Zero Trust is geen product. En zeker geen knop die je omzet zodra je Zscaler, Cloudflare of Microsoft hebt afgevinkt in je architectuur. Toch doen we alsof het zo werkt. We kopen tooling, zetten het op een slide en noemen het “Zero Trust implementatie”. Klaar. Veilig. Gecontroleerd. Alleen klopt het niet. Zero Trust is geen technologie, het is een principe dat behoorlijk ongemakkelijk is als je het serieus neemt. Het zegt eigenlijk: vertrouw niets standaard, ook niet wat je al 20 jaar “intern veilig” noemt. En daar wringt het. Want in de praktijk blijkt: legacy systemen willen niet meedoen rechten zijn historisch gegroeid in plaats van ontworpen en gemak wint het vaak van beveiliging Dus wat doen we? We plakken er een platform overheen en hopen dat het gedrag verandert. Dat is geen transformatie, dat is cosmetica met een security label. De industrie helpt daar niet altijd bij. “Zero Trust ready”, “Zero Trust enabled”, “Zero Trust platform”. Het klinkt goed in sales decks, maar het verbergt de echte vraag: heb je je fundamentele aannames eigenlijk wel veranderd? Zero Trust wordt pas echt interessant als het pijn doet. Als je privileges moet afpakken. Als je legacy moet isoleren in plaats van negeren. Als je moet accepteren dat vertrouwen nooit statisch is geweest, maar altijd al een risico-inschatting. De waarheid is simpel, maar niet populair: Zero Trust koop je niet. Je bouwt het. En je blijft het opnieuw uitvinden. Alles daarbuiten is vooral geruststellende marketing.


















