Echobril / Echolocatie Een interessant vroeg experiment in echolocatie is het model met deflectoren: het was een poging om het teveel aan galm in kerken en paleiszalen te compenseren. Deze prototypes schoten echter alle te kort qua overbrenging van teruggekaatste trillingen.
De vroegste gedocumenteerde experimenten dateren al uit de XIVde eeuw, toen de steeds slechter ziende maar zeer muzikale uitvinder van de binocle ofte tweeglazig brilletje, de Franciscaner monnik Frater Venantius II, merkte dat bij het gebruik van donkere glazenhij trillingen in zijn hoofd waarnam, die hij na enige tijd kon relateren aan de plaatsing van de objecten rondom hem. Helaas had hij nog niet door dat het neusbeen geen goede geleider was, en hij bleef zich dan maar mistevreden concentreren op het zuiver oculaire aspect van zijn binocle. Wie al iets dichter kwam, was de XVIIIde-eeuwse Japanner Yamamoto Kipetoku, die donkere brillen voorzag van riempjes, om zo een beter contact te hebben met de schedel. Ook hij was even muzikaal als slechtziend, en ook hij kwam nog nét niet op het idee om de brillen te voorzien van pootjes van hard materiaal.









