Maandag 25 mei - Orleans - Blois
Vandaag ging de wekker wat vroeger dan normaal. Er werd opnieuw een snikhete dag voorspeld, dus leek het me verstandig om op tijd te vertrekken. Even voor negen uur stapte ik op de fiets en reed ik Orléans uit, over de brug die ontworpen is door Santiago Calatrava, ook bekend van onder andere het station van Luik. Zijn karakteristieke bouwstijl is eigenlijk niet te missen. Met een aangenaam rugwindje liep het lekker en de kilometers vlogen voorbij.
Mijn eerste stop was Meung-sur-Loire. Het stadje ademt een echte middeleeuwse sfeer uit en het imposante kasteel domineert het centrum. Vanaf de stadszijde oogt het als een robuust middeleeuws fort, maar vanaf de Loire heeft het juist de uitstraling van een elegant paleis. Het was te bezichtigen, maar ik besloot mijn route te vervolgen.
Niet veel later bereikte ik Beaugency, opnieuw een sfeervol Loirestadje. Ook hier reed ik rustig door het historische centrum en bekeek ik het kasteel alleen van de buitenkant.
Rond half één kwam ik aan bij Château de Chambord, misschien wel het bekendste kasteel van de Loirestreek. Na de lunch besloot ik het kasteel te bezoeken. Dat bleek nog even spannend te worden. Fietsschoenen met klikpedalen en fietshelmen waren namelijk niet toegestaan. Mijn schoenen werden natuurlijk direct opgemerkt door de beveiligingsscanner. Ik had weinig zin om terug te lopen naar de fiets om andere schoenen aan te trekken en stond zelfs al op het punt mijn schoenen uit te doen en op sokken verder te gaan. De beveiligers hadden echter een creatieve oplossing: met een flinke rol ducttape werden mijn schoenzolen afgeplakt. Ongetwijfeld niet de eerste fietser die ze zo hadden geholpen.
Terwijl de heren druk bezig waren met mijn schoenen, zagen ze overigens volledig over het hoofd dat ik in mijn stuurtas een picknickmesje, een Victorinox-zakmes én een Leatherman had zitten. Achteraf gezien niet zo verstandig om die mee een museum in te nemen.
Chambord maakte grote indruk. De enorme zalen, de beroemde dubbele wenteltrap en de rijke architectuur zijn werkelijk indrukwekkend. Uiteindelijk liep ik er bijna twee uur rond. De tuinen heb ik grotendeels overgeslagen. Door de hitte had ik daar weinig zin meer in en eerlijk gezegd zagen ze er vanuit het kasteel vooral strak en formeel uit.
Vanaf Chambord was het nog zo'n zeventien kilometer fietsen naar Blois, waar ik rond half vijf arriveerde. Het inchecken verliep wat stroef. Dat lag deels aan mijn gebrekkige Frans, maar ook aan de receptionist, die binnensmonds sprak. Mijn kamer lag uiteraard weer op de derde verdieping. Ik vraag me tijdens fietsvakanties wel vaker af waarom ik steevast de laatste kamer op de hoogste verdieping krijg, meestal ook nog zonder lift. Gekscherend zeg ik wel eens dat het traplopen naar mijn hotelkamer het zwaarste onderdeel van de dag is.
Na een verfrissende douche trok ik de stad in. Het oude centrum van Blois is absoluut de moeite waard, met smalle straatjes, steegjes en flinke hoogteverschillen. Ik was dan ook blij dat mijn hotel beneden aan de Loire lag.
Ook Blois heeft een eigen château, al doet het eerder denken aan een statig stadhuis dan aan een klassiek kasteel. Helaas arriveerde ik net na sluitingstijd, waardoor ik alleen de buitenkant en een blik op de binnenplaats kon bewonderen.
Op weg naar de kathedraal kwam ik langs het huis van Robert-Houdin, de beroemde illusionist en uitvinder die als grondlegger van de moderne goochelkunst wordt beschouwd. Op gezette tijden verschijnen uit de ramen mechanische drakenkoppen, een leuke en verrassende attractie.
De kathedraal zelf vond ik minder bijzonder, maar de tuin naast het stadhuis maakte dat ruimschoots goed. Vanaf daar had ik een prachtig uitzicht over de Loire en de stad.
Na anderhalf uur rondwandelen vond ik het wel mooi geweest. Eigenlijk verdient Blois meer tijd, maar ik had vooral behoefte aan eten, drinken en wat verkoeling. Op een gezellig terras sloot ik de dag af met een goede maaltijd. Daarna dronk ik nog een biertje bij mijn hotel. Helaas – of misschien juist maar goed ook – sloot de hotelbar al om negen uur.
Morgen wacht de rit naar Tours.