Ode aan mijn rijwieltechnicus
In februari 2014 ging ik naar mijn favoriete rijwieltechnicus Theo van Kampen (MacBike). Rijwieltechnicus is sjiek voor fietsenmaker, maar Theo is niet over de stalen ros getild, maar zeer zeker verstaat hij de kunst van zijn vakkunde tot in de puntjes.Â
Ik kwam mijn opoefiets voor een opknapbeurt kwam brengen en zei: "Hij rammelt aan alle kanten. Ik zou graag willen dat ie weer als een zonnetje rijdt voordat de lente begint. Kan ik er weer fijne lange fietstochten op maken." Theo kijkt naar fiets, schudt er even mee, kijkt me vorsend aan over zijn brilletje: "Wat heb je hiermee gedáán!?" "Nou, ik heb ermee gefietst. Heel veel gefietst. Ook of juist de stad uit. Weer of geen weer. Record is 70 kilometer op één dag," zeg ik niet zonder trots. Theo zucht diep en kijkt me streng aan: "Zeker ook keihard trappen tegen de wind in terug, he? Niet even verstandig met wind meefietsen en dan de trein terugpakken, zeker? Ja, daar gaat je fiets kapot van en je knieën ook! Ben je erg spiritueel verbonden met je fiets?" Een beetje sip zeg ik: "Uhm, ja, beetje wel ja." Ik wijs naar mijn rode bel - bij MacBike gekocht - waarop staat 'I <3 MY BIKE'. "Hoezo? Verklaar je hem total loss dan?" "Nou, ik kán hem wel weer in de staat terugbrengen waarin ik hem je ooit verkocht heb..." Hij kijkt me wederom streng aan als hij een betekenisvolle stilte laat vallen. "Maar voor dat zelfde geld kan je een nieuwe fiets kopen. Een racefiets lijkt me verstandiger. Tsss.. Jij fietst de bergen nog in zonder versnellingen en dan raar staan kijken dat daarna zowel jijzelf als je fiets het niet meer doen. Je bent nu nog jong. Maar als je nog jaren wil fietsen, heb je fietsen voor verschillende doeleinden nodig. Je moet met je fiets sámenwerken!"
De preek gaat nog een poos door. Theo laat - zoals altijd als ik langskom - plaatjes op het internet zien van goede goedkope tweedehands racefietsen en loopt met mij de hele winkel door om te vertellen welke fiets waarvoor bedoeld is. Hier houd ik van te voren al rekening mee. Even m’n fiets brengen in m’n lunchpauze durf ik al lang niet meer aan. Maar ik heb nooit een hang naar racefietsen gehad. En zoals ook iedere keer laat ik stronteigenwijs mijn bezwaren horen. Steevast beginnen de zinnen met dezelfde twee woorden. “Ja, maar Theo, als je met zo’n stuur helemaal voorover hangt, zie je toch niets meer van de koetjes in de wei enzo. Ik wil om me heen kunnen kijken. Ja, maar ik hoef niet per se heel hard te gaan.. Ja, maar ik geef helemaal niet om sport, laat staan wielersport, ik wil gewoon een stukkie fietsen... Ja, maar ik vind het juist wel lekker om mijn benen zo hard te laten werken, heb ik tenminste het gevoel dat ik het echt zelf doe... Ja maar, dan moet ik zeker ook van die lelijke polyester pakjes aan met merknamen erop.” Om niet per ongeluk te beledigen laat ik maar mijn toenmalige vooroordelen over wielrenners (arrogant, luidruchtig, kliekerig) weg bij mijn bezwaren, maar ik geloof dat ik wel duidelijk heb gemaakt aan Theo dat ik een ander soort fietser ben. Met mooi weer zit ik het liefst op de fiets en hou dit ook uren vol, maar hecht evenveel waarde aan kneuterige bezigheden als picknicken en rondlopen door de dorpjes die ik op mijn fiets heb bereikt.
Maar gaandeweg weet Theo me enigszins te overtuigen. Hij weet een oplossing. Hij heeft achter nog een Peugeotje uit de jaren tachtig staan, maar deze moet hij nog wel opknappen. Het heeft een lage stuur, maar de stuur is wel recht én het heeft een bagagedrager ("Ideaal voor fietsvakanties!"). Ik kan de fiets met één hand tillen en dat vind ik wel degelijk een pluspunt, en dit komt - wordt mij verteld - door de Columbus-buizen. Ik zie eigenlijk vooral wat schroot, maar ik word overdonderd door allemaal vaktermen, want Theo is een vakidioot en is bijkans verliefd op dat fietsje. We hebben een deal: hij gaat mijn opoefiets zodanig weer opknappen, dat het weer geschikt is voor stadsgebruik en hij geeft me een belletje als ie klaar is met die Peugeot.
Een paar weken later koop ik mijn hybride tourfiets. Ik krijg een uitgebreide uitleg wat ie allemaal met die fiets heeft gedaan, hoe ik erop moet rijden, hoe al die versnellingen werken, hoe vreselijk bijzonder deze fiets is en hoe deze fiets mijn leven zal veranderen. Daarna is hij even stil. Ik geloof dat hij afscheid neemt van de fiets.Â
Vervolgens krijg ik op mijn donder, omdat ik mijn slot verkeerd om de zadelstang hang. "Zo beschadig je de originele lak! Je moet het zĂł doen!" Shit, ik mag hem dus waarschijnlijk ook niet overspuiten van hem. Ik hou helemaal niet van paars! Al vind ik die kekke, gele ventieldopjes wel echt te gek. Na wat testrondjes, mag ik weg. Hij zwaait mij uit en roept me na: "Kom over een poosje maar weer terug, dan kijken we er even naar!"
En inderdaad, het heeft een verandering teweeg gebracht! Fietsen werd een nog groter feest. Met hetzelfde gemak kom ik veel verder en hoef ik niet meer zo te zwoegen met tegenwind. Ik weet nu dat versnellingen een misleidende term is. Versnellingen zijn er niet om 'sneller' mee te kunnen fietsen, versnellingen zijn er om je altijd een verzet te kunnen bieden, zodat je zonder al te veel moeite in een voor jouw lekkere candans je fietstocht kan voortzetten. “Gebruik de versnellingen, als je ook maar ènige moeite moet doen om de pedalen rond te krijgen zit je in de verkeerde versnelling en dien je te schakelen. Niet stampen, ga voor souplesse!”Â
Aanvankelijk was het ook nog wel even wennen voor mijn lijf om in een andere houding te fietsen. Al hang ik gelukkig nog niet met mijn neus op het asfalt. Maar zo’n anderhalf jaar later heb ik op deze fiets aanmerkelijk minder last van rug- en zadelpijn. Met deze Peugeot Prestige 505 had ik al snel besloten dat ik volgend jaar naar het einde van de wereld ga fietsen. Letterlijk, want ik ga naar Finisterre in Spanje. De Camino is eigenlijk al begonnen met de aankoop van deze fiets.Â










