Flash Fiction: De reddingsduik
Zoals velen van jullie wel weten ben ik in het verleden al meer bezig geweest met bloggen, vaak waren dat verhalen over dingen die ik meemaakte, die op het hoogtepunt misschien rond de 100 vaste lezers hadden. Toen ben ik ook een paar keer aangespoord om fictieve verhalen te schrijven, en ondanks dat ik het wel graag zou willen, is het er nooit echt van gekomen, meestal omdat ik dacht dat het toch niet goed genoeg was.
Recentelijk kwam ik een vorm van fictie die 'flash fiction' wordt genoemd. Zeer korte verhalen (de lengte wordt niet officieel gedefinieerd, maar zo ongeveer tussen de 300 en 1000 woorden) die eigenlijk maar over één kort onderwerp of één bepaalde gebeurtenis gaan. Het leek mij wel een leuke manier om toch ook het fictieve schrijven een beetje op te pakken, en het vergt niet direct enorm veel creativiteit, dus was de drempel nu wat lager. Bij deze dus mijn allereerste fictieve verhaaltje; De reddingsduik.
De reddingsduik.
Ik zie nog net het laatste deel van het lichaam onder water verdwijnen. Het kan een voet zijn, of een hand, eigenlijk kan het van alles zijn. Wat zie ik toch ontzettend slecht als ik mijn bril niet op heb!
Ik twijfel geen moment en spring meteen het water in. Hoe verder hij of zij naar de bodem zakt, hoe moeilijker het voor mij wordt, dus ik heb geen tijd te verliezen. Terwijl ik spring bedenk ik mij dat ik de laatste tijd met heel veel dingen gefaald heb. Wat zal iedereen trots zijn als ik de drenkeling, en daarmee ook mijzelf, wel uit deze situatie weet te redden.
Ik raak het water precies zoals ik wil; mijn lichaam nagenoeg verticaal, zodat ik meteen goed de diepte in kan. Ik maak een aantal ferme slagen, en voordat ik het weet ben ik al bij het forse lichaam van de drenkeling aangekomen.
Ik probeer mijn armen om het lichaam te krijgen. Shit! Hoe ging die greep ook alweer? Met waarschijnlijk een compleet verkeerde techniek probeer ik de drenkeling in beweging te krijgen. Het wil totaal niet lukken, en dat zorgt er voor dat ik serieus in paniek begin te raken. Ik begin buiten adem te raken, en vanuit een hele suffe impuls doe ik mijn mond open, waarna er meteen een grote hoeveelheid water mijn luchtwegen binnen dringt. De paniek is nu echt compleet.
Het enige dat ik nog kan bedenken van de lessen, is dat mijn eigen veiligheid altijd voorop staat. Ik besluit dus snel naar boven te zwemmen, zodat ik weer op adem kan komen. Op het moment dat mijn hoofd boven water komt hoor ik meteen de strenge stem van de zwemjuf. 'Kom maar naar de kant Joost, het wordt helemaal niks met jou!'
Waarom moet ik van mijn ouders dan ook zo veel zwemdiploma's halen? Denk ik bij mezelf terwijl ik met mijn drijfnatte kleren uit het zwembad klim.











