Les 1
Eerste ‘pocket object’
Doorlopende opdracht Elke week maak je een klein pocket object. Het object bestaat uit materialen die je in je broekzak hebt zitten, in je tas, die je die week vindt op straat, tijdens het wachten, wandelen, zoeken: elastiekjes, takjes, papiertjes, boodschappenlijstjes, nagels, haren, kauwgom, takjes, draden, stof etc.
Het object kan gemaakt zijn van elk materiaal/materialen. Kijk goed naar de vormen. Het wordt een kleine ‘intieme’ ruimtelijke vorm. Want uitiendelijk gaat het misschien wel iets vertellen over jou!
Maak een aantal foto’s van het beeld - waar light het, op tafel, op de grond, ergens onder, op straat, tussen andere spullen?
* notitie: ik dacht dat het echt ‘n pocket object moest zijn in de zin van; echt in je broekzak passen. Vandaar dat het pocket object zo klein is. De docent was er positief over maar gaf aan dat het wel groter mocht dan dit en het een pocket object heette omdat het vele malen kleiner is dan de 3D objecten die je in de les gaat maken. (van minimaal 100 cm bij 70 cm)














