23 - 25 september - fraser island Wat. Een. Tour. Ik kom net terug van Fraser Island, maar weer direct wil weer gaan. Ongelofelijk mooi.... 23 september Vrijdagochtend vroeg werd ik opgehaald door "drop bear adventures" voor een driedaagse Trekking op 'Fraser Island', of, zoals de aboriginals het noemen; K'gari. Dit is het grootste zandeiland per wereld; 120 km breed! Het is ook de enige plaats in de wereld waar regenwoud groeit op het strand. Deze Tour was geen saaie bustour, maar een trekking waarbij we kampeerden in pop-uptentjes op het eiland en zelf mochten rondrijden in van die stoere 4WD auto's, waar 8 personen per auto in konden. Na een lange (45 minuten!) safety video over het rijden en de gevaren van het eiland, konden we op weg. Enkele dingen waar we op moesten letten; haaien bij het zwemmen, snel opkomend water bij het rijden langs de zee, slangen en Dingo's, soms agressieve wolfhonden. De spanning werd goed opgebouwd... We vertrokken met 4 auto's, met mensen tussen de 19 en 35 jaar en 1 gids, Mark. De auto's hadden ook echt namen, zoals 'cutie' en 'de hulk'. We stonden met elkaar in verbinding via walkie Talkies in de auto. Zo leuk!! "Stay close together and follow me", zei Mark. Na bocht 1 waren we de Hulk al kwijt. De zenuwen van de bestuurder. Wat ik begrijp, want de auto's waren best groot en sommige mensen hadden nog nooit rechts gereden. We namen de Ferry naar het eiland via 'Rainbow beach'. Rainbow beach was op zichzelf al een geweldige plek. Door de samenstelling van het zand hadden het strand en de zandstenen verschillende kleurtinten. Heel mooi om te zien. Toen we via de Ferry op het eiland aankwamen was het direct een spannende rit. Het was vloed aan het worden, waardoor het strand maar smal was en we hoog op het fijne, glibberige zand moesten rijden. We reden door diepe plassen zee en slipten soms weg. Één keer zaten we zelfs even vast. Zo cool! Onderweg zagen we in de zee wat walvissen en dolfijnen. Verder zagen we amper auto's en mensen, wat het avontuurgevoel verder versterkte. Aangekomen bij het kamp, bleken de tentjes al te staan. Chill! Het was een typische kampeerplek met een toilet die je zelf moest legen, een paar tentjes, grote picknicktafels en een soort douchehokje met een tuinslang. De "eetruimte" was omgeven door prikkeldraad, om de dingo's tegen te houden. De plek was verder prachtig. We zaten tussen de bomen, maar als we 1 duin overstaken, dan zaten we op het strand. Alicia, een superaardig Fins meisje die voor een jaar als aupair in Australië werkt, werd m'n tentbuddy. Na de lunch gingen we meteen op pad. We moesten een enorm stoffig pad door het bos trotseren (we zagen door het stof amper de auto voor ons) om vervolgens na een aanvullende wandeltocht bij een prachtig meer en uitgestrekt strand aan te komen. Wauw! Na was chilltijd en leuke vragen om elkaar te leren kennen (zoals; de slechtste reiservaring ooit... Hilarische verhalen), gingen we terug naar het kamp. Daar hielden we een echte "aussie barbecue", inclusief heerlijke dongs, een zeevracht uit schepen die we op het strand vonden. Mark vertelde ons de meest fantastische verhalen over het eiland en de aboriginals. Al snel was het pikkedonker. We keken omhoog en zagen.... Miljoenen sterren! Ik had nog nooit zoiets gezien in mn leven! We gingen met z'n allen met een wijntje naar het strand, waar Mark meer over de sterren vertelde. Het was zo romantisch... Was Loïc hier maar!! Toen volgde iets nog bizarders.... Mark zei ons dat we met onze voeten hard over het zand moesten vegen... Toen we dat deden, verschenen er allerlei ministerretjes onder onze voeten! Als je snel was, dan kon je het sterretje zelfs pakken en op je wang plakken. Heeft iets met de eigenschappen van dit zand te maken... Als kleine kinderen waren we hier minutenlang mee bezig. We eindige de avond met het spelen van levensgroot Jenga, met een grote jengatoren met opdrachten.