“De tempelreiniging”. Dat is het thema van deze overdenking. Meestal denken we bij de tempelreiniging aan Jezus, hoe Hij de tafels van de geldwisselaars op het tempelplein omvergooide en de verkopers van offerdieren van het tempelplein wegjoeg. Hij was woedend vanwege zoveel commercie op het tempelplein. Op die manier werd de tempel ontheiligd.
Maar Jezus is niet de eerste die de tempel reinigde van onzuivere praktijken. We lezen het ook in Nehemia 13, hoe Nehemia dit ook al deed.
We lezen hier dat het volk weer wordt voorgelezen uit de wet van Mozes. Het volk moet weer vertrouwd worden met de wet, want ze waren die vergeten. En dan stuit men op verzen in Deuteronomium dat Ammonieten en Moabieten geen deel mogen uitmaken van Gods volk, ze mogen niet deelnemen aan de eredienst in de tempel. Waarom niet? Toen de Israëlieten aan de grenzen van het beloofde land stonden, weigerden de Ammonieten en Moabieten het volk te helpen met voedsel. Bovendien wilde hun profeet Bileam hen vervloeken. Maar we weten: die vervloeking werd veranderd in zegen.
De vraag is: sluit God dan mensen uit uit zijn gemeente? Nee, sinds Jezus zijn de deuren opengegaan en ieder die zijn naam belijdt mag behoren tot zijn gemeente, tot welk volk hij of zij ook behoort. Jezus maakt geen onderscheid.
Maar intussen gaat het in de tijd van Nehemia niet goed in Israël. Men vervalt weer tot dezelfde fout: God en zijn wet worden weer vergeten, en dat in een relatief kort tijdsbestek. Het gebeurt als Nehemia weer is vertrokken naar zijn oude baan. Hij is weer schenker bij de Perzische koning geworden. Maar als hij in Jeruzalem terugkomt om te kijken hoe het daar gaat, schrikt hij. Men denkt dat hij zo’n tien tot twaalf jaar is weggeweest.
Wat ziet hij? De priester Eljasib heeft achter zijn rug om de voorraadkamers van de tempel gegeven aan een familielid, aan Tobia. Die heeft daar een luxe appartement ingericht. Hij leeft daar als een ware vorst. Normaal gesproken waren de voorraadkamers bestemd om daarin de graanoffers, de wierook en het tempelgerei op te slaan. Die werden betaald uit de tienden die het volk moest opbrengen.
Merkt u het? Hier is sprake van corruptie en het bevoordelen van familieleden. In veel landen is dit nog zo en het is een plaag voor de samenleving. Je moet de goede connecties hebben, anders kom je nergens. Je moet de ander geld toestoppen, anders krijg je niets gedaan.
Als Nehemia dit ziet, wordt hij boos en hij neemt maatregelen, en geen halve. Hij gooit alle huisraad van Tobia naar buiten. Ziet u het voor u? Consternatie, daar in de tempel.
We moeten bovendien bedenken dat Tobia een Ammoniet was. Hij mocht helemaal niet in de tempel komen.
Nehemia beveelt dan de vertrekken te reinigen. We noemen dit een “ceremoniële reiniging”. De eredienst moet ongestoord, op een zuivere wijze plaatsvinden. Nehemia herstelt de oude situatie. Het tempelgerei, de graanoffers en de wierook laat hij weer terugbrengen. Daarvan moesten de Levieten leven. Maar toen er geen graan meer voor hen was liepen ze weg om hun eigen graan te verbouwen en stopten ze met hun dienst in de tempel. Dat gold ook voor de zangers en de poortwachters. De eredienst in de tempel valt stil.
Nehemia verwijt de bestuurders dan ook verwaarlozing van de eredienst.
Ja, zo lopen we het gevaar ons geloofsleven en de dienst aan God te verwaarlozen. Het gaat vaak niet van de ene op de andere dag, maar sluipend. We hebben het soms niet eens door. Maar we mogen ons bewust zijn dat dit gevaar bestaat. Maar het mooie is: we mogen altijd weer opnieuw beginnen. God geeft ons altijd een nieuwe kans.
Nehemia herstelt voor de tweede keer de tempeldienst. De Levieten komen weer terug naar de tempel. Ze doen daar weer dienst, zodat God weer aanbeden en geprezen kan worden. De priesters zingen weer in hun koren en ze offeren hun offers, namens het volk.
En dan lezen we aan het eind van onze perikoop het gebed van Nehemia: ”Mijn God, denk aan alles wat ik heb gedaan; laten de goede daden die ik heb verricht voor de tempel van mijn God en voor de eredienst, niet worden uitgewist”. Het lijkt erop of Nehemia zichzelf op de borst klopt: Ziezo, dat heb ik mooi voor elkaar. Hij heeft de tempel gereinigd van onzuiverheden, ja, van zonde en kwaad. Er was corruptie, zelfverrijking, nepotisme, verwaarlozing van de eredienst opgetreden. Dat had Nehemia goed gezien en hij was een man van God. Hij leefde naar de wet van God en hij kon het niet aanzien dat die wet werd vergeten en verwaarloosd.
Nehemia bedoelt in zijn gebed niet zo zeer zichzelf op de borst te kloppen, maar hij wil toch graag dat God zijn goede daden ziet èn hij wil graag dat zijn maatregelen beklijven, dat niet, zodra hij weer weg is, alles weer het oude wordt. “Als de kat van huis is, dansen de muizen”, is bij ons een spreekwoord. Welnu, dat was in Jeruzalem het geval en dat was enorm teleurstellend voor Nehemia. Het volk had zo plechtig beloofd zich weer aan de wet van Mozes te houden, maar al gauw waren ze die belofte vergeten.
Ja, dat is vaak ook voor ons een teleurstelling. Wij bouwen iets op, maar als we weg zijn, wordt het verwaarloosd of zelfs afgebroken.
Nehemia reinigde de tempel, Jezus reinigde de tempel. Soms is het nodig dat we schoon schip maken, dat we alles uit ons leven wegdoen wat verkeerd is. Het kunnen verkeerde gewoonten zijn, het kan gebeuren dat we alleen opkomen voor ons eigenbelang en de naaste niet zien staan, onze man , vrouw of kinderen. Het kan gebeuren dat we al te zeer gaan voor rijkdom en macht, dat we niet dienen, maar heersen. God roept ons op om ons leven te reinigen van het verkeerde.
De apostel Paulus schrijft ergens: “Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest”. Daarom mogen we ons lichaam onderhouden en er zuinig op zijn. We kunnen de Heilige Geest niet laten wonen in een verwaarloosde woning. Daarmee doen we God te kort. Nee, we mogen Hem op een zuivere wijze eren en dienen. We mogen onszelf reinigen.
Maar we mogen ook denken aan wat Jezus gedaan heeft: Hij bracht het offer van zijn leven aan het kruis om ons te reinigen, om ons te verzoenen met God. Naar hem mogen we kijken, in Hem mogen we geloven. Als we het avondmaal vieren, mogen we denken aan de reiniging die Hij voltrokken heeft, in de tempel, maar ook later aan het kruis.