Voor tante Magda: Poging 1
Het volgende schrijf ik voor haar, omdat ik niet wil dat ze vergeten wordt, als een soort bevestiging dat ze wel degelijk bestaan heeft, als een kleine herdenking in woordvorm. Ik heb het immers altijd een droevige gedachte gevonden: de gedachte dat sommige mensen verdwijnen zonder ook maar één bewijs, tastbaar of ontastbaar, achter te laten dat ze ooit geleefd hebben.  Â
Er zijn mensen die vinden dat je pas Ă©cht dood bent als niemand nog over je spreekt, als niemand nog weet wie je was en wat je in je leven gedaan hebt, zodra je naam door iedereen vergeten is. Vroeger dacht ik: weg is weg, als een snoeppapiertje dat in de vuilnisbak naast het bankje in het park belandt, of een herfstblad dat van een boom valt en door de wind wordt meegevoerd. Nu vind ik het een romantisch idee, want als van Gogh nooit was beginnen schilderen, als Dickens geen boeken had geschreven en Orson Welles geen films had gemaakt, zouden we dan vandaag nog weten wie ze waren?Â
Soms blijven er wel fotoâs over, verzameld in vergeelde fotoalbums, vaak in zwart-wit of sepia, maar wie houdt die tegenwoordig nog bij? Ze worden bij het oud papier gezet, worden opgehaald, gaan naar een sorteercentrum en worden in een gigantische blender gegooid waar ze gemixt worden met water en er nieuw papier van wordt gemaakt. Daarom schrijf ik dit, om te kunnen zeggen: ik weet dat je hebt bestaan, ik herinner me jou met al je bijzonderheden, en ik dank je om mijn leven te vullen met je gezelschap, met je liefde, en met al je wijsheden.Â
Mijn tante was zestien jaar ouder dan mijn moeder, haar zus. Ze overleed in 2013 en zou dit jaar 67 geworden zijn. Haar naam was Magda, kort voor Magdalena. Ik heb altijd gevonden dat het zo mooi klinkt als je het uitspreekt: tante Magda, alsof het bijna niet anders kan dan dat de naam voorafgegaan wordt door âtanteâ: Tante Magda. De naam heeft ook iets geruststellends, iets troostends, alsof je altijd bij je tante Magda terecht kunt als je ergens mee zit en je nood hebt aan een luisterend oor. Ze zou precies weten wanneer ze verwacht werd iets te zeggen, of net niets te zeggen, wanneer ze enkel moest knikken of vragen of je nog een kopje koffie of een zandkoekje wilde.Â
Ik zei dat ze overleed, maar dat is misschien niet de meest accurate manier om haar dood te omschrijven, ze is namelijk zelf uit het leven gestapt. Het was haar tweede poging. Ik herinner me nog goed dat ik haar na haar eerste poging in het ziekenhuis bezocht, samen met mijn moeder. Tante Magda zat op een stoel naast het halfopen raam op haar kamer en rookte een sigaret, ook al wist ze goed genoeg dat roken op de kamers niet was toegestaan. Maar als je zo diep zit dat niks nog de moeite lijkt om voor te leven, niks er nog toe doet, dan is het niet verwonderlijk dat je lak hebt aan zowat elke ziekenhuisregel of welke regel waar ter wereld dan ook, want wat is het ergste dat er kan gebeuren? Een verpleger die betuttelend iets zegt als: âdat mag je niet meer doen hoor, mevrouw, dat is tegen onze voorschriftenâ?
Het eerste wat me opviel toen ik haar bezocht, waren haar ogen, leeg en uitgedoofd. Ik was nooit eerder geconfronteerd geweest met de aanblik van een overlever van een zelfmoordpoging en voelde me ongemakkelijk, wist niet wat te zeggen, terwijl we voordien altijd uren met elkaar konden praten. Ergens voelde ik me ook schuldig omdat ik niet doorhad hoe diep ze zat. Nadat haar man - mijn oom - overleden was, ging ik vaak bij haar langs. Niet enkel omdat ik vermoedde dat ze na zijn overlijden eenzaam was, maar ook omdat ik oprecht graag tijd met haar doorbracht en genoot van de gesprekken die we voerden. Tante Magda was intelligent, welbespraakt, en was na de middelbare school aan de opleiding taal-en letterkunde begonnen (Nederlands - Duits) maar maakte die nooit af. Lange tijd bleef ze vaag over de reden, tot ze het me op een nacht vertelde.Â
Het was midden augustus, de twaalfde om precies te zijn, de nacht dat de meteorenzwerm de PerseĂŻden haar piek bereikte en we zaten in ligzetels in haar tuintje naar de hemel te kijken. âDaar, nog één!â riepen we iedere keer dat er een vallende ster verscheen. We hadden al enkele biertjes gedronken en deelden vervolgens een fles wijn die sneller leeggedronken werd dan we beseften. Ze vertelde dat ze zwanger werd in het derde jaar van haar studie en dat het niet van mijn oom was. Ze was vastbesloten het te houden en kon met gemak de verbaasde en afkeurende blikken van haar studiegenoten negeren vanaf haar zwangerschap zichtbaar werd. De miskraam gebeurde in het derde trimester, wat een diepe indruk op haar naliet en al haar passies voor lange tijd deed verdwijnen, inclusief die voor literatuur. Ook al gaat het om de meest vreselijke dingen die je je kan inbeelden, het is iets moois als je iemand hebt bij wie je de ruimte voelt om die dingen te kunnen delen. Een heldere ster tegen een gitzwarte achtergrond.
Tante Magda vertelde vaak over vroeger, en omdat ze zestien jaar ouder was dan mijn moeder, was het altijd vreemd om te beseffen hoe lang geleden âvroegerâ wel was - ze groeide op in de jaren â50-â60. Ze vertelde over haar belevenissen en reizen tijdens de zomers die ze met haar vriendinnen maakte, over hoe ze mijn oom op het Electrik Festival in Wiesbaden in 1969 leerde kennen (en over hoe ze niet niet bepaald onder de indruk van hem was toen hij haar aan een eetkraampje in het Duits aansprak over - jawel - het warme weer, maar uiteindelijk toch voor hem zwichtte omdat hij die bijzondere combinatie van volharding en onbeholpenheid bezat. âEn toegegeven,â vulde ze aan, âhij had ook de prachtigste glimlach die door zijn warrige blonde haren nog prachtiger werdâ).
Ik vond het ook interessant wanneer ze vertelde over toen mijn moeder jong was. Tante Magda was weliswaar al vroeg het ouderlijk huis uitgegaan maar ze ging er nog steeds regelmatig langs, en toen mijn moeder eindelijk oud genoeg was om alleen te mogen fietsen, ging ze vaak na schooltijd bij haar grote zus op bezoek. Omdat hun ouders niet bepaald niet de meest betrokken ouders waren, nam tante Magda geregeld de moederrol op zich. Zij was de eerste aan wie mijn moeder vertelde over haar eerste kus met Bram en de kriebels die ze in haar buik voelde, toen die kriebels plaats maakten voor hartzeer, wanneer ze hulp nodig had met huiswerk en een spreekbeurt diende te geven over een nobelprijswinnaar (zij koos voor Marie Curie), wanneer ze een week strafstudie kreeg omdat ze Jessica een klap in het gezicht gegeven had (âZe bleef maar aan mijn vlecht trekken!â) en toen ze voor het eerst een 100 op 100 behaalde voor een examen (Chemie).Â
Als er even niets te vertellen viel, keken we samen in stilte tv terwijl zij sigaretten rookte en ik kauwgom kauwde omdat ik net gestopt was met roken. We keken naar natuurdocumentaires uit de jaren â80 (met David Attenborough als verteller) die ze van de Britse zender BCC op videocassettes had opgenomen. Dat de kwaliteit van de cassettes na al die jaren behoorlijk te wensen overliet en er af en toe zwartgrijze lijnen op het scherm verschenen, deerde ons niet. Ik herinner me dat we hardop moesten lachen om de vreemde paringsdansjes die sommige vogels in het Amazonewoud deden om wijfjes te versieren en dat ik me toen afvroeg wat vogels zouden vinden van de technieken en tactieken die mensen hanteren om een partner te vinden - zijn die vanuit het oogpunt van andere wezens niet even vreemd?
We hielden ook allebei van films, vooral oudere met Humphrey Bogart en Audrey Hepburn in de hoofdrol. EĂ©n van onze favorieten die we regelmatig opzetten was âItâs a Wonderful Lifeâ met James Stewart en Donna Reed. Een hele leuke quote uit de film, en dat vonden we allebei, is:Â
âWhat is it you want, Mary? What do you want? You want the moon? Just say the word and I'll throw a lasso around it and pull it down. Hey. That's a pretty good idea. I'll give you the moon, Mary!â
Het koelkastje in de ziekenhuiskamer maakte een zoemend/ronkend geluid. Ik wist dat âhoe gaat het?â de meest banale, idiote vraag is die je iemand in deze situatie kunt stellen, dus zei ik niks, omhelsde haar stevig, ging aan het voeteneinde van haar bed zitten, wachtte tot iemand iets zou zeggen.Â
âHebt ge nu geen spijt van wat ge gedaan hebt, Magda?â verbrak mijn moeder - die tegenover tante Magda aan het kleine ziekenhuistafeltje zat - de stilte.
âIk heb spijt dat het niet gelukt is,â antwoordde ze, haar blik afwendend.
Mijn hart brak.
âDat moet ge niet zeggen,' zei mijn moeder.Â
Tante Magda viste haar pakje Camel uit haar tasje en stak een nieuwe sigaret op. âToch is het zo.â










