Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
✓ Live Streaming✓ Interactive Chat✓ Private Shows✓ HD Quality✓ Free Actions
Free to watch • No registration required • HD streaming
Eigenlijk moet ik er het zwijgen toe doen. Het boek openen, dat wel. Een gedicht lezen, voor mezelf. En dan in stilte wegzakken. Een contemplatieve rust. Een beschouwend niets. Overdenkend peinzen op wat ik net gelezen heb. De zinnen tot me laten komen. Woorden laten dwalen in mijn hoofd. Mezelf bereiken, het diepste eigen ik. Met de woorden die ik las als leidraad. Met de zinnen die ik toonloos ervoer. Zoals de stilte tijdens een kloosterlijk vesper, waarin eerst een Bijbeltekst is gehoord, een gebed beluisterd. En ik dan in een tijdloos niets afdaal, bij mijn hart arriveer. Mijn emotie aanraak, de stemming tast. Zo valt de uitgave "dood gewoon gaan hemelen" te doorvoelen.
Maar ik wil het uitschreeuwen, de pijn het verdriet bij verlies. Roepen en rond bazuinen dat iedereen dit boek moet kopen. Maar door stil te zijn, geen woorden te schrijven, zou ik toch moeiteloos de uitgave kunnen aanprijzen. Ik hoef er echt niet hoog mee van de toren te brallen, want het boekwerk verkoopt zichzelf doodgewoon. Want aan een ieder die troost in smart nodig heeft legt dit boek met tekst en beeld een warme arm om de schouder. Niet iedere tekst zal elke lezer aanspreken, maar er zijn vele bladzijden in dit 224 pagina’s tellende in linnen kaft gevatte boek waarbij ik een traantje wegpink. Gedichten die meteen indalen, omdat ze rijmen met mijn emotie. Poëzie dat meer aandacht nodig heeft, waarbij de woorden overdacht worden en nogmaals gelezen. Het is als in de beeldende kunst; het realisme is meteen zichtbaar, een abstract werk verdient een moment meer.
In “dood gewoon gaan hemelen” zijn gedichten opgenomen voor als je naar woorden zoekt. Gedichten die troosten en waar je iets aan hebt, ook als je ontroostbaar bent of was, lees ik in het voorwoord. Korte gedichten zijn te gebruiken op de rouwkaart of in de rouwadvertentie en langere gezangen om voor te lezen tijdens een afscheid, de uitvaart, een herdenkingsdienst. Er zijn altijd woorden in te vinden voor ieder moment van weemoed. En die titel van het boek vind ik terug in een gedicht van Henk van Zuiden, meteen een goede binnenkomer – de toon van het boek is op de eerste bladzijde al gezet: “Je bent niet naar gene / je bent niet op reis / je bent niet door poort / je bent niet ontslapen / je bent niet met noorderzon / je bent niet het hoekje / je bent niet uit varen / / je bent dood gewoon / gaan hemelen / / je waait / met alle winden / je stroomt met / bergen water / je droomt in / slapende sneeuw.”
De samenstellers hebben bijna 75 dichters uit de Nederlandse literatuur gevonden die wel werk hebben geschreven op het thema ziekte, dood en sterven. Het is een bloemlezing, een soort van krans op de kist of om de urn. Deze gedichten zijn stemmig gecombineerd met schilderijen van drie kunstenaars. Ook hier valt het resultaat uiteen in realistische beelden en abstracte vormgeving. De tastbare leegte in de geziene landschappen van Anke Roder. Ik hoef nergens aan te denken, mijn blik dwaalt over de wadden naar de einder – ik kan er de gelezen woorden in laten bezinken. Of de gedroomde landschappen van Tjibbe Hooghiemstra. Mijn gedachten echoën er tussen geschilderde vlakken en getekende lijnen – de zojuist gelezen woorden verdwalen erin. En dan de abstracte beelden van Arno Kramer, die de werkelijkheid symboliseren. Ik mijmer ermee tot de horizon van mijn gevoel in de houtskolen en het aquarel – ik laat de woorden los.
Het boek is opgedeeld in vier momenten, hoofdstukken waarin gedichten rond eenzelfde thema zijn samen gebracht. ‘Het leven’, met als kernzin “missen is iets wat je voelt als er iets niet is”. In het leven voorvoel ik al dat dit eindig is, dat er een moment komt van loslaten. Het leven vrijlaten, de dag dat ik het niet langer kan vasthouden. Het is de enige zekerheid die ik heb. Een zekerheid die ik nog verzeker, maar het liever buiten beeld houdt.
Daarover lieten diverse schrijvers hun gedachten gaan, nog voor ik steun zocht in dat bodemloze niets van mijn verdriet. ‘Het einde’ betekent een wonderlijke leegte in de wereld zonder die ander, die ik als vermist opgeef voor het leven. Dat einde is voor een ieder van ons onvermijdelijk. Hoe daarmee om te gaan leert de dichter mij. Een derde moment is ‘het afscheid’: weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven. Afscheid is zowel een abstracte gedachte als een zuiver realisme. Wat moet ik me voorstellen bij een vertrekken en nooit terug komen. Een lege plek aan de tafel, een eeuwig vaarwel. De dichters in “dood gewoon” vullen die gedachte leegte voor me in met hun woorden. Waar ik geen woorden kan vinden, reiken zij me deze aan. Woorden met waarde. In ‘het later’ mis ik de ander meer dan ik ooit had verwacht. Het later is het doorgaan, het verder leven met dat litteken. De oude wonde is geheeld, maar zal nooit verdwijnen. Het mens verliet het leven, maar gaat nooit weg uit mijn zijn. Hoe zette Bram Vermeulen dat ook al weer zo mooi op toon in zijn Testament? Ik vind het niet terug in de uitgave van Plint. Daarom schrijf ik het hier: “En als ik dood ga, treur maar niet / ik ben niet echt weg moet je weten / het is de heimwee die ik achterliet / dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.”
Het is bemoediging in heimwee die de dichters in “dood gewoon gaan hemelen” mij geven. Vertroosting in mijn verdriet. Maar ook verlichting in donkere dagen. Het licht aan het eind van de tunnel. De woorden die geschreven werden zijn een opkikker, ze stellen gerust in de onrust die ik voel. Het is alsof de dichters mijn bezorgdheid over het leven – dat er niet meer is of ooit niet meer zal zijn, aanvoelen en plaats vervangend doorvoelen. Ze hebben de verwarring doorleeft, zelf meegemaakt en er woorden voor gevonden waar ik die niet kan vinden. De dichter is een gids in mijn niemandsland van verdriet. Wijst mij de weg die onbegaanbaar scheen. Waar ik onheil verwachtte achter iedere boom, pijn om elke straathoek.
Het boek “dood gewoon gaan hemelen” vult de leegte op en maakt zwijgzaam. Het vult een leemte in de bibliotheek van de gedachtenis door zoveel heilzame gedichten samen te brengen. Het is een boek dat iedereen eigenlijk in de kast moet hebben. Omdat iedereen ooit een moment van afscheid zal meemaken. En dan kunnen de dichters van “dood gewoon” doodgewoon met woorden de arm om de schouder aanreiken.
dood gewoon gaan hemelen – gedichten voor als je woorden zoekt. Samen gesteld door Mia Goes, Jan ter Heide en Jos van Hest, onder redactie van Lisette Wiegers. Uitgave PLINT – poëzie en beeldende kunst, 2021
Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
✓ Live Streaming✓ Interactive Chat✓ Private Shows✓ HD Quality✓ Free Actions
Free to watch • No registration required • HD streaming
Anthi Kosma in Collective Drawing Exhibition "The Order of the Drawing" with "Digital Naturalism III"! organised by the Drawing Research Group (DRG)) at Loughborough University.
“Images selected for exhibition will explore Drawing in Relation.
With this title we suggest that drawing can be considered relational; it is a means by which relations and the conditions through which they are created, maintained, and broken can be investigated.
Connections are made between divisible surfaces, relations are engendered. Rather than being isolated, these surfaces exist in…
Voor zijn expositie in Galerie Getekend maakte Arno Kramer twee krijttekeningen op de aldaar verplaatsbare zwarte tussenwanden. Het is graffiti die er mag zijn maar na afloop van deze tentoonstelling weer zal verdwijnen. Het is kunst voor even, voor dit moment en zolang dat duurt. Het gaat voorbij zoals de tijd van het moment dit ook doet. Voor even zet Kramer de tijd hier stil, haalt de beweging eruit. Tekens aan de wand, om te waarschuwen? De ene tekening heeft dat thema ingeschreven, in time. Het is bij de tijd, tijdig getekend. Maar ook een vingerwijzing, een aankondiging van een afstand door de gevelruit van de galerie te bezien. De andere vorm is een metafoor van die immer doortikkende tijd. Jaarringen bewegen in een onregelmatige cirkel, voor iedere periode een rand, een levensfase. De geschiedenis van deze tijd van leven is daar uit af te lezen. Voor dit moment werken deze muurstukken om tijd vast te leggen, te laten zien wat er binnen in de ruimte beschouwt kan worden, voor even in afwasbaar krijt. Straks gaat de spons erover en hebben we alleen de foto's nog, herinneringen.
Arno Kramer gebruikt de realiteit als middel om non-figuratieve verbeeldingen te maken. Fragmenten van leven om het element tijd te duiden. Maar de gestalte van een dier of plant is daarbij geen hert, haas of kraai en geen tak, bloem of blad. Het figuur is een vlak in het veld van de uitbeelding, zoals de arcering en het raster dat ook zijn. Het is een vorm als silhouet, een nabeeld van wat gezien is. De schaduw van de werkelijkheid, een afdruk in de tijd. Het is een omvangrijk en contemplatief verhaal, zoals het hier afrondend aan de wand is geprikt. Geen enkel deel kan zonder de totale compositie. Een fragment eruit halen is het doorstrepen van woorden en zinnen, en dat enkele beeld vertelt slechts een deel van het totale verhaal. Het zal niet meer compleet en volmaakt zijn. Dan blijven er vragen en zal er over gesproken moeten worden, terwijl deze kunst stil maakt. In verwondering het mysterie ondergaan. Geen flarden tijd bekijken, hier is het klokje rond.
Het is de realiteit zoals Kramer deze op een moment heeft ervaren, kan beleven. Hij tekent niet letterlijk de werkelijkheid, het is altijd een afgietsel, een uittreksel. Dat is wat de tekening altijd is. Een model om de wereld te duiden, een mysterieuze samenvatting van hoe het in het brein van de kunstenaar werkt. Even duister en ongrijpbaar als de werkelijkheid dat is. Want wie zal de gedachten kunnen lezen van de kunstenaar wanneer hij deze niet in begrijpbare beelden heeft omgezet. Met de tekeningen bij Galerie Getekend doe ik een poging en met de in de hand opengeslagen catalogus die vorig jaar verscheen bij de tentoonstelling in Museum CODA Apeldoorn en de Limerick City Gallery of Art Ierland: IN TIME. De kunst van Arno Kramer balanceert op de smalle rand tussen werkelijkheid en fantasie, waar het gewicht op de schaal van de verbeelding drukt.
Zo werken de uitdrukkingen op elkaar in, krijgt het samenspel een verhaal. In de galerie vormen diverse afzonderlijke delen een collage met de zwarte wand als drager. Hier ook tekens aan de wand dus, maar minder letterlijk als voornoemde krijttekeningen. In de individuele composities die onlosmakelijk het totale beeld vormen kan ik mijn eigen ervaring van het leven en de wereld zetten. Soms lijken ze verre van mijn beleving te staan, maar ga ik deze op details determineren dan passen waarneming en idee als puzzelstukken in mijn zijn. Het is geen zaak de werkelijkheid in het beeld te zoeken, want deze is niet wat het lijkt te zijn. Het is de geografie van Kramers eigen landkaart, de topografie van zijn persoonlijke zijn. Om dit in mijn eigen grond te kunnen ingraven, moet ik de basis van het uiten doorgronden. Dat is kijken om te kunnen zien. Bestuderen van lijn en vlak. De vormgeving dwingt mij niet om te begrijpen, maar door te kijken en te zien ontstaat als vanzelf een tastbare opmaak.
De schaduw gaat altijd mee, achtervolgt me op de voet. Deze metgezel hoort bij mij, is een afdruk van mijn wezen. Iedere ruimtelijke vorm heeft een dergelijke natuurlijke print. Waar deze is zal de ander zijn. Kramer beeldt in zijn werken echter de schaduw af terwijl het oorspronkelijke figuur is verdwenen. Hij verbeeldt schaduwen van de tijd, in de tijd. Om de toeschouwer, vooral in de actualiteit van klimaatverandering en biodiversiteit, te waarschuwen dat we nog op tijd zijn wanneer we nu de knop omzetten. Op de mooie plaatjes van de natuur, de prachtige uitzichten zoals wij ons die op deze manier voorstellen, zetten al minder schone elementen hun afdruk. Maar het mogen geen beelden worden die alleen nog in de herinnering bestaan. Kramer heeft een vooruitziende blik, maar mag geen roepende in de woestijn worden. Zijn platen krijgen als we niet oppassen de sfeer van zo was het ooit, “heb ik niet op tijd gewaarschuwd”. En in dat collectieve geheugen zit de schoonheid van hoe het ooit was opgesloten. Kramer beeldt dat met prachtige kleuren in de kantlijn, kleurbalken in een proefdruk om de juiste sfeer vast te leggen.
Jaarringen en schaduwen zijn samen met rasters en arceringen elementen in de composities van Arno Kramer. Hij maakt deze onderdelen van de voortgaande tijd, het bewegende verloop in de geschiedenis. De collages zijn abstracte verbeeldingen van momenten, hoewel ze aan de toeschouwer overkomen als realistische detailleringen. Het realisme en abstracte zijn gebruikt om een gevoel uit te drukken, een sfeer neer te zetten. Het is om de tijd even stil te zetten en uit te drukken dat het zo was, dat het ooit zo was en nu nog had kunnen zijn. Wanneer wij op tijd zijn, in time. Laat het geen souvenirs worden, geen relikwieën of memorabilia. Laten we er omdenken dat het geen aandenken wordt. Dat lees ik in deze werken van Arno Kramer. Een visionair die, zo is mijn zucht, geen uitgedorst, oververhit driftkikkertje dat zich tegen de zandstormen hees schreeuwt zal worden. Dat wij niet enkel zijn werk in schoonheid beschouwen, maar ook nog wat doen met de boodschap die er in besloten ligt. Tekenen van de tijd. Sign o'the times. Arno Kramer, we zullen het doorzien, op tijd, in time.
Arno Kramer, solopresentatie bij Galerie Getekend, Stationsstraat 6 in Heerenveen. Tot en met 5 maart 2023.
De tekening, het tekenen met potlood op papier, is in de kunst lange tijd een ondergeschoven kind geweest. Maar het kent een eeuwenoude geschiedenis en een grote variëteit aan verschijningsvormen. Tot laat in de 19e eeuw werd tekenen gezien als een schets of een studie om de compositie of onderdelen daarvan in de vingers te krijgen, voordat het echte werk als resultaat op doek geschilderd of in steen gehouwen kon worden. Maar na het interbellum is het kind uit de la gehaald en kreeg de tekening een welhaast volwaardige plaats binnen de beeldende kunst. Meerdere kunstenaars legden zich daarna toe op het tekenen en achtten deze techniek de belangrijkste discipline in hun oeuvre. Vooral met het gebruik van houtskool of pastelkrijt ben je namelijk één met het werk, er zit niets meer tussen, er is geen afstand. Hoe fijn kan dat zijn.
In de inleiding van de catalogus “Arno Kramer – IN TIME” beschrijft Carin Reinders dat “tekenen in vergelijk met het schilderen en beeldhouwen in de uitvoering en handelingen gevoeliger, intiemer lijkt, waarbij het proces van het maken ook anders ervaren kan worden dan bij een schilderij of beeldhouwwerk.” In dit boek wordt een groot deel van het oeuvre van de tekenaar uit de doeken gedaan. Meerdere schrijvers schrijven over Kramer, over zijn werk, over zijn doen en laten, het hoe en waarom. En Kramer schrijft bij zijn tekenen. In zijn kunst versmelten taal en beeld, komen figuratie en abstractie samen. Hij gebruikt de realiteit als middel om non-figuratieve verbeeldingen te maken. De gestalte van een dier of mens is geen hert, wolf, zwaan of konijn en geen lichaam of lijf, maar het is een vlak in het veld van de uitbeelding. Het is een vorm als silhouet, een nabeeld van wat gezien is.
Het schrift kan in dat afstand nemen van de werkelijkheid de realiteit terughalen. De realiteit zoals Kramer deze op een moment heeft ervaren. Want zoals hij dat in zijn tekenen ook niet doet beschrijft hij nooit letterlijk de werkelijkheid. Het is altijd een afgietsel, een uittreksel. Een model om de wereld te duiden, een samenvatting van hoe het in zijn brein werkt. Naast de soms monumentaal ofwel museaal grote tekeningen op papier of rechtstreeks tegen de muur maakt hij gedichten. In de poëzie kan hij dat kwijt wat in getekende beeltenis minder goed tot uiting komt, het geschreven beeld zegt dan meer dan duizend potloodlijnen of krijtvegen. In het ondoorgrondelijke vindt Kramer reden om dingen in taal te vatten. Het beeld is daarbij ook de taal die de tekenaar spreekt. Want Kramer is tweetalig, hij spreekt in woorden en in beelden.
In het boek neemt Arno Kramer mij mee op reis door zijn wereld. Afzonderlijke tekeningen staan er in afgedrukt, maar ook een samenspel van beelden tijdens een tentoonstelling. Zo werken de uitdrukkingen op elkaar in, krijgt het samenspel een verhaal. In de individuele composities kan ik mijn eigen ervaring van het leven en de wereld zetten. Soms lijken ze verre van mijn beleving te staan, maar ga ik deze op details determineren dan passen waarneming en idee als puzzelstukken in mijn zijn. Het is geen zaak de werkelijkheid in het beeld te zoeken, want deze is niet wat het lijkt te zijn. Het is de geografie van zijn eigen landkaart, de topografie van zijn persoonlijke zijn. Om dit in mijn eigen grond te kunnen ingraven, moet ik de basis van het uiten doorgronden. Dat is kijken om te kunnen zien. Bestuderen van lijn en vlak.
De schrijvers in het platenboek IN TIME helpen me erbij om de mens Arno Kramer te lokaliseren. Wat is zijn plaats in de kunst, wat is zijn plek in mijn wereld. Eigenlijk zal de kunst voor zichzelf spreken en wil ik die extra ballast niet. De tekeningen duiden zichzelf en hebben geen rugzak nodig. Maar toch kan een kleine zet in de goede richting een juiste beschouwing opleveren. De schrijvers leiden mij in de geheimen van het tekenen, de magie van de potloodlijn op het papier. En schrijven mij voor het mysterie van de kunstenaar; hoe hij tot beelden komt, wat zijn inspiratie is, waarom hij pas iets doet wanneer hij er behoefte toe heeft. Hij dwingt niets af en laat het gewoon gebeuren, zo spontaan moet ook ik de tekeningen tegemoet treden. De vormgeving dwingt mij niet om te begrijpen, maar door te kijken en te zien ontstaat als vanzelf een tastbare opmaak.
“Steeds is het zoeken naar een voor hem esthetische balans tussen het organische en het anorganische”, schrijft Diana Wind. “Nooit om esthetisch te behagen, want daarvoor zit er teveel weerstand in zijn werk, maar meer om te zoeken naar volkomen oorspronkelijkheid.” Het is voor mij een handreiking zijn kunst te verklaren, een motivering te vinden om te blijven kijken. Brian Fay brengt meer helderheid: “Arno Kramers tekeningen hebben een dwingende energie en rusteloze nieuwsgierigheid. Zijn zeer welbespraakte en prachtig beschrijvende lijn is voortdurend in beweging, zoekt, verzamelt, leidt, suggereert, komt tevoorschijn als levendige entiteit; lijnen worden hoofden, bomen, lichamen, vogels, geometrische vormen, rasters en woorden.” (…) “Door hun open en raadselachtige composities nodigen zijn tekeningen ons uit om door te brengen in hun picturale ruimte en door middel van hun uitnodiging maken Arno Kramers tekeningen nieuwe betekenissen, ze maken werelden.”
En ja, dit boek, deze uitgave nodigt mij uit mijn inzicht te vormen in de mysterieuze wereld van deze tekenaar. Even duister en ongrijpbaar als de werkelijkheid is. In de ongekleurde notities schept hij soms een kleine speling der natuur, een tint rood of blauw licht op. Een kleurstaal langs de rand. Een commentaar langs de lijn. De wereld gezien door de blik van Kramer is soms grimmig en koud wanneer het de mensheid en haar inbreng betreft, maar speels en kinderlijk vrolijk als het de natuur betreft. Deze kunst balanceert op de smalle rand tussen werkelijkheid en fantasie, waar het gewicht op de schaal van de verbeelding drukt. “Elke tekening moet voor Kramer voor hemzelf iets nieuws, iets verrassends bevatten”, lees ik. In die zoektocht naar figuratieve elementen en meer abstractere vormen raak ik weleens het spoor bijster, maar altijd neemt Kramer me weer bij de hand om een uitweg uit de dwaaltuin te vinden.
IN TIME, tekeningen van Arno Kramer. Teksten Remco Ekkers, Brian Fey, Oek de Jong, Una McCarthy, Carin Reinders, Diana Wind. Gedichten Arno Kramer. Verschenen naar aanleiding van de tentoonstelling in Museum CODA Apeldoorn en de Limerick City Gallery of Art Ierland. Uitgave Waanders Uitgevers, 2022.