FOMO
I
Het is 's avonds laat en ik loop naar huis uit de film. Behalve ikzelf zat er niemand in de zaal. Buiten is iedereen in een dronken feeststemming, want het is immers vrijdagavond: dan hoort dat. Dan heb je het leuk. Geneigd om hier ook aan mee te doen, loop ik op mijn weg naar huis om langs alle cafés in de hoop op nog meer avontuur. Ik kan het niet laten: ik wil niet naar bed als iedereen het nog leuk heeft. Maar dit is elke vrijdagavond zo, zij zitten daar zelf ook alleen maar omdat iedereen om hen heen daar nog zit. Door die gedachte voel ik me wat minder verdrietig over mijn eigen eenzaamheid. Ik denk aan morgen: vroeg opstaan, een wandelingetje maken over de dijk. Iemand opbellen om het in de ochtend mee leuk te hebben.
II
als verwelkte bloemen verwaterd hoofd de geur niet verbloemend dat het lichaam is verdoofd
tafel plakt verschraald bier in vieze glazen omgesmakt lippen grazend naar contact
elke avond weer belooft: lijnen grenzen weggedronken in gouden vloeistof weggeschonken van gezamenlijk eenzaamheid beroofd
bezetenen bezetten bezit omstrengeld in stengels van vlees geklit jij bent van mij fluisterde hees gevangen gezet, onbevreesd











