SPREEUWIG: EEN BOEK VOL KLAPWIEKENDE VOGELTJES
Vanuit haar zolderkamer bekijkt zij de wereld van bovenaf. In vogelvlucht. Vindt inspiratie voor beeld en woord in de blauwe lucht erboven, de voorbij trekkende wolken erlangs en de boomtoppen die dansen op de wind. Over de daken van de huizen kijkt ze door de velden. In de haar zichzelf opgelegde isolatie, afzondering van de mensheid, de rumoerige massa. Erika Veld heeft de rust nodig om geduldig te scheppen. En dan opeens, schijnbaar vanuit het niets, zijn er de vogels. Geen grote zwarte dreigende krengen, zoals in de film Birds van Hitchcock. Maar kleine wendbare staalkleurige bolletjes. Spreeuwen! In overgrote aantallen, een legioen aan kwetterende lijfjes die een concert van tikkende geluiden maken. De lucht is er zwart van, de stad wordt wit bevuild.
Erika kijkt er met interesse naar en probeert achter het waarom van de handelingen in deze ordelijke wanorde van spreeuwzwermen te komen. Twee winters lang beschouwt zij de waaierende groepen, die in bomen in tuin en park neerstrijken. Er hun slaapplaats vinden wanneer het vliegen moe maakt en de nacht invalt. Ze daalt af van haar hoge zit en gaat beneden op zoek. Struint door tuinen, kijkt gevraagd vanuit slaapkamers en vanaf balkons naar de vogels. Waar zijn ze, wat doen ze, waarom, hoezo? Ze tekent in snelle schetsen de expressieve en dynamische lijfjes. Maakt talloze foto's van splitsende en samensmeltende zwermen en afzonderlijke vogels. Ze beziet hun gedrag, hun leven, hun zijn.
En ze houdt een dagboek bij, zich verwonderend over zoveel discipline. Ze is geobsedeerd, wil in de zwermen worden meegezogen. Één lichaam vormen om te luchtdansen in het eerste of allerlaatste zonlicht. 's Morgens voor dag en dauw en 's avonds tegen de schemer zit Veld klaar met haar camera's om de meest begeerde plaatjes te schieten. Het is allemaal secondenwerk, want langer dan binnen een halve minuut heeft de troep vogels niet nodig over te vliegen. In schets heeft Erika meer tijd om vast te leggen, hoewel ze dan zo geconcentreerd bezig is dat ze niet merkt dat de vogel al gevlogen is intussen.
Wij hebben allemaal weleens zo'n spreeuwenwolk gezien, die wonderlijke figuren trekt langs de lucht. Een bijzonder schouwspel. Een mysterieuze luchtdans, het krimpen en uitdijen van afgeronde vormen, synchrone vluchten. Ieder vogeltje in de troep kent zijn plek en weet haar opdracht. Er zijn geen botsingen en geen slachtoffers. Instinctief tonen ze dit gedrag. Een spreeuwenwolk, die in aantallen groter wordt doordat van alle kanten groepen zich aansluiten. Er is geen leider, geen coach die langs de lijn dirigeert. Ze weten wat te doen en hoe te handelen. Maar niet de zwerm, hoe betoverend mooi ook, fascineert Veld. Ze wil vooral de slaapplaatsen ontdekken.
Erika Veld maakte van het schrijven, de foto's en tekeningen een boek: Spreeuwig. Het wendbare, de dynamiek van de vogels, weet ze prachtig te treffen in de schetsen. De fotografie geeft het grote beeld van de zwermen vogels, de wolken zwarte bolletjes. Maar ook details uit die beweging. En de enkelingen ruziënd op een waterschaal. Het prachtig getekende verenkleed, de priemende oogjes die de omgeving schichtig in de gaten houden.
De teksten zijn onderhoudend, het dagboek meeslepend om te lezen. Aan de hand van het boek zit ik naast Erika Veld vanachter de ramen te koekeloeren. Verwonder ik me met haar over deze uiterst gedisciplineerde vogels. Boven de drukte van de stad zweven zij in vrijheid rond. In de krioelende mensenmassa beneden gebeuren ongelukken, vallen doden en gewonden; uit de lucht valt geen enkele vogel die een ander heeft geraakt. Het is goed dat wij eens zouden kijken hoe dit kan. Hoe het mogelijk is dat zij kunnen doen wat ze doen, terwijl wij hier beneden met al ons verstand dat maar niet voor elkaar kunnen krijgen. De vogel handelt instinctief. Vanuit het ei is er een vluchtplan ingeprent. Het zit gebakken in de genen. Ze hoeven er niet over na te denken of er een studie aan te wijden. Ze doen. Wij kunnen daarvan genieten, maar hebben er op onze manier ook wel last van. Het immense kwetterkoor is luidruchtig. De beestjes eten en drinken en... schijten. Alles komt onder de witte poep. Dat is lastig, dus verjagen we de spreeuwen. Maar de vogels laten zich niet verjagen. Ze vliegen op en komen telkens terug. Het is de natuur boven de grote stad. Dus dan moet de boom maar wijken, het huis waarin ze overnachten.
De eerste winter is de lucht zwart van de vogels en is het enthousiasme van de kunstenaar niet te stuiten. Obsessief en fanatiek fotografeert Erika de groepen en afzonderlijke vogels. Honderden foto's, duizenden spreeuwen. In vliegende vaart, zwermend langs de hemel in gestrekte vlucht. Druk kwetterend zittend op doorbuigende takken. Maar vooral zijn natuurlijk al die klapwiekende lijfjes imposant. Ze probeert erachter te komen waarom de vogels de ene dag wel een enorme zwerm vormen en de andere dag niet. Er zijn veel vragen over het gedrag en waarom ze zich waar verzamelen. Hebben ze verkenners? Maken ze afspraken? "Zou er weleens een nachtje tussen willen zitten. Luisterend naar hun gesprekjes, turend in het zwart om te zien of ze wel of niet slapen. Ontdek dan misschien dat ze gewoon met gesloten oogjes doorkwebbelen. Of stoppen ze met piepkleine veertjes hun oortjes dicht, schakelen ze delen van hun piepkleine hersentjes uit?"
Door dit boek van Erika Veld leer ik de spreeuw kennen. Die spotvogel in zijn veelkleurig zwarte verenkleed. In het boek gedoken wordt ik welhaast één met die zwarte massa. Het enthousiasme straalt uit de foto’s, van de tekeningen en in de teksten. Alleen, ik vind nergens die ene Hitchcock prent die Veld had willen maken. Dat is niet gelukt: spreeuwen zijn geen kraaien.
Boek "SPREEUWIG", foto's, tekeningen en teksten van Erika Veld. Uitgave Dander Producties, 2018.









