten groenten buiten. Twee grote gevulde plastic tassen staan naast haar op de grond. Zwarte slippers, zwarte kousen en rok en een zwarte jas. Klein en tenger is ze, bijna geen tanden meer in haar mond en een grote zwarte pukkel op haar rechter wang. Ze lijkt in de war, zegt dat ze wacht op de bus naar Trikiri. De laatste bus naar Trikiri heb ik echter al een uur geleden die kant op zien gaan. Trek een puber van zijn fiets en vraag in het Engels of hij weet of er niet toch nog een bus gaat. Zus wordt gebeld, iemand op straat wordt gevraagd. Maar zonder resultaat, vanavond rijdt er geen bus meer die kant op. Zeg tegen haar in mijn beste gebaren taal, dat ze wel met mij mee naar huis mag, dat ze kan blijven slapen en dan morgen ochtend de bus kan nemen. Probeer ondertussen nog een lift voor haar te regelen, maar ook dat lukt niet. Ze loopt met me mee, langs de kerk. Wil haar eigen tassen blijven dragen en weigert mijn hulp om ze van haar over te nemen. Haar tandeloze bekkie blijft āEf Charistoā, dankjewel zeggen met haar handen op haar hart. Halverwege de weg naar mijn huis blijft ze in het donker stokstijf staan. Ze wil niet verder mee lopen,maar wil nu de bus naar Volos. Als ik nog een keer zeg āOchie bus, geen busā en dat ze bij mij eerst mag eten, begrijpt ze hieruit dat ik honger heb. Haalt een zwart handtasje uit ƩƩn van de plastic tassen, vist hier een plakkerig zuurtje zonder papiertje uit en reikt mij deze aan. Maakt een sabbelend geluid met haar mond, alsof ze mij voor wil doen hoe ik dit zuurtje weg moet werken. Zelf steekt ze een sigaret op. Honden blaffen en een auto scheurt te snel voorbij. Coby, ik ga Coby bellen. Zij woont al twintig jaar in Milina en spreekt zeker beter Grieks dan ik. Zij weet vast wat deze vrouw wil. Slechts een paar tellen later en het noemen van de pukkel is voor Coby voldoende om te weten dat de vrouw die naast mij staat geen onbekende maar haar buurvrouw Eleni is. Eleni is doof en komt daarom komt warrig over. Ja-Ko-Bi-Na schreeuwt ze door te telefoon haar toe. Na nog wat heen en weer bellen met de zus van Eleni is het duidelijk. Elini blijkt inderdaad te wachten op de bus naar Volos. Geef haar een knuffel en we drukken beide onze handen op ons hart. Laat haar in het donker achter. Busje komt zo.
Over Imkers en drie kaarsen.
Halverwege de kalderimi gaat een klein paadje naar rechts. Iedere dag loopt een oude man van Agia Kiraki dit paadje op en neer met zijn ezel om vis naar Trikiri te brengen. Zijn dagelijkse gang houdt het pad open. Op de hoek van de kleine baai ligt een versplinterde houten boot. De harde koude Noord Oostenwind heeft hem de afgelopen dagen te grazen genomen. Te pletter geslagen. Alleen een gedeelte van de kleine gekleurde houten roef is nog zichtbaar. Iets meer in de luwte, daar waar de rotsen de vorm van een natuurlijk bankje hebben aangenomen ligt een stapel drijfnatte scheepspapieren. Twee paspoorten, een logboek, de laatste weerberichten en een mapje met bonnen. Hier naast een door het water zwaar aangetast Maria portretje, waarmee ze zeker niet meer door de paspoortcontrole zal komen. Waarom ligt alles hier, haalt niemand dit op? Verzwaren het met een paar stenen zodat de wind er in ieder geval geen vat op kan krijgen en lopen verder. Verstopt achter enorme roze pricky pear cactussen duikt de vierkante vuurtoren van Trikiri op. Jarenlang de bewaker en lichtbrenger voor de nauwe doorgang van de EgeĆÆsche zee via de smalle doorgang naar de Pagasitische Golf. Langs het smalle geitenpaadje er naar toe komen al honderden lelies, hyacinten orchideeĆ«n, wilde knoflook en narcissen op. Kleine blauwe druifjes laten als eerste hun kleur zien. Lang was deze doorgang geliefd bij piraten. Alsof ze boodschappen gingen doen werd het eilandje Trikiri terloops telkens opnieuw leeggeroofd. Plunderden de negen tempels , en namen altijd weerĀ alles van waarde mee. Tot de bewoners naar jarenlang slachtoffer geweest te zijn er meer als genoeg van hadden en naar het vaste land trokken. De legende gaat dat ze met drie grote kaarsen in hun handen de berg optrokken. Op de plek waar de eerste kaars uitging bouwden ze. Een prachtige kerk met mooi houtsnijwerk. Trikiri, stad van de drie kaarsen staat als een bolwerk boven op de heuvel en kijkt uit over de drie zeeĆ«n. De bewoners worden nu op tijd gewaarschuwd, en een overval komt nooit meer onverwacht. Bouwen huizen met metersdikke muren. Warm in de winter en koel in de zomer. Ingestorte huizen blijven staan, waardoor we ons regelmatig vlak langs de muren moeten drukken om geen neerstortende rode dakpannen op ons hoofd te krijgen. De natte sneeuw en de regen heeft de straatjes met de kinderkopjes spiegelglad gemaakt, zeker op de stukken waar het steil naar beneden gaat en veel oudere mensen durven deze dagen niet hun deur uit te gaan. Ben eigenlijk op weg naar het klooster van Trikiri Island, maar bij navragen blijkt de veerboot helemaal niet te gaan. De wind staat vol op de haven en stuwt de golven hier op. De schipper heeft zijn boot inmiddels bij het piertje weggehaald en naar Agia Kyriaki gebracht om hier de storm verder af te wachten. De temperatuur is binnen twee dagen gedaald van 16 naar 2 graden. Lik met mijn tong over mijn schrale lippen. Mijn gezicht gloeit van de kou. Draag mijn pyjamabroek onder mijn lange broek en heb alles aan wat ik bij me heb. Zelfs mijn wollen muts is niet voor niets mee genomen. Wrijf met mijn handen op en neer langs het uiteinde van de wandelstok om ze te warmen. Alle vrouwen die Maria heetten in Griekenland, zouden nooit bij elkaar passen in ƩƩn kerk. Deze Maria uit Trikiri stad is in de tachtig. Haar voeten zwaar naar binnen gedraaid, waardoor het lijkt alsof ze op de zijkant van haar voeten loopt. Haar handen zijn blauwig en gezwollen van de reumatiek. Witte haren die uit de pukkels op haar kin steken, vormen een plukkig uitgedund ringbaardje als de beginnende baardgroei bij een puber. Haar huisje hangt vol met kleine schilderijtjes, fotolijstjes, een papegaai, nog in een plastic verpakking, lege flessen en meer. Maria is ervan overtuigd dat haar telefoon het na het onweer van de afgelopen nacht niet meer doet. Brengt haar handen naar de hemel en weet niet meer hoe het moet. Plotseling gaat haar telefoon over. Schrikt en schuift de ene kant van haar felblauwe hoofddoek nar achteren als ze de telefoon tegen haar oor legt. Wisselen een gasflesje voor haar wat ze met haar reumatische handen niet meer gedaan krijgt en draaien alvast het deksel van een nieuwe pot honing los. Maria tilt een groen gehaakt kleedje op het dressoir even op en haalt hieronder een briefje van vijftig tevoorschijn. Halen, kaas, aardappels, nieuwe gasflesjes en groente voor haar en wensen haarĀ bij vertrek een gelukkig nieuwjaar.. Bij de bakker staat het vol met taarten en cakes met hieropĀ nieuwjaars wensen gespoten met suiker crĆØme. De bakkersvrouw een stevige nep blondine staat vrolijk achter de toonbank. Vlak achter haar de ovens die nog warm zijn van de ochtend. Sneeuwstorm over Trikiri. De veerboot gaat zeker niet en of de bus vandaag Volos zal verlaten en door de sneeuw bij Argalasti kan komen is ook nog onduidelijk. Een soort van code rood, maar niemand heeft het erover. Alles komt zoals het komt en we kunnen er toch niets aan veranderen. Het laatste hotelletje in Trikiri blijkt gesloten, de kachel doet het niet goed, en ze kunnen geen gasten ontvangen. De bee-keepers, Catharina en Dimitri nodigen me uit in hun huis. Waardoor mijn nacht in het klooster waar ik van plan was te gaan slapen verandert in couchsurfing. Go with the flow. Stoken de kachel op, de honden blijven netjes op hun kleedje bij het begin van de kamer liggen. In de nacht daalt de temperatuur naar twee graden. Met de harde wind erbij, is de gevoelstemperatuur nog wel een heel stuk lager. Laten de honden uit. Buiten is het mistig en het sneeuwt. Dimitri checkt onderweg zijn felgekleurde bijenkorven. In iedere kast wonenĀ in de winter nog ongeveer 15.000 bijen. Korven die in fel rood, geel, blauwe en groene strepen zijn geschilderd geven vandaag de meeste kleur aan het landschap. Gelukkig zijn er ook nog de rode besjes aan de kleine pistache struikjes, en kleine blauwe druifjes die overal tussen de stenen opduiken. De zilvergrijze Phlomus waarvan je iedereen iedere keer weer denkt dat het salie is staat overal langs de paden. Schuilen tijdens de ergste sneeuwbui in een kapelletje op de berg. Jezus hangt in de schaduw voor het raampje met facet geslepen glas waardoor nog een beetje daglicht naar binnen valt en Maria kijkt naar het licht aan haar linkerkant. Evia is in dichte mist gehuld. Wetende dat de bergen daar nu met sneeuw bedekt zijn maakt het extra mysterieus aan de horizon. Witte giervalk, een cirus, macraurus voor de kenners bidt in de sneeuwstorm voor beter weer. Als ik meer over deze vogel opzoek blijkt hij een tijd geleden ook op Schiermonnikoog gesignaleerd te zijn. Wat een mooie verbinding met Griekenland. Valken zien iedere detail, maar ze behouden ook het overzicht. Geen verkeerde combi van kwaliteiten. We eten soep gemaakt van Jezus vissen, Blauwe stip op de flank van deze vis is het herkenningsteken, en zoals de Grieken overal verhalen van maken zo ook hier. De aanraking van Jezus heeft voor altijd zijn vingerafdruk op deze vis achtergelaten. Catharina mengt de olijfolie en citroen door een witte kool salade. Er is zelfgebakken brood en Dimitri heeft stukjes vis gefrituurd. De vissoep is heerlijk gevuld met aardappel, wortel, knoflook, ui en vers selderijblad. Knijp nog wat verse citroensap over de soep en maal een beetje peper Lang niet zoān lekkere soep gegeten. Boven de tafel hangt een groot schilderij van de straatjes van Trikiri. Catharina speelt Griekse muziek op haar gitaar en zingt. Dimitri leert me meer over de dans van de bijen. Zijn gezicht zou, als je er een stripverhaaltje van zou maken lijkt op dat van Maja de bij. Als hij verteltĀ over de bijen, komt er een zachte glans op zijn gezicht. Kruipt in de huid van deze bijzondere beestjes, alsof hij zelf ƩƩn van hen is geworden. Vertelt over de dans waarbij ze elkaar vertellen waar bloemen met veel nectar en pollen zijn, hoever het is en in welke richting. Maar ook hoe ze elkaar vertellen om te stoppen ergens naar toe te vliegen omdat alles op is. Zoveel wat we nog niet weten over deze wonderlijke wezens. In een laboratorium in Thessaloniki wordt zijn honing getest. Bijna 60 procent nectar van Erika,heidebloemen zit er in en de pollen van talloze andere bloemen en struiken, denk aan klimop, ciste-roos, eucalyptus en olijf. Wat een rijkdom voor de bijen hier. Ben geraakt door hun gastvrijheid. Denk alweer als Hollander dat ik misschien een tijdje ergens in een cafeetje moet gaat zitten om hen niet te storen. Ben immers een onverwachte, niet geplande gast. Catharina kijkt me met verbaasde ogen aan. āYou are a friend, I would never leave a friend outside, especially not in this weather!!!ā Wrijf met de achterkant van mijn sweater de tranen weg die opwellen. De enige en laatste bus naar Milina heeft toch Trikiri bereikt. Catharina brengt me en in het donker stap ik in de hoge veel te grote bus. Een puber naast me in het gangpad aan de andere kant zegt tegen me. āGood evening my name is Angeloā. Wens hem ook een goede avond in het Engels en zwijgen daarna de rest van de rit. Nog drie brandende lantaarns als drie kaarsen langs de weg en dan is het donker. Een half uur lang rijdt de bus in volkomen donker tot in de verte, de lichten van de haven van Milina opduiken. Zo hoog als vandaag heb ik de golven nog niet boven de pier zien slaan. Windsnelheden van 52 meter per seconde. Sla mijn rugzak om, trek mijn wollen muts diep over mijn ogen en loop richting mijn witte huisje. Helemaal goed om weer thuis te zijn. Stook de kachel op, zie dat ik nog hout heb voor minstens een week, zet een kop gember thee en pak mijn boek.

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch ⢠No registration required ⢠HD streaming
Paleo Trikiri.
De monnik Damianos Kaslis draait zich nog eens om op de harde brits in zijn cel. Onrustig wrijven zijn handen door zijn lange grijze baard. Op het uiteinde van het bed liggen zijn zwarte pij, een stuk touw en zijn vierkante zwarte hoofddeksel Buiten loeit de eerste herfststorm van het seizoen. In ƩƩn keer, zo lijkt het althans staat het water in de haven wel een halve meter hoger. Met een ritme van drie laag en daarna drie hoog beuken de golven tegen de kademuur , deze met bladeren en olijftakken overspoelend. Iedere dag is niet alleen hij maar zijn ook de laatste inwoners die nog op het eiland Paleo Trikiri wonen bang voor de komst van piraten die hen ook het laatste wat ze nog bezitten af zullen nemen. Eindeloos teisteren ze dit kleine eilandje in de monding van de Pagasiche Golf. Damianos slaapt onrustig, zijn eerste diepe slaap is voorbij en beelden van zijn droomslaap dienen zich aan. Drie keer die nacht verschijnt de maagd Maria voor hem. Zegt hem wakker te worden en in de ruĆÆnes onder de wilde olijfbomen te gaan zoeken naar een door haar verloren icoon. Levendig is de droom nog bij hem als hij wakker wordt. Neemt een slok water en scheurt en stukje droog geworden brood af, wat hij in een restje olijfolie doopt Zegt niemand iets en begeeft zich op het eind van de middag richting de ruĆÆnes en gaat op de door haar aangegeven plaats zoeken. Onder het puin lijkt iets te gloeien. Een niet nader te definiĆ«ren geur komt naar boven. Geur van mirre mengt zich met die van oranjebloesem. Na een aantal zware stenen brokstukken aan de kant getrokken te hebben wordt zijn inspanning beloond. Daar tussen twee grote stukken natuursteen ingeklemd ligt het icoon van Maria. Hetzelfde icoon wat nu in het klooster tegen een albasten pilaar leunt. Het gezicht van Maria en haar kind Jezus zijn inde loop van de jaren misschien donkerder en zwart geworden door eeuwen gebruik van wierook en kaarsen. Hier om heen liggen offers, gouden en zilveren ringen achter glas gebracht door pelgrims. uit alle windrichtingen op bedevaart naar Paleo Trikiri. De deur van het klooster gaat zwaar, heel zwaar en knarst als je deze open doet. Deur goed sluiten staat in het Engels en het Grieks handgeschreven op het papier. Poezen wippen naar binnen of buiten, telkens als iemand de deur open of dicht doet. Grote blauwe ton met kattenvoer staat op de overloop. Telefoon hangt aan de muur en er omheen is een kastje gebouwd. Enorme cipres zorgt voor schaduw aan de west zijde. Rozen komen nog op in de verwilderde tuin en klimplanten slingeren langs de muren. Klein deurtje met hierboven uitgehakte symbolen, een sleutel en bloemen geven de toegang naar de confessie ruimte aan. Martina de beheerster van het klooster loopt slecht, alsof het tijd is voor een nieuwe heup als ze de roestige kruiwagen met sprokkelhout door de poort van het klooster naar binnen rijdt. Ze draagt een ruim vallende joggingbroek en een zwart vest. Ieder ochtend en avond ontsteekt ze de wierook in het klooster en trekt de koperen kaarsenhouders naar beneden om hierin kaarsjes achter blauw glas te ontsteken. Langzaam wiegen ze heen en weer. Op de stenen vloer liggen laurierbladeren. Daphne heet het hier. De altijd groen blijvende laurier symboliseert het eeuwige leven. In de avond knarst de kloosterdeur nog een paar keer. Iemand brengt Martina extra hout voor de nacht. Voor de poort slapen eindeloos veel poezen iedere nacht op de stenen rand rondom de wilde olijfboom. Onder de boom bloeien de eerste wilde narcissen. In onze cel staan twee bedden. We krijgen lakens met verkleurde rose bloemen op de rand en donkerblauwe wollen dekens. Naast de bedden staan twee gekleurde plastic stoelen. Boven op de schoorsteenmantel van een kleine open haard die niet meer gebruikt mag worden, staat een kleine donkere vierkante afbeelding van Maria. Voor het raam hangt een vitrage gordijntje. Het water in de douche is koud. Schuiven aan bij een tafeltje in het dorp van het enige cafeetje wat nog open is. Een visser roept hard onder het raam en de eigenaresse komt voor ons uit haar bed. De menukaart wordt gezamenlijk doorgenomen omdat het meeste niet meer voorradig is op dit moment. Het restaurantje ziet blauw van de rook. Niemand komt immers controleren in deze enige gemeenschappelijk verwarmde ruimte op het eiland. Tegen de wand aan staat een enorme gietijzeren olie pers. Zoān vijftig jaar geleden waren er op het eiland nog twee olijfoliefabriekjes. Allemaal verdwenen. In de haven knallen kleine rode vissersbootjes in hun lijnen. Jorgos heeft zijn boot laat in de avond in het donker nog met extra lijnen veilig gesteld. Alexandra slaat haar zwarte hoofddoek om haar grijze krullen. Houdt in haar linkerhand haar stok en knoopt met alleen haar rechterhand een knoop in de punten van haar doek. Met haar stok schuifelt ze richting ons tafeltje, Gebaren naar haar dat ze bij ons kan komen zitten. Ze opent zee egels, haar tengere geaderde hand lijkt wel van leer als ze deze zonder bescherming op de zwarte stekels legt. Ze haalt de ingewanden eruit om daaronder op zoek te gaan naar het āoranje goudā Haar hele lijf, handen en hoofd maakt een gebaar, onmogelijk om na te doen, de betekenis is echter duidelijk. āIk slaap, eet en ik wacht tot ik dood ga, om me bij mijn man te voegen.ā Ze staart over het water, knoopt de zwarte doek om haar hoofd met ƩƩn hand nog wat strakker vast, en wrijft met haar handen over haar zwart gebreide vest. Uit de zakken van haar schort vist ze drie plakkerige zuurtjes om met hier om heen een plastic cellofaan. Sinaasappel, citroen en kers en schuift ze ons toe. Samen sabbelen we op het ritme van de golven die tegen de kade aanslaan. Duizenden visjes in het helder zonlicht en iets verder weg happen grotere vissen naar lucht. Ze telt acht keer deka, tien in het Grieks, ze is drieĆ«ntachtig en heeft twee kinderen. Storm lijkt in aantocht en twee uur is onze laatste kans voor vandaag om het eiland te verlaten. Broer van de veerman haalt ons met een gammel groen bootje op. Onze voeten steken uit over de rand van het voordek.. Paleo Trikiri verdwijnt langzaam achter ons.
Pallas Athene.
De Akropolis torent hoog boven de stad Athene uit. Op een muurtje van lager gelegen restanten draagt een in, goud en blauw geklede man, al de hele middag de aarde op zijn nek. Sterk gerimpeld gezicht vertrekt niet, hoe lang hij ook wordt aangekeken. Torst de last van Atlas, het hemelgewelf zonder een spier te vertrekken. Atlas, wat is onze Atlas en welke last mogen we naast ons neerleggen en is niet langer van waarde ? Klanken van een sitar klinken door de duisternis van de bomen van het park. Af en toe doorbroken door het gerinkel van een muntje wat in een lege kist tussen het andere geld wordt gegooid. Woorden die ik niet versta worden gezongen als antwoord op de gift. Geur van gebrande maiskolven en tamme kastanjes, die op deze plek te duur worden verkocht. Wel altijd met een extra snufje zout natuurlijk. Gesuikerde pistachenootjes, granaatappel pitjes en pindaās in allerlei kleuren. Kerst-verlichting, bootjes die rondzwemmen in een teiltje, met een klein kaarsje in hun vooronder wat voor de beweging zorgt. Prachtig in leer gebonden schriften met hierop afbeeldingen, van vlinders, olijfbomen en bloemen gebrand of gedrukt maken hebberig. Afrikaanse drums laten ons meedansen. Geknoopte felgekleurde armbandjes swingen voorbij. āHe mam I like your styleā, roept iemand lachend en probeert ondertussen iets te verkopen. Dwalen door het Akropolis museum waar ooit een architect het lef heeft gehad om een ontwerp te bedenken boven op de restanten van deze schoonheid. Lopen over glas en zien meerdere verdiepingen beneden ons beelden en stapelmuurtjes waarlangs mensen scharrelen. Witte poes heeft een droge warme plek gevonden voor de nacht en vleit zich naast een marmeren godin. Spelen met licht, twee lagen zonwering gaan afwisselend omhoog en omlaag om ieder moment van de dag alle beelden optimaal tot hun recht te laten komen. Met de vleugels van Athene op je rug vlieg je zo terug naar de tijd van de bouw van deze tempel. Geduldige handen die elke plooi in een gewaad uithakken in marmer. Die goden en godinnen hun gezichten geven. Centauren strijden met onbekende Lapinthen. Paarden gedwongen tot het oorlogspad en goden in gevecht met reusachtige slangen en veelkoppige monsters. Athene ontstond ooit uit het water. Haar geboorte deed een aantal natuurwonderen ontstaan die we allemaal al zo lang kennen. Van regenbogen in de staart van dolfijnen als ze opspringen uit het water tot de bliksem die inslaat in de honderd jaar oude knoest van een olijfboom. Zeven uur in de avond nog steeds is het warm op het terras, zoān achttien graden. Ergens laat iemand een glas vallen en haalt een moeder een kind uit haar buggy om het in haar armen verder te dragen. De weg van kinderkopjes loopt naar beneden. Verspreid over vele straatjes van Athene zoeken daklozen een plek voor de nacht. Honderden grote kartonnen dozen en met geluk een slaapzak bieden warmte voor de nacht. Tengere jongen van nog geen zestien staat met blote voeten op vuil karton, zoekt in een plastic tas naar een jasje. Iets warms om aan te trekken, de avond zorgt voor afkoeling. Voor het stoplicht rijdt iemand in een rolstoel tussen de wachtende autoās door, zijn handen opheffend in de hoop voor een gift Andere handen vouwen zich samen op de zijmuur van een groot gebouw. Een stil gebed voor alle bewoners van hotel Athene. Als de avond valt komen uit allerlei hoeken en gaten, honderden, duizenden toeristen. Terrassen stromen over en mensen vloeien uit over de straten. Gebakken courgette, vlees op sticks, slokje tsipero nippend uit kleine glaasjes. Gekleurde lampjes, rendieren, het duizelt sterretjes voor ieders ogen.Ā In het cafeetjes worden maaltijden gedeeld en maken muzikanten zich op voor de voorstelling van de avond. Sitar, gitaar en zang. Als iedereen zijn honger heeft gestild, zwelt hetgezang aan. Alle Grieken jong en oud kennen de teksten. Liederen die gaan over heimwee, terugkeer en verlangen. Uit volle borst maar vooral vanuit een vol hart worden ze samen gedeeld. Ze kunnen niet anders als raken. Waar zijn deze Grieken gebleven Waar heeft iemand hun heimwee afgenomen? De zon komt langzaam op achter de Akropolis. Grote zee-den geeft een beetje schaduw. Klimmen door smalle straatjes naar boven. Muren met graffiti bedekt. Mama mini is uitgestald op straat. Schilderijen, soms geborduurd, op de kop met flamingoās in oranje en zwart. Eindeloos veel boeken, poezen horen hun hersenen kraken terwijl ze de warmte zoeken op een sudoku boekje. Perzische beelden, Turkse mini zilveren theekopjes, kaarsenstanders uit kerken, geborduurde servetten.Ā
Eindeloos worden iedere dag opnieuw kettingen en ringen op de mooiste manier over zwarte kleedjes gedrapeerd. Turquoise ringen roepen ons aan, kettingen van koraal en olijftakken in glimmend goud om in zwarte haren te steken. Huizen bedekt met rood geworden bladeren van de rode wingerd zijn het decor. Als het regent is mama mini gesloten. Oude man wijst toeristen de weg. Recht door, gewoon recht door naar de Akropolis. Een Indiase Goeroe, smal bruin gelooid gezicht en lange grijsbruine dreadlocks kijkt ons lachend aan. Ligt tussen het karton en oude dekens en zit in yogahouding. Die kant op. Wat bracht hem ooit hier?. Wijze kop kijkt ons na. Schuurtjes met deuren in de kleur van aluminium verf afgewisseld met Grieks blauw. Boven deur staat Navis. Medusa met haren die verworden tot golven op zee, eindeloos verder stromend. Paars vogelkooitje bedekt naast vochtplekken haar rechter lokken. Klein bruin vogeltje met een goudkleurig borstje zingt haar lied. Er zit nog voldoende voer in haar voerbakjes. Prachtige grijze poes met groene ogen steekt af tegen een oud rose muur naast een golfplaten dakjes. āI ama toyā staat er op de muur onder hem . Boeken op planken met een vogeltje erop vallen om en iemand heeft haar een ālikeā in de vorm van een hartje gegeven .Fel rood geschilderde kozijnen met ijzeren kruisen afgedekt steken fel af in de muren van gele huizen. Het hout is verrot. Drie Japanse toeristen op hun knieĆ«n, proberen het Akropolis poezen mannequin te fotograferen. Af en toe heeft madam er genoeg van en draait ze haar staart naar hen toe. Dan weer alsof ze zeggen wil, āokĆ© nog ƩƩntje danā, draait zich langzaam om en schrijdt als of ze over een catwalk loopt langzaam in hun richting. Iedereen volledig in beeld en in haar macht hebbend. Olijftakken groeien uit het marmer van de tempel van Athene, alsof het zacht is al aarde. Marmer wat al deze eeuwen heeft doorstaan. Vertrouwde plek, alsof ik hier niet voor het eerst ben. Kijk naar de olijfboom, de boom door Athene geschapen in haar strijd met Poseidon. Hij koos voor een paard en een zout water bron. Athene koos de olijf met haar vruchten als voedsel. Deze wedstrijd werd beslecht in haar voordeel. In de verte proberen kranen delen van de enorme pilaren te herstellen. De nieuw ingezette stukken marmer steken wit af. Kleine gele bloem, kijkt net over de rotsen van een pilaar. Haar leven zit er bijna op. En de pilaar , die heeft nog zeker 2000 jaar voor de boeg.
Gedoogbeleid.
Warme dag in november. Promiri in de winter een slaperig bergdorpje in het Zuiden van Pilion. (Griekenland)
Eigenaar van de winkel houdt de deur op een kier en blijft nog even staan in de deuropening. Grijnst ons aan. De pijpen van zijnĀ spijkerbroek hangen op de grond. Zestig graden wasje zou geen overbodige luxe zijn.
T-shirt met een vaal rode opdruk hang bijna tot op zijn knieĆ«n. Het bruin grijsachtig jasje wat hij er over heen draagt valt te ruim. In zijn linkerhand een sleutelhanger met hieraan een smoezelig oranje vis-drijvertje. Maakt een ruimhartig gebaar naar ons om binnen te komen, binnen te komen in zijn domein. Staan dicht op elkaar om niet over de open zakken kattenvoer en blikjes te struikelen. Jaren geleden groen geverfde trap leunt tegen de wand. Op de planken, oude kartonnen doosjes met diverse knopen, ernaast twee flessen citroen afwasmiddel en een witte fles allesreiniger. Dozen met blikjes kattenvoer staan voor de toonbank. Zijn zetel staat erachter. Witte plastic stoel, een stoel als zoals er zoveel zijn. Deze echter, zul je uit duizenden herkennen. Jaren lang met vette kleding zitten op deze stoel heeft een spoor achter gelaten. Een spoor zoals in een tekenfilm als iemand door een muur is gevallen. Schaduwrand van zwart vet. In het midden een scheur waardoor lekker achterover leunen ook niet meer aan te raden is. Op de marmeren plaat die de toonbank afdekt staat een oud-blauwe weegschaal met hierop koperen gewichtjes. Pond kattenvoer is snel afgewogen āHoutkachelā gemaakt van een oude gasfles waarin een deurtje is uitgesneden verwarmt de ruimte. Achter de kachel leunen gekleurde rollen plastic tafelkleden over elkaar heen. De gekleurde zonnebloemen en olijf printen steken fel af tegen de rest van het interieur. Rode jerrycans, bloempotten, plastic emmer, zout, wc papier blikjes tomatenpuree en vlak daarachter de terpentine en het rattengif. Vuilniszakken, ijzeren kettingen, rode wijn , siroop, servetten en een stok voor een veger. Aan een touw aan het plafond hangt een eenĀ volle geleĀ vuilniszak gevuld metĀ een onduidelijke inhoud. Uit zijn broekzak vist hij twee eieren. Net gehaald. Zeker weten vers, we kunnen ze zo kopen. Zwarte leesbril met de wijd uitstaande oren ligt over een kapot gescheurd plastic zakje. Als het kattenvoer afgerekend wordt rommelt hij net zo lang in een lade waar twee briefjes van vijf verstopt liggen tussen ontzettend veel zooi, tot hij uiteindelijk ƩƩn euro en twintigĀ cent wisselgeld vindt Zwaait ons uit als we weggaan en doet achter ons zijn winkeldeur op slot. Het visdrijvertje glinstert in de zon. Gedoogt, deze winkel wordt gedoogd. Niet lang meer. Met de dood van deze laatste eigenaar zal ook aan het bestaan van deze winkel een einde komen. Einde van de winkel van Sinkel. Zoān winkel wat eigenlijk een pareltje is in onze wereld die steeds meer eenheidsworst wordt. Thuis krijgt mijn aanloop katje Nana een extra grote hand kattenbrokjesā¦..