waar leg jij de klemtoon?
ca-TA-lo-gus
ca-ta-LO-gus
waar leg jij de klemtoon?
ca-TA-lo-gus
ca-ta-LO-gus
seen from United States
seen from United States
seen from China

seen from Singapore
seen from Singapore
seen from Germany
seen from China
seen from Brunei

seen from Bulgaria
seen from Philippines
seen from China

seen from Germany
seen from United Kingdom

seen from Germany

seen from Germany
seen from Australia

seen from Russia
seen from China

seen from Australia

seen from United States
waar leg jij de klemtoon?
ca-TA-lo-gus
ca-ta-LO-gus
waar leg jij de klemtoon?
ca-TA-lo-gus
ca-ta-LO-gus

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
VOORBIJ HEMEL EN AARDE, KUNST UIT LITOUWEN
Er zijn overeenkomsten te bespeuren tussen het boegbeeld van Museum BelvĂ©dĂšre, Jan Mankes, en de kunstenaar waaraan dat museum op dit moment in een tentoonstelling aandacht schenkt, Mikalojus Äiurlionis. Beide kunstenaars werkten aan het begin van de vorige eeuw en overleden op jonge leeftijd. âMankes was evenwichtiger van aard en miste de obsessieve werkdrift die Äiurlionis soms in zijn greep hieldâ, schrijft Han Steenbruggen in zijn voorwoord van de catalogus bij de tentoonstelling over deze Litouwse kunstenaar. âMaar ook Äiurlionis was een gevoelige natuur en gaf zich onvoorwaardelijk over aan zijn roeping met eenzelfde hang naar mystiek en spiritualiteit.â
Zijn nieuwsgierigheid dreef Steenbruggen in 2013 tot een bezoek aan het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Hij had ergens gelezen dat daar een omvangrijke tentoonstelling te zien was van een Litouwse kunstenaar die had gewerkt in het begin van de 20e eeuw en waarvan hij nog nooit had gehoord. Het was indrukwekkend wat hij zag, het overdonderde de conservator en kunsthistoricus. En hij had toch al veel kunst gezien! Een tiental jaren later trok hij op aanwijzing van schrijver Jan Brokken naar Vilnius. Daar trof hij op een kleine boekenmarkt een oude bundel met volksliederen die door Äiurlionis waren gearrangeerd. Aan de enthousiaste boekverkoopster legde Steenbruggen uit waarom hij belangstelling had voor het boek. En zij legde op haar buurt uit wat de kunstenaar voor haar land en volk betekende. âHe gave us back the very soul of our country, with his music and his paintings.â
Het is dat Museum BelvĂ©dĂšre zich vooral richt op schilderkunst die inspeelt op natuurlijke omstandigheden als licht, land, lucht en ruimte. En dat het aandacht heeft voor en geeft aan kunstenaars die hun eigen weg volgen en emotionele binding hebben met hun omgeving. Daarom is het werk van Äiurlionis zo op de plaats in Oranjewoud, daar de artistieke natuurbelevingen van de BelvĂ©dĂšre kunstenaars en die van de Litouwse meester zowel figuratief als abstract van karakter zijn. Het werk van Äiurlionis doet wel naĂŻef aan. Het is realisme, maar volgt niet de werkelijkheid. Op de manier dat naĂŻeve schilders de wereld wel registreren. Niet zoals zij het voor ogen hebben, maar zoals ze het zien en volgens beste eer en geweten kunnen vastleggen.
Het is van een andere orde, een hoger goed. Het is geen beeld van de wereld waarin wij leven, het beweegt zich op een tweede plan â in een andere dimensie. Een perspectief dat geheel anders van aard is, een standpunt dat zweeft tussen hemel en aarde â want daar is meer. Het zijn de verhalen die het leven tot droomwereld maken. Om de zwaarte van het aardse bestaan lichter aan te voelen. In vogelvlucht met helicopterview boven de gebeurtenissen zwevend om er afstand van te kunnen nemen, het daardoor beter aan te kunnen. Sagen en legendes, volksverhalen, maken het zijn tot wezen en (be)leefbaar. Die realiteit heeft een andere ordening dan wij als gewoon beschouwen. Die schikking en dat patroon is een spiegel waarin wij ons aura zien: beyond heaven and earth.
âDeze Litouwse meester had geen grote formaten of grootse gebaren nodig om te overtuigenâ, schrijft Steenbruggen nog even enthousiast in zijn voorwoord. âIn relatief kleine, ingetogen pasteltekeningen en temperaschilderijen toverde hij de meest wonderlijke voorstellingen tevoorschijn. (âŠ) Waar veel van zijn beroemde tijdgenoten, die tot het symbolisme werden gerekend, imponeren met theatrale uithalen en literaire verwijzingen, wist deze kunstenaar ten diepste te ontroeren met intieme, poĂ«tische schilderingen.â Maar zijn roem bleef lange tijd beperkt tot Oost-Europa, doordat Litouwen â onderdeel van de Sovjet-Unie â achter het IJzeren Gordijn zo goed als afgesloten was van het Westen. Pas nadat het land onafhankelijk werd is zijn kunst ontdekt door internationale musea. Grote tentoonstellingen volgden na 1990 rondom op de wereld, maar het werk heeft tot nu nooit Nederland aan gedaan.
Bijdragen aan het boek leveren hoofdconservator van het Äiurlionis Museum te Kaunas Vaiva LaukaitienÄ, journalist en schrijver Kurt van Eeghem en schrijver Jan Brokken. De eerstgenoemde twee auteurs gaan gedetailleerd in op het leven van de kunstenaar. Gezien van verschillende kanten openbaart de persoon Äiurlionis zich aan de lezer. Daardoor wordt zijn werk meer zichtbaar en beter te duiden. Evenals bij andere kunstenaars van zijn tijd en eerder dat het geval is, kan veel van zijn levensverhaal gepuurd worden uit brieven die hij heeft geschreven en de dagboekaantekeningen. Daarin en daaruit kan nu veel van zijn kijk op de wereld en de inspiratie voor het maken van zijn werk worden gehaald. Aldus kan de puzzel van zijn leven worden uitgelegd.
Vooraleer was hij musicus en componist. Geboren in een muzikaal gezin was de muziek zijn passie en liet hij zich scholen aan het conservatorium. Daarnaast tekende hij in zijn vrije tijd. Doordat deze beeldende kant steeds meer aandacht kreeg is zijn kwaliteit van componeren enigszins op de achtergrond geraakt. Zijn werk werd gewaardeerd en Äiurlionis werd binnen het culturele circuit gezien als een belangrijk kunstenaar. Echter had hij moeite om er een goed bestaan mee op te bouwen. Daardoor raakte hij, ondanks de steun van zijn vrouw en muze Sofija. ten lange leste neerslachtig en werd opgenomen in een sanatorium. Op krachten gekomen velde een longontsteking zijn broze lichaam. Het is zijn leven in een notendop, dat dus in de catalogus breed is uitgemeten.
De tentoonstelling bij Museum BelvédÚre toont zijn hoge gevoeligheid voor indrukken. De manier waarop deze zijn verbeelding hebben geactiveerd en waardoor hij zijn oeuvre met een scherp observatievermogen heeft kunnen opzetten. In het beeldende werk blijft voortdurend zijn muzikale inslag doorwerken. In zijn werk wordt de buitenwereld gespiegeld aan zijn binnenwereld. Persoonlijke emoties klinken erin door. Verhalen van zijn volk krijgen beeld. Hoewel deze zich niet altijd inpassen in onze wereld, kunnen wij wel het gevoel daarvan aanvoelen en wordt de melancholische emotie simpelweg verbeeld.
De catalogus al doorbladerend is het alsof ik een geĂŻllustreerd sprookjesboek inkijk. De sagen en legenden zijn zo tastbaar in beelden uitgedrukt, dat deze zonder woorden een leesbaar verhaal vertellen. De illustraties zijn de vertellingen in zichzelf. Het boek is verlevendigd met een groot aantal reproducties, waardoor een goede indruk wordt gegeven van de kunstenaar Mikalojus Konstantinas Äiurlionis. Jan Brokken schrijft tot slot over zijn bezoek aan het huis van Äiurlionis in Vilnius. In een literaire verhandeling neemt hij de lezer mee naar wat nu een museum is en voert hij andermaal het leven van de kunstenaar voor het voetlicht. Zijn denken en werken, zijn taal en teken. âEr bestaan geen grenzen tussen de verschillende vormen van kunstâ, meende Äiurlionis. âMuziek heeft haar eigen architectuur en er is niets op tegen om de architectuur van de ene kunst te gebruiken om een andere te maken.â
Mikalojus Konstantinas Äiurlionis, Grootmeester uit Litouwen [1875-1911]. Beyond Heaven and Earth. Tentoonstelling Museum BelvĂ©dĂšre, 24 februari tot 9 juni 2024. Catalogus, uitgave Museum BelvĂ©dĂšre i.s.m. Uitgeverij Noordboek, 2024.
17-09-2025
HEROES NEVER DIE, STRIPFIGUREN VERJAREN NIET
Waardoor staat het ene stripverhaal in de schijnwerpers, terwijl het andere in de schaduw van de tijd blijft. Ofwel hoe kan het dat bijvoorbeeld Suske en Wiske, of Kuifje of Asterix, om Lucky Luke, Guust Flater en Olivier B. Bommel niet te vergeten, een groot bereik hebben en Agent 327 of De Generaal, De Blauwbloezen en Chick Bill minder bekend zijn. Wat maakt een strip aansprekend, een verstript verhaal boeiend. Iedere striptekenaar en elke stripauteur doet de stinkende best om boven het maaiveld uit te steken. Soms lukt dat, voor even. Maar meestal is de schare verstokte liefhebbers te klein om langer dan enkele albums in de lucht te zijn. Het hiervoor opgesomde rijtje illustere stripfiguren spreken echter zo tot de verbeelding dat ze een langer leven dan een blauwe maandag beschoren zijn.
Suske en Wiske tikken de leeftijd van 80 jaar aan waar Mickey Mouse en Donald Duck al richting de 100 gaan. Terwijl Kuifje ofwel Tintin zich ook al zo bejaard mag weten. Heer Bommel is dan weer van de generatie van Suske en Wiske, waartoe Lucky Luke ook behoort. En dat Guust Flater, aka Gaston la Gaffe, net met pensioen is valt hem niet aan te zien. Stripfiguren worden niet oud, althans ze blijven altijd en voortdurend een bepaalde onbepaalde leeftijd behouden. Soms zijn ze wel jonger, maar nooit ouder. Ook gaan ze wel met hun tijd mee, blijven actueel, maar krijgen geen grijze haren of lamlendige ledematen. Een stripfiguur is voor eeuwig jong en heeft goed geluisterd naar Bob Dylan en Alphaville.
Op gezette tijd kan een stripschap de verjaardag van een stripfiguur vieren. Ofwel het jubileum memoreren van een strip. Ditmaal valt de eer te beurt aan Suske en Wiske van Willy Vandersteen. Dit jaar beleeft het duo al 80 jaar achtereen hun allitererende avonturen tussen de kaders van plaatjes. Met uitzonderlijke bijrollen voor Tante Sidonia, Lambik, Jerom, Professor Barabas en uiteraard Schanulleke. Het Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee, het enige échte stripmuseum in Nederland, staat tot en met februari 2026 in het teken van de studio van Willy Vandersteen met Suske en Wiske als boegbeeld.
Het is dit jaar 35 jaar geleden dat de geestelijke vader van Suske en Wiske uit de tijd ging. Maar zijn kinderen leven nog altijd voort. Zij zijn wel qua uiterlijk aangepast aan de huidige tijd, echter zijn nog even brutaal avontuurlijk als dat ze eerder waren en altijd zijn geweest. Het MoCA gaat voorbeeldig in op de geschiedenis van het duo. De catalogus bij de tentoonstelling is eigenlijk de biografie van het stripverhaal. En niet alleen deze, maar ook al de andere producties van de studio vallen de eer te beurt in het boek genoemd te worden. En uiteraard krijgen deze beeld in de tentoonstelling. Originele schetsen en tekeningen mogen naast de ingekleurde en beletterde resultaten dan ook niet ontbreken. MoCA kan putten uit een rijke bron van memorabilia.
Tentoonstelling en catalogus schetsen een vrolijk beeld op wat er door de groep tekenaars onder leiding van Willy Vandersteen, en later op eigen kracht bezield door de stripmeester, allemaal op papier is gekomen. Naast de op de realiteit gefantaseerde beeldverhalen nam de studio ook oude verhalen, mythen en legenden, onderhanden. Hoewel de tekenaars in de geest van Vandersteen te werk gingen konden deze toch een eigen persoonlijk gezicht aan de figuren geven. De stijl van tekenen werd niet altijd overstemt door de meester, hoewel de studio als geheel toch een eigen karakter heeft.
Dat de strip Suske en Wiske tussen al die andere stripverhalen zo succesvol is geworden heeft meerdere redenen. De verhalen zijn voor jong en oud boeiend door een eenvoudig overwegend humoristisch taalgebruik en herkenbare qua karakter realistische personages. Elke lezer wordt wel persoonlijk aangesproken door één of enkele van de figuren. Maatschappelijke themaâs zijn subtiel verwerkt in de fantasierijke verhalen met verwijzingen naar geschiedenis, kunst en folklore. Maar er zijn andere factoren zoals de regelmaat van verschijnen, de kleuren en de vormgeving. En er werd een tweedeling gemaakt in de albums; een rode reeks gericht op een breed publiek, een blauwe avontuurlijker reeks, minder komisch maar in een meer realistische stijl getekend. Deze elementen zijn de oorzaak van een grote schare liefhebbers en Suske en Wiske heeft zeker bijgedragen aan de opmars van de stripcultuur in Europa.
Suske en Wiske is niet zomaar een populaire strip. Het is een cultureel fenomeen dat generaties aanspreekt. De reeks balanceert slim tussen eenvoud en diepgang, humor en ernst, traditie en actualiteit â een erfenis die tot vandaag standhoudt. De catalogus âA studio of heroesâ is een gids door de werkplaats die helden heeft gemaakt. Het Museum of Comic Art zet deze op een voetstuk met de tentoonstelling. Het geeft tekenaars die door Vandersteen zijn geĂŻnspireerd een podium. Het is Gerben Valkema die het duo in een hedendaagse stijl een avontuur laat beleven in het museum, waarbij veel van de andere personages tot leven worden gewekt door de door Lambik per ongeluk ingeschakelde Teletransfor â de teletijdmachine. Een kostbare eerste druk wordt door vlammen verteerd in een compleet chaotisch scenario. Het is een welkome toegift van de biografie die stripminnend Nederland wel zeker zal aanspreken.
De verzameling strips uit de koker van Willy Vandersteen geven een goed beeld van de ontwikkeling van het Europese beeldverhaal. Commercieel en inhoudelijk succesvol. Soms met een kleine schop tegen heilige huisjes of de draak stekend met de serieuze literatuur. Want het stripverhaal zou voor kinderen zijn en niet op een leeslijst voor een of ander taalexamen thuishoren. Het stripverhaal heeft met dit vooroordeel afgerekend en is in de loop der jaren vast onderdeel van de letterkunde. Niet zomaar is het beeldverhaal in de jaren 60 van de vorige eeuw tot de negende kunst geworden. Een eretitel, omdat het beeld en tekst op een unieke manier combineert tot een kunstvorm met een eigen taal en kracht. Nog altijd is de reeks beeldverhalen met het tierige tweetal een succes. Met een fameuze fanclub en een perfecte podcast. Het magistrale museum brengt leven in worden en wezen van het duo en laat befaamde bijfiguren meedelen in de triomf.
Met Suske en Wiske ben je nooit alleen en om met Wiske te spreken: âWat er ook gebeurt, we blijven bij elkaar!â. En dat is tot op de dag van vandaag, 80 jaar na dato, nog steeds het geval tot lering en vermaak van iedere stripliefhebber. Daar de erfenis van de belangrijkste Vlaamse striptekenaar nog voortdurend tot de verbeelding spreekt. Geroemd als meesterverteller, want âzijn verhalen zijn net zo spannend als dat ze komisch zijn en gevuld met absurde grappen, levendige personages, speels taalgebruik, nagelbijtende cliffhangers en hier en daar een wijze boodschapâ citeer ik uit de catalogus. En wie nog telkens niet overtuigd is bezoekt de tentoonstelling in MoCA en koopt de catalogus, de negende in de serie uitgaven van het museum.
Suske en Wiske 80 â a studio of heroes. Willy Vandersteen and his co-authors. Catalogus bij tentoonstelling in Museum of Comic Art te Noordwijk aan Zee. Uitgave MoCA, 2025.
Meer dan 70 originele tekeningen van de beste internationale tekenaars van dieren in de strip zijn te bewonderen tijdens de tentoonstelling
TOOROP IN VOETSPOREN VAN GOGH
Het uitdrukken van emotie door middel van de werkelijkheid sprak Charley Toorop aan in het werk van Vincent van Gogh. Niet het reproduceren van de zichtbare omgeving, maar de ervaring daarbij geeft beeld in vlak en vorm. Daardoor kunnen kleuren afwijken van de werkelijkheid, omdat een stemming rood kan aanvoelen terwijl de lucht blauw en de sfeer zichtbaar in beweging is en zindert van verrukking. Het is dit basale plezier dat zich laat vertalen in expressieve penseelvoering en intens emotioneel kleurgebruik. Naar deze gecompliceerde eenvoud die uitdrukking geeft aan persoonlijke gedachten bij de algemene waarneming was Toorop op zoek. Deze verbeelding vond ze in de schilderijen en tekeningen van Van Gogh.
Vooral het beleven en weergeven van de zelfkant van het leven, de eenvoudige mens met pijn en moeite, het bloed zweet en tranen gevoel. Dat is wat Charley Toorop in gedachte en verwerking, idee en uitwerking, overneemt van deze bevlogen schilder. En natuurlijk zijn er meerdere kunstenaars na hem waarop Van Gogh van invloed is geweest, stromingen die zich door zijn expressieve aanpak lieten inspireren. Stijl en vormgeving worden bepaald door en zijn een reactie op wat eerder heeft plaats gevonden en is gebezigd. Het huidige geslacht staat op de schouders van de voorgaande generatie. Sterke schouders die een stijl en beweging kunnen dragen. Slechts enkele figuren in de massa zijn meer dan figurant en steken boven het maaiveld uit. Schudden het speelveld van de kunst op en zetten onbewust en onbedoeld misschien een nieuw isme in gang. Zo iemand is Van Gogh achteraf gezien.
Het Kröller-MĂŒller Museum kan als geen ander museum deze verwantschap laten zien door het werk van beide kunstenaars te tonen. Zowel van Toorop als van Van Gogh bezit het Kröller-MĂŒller de grootste verzameling werken. Daarom kunnen de schilderijen en tekeningen permanent naast elkaar worden getoond en kan studie worden gemaakt naar relaties en parallellen. Beide zielen hebben één gedachte, waarbij Toorop bij wijze van spreken in de voetsporen van Van Gogh is getreden. Niet alleen voor wat betreft de kunst, maar ook het in praktijk brengen van inzicht en opvatting. Denkt Vincent eerst nog prediker onder mijnwerkers te zijn, later laat hij in beeld de armoede en moeite zien waarin en waarmee deze mensen hun leven vullen. Door Van Gogh kregen deze stervelingen een persoonlijk karakter. Keek hij uit over de weidse landschappen en bracht deze tot leven in kleur en penseelvoering. Hij zag de mens en keek in de spiegel, het bracht hem tot negatieve gedachten en grootse werken. Het leed verkorte zijn leven maar maakt zijn nalatenschap duurzaam.
De donkerte van het leven trok ook Charley Toorop aan. In Vincent van Gogh zag ze haar voorganger, hij wees haar als het ware de weg en met zijn werk kon zij datzelfde pad inslaan. âVan Gogh hielp haar om een weg te vinden naar het visualiseren van een bezielde werkelijkheidâ, schrijft Benno Tempel in zijn voorwoord van de catalogus bij een tentoonstelling. Een catalogus die na een studie naar de invloed van het werk van Van Gogh op het kunnen van Toorop is verschenen. Niet alleen door haar krachtige middel om beeld te geven aan deze mensen, ook in de praktijk van het voeren van actie zette zij zich in. De levens van Van Gogh en Toorop sluiten in principe op elkaar aan, kunnen elkaar bedekken. Het is alsof zij zijn jas aan heeft getrokken â een jas vol verfspatten, wanhoop en genade â die hij zelf levensmoe aan de wilgen had gehangen. Ook zij liet zich door diepe dalen leiden, maar de kunst voerde haar naar hoge pieken. In de kunst vond zij zichzelf, als is het schilderen en tekenen een therapie om het leven aan te kunnen.
In het boek wordt Charley Toorops fascinatie voor Vincent van Gogh beschreven. Vooral de intense gewaarwording van het leven als zijn sprak haar aan. Het verbeelden en beschrijven in schilderijen, tekeningen en brieven maakt Van Gogh tot emotioneel chroniqueur van het tragische bestaan. Een geschiedschrijver van de periferie van het wezen. In een korte biografie geeft Renske Cohen Tervaert aan op welke manier deze levenslijnen elkaar kruisen en samen opgaan. In het interbellum van de twintigste eeuw ontdekte Toorop een haar passend geëngageerd kunstenaarschap, waarin haar interesse voor de psyche van de mens en haar zoektocht naar spiritualiteit een plaats konden krijgen. Van Gogh is daarin in eerste instantie haar gids, later zal zij zelf deze reis aan kunnen en worden geroemd om haar uitbeelding van emoties. De uitgave legt beide levens naast elkaar, toont voorbeelden van overeenkomst en navolging. Voor beide schilders was kunst een medicijn, een middel om te overleven. Waarbij in het geval van Vincent de medicatie niet toereikend bleek en bij Charley het haar wezen rechtvaardigde.
Charley Toorop had een obsessie voor de realiteit en vond in het na zijn dood gecreĂ«erde beeld van Van Gogh als kunstenaar verwikkeld in een persoonlijke strijd met oog voor de harde realiteit en het menselijk leed â âde worstelende mensch die de menschelijke ellende doorvoeld heeftâ â een voorbeeld om dat spoor te volgen. Dichterlijk beschreven zou Toorop een reĂŻncarnatie van Van Gogh kunnen zijn. Nog geen jaar na schilders vroegtijdige dood kwam Charley Toorop ter wereld. Terwijl ze opgroeide en zich ontwikkelde was zij getuige van Van Goghs almaar toenemende roem. âIn Van Gogh vond Toorop (âŠ) een gelijkgestemde; met hem deelde ze een liefde voor de rauwe realiteit, evenals voor de natuurâ, schrijft Franka Blok in haar essay. âHet zien van en lezen over Van Goghs kunst bleek niet langer genoeg, ook de plekken waar hij had gewerkt moesten bezocht worden.â En met Van Gogh en Toorop als leidraad gaat de lezer van de catalogus en de bezoeker van de tentoonstelling op reis langs deze plekken.
Charley Toorop, liefde voor Van Gogh. Publicatie naar aanleiding tentoonstelling in Kröller-MĂŒller Museum van 24 mei tot 14 september 2025. Teksten Renske Cohen Tervaert, Franka Blok, Merjet Brolsma, Wessel Krul, Benno Tempel. Uitgave Waanders Uitgevers / Kröller-MĂŒller Museum, 2025.
Met 'Charley Toorop. Liefde voor Van Gogh' is het de eerste keer dat Toorops liefde voor Van Gogh onderwerp is van een tentoonstelling (van

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
TEKENKABINET STAALKAART HEDENDAAGSE TEKENKUNST
Het is een plezier te zien hoeveel middelen aangewend worden om een tekening te maken. Dat er legio stijlen en technieken binnen de tekenkunst ingevoerd zijn. Ieder jaar weer kijk ik uit naar welke nieuwe smaken Manja van der Storm heeft geselecteerd en opgeborgen in de laden. Want het door haar in 2012 opgezette tekenkabinet innoveert en toont mogelijkheden en schijnbare onmogelijkheden. Het tekenen is uitgegroeid tot kunst, mede door het tekenkabinet krijgt het de aandacht die het verdient. Ieder jaar draait Van der Storm het kabinet van het slot en opent de laden. En ik vind altijd wel een lekker snoepje in één van die laden. Een smaak die ik nog niet eerder proefde.
Het tekenkabinet is een staalkaart van de hedendaagse tekenkunst. Het meldt op de website geen galerie, geen kunstenaarsinitiatief, collectief of vereniging te zijn â kunstenaars worden geen lid, maar deelnemer per editie. Het is een onafhankelijk podium voor grootse hedendaagse, autonome tekenkunst op klein formaat. Tentoonstellingen, webshop en de daarbij behorende catalogus geven aandacht aan diverse stijlen binnen de tekenkunst. De tekeningen worden puur en kwetsbaar zonder inlijsting getoond en verkocht. Zo zoals het van de tekentafel is gekomen. Aldus kan de toeschouwer de werken zuiver beleven, op reis gaan naar nieuwe werelden. Die nieuwe werelden vind ik vooreerst in dat handzame boekje, een reisgids als voorbereiding op een trip naar Amsterdam om de werken in live te bekijken.
Zoals de kunstenaar in de fantasie, de beleving van de werkelijkheid, in gedachten en op papier op reis ging. Zo ga ik in tekenkabinet op zoek en trek laden los, open deuren. Waar de tentoonstelling de weg wijst is de catalogus het navigatiesysteem, de webshop de handleiding. Ieder jaar weer, nu dus al dertien in het dozijn, meldden kunstenaars zich na een oproep aan. Het tekenkabinet selecteert afgewogen deelnemers uit de aanmeldingen door naar het werk te kijken en het curriculum van de kunstenaars in te zien. Het is daarbij een voorwaarde dat de tekenkunst daarin een belangrijke rol speelt, uiteraard. De tekening dient volwaardig resultaat van creĂ«ren te zijn en niet een schetsmatige voorbereiding voor een schilderij of beeldhouwwerk. Daar alle getoonde tekeningen te koop zijn, is het tekenkabinet aan te merken als een galerie getekend. Of een kunstmarkt waar in elke kraam voor elk wat wils is. Tekenkabinet is een springplank voor exposities in galeries of mogelijk een museale tentoonstelling. Tekenkabinet vestigt de aandacht op kunnen en kunsten â professionele, autonome tekenaars treden voor het voetlicht en worden opgemerkt.
De maximale grootte van de werken is A3-formaat. Zo zodat het geheel in een handzaam boekje op A5-formaat past â als een kennismaking, momentopname, naslagwerk en collectors item ineen â en een galerie of kunstzaal voldoende ruimte biedt om het grote aanbod langs de wanden te kunnen tonen. En elk jaar weer weet Van der Storm te verrassen met nieuw werk, andere kunstenaars en experimentele uitingen. Een momentopname van hedendaagse tekenkunst om eindeloos in rond te reizen of langs te dwalen, de catalogus zorgt ervoor dat ik niet verdwaal in het ruime aanbod. Geprint geeft een goed beeld, maar de werken in het echt zien is aan te bevelen, dat kan bij Galerie Art Singel 100. Het lentekabinet loopt nu tot en met 13 juli en het zomerkabinet is daar van 13 tot en met 31 augustus te bezoeken. In lentekabinet zijn 130 tekeningen van evenzoveel kunstenaars te zien, waarna in zomerkabinet van bijna alle kunstenaars een ander werk wordt getoond. De afbeeldingen in de catalogus zijn allemaal in de eerste tentoonstelling te zien, terwijl op de website in de webshop van tekenkabinet nog een extra werk van de kunstenaars te vinden is.
Zo krijgt de bezoeker een hoegenaamd compleet beeld van de hedendaagse tekenkunst en dat ieder jaar weer opnieuw, want eerdere deelname biedt geen garantie op een volgende selectie. Dus alle tekenaars die Nederland rijk is komen in principe eens in het kabinet aan bod, zodra er weer een nieuwe lade wordt opengetrokken. Het tekenkabinet verbreedt de horizon en verdiept inzichten. Door de deuren en laden open te trekken maak ik kennis met onbekende werelden. Ontmoet ik oude en nieuwe bekenden. Herbeleef ik stijlen en ontdek mij (nog) onbekende technieken.
Catalogus en tentoonstelling vormen een reisgids door de hedendaagse tekenkunst. In het boekje, en tevens in de tentoonstelling, is er geen vorm van hiërarchie. Het uiteenlopende werk is niet gerubriceerd, maar in alfabetische volgorde op achternaam van de kunstenaar afgedrukt. Wel zijn er overeenkomsten en gelijke stemmingen. Het is daarom als het ware een zoekboek om diverse relaties te vinden en paralellen te ontdekken, verwantschap vast te leggen. Geen enkele kunstenaar is meer belangrijk dan een ander. Ze treden op één lijn naar voren, als in een lang lint, een dansrei. Gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar, positief tot elkaar veroordeeld en verbonden in de kunst. Van der Storm toont met het tekenkabinet geen voorkeur, enkel kan ik naar eigen smaak uit het grote aanbod kiezen. Daarom is het op deze manier tonen van de tekenkunst aan de wereld een representatieve vorm van presentatie. Ik vergeleek het in eerdere jaren al eens met een puntzak vol snoep dan wel een doos met meerdere lagen bonbons. Een ieder neemt uit de zak een snoepje dat hem of haar het meest aanstaat en smaakt. Of pakt een chocolaatje dat qua vorm het meest aantrekkelijk lijkt.
âHet is een reisgids om het zich vrij gevochten land van de tekenkunst tot in elke uithoek te ontdekken en leren kennen. Waarschijnlijk zijn nog niet alle facetten belicht, maar het tekenkabinet laat wel veel kanten van deze kunstvorm zien. Het is een letterlijk en figuurlijk kleurige opsomming. Figuratief en abstract worden wereld en emotie onderzochtâ, citeer ik mijzelf in de bespreking van de 10e editie van tekenkabinet. En nog steeds is deze opzet dezelfde, want het is een goed geoliede formule. De tekst heeft daarom nog niets aan kracht ingeboet, daarom ga ik verder op dat pad en treed in mijn eigen voetsporen. âDe tekenkunst is volwassen en zelfstandig. Een vleugje puberaal gedrag is echter toch wel aanwezig nog, de smaak van verzet en opstand. Maar elke kunstvorm zet de wereld te kijk, symboliseert het leven en houdt ons een spiegel voor. Volwassen zijn in de kunst is van niets iets kunnen maken. Modder aan een kwastje, een enkele lijn op papier. Serieus, maar ook met een dosis humor. En andersom, grappig in verschijning met een ernstige ondertoon. Want altijd probeert de kunstenaar iets uit te drukken, aan te geven door het weer te geven. Zelfs een enkele zwarte balk op een verder witte ondergrond geeft een spectrum aan expressie weer. De manier waarop de kunstenaar de zichtbare werkelijkheid in beeld brengt stemt tot nadenken. Want die werkelijkheid is niet altijd zo zichtbaar als dat wij denken dat het is. In het niet of anders weergeven van de dingen om ons heen schuilt een waarheid die nader onderzocht is, ons wordt voorgehouden en waarin wij dan de betekenis kunnen vinden. Als we ervoor open staan, er de aandacht aan willen schenken.â
Tekenkabinet, editie 2025 - XIII. Concept, vormgeving, productie en inrichting Manja van der Storm. Galerie Art Singel 100 Amsterdam. Uitgave in eigen beheer, 1e druk juni 2025.
Tekenkabinet XIII Galerie Art Singel 1001015AD Amsterdamwww.artxs.nl Deel I â Lentekabinet: vrijdag 13 juni t/m zondag 13 juli 2025open: vri
COLLECTIE FIGURATIEVE KUNST IN DRENTS MUSEUM
Harry Tupan © Texas Schiffmacher
Met Gen F zendt het Drents Museum een krachtig signaal uit. Het profileert zich nadrukkelijk als voortrekker op het gebied van het collectioneren van hedendaags realisme. Gen F; generaties kunstenaars erfelijk belast om de waarneming van de zichtbare werkelijkheid te beelden. Gen F; het overzicht van de door het museum verzamelde figuratieve kunst over de afgelopen decennia. Met name werken waarmee het museum de naam en faam als verzamelaar van deze kunststroming onderstreept. En waarmee het zichzelf als het ware stevig in de kunstmarkt zet. Een kraam waarvan de kunstkenners en -liefhebbers maar al te graag een beeldend graantje willen snoepen. Het Drents heeft zich de autoriteit op het gebied van het hedendaags realisme met verve toegeĂ«igend, het geeft de toon aan en andere musea spelen hun partij in de maat mee. Dit is mede te danken aan de vertrekkend algemeen directeur Harry Tupan. Eerst als conservator hedendaagse kunst zette hij het Drents Museum al voorzichtig op de kaart, maar later als directeur wist hij Assen tot het middelpunt van vooral het Nederlands realisme te maken. Mooier kan hij het zich dan ook niet wensen om op deze manier, met een grote tentoonstelling en daarbij een kleurrijk collectieboek, afscheid te nemen van âzijnâ museum.
In de tentoonstelling over 75 jaar figuratieve kunst kan de bezoeker in het Drents Museum de werkelijkheid welhaast aanraken, door het boek Gen F is dan elke millimeter schijnbare waarheid tastbaar te onderzoeken. Want wel is de waarneming van de zichtbare werkelijkheid uitgangspunt voor de collectie hedendaags realisme, het vertalen van zien en het interpreteren van het geziene op doek en papier of in een ruimtelijke vorm is aan de kunstenaar zelf. Het is zijn of haar waarheid. Deze waarheid hoeft geen echtheid te zijn, de realiteit van het beeld is onderhevig aan wat de kunstenaar ermee wil vertellen en wat de beschouwer erin ziet. Het is geen zuivere waarheid, stemt niet altijd overeen met de werkelijkheid. Daarom dekt figuratief beter de lading dan de term realisme dat doet. De figuratie is uit de werkelijkheid genomen, het resultaat stijgt boven het zijn uit en reflecteert het gevoel bij wat gezien is.
âDit boek gaat over de Nederlandse kunstenaars die vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw kiezen voor de figuratie en verzameld zijn door het Drents Museumâ, lees ik in de uitgave Gen F 75 jaar figuratieve kunst. Dat het Drents met deze stroming wegloopt, en na 1994 serieus aan het verzamelen raakt, is omdat het Groninger Museum en het Fries Museum minder interesse hebben in figuratief werk van kunstenaars in Noord-Nederland. De tentoonstelling nu belicht meerdere generaties kunstenaars, echter niet elke Nederlandse kunstenaar is in de verzameling van het Drents Museum vertegenwoordigd. Daarom is het boek bij de tentoonstelling een catalogus van de eigen collectie en geeft geen overzicht van datgene wat speelt in de hedendaagse figuratieve kunstwereld. Het is derhalve een Drents feest ter ere van de scheidend directeur. âDe aard van de collectie bepaalt dus welke kunstenaars en werken in het boek zijn afgebeeldâ, schrijft Tupan in het voorwoord. âOok hebben wij binnen de collectie keuzes moeten maken.â Maar er wordt gewerkt aan het online toegankelijk maken van alle kunstwerken uit de collectie, zodat de niet afgebeelde werken en tevens de verzamelde internationale figuratieve kunst integraal bekeken kunnen worden. Echter ligt voor dit project de focus op Nederland. Ondanks de leemtes die noodgedwongen optreden is Gen F toch een duidelijk overzicht van wat er in 75 jaar door kunstenaars aan de werkelijkheid is toegevoegd.
Hoofdconservator Annemiek Rens biografeert in haar essay de figuratieve kunst. Nederland blijkt een sterke traditie op dit gebied te hebben, het gebruik van verbeelden dat al vanaf de zeventiende eeuw een hoofdrol speelt in de kunstwereld. In aanloop tot wat hedendaags aan onderwerpen wordt uitgebeeld was het gewone leven inspiratie en waren wolkenluchten en modderige weggetjes reden tot schilderen. Schilderijen van het echte leven worden zeker buiten de landsgrenzen gewaardeerd, en nog geeft dat normale zijn in iets andere vorm voortdurend aanleiding tot verwerken. Gen F geeft daarvan een goed beeld. De werken zijn herkenbaar, menselijk, maar gezet naar de hand van de kunstenaar. De huid is zichtbaar, de gelaagdheid geeft voeling. Want achter het zichtbare is het gevoel bij de werkelijkheid aanwezig. Voorbij het alledaagse wordt een diepere werkelijkheid onthult. Er is geen duiding van de waarheid op zichzelf, maar de beleving daarvan krijgt beeld. Het is verbeeldende kunst, meestal zonder maatschappelijke boodschap; het werk gaat over universele themaâs als liefde, ouder worden, dood, harmonie en verwondering. Ook worden elementen uit verschillende tijden gecombineerd in het eigen werk â verleden neemt deel in het heden.
âHet opbouwen van een collectie vergt lef, visie en steun.â Harry Tupan heeft een rotsvast geloof in de figuratie en sloeg tegen alle kritiek in aan het verzamelen. Mede aan zijn lef en visie heeft het Drents Museum de omvangrijke collectie te danken. In haar verhaal beschrijft Rens tevens de instanties zorgend voor het bloed in de kunst en via welke wegen werken op de markt komen en waar deze worden bewaard en tentoon gesteld. Belangrijk in deze keten waarop de kunstwereld is gefundeerd zijn de schakels van de particuliere verzamelaars. Deze zorgen voor uitbreiding van openbare collecties door schenkingen en langs stichtingen en fondsen doorverkochte objecten, en zijn daarmee een enorme steun. Zonder deze mecenassen zou er geen museum kunnen overleven, het vormt meestentijds het hart van de collectie. In het artikel worden deze schenkers dan ook met naam en toenaam genoemd, hoewel er zijn die anoniem wensen te blijven. De collectie van het Drents Museum heeft karakter, roemt Annemiek Rens de eigen verzameling, waar verrassende ontdekkingen gedaan kunnen worden daar het museum de figuratieve kunst breed opvat. Boegbeeld is natuurlijk Matthijs Röling, die als vrijgevochten rebel zijn leven lang naar de werkelijkheid schildert met de ambachtelijke perfectie van de oude meesters. Onlangs is er een boek verschenen met daarin de hele Röling-collectie die het Drents Museum bezit. Maar ook andere grootheden kunnen gevonden worden in het depot en wisselend in de zalen.
In het boek zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken afgedrukt uit de collectie hedendaagse kunst van het Drents Museum dat ruim 5000 objecten omvat, chronologisch ingedeeld naar het geboortejaar van de kunstenaar. Deze indeling laat daarom de ontwikkeling zien die kunstenaars van verschillende opeenvolgende generaties hebben doorgemaakt. âDat biedt houvast, en laat tegelijkertijd zien hoe divers het palet aan verschijningsvormen van figuratie is, ongeacht de tijd waarin iemand opgroeit.â Zoals voor boek en tentoonstelling een keuze is gemaakt uit de collectie, zo kiest Annemiek Rens voor haar verhaal een aantal kunstenaars om het werk te bespreken zonder de andere niet genoemde tekort te willen doen. Het is een waardevolle aanvulling, maar eigenlijk niet nodig omdat de afbeeldingen voor zichzelf spreken. Na de teksten volgt een catalogus om van te smullen. Op de punt van mijn stoel beschouw ik de diverse werken die binnen de stroming talloze aan elkaar verschillende uitingsvormen heeft.
Tegen de stroom in zetten kunstenaars met geboortejaar voor 1940 zich aan de waarneming in hun werk. Tegen de stroom van het constructivisme en de abstractie in, tegen stijlen die de waarneming van de werkelijkheid afzweren. De figuratieve kunst wordt gezien als oubollig, ouderwets en achterhaald. Toch handhaaft deze kunstrichting zich en wordt gaandeweg de eeuw geaccepteerd naast al de andere indrukken en uitingen. Nieuwe generaties kunstenaars bekijken metier met frisse blik en passen het eigentijds en actueel in. Zoals het een complete catalogus betaamt is deze Gen F uitgebreid met ultrakorte biografieĂ«n van de kunstenaars, een opsomming van tentoonstellingen en publicaties. En is er een Engelse vertaling opgenomen. Als kers op de taart een klein fotoalbum met bijzondere momenten in de verzamelgeschiedenis. Het Drents is volgens Rens niet alleen een museum âvoor kunst die af is, maar ook voor kunst die nog gemaakt moet worden. De collectie is dus verre van afgerond. Er is juist volop ruimte voor de blik vooruit met kunst die blijft verrassen en in alle opzichten springlevend is.â
Gen F â 75 jaar figuratieve kunst. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Drents Museum, 15 februari tot en met 17 augustus 2025. Teksten Harry Tupan, Annemiek Rens, Barber van der Laan. Uitgave Drents Museum / Waanders Uitgevers, 2025.
Dompel jezelf onder in de figuratieve kunst in het Drents Museum. Hier vindt je figuratieve kunst uit het Noorden en realistisch talent van







