Bewondering
14. De massa bewondert meestal dingen van zeer algemene aard en fysieke oorsprong, zoals steen en hout, de vijgenboom, de wijnstok en de olijfboom. Mensen met een iets hoger gestemde geest voelen zich aangetrokken tot dingen die hun samenhang vinden in een zekere bezieldheid, zoals een kudde schapen of een kudde koeien. Mensen met een nog verder ontwikkelde geest voelen zich aangetrokken tot de rede, niet de rede in universele zin, maar de rede die nodig is voor vakmanschap of kundigheid op een ander gebied, of zelfs de rede waarmee men een menigte slaven bestuurt. Maar wie eerbied heeft voor de rede die gericht is op het universele en het algemeen welzijn, laat zich niet meer door andere dingen afleiden. Voor alles richt hij zijn eigen ziel op rede en dienstvaardigheid en behoudt daarbij zijn aanpassingsvermogen, terwijl hij samnewerkt met zijn geestverwanten.













