Metro ReadingÂ
seen from United States
seen from Ukraine
seen from Argentina
seen from TĂŒrkiye
seen from Malaysia
seen from United States
seen from Russia

seen from United Kingdom
seen from United States
seen from TĂŒrkiye
seen from Bulgaria
seen from China
seen from Netherlands
seen from Iraq
seen from Germany

seen from Russia
seen from Colombia
seen from Yemen

seen from China
seen from Mexico
Metro ReadingÂ

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
Paris, 2022
Beaulieu - photos by Johnatan Somirs (LUCA)
Ketsu ga aoi
Interview par Lukas JÀger / Photo par Pieter Verhaert (LUCA)
Il y a deux ans quâelle venait de Kyoto Ă Bruxelles, passionnĂ©e par dâautres cultures. Si je demande des questions sur sa connexion avec ce nouvel habitat, ça ne prend pas beaucoup de temps avant que nous parlons des diffĂ©rences culturelles. Que pense-t-elle par exemple dâun baiser sur la joue, habitude locale pour se saluer? «Alors, la premiĂšre fois que je lâai rencontrĂ©e, câĂ©tait un peu bizarre. Dans ma pĂ©riode initiale de travaille, il y a eu un homme complĂštement Ă©tranger qui mâa rapprochĂ© dans la rue. Il me donnait un baiser sur la joue et me demandait «ça va?» Je pensais que câĂ©tait normale en Belgique, mais quand je le disais Ă mes collĂšgues aprĂšs coup, câĂ©tait clair que ce nâest pas lâhabitude en Belgique de donner de baisers Ă tout le monde. Il se passe que jâinterprĂšte des actions dâune mauvaise façon, mais heureusement jâai des collĂšgues aimables sur qui je peux compter pour obtenir des explications supplĂ©mentaires.»
Si elle peut facilement nouer des contacts en Belgique, outre que ses collĂšgues? «Oui bien sĂ»r, je joue du basket chez une Ă©quipe japonaise, mais je ne suis pas vraiment une vedette et rĂ©cemment jâai aussi commencĂ© le kendo, qui est un sport de combat avec des Ă©pĂ©es en bamboo. Je ne le connais pas au Japon, mais maintenant je lâapprends en Belgique. Mes amis du club sont trĂšs professionnels et ils sont surtout aimables. En outre, jâapprends aussi la langue française oĂč jâai rencontrĂ© beaucoup dâamis, dont beaucoup des Italiens et des Roumains.»
Quâest-ce quâelle apprĂ©cie Ă Bruxelles? Madame Kubo aime si les gens jouent de la musique dans le mĂ©tro. «Câest un luxe puisque les trains et les mĂ©tros sont toujours dĂ©bordĂ©s au Japon. Alors, câest une expĂ©rience totalement diffĂ©rente dây prendre le transport publique. Câest la tĂąche des employĂ©s des sociĂ©tĂ©s de transport pour rassembler le plus grand nombre de gens dans un wagon que possible. Les femmes sont parfois y ennuyĂ©es par les hommes. VoilĂ pourquoi quâil sâagit des wagons seulement pour des femmes. Il y a aussi des hommes qui prennent les poignĂ©es avec les deux mains pour montrer quâils sont distinguĂ©s.»
Tout Ă coup, madame Kubo inverse les rĂŽles. Elle me demande ma connexion avec le Japon. Je rĂ©flĂ©chis un instant et dis: «Jâai travaillĂ© volontairement dans une Ă©cole en ThaĂŻlande pendant un an. Jây ai travaillĂ© et cohabitĂ© avec une Japonaise pendant cinq mois. Elle Ă©tait comme une sĆur aĂźnĂ©e pour moi car jâĂ©tais encore bleue en ce temps-lĂ .» Il est clair quâelle ne connait pas cette expression. AprĂšs lâavoir expliquĂ©, elle commence Ă rire et puis elle rigole. Elle me regarde et dit: «Ketsu ga aoi. Normalement nous la disons de quelquâun qui nâa pas beaucoup dâexpĂ©rience.»
Une fois rentrĂ©e Ă la maison, jâai fais des recherches, et tout Ă fait, lâexpression «Ketsu ga aoi» est lâĂ©quivalent japonaise pour une tache de naissance bleue temporaire. Donc littĂ©ralement ça veut dire «un derriĂšre bleu» Je suis sĂ»re que cette conversation restera dans ma pensĂ©e pendant quelques temps! Â
_____________________________________________________________________________________
Ketsu ga aoi
Interview door Lukas JĂ€ger / Foto door Pieter Verhaert (LUCA)
Ter hoogte van de Oudergemse avenue Nippon sta ik op meer dan 9000 kilometer van Japan. Mijn reis naar het Verre Oosten begint aan een Brusselse schoolpoort. Mijn gastvrouw ontvangt me glimlachend aan de Japanse School. Mevrouw Kubo werkt er als onderwijzeres.
Twee jaar geleden kwam ze vanuit Kyoto richting Brussel, gedreven door haar interesse voor andere culturen. Wanneer ik peil naar haar connectie met deze nieuwe woonomgeving komen de culturele verschillen dan ook al snel ter sprake. Wat vindt ze bijvoorbeeld van een kus op de wang, een plaatselijke manier om elkaar te groeten? âWel, de eerste keer dat ik dat meemaakte was nogal vreemd. In de beginperiode dat ik hier werkte kwam er eens een wildvreemde man op straat naar me toe. Hij gaf me een kus op de wang en vroeg âça vaâ? Ik dacht, dit is BelgiĂ«, dit is normaal. Maar toen ik het er achteraf met mân collegaâs over had bleek al snel dat er toch niet zo los met kussen gegooid wordt. Ik heb het wel eens voor dat ik een handeling verkeerd interpreteer, gelukkig genoeg kan ik terugvallen op lieve collegaâs voor wat extra uitleg, ze helpen me veel.ââ
Of ze naast haar collegaâs ook gemakkelijk nieuwe contacten kan leggen in BelgiĂ«? âJa hoor, ik speel basketbal bij een Japanse ploeg, maar ik ben niet echt een topspeler, hoor. Onlangs ben ik ook gestart met kendo, een gevechtsport met bamboezwaarden. Ik kende dat niet in Japan, maar nu leer ik het hier in BelgiĂ«. Mijn clubmaats zijn er zeer goed in en het zijn bovenal fijne mensen. Daarnaast volg ik ook Franse les, daar ontmoet ik heel wat nieuwe vrienden, dat zijn dan weer Roemenen en Italianen.ââ
Wat apprecieert ze zoal in Brussel? Mevrouw Kubo houdt ervan dat mensen muziek spelen in de metro. Dat is een luxe, in Japan zitten treinen en metrostellen immers overvol. Het openbaar vervoer nemen is er dan ook een heel ander gegeven. Vervoersmaatschappijen hebben werknemers wiens taak het is om zoveel mogelijk reizigers in een wagon te persen. In die overvolle metrostellen worden vrouwen dan ook wel eens lastig gevallen door mannen. Daarom heb je aparte wagons voor vrouwen. Sommige mannen houden de handgrepen vast met beide handen, om te tonen dat ze fatsoenlijk zijn.â
Dan draait mevrouw Kubo de gespreksrollen om. Ze vraagt me wat mijn connectie is met Japan? Ik denk een momentje na: âWel, ik heb een jaar als vrijwilliger gewerkt in een school in Thailand. Ik woonde en werkte er gedurende vijf maanden samen met een Japanse. Ze was als een oudere zus voor mij, ik was immers nogal groen achter de oren, toen.â Die uitdrukking kent ze duidelijk niet. Na wat uitleg begint ze te giechelen en barst dan in lachen uit. Ze kijkt me aan en zegt: âKetsu ga aoi. In het Japans zeggen we dat over iemand zonder al te veel ervaring.âÂ
Eens thuisgekomen doe ik wat opzoekingswerk. En inderdaad, het gezegde âKetsu ga aoiâ is het Japanse equivalent, verwijzend naar een blauwe geboortevlek van tijdelijke aard. Letterlijk vertaald gaat het om een blauw achterwerk. Dit gesprek blijft heus op een leuke manier nazinderen!
De vele gezichten van Brussel
Interview Kristel Vandenbrande door Dzenita Ferizovic / Foto door Lisa Haesevoets (LUCA)
In haar laatste jaar aan de VUB besloot ze dat Brussel een deel was van haar en ging ze met haar (toen toekomstige) man op zoek naar een huis in Oudergem. âEr zijn heel veel soorten Brussel, het is gewoon afhankelijk van de persoon aan wie je het vraagt. Er is ook heel veel veranderd over de jaren heen. De laatste vijftien jaar is er meer groen verschenen dan men ooit had kunnen denken.â Kristel beschrijft het Brussel dat ze kent als een cosmopolis waarin de internationale gemeenschappen groeien en bij de randen een beetje samensmelten. âIn een bepaalde straat kan het heel rustig zijn, maar vijf meter verder word je overspoeld met geluiden en beelden. Je kan ook een heel mooi stukje rustige natuur vinden, als je het cement en vuilnis ernaast er kan uitfilteren.âÂ
Kristel ziet zichzelf als een echte Brusselse. âToen ik een tiener was en we op vakantie gingen naar zee antwoordden we ook altijd dat we van Brussel waren als het ons gevraagd werd, hoewel we in Vilvoorde woonden.â Als Vlaamse in dat plaatje passen kan voor sommigen moeilijk zijn, maar zij doet het met plezier. âHet is schipperen tussen Nederlands en Frans, ja. Mijn man is Franstalig en we voeden onze kinderen tweetalig op. De buurt waarin ik woon neigt meer naar het Frans. Het is nu eenmaal een tweetalige stad, en ik ben blij dat die twee talen deel van mij zijn.â Op school had zij al veel Frans geleerd maar het was in de buurt van Vilvoorde dat ze het Ă©cht leerde. âIk vind het geweldig om mijn kinderen in Brussel op te voeden. Ik voed ze niet alleen tweetalig op, maar ze horen ook meer talen. Ze leren van jongs af aan verscheidene culturen kennen en ik zie dit enkel als een stimulans voor hen.â
Kristels raad om Brussel te verkennen houdt in dat je simpelweg de tijd moet nemen. âHet zijn allerlei verschillende verhalen die zich dicht naast elkaar afspelen. Zoveel verscheidene werelden laten zich niet makkelijk ontdekken. Neem dus je tijd⊠en de metro! Op twintig minuten hoor je al talen die je niet kent en zijn je culturele ervaringen al een stuk rijker. Dwaal rond en verken elke hoek.â Â
_______________________________________________________________________________________________________________
Les multiples facettes de Bruxelles
Interview Kristel Vandenbrande par Dzenita Ferizovic / Photo par Lisa Haesevoets (LUCA)
Kristel Vandenbrande est originaire de Koningslo et mĂȘme si Bruxelles nâĂ©tait pas loin de chez elle, câĂ©tait un autre monde. Comme la plupart des filles, Kristel a acquis ses premiĂšres expĂ©riences Ă Bruxelles lors des excursions de shopping avec sa maman chĂ©rie. «Je me souviens encore de la premiĂšre fois oĂč on est allĂ© Ă Bruxelles. Comme ce viaduc Ă©tait laid! En plus, la plupart des choses que nous y avons rencontrĂ©es nâĂ©taient pas attrayantes du tout⊠Ce nâest que dans mes annĂ©es dâĂ©tudes que jâai commencĂ© Ă dĂ©couvrir les coins charmants de Bruxelles.»Â
Dans sa derniĂšre annĂ©e dâĂ©tudes Ă la VUB, elle a dĂ©cidĂ© que Bruxelles faisait partie de sa vie et quâil fallait quâelle et son futur mari cherchent une maison Ă Auderghem. «Le temps a tellement changĂ© ces derniĂšres annĂ©es. Dans les quinze derniĂšres annĂ©es, plus de vert est apparu Ă Bruxelles que je ne lâaurai jamais pensĂ©.» Aux yeux de Kristel, Bruxelles est une ville cosmopolite oĂč les communautĂ©s internationales grandissent et sâintĂšgrent lâune Ă lâautre dans les pĂ©riphĂ©ries. «Alors que lâune rue respire la tranquillitĂ©, lâautre, situĂ©e Ă mĂȘme pas cinq mĂštres de lĂ , te submerge de sons et dâimages nouvelles. Et si on arrive Ă ignorer le macadam et les immondices, une belle et tranquille parcelle de nature sâoffre Ă nous.»Â
Kristel sâidentifie comme une vraie Bruxelloise. «MĂȘme si on vivait Ă Vilvorde, lorsque jâĂ©tais adolescente, Ă chaque fois que quelquâun nous demandait, pendant nos vacances Ă la mer, dâoĂč lâon venait, on rĂ©pondait de Bruxelles.» Alors que certains Flamands ont du mal Ă se sentir Bruxellois, elle, le fait avec plaisir. «Ce quâil faut, câest alterner sans cesse entre le nĂ©erlandais et le français. Mon mari est francophone et nous donnons une Ă©ducation bilingue Ă nos enfants. Le quartier oĂč jâhabite est plutĂŽt francophone. On ne peut dĂšs lors pas nier que la ville est bilingue et je suis fiĂšre que ces deux langues fassent partie de moi.» Elle avait dĂ©jĂ appris le français Ă lâĂ©cole mais ce nâest quâen habitant Ă Vilvorde quâelle a rĂ©ellement appris Ă parler cette langue. «Je trouve vraiment formidable dâĂ©lever mes enfants Ă Bruxelles. Ils nâont pas seulement une Ă©ducation bilingue, ils sont en contact avec bien plus de langues. DĂšs lâenfance, ils apprennent Ă connaĂźtre plusieurs cultures et, selon moi, cela ne peut que les stimuler.»
Le conseil de Kristel pour explorer Bruxelles est tout simplement de prendre son temps. «Ce sont des milliers dâhistoires qui se produisent lâune Ă cĂŽtĂ© de lâautre et tant de mondes diffĂ©rents ne se laissent pas dĂ©couvrir si facilement. Il est donc important de prendre son temps⊠et le mĂ©tro! En mĂȘme pas vingt minutes, on y entend toutes sortes de langues inconnues et on acquiert par consĂ©quent une nouvelle expĂ©rience culturelle. Vas-y et explore chaque coin de Bruxelles!»

Anya is live and ready to show you everything. Watch her strip, dance, and perform exclusive shows just for you. Interact in real-time and make your fantasies come true.
Free to watch âą No registration required âą HD streaming
A rebel with(out) a cause
Interview Jeroen Peters par Dirk De Ceulaer / Photo par Annabella Schwagten (LUCA)
Hyde Park Bruxelles est la crĂ©ation de Jeroen Peters, artiste, jardinier, cuisinier talentueux, bĂ©nĂ©vole, homme politique alternatif, activiste et avant tout un homme aimable. Le fait quâil soit enfant dâartistes explique selon lui pourquoi il est inclassable dans le schĂ©ma fixe de la faune et la flore humaine. Par ailleurs (en tout cas), Ă lâHĂŽtel de ville bruxellois, il nâest plus un inconnu. A lâoccasion des Ă©lections communales de 2012, il a fondĂ© son propre parti politique, Politikart, ayant comme programme la lĂ©galisation du cannabis et de la prostitution, mais Ă©galement lâouverture publique des jardins clos que les autoritĂ©s possĂšdent. CâĂ©tait un projet ambitieux, puisquâil visait mĂȘme le jardin du Palais Royal.Â
Mais lâaction la plus mĂ©diatisĂ©e de Peters sâest dĂ©roulĂ©e il y a quelques annĂ©es, lorsque notre doux rĂ©volutionnaire a squattĂ© un bĂątiment du CPAS Ă la rue de Flandre lâa rĂ©novĂ© pour y installer une galerie dâart et y hĂ©berger quelques sans-abris. Le bĂątiment devenait un lieu de rencontre pour passants et visiteurs venus de partout. Riche ou pauvre, blanc ou noir, grand ou petit, peu importe, tout le monde Ă©tait le bienvenu. Et tout le monde venait. Lorsque le CPAS fit connaitre sa volontĂ© dâĂ©vacuer lâespace, lâartiste-squatteur Peters enleva une dalle derriĂšre la porte dâentrĂ©e pour y creuser un trou. Il y mit son pied droit, quâon coula ensuite dans le bĂ©ton. Ce fut le point de dĂ©part dâun sit-in de sept longues semaines, une nouvelle occasion pour la politique bruxelloise de faire connaissance avec un personnage quelque peu dĂ©rangeant.
Le parc Ă la Gare de lâOuest est le nouvel endroit oĂč Jeroen Peters a fait un acte social. Comme avant, il sâagit dâun espace inoccupĂ©, et de nouveau il a créé un endroit oĂč il se moque joyeusement, et dâune façon originale, de lâordre Ă©tabli. Avant, le terrain Ă©tait parsemĂ© de tas dâordures. CâĂ©tait le point de rendez-vous de nombreux consommateurs de drogues et un lieu propice Ă diffĂ©rentes formes de «nuisances urbaines».Â
Jeroen Peters a transformĂ© cette friche en bijou urbain. Le petit morceau de terre a Ă©tĂ© retournĂ© et des tonnes de dĂ©chets ont Ă©tĂ© Ă©vacuĂ©es. Un potager a Ă©tĂ© installĂ©, ainsi que des fleurs et des buissons. Un poulailler apporte des caquĂštements, et il y a de vrais poissons dans le vivier. Un sentier et un parcours vĂ©lo pour les enfants complĂštent le tableau. Des Ćuvres dâart embellissent le tout. A prĂ©sent, il y rĂšgne aussi un certain ordre social. Il y a des grilles dâentrĂ©e, et des heures dâouverture. Tout nâest pas permis, mais beaucoup est possible, tel est la devise. Un nouveau biotope, dans le vrai sens du terme, a pris forme. Jeroen Peters y est le rĂ©gisseur de service. Il y habite Ă©galement, et comme gardien de parc, il ouvre et ferme sa petite oasis. Il y reçoit des visiteurs, les guide dans son jardin, il aide les enfants sur leur vĂ©lo et organise des Ă©vĂ©nements artistiques. LâannĂ©e passĂ©e, il a invitĂ© tout le voisinage Ă son premier barbecue public: une fĂȘte «gay» soutenue volontiers par les voisins, dont la plupart est musulman. Ces rassemblements sont importants pour lui et sont basĂ©s sur le respect mutuel. Ils rassemblent des personnes de tous horizons. Ainsi, le quartier a dĂ©sormais un endroit oĂč lâon peut rassembler du potentiel humain, tant en paroles quâen images. «On est les personnes avec lesquelles on vit», explique Peters. DâoĂč la grande importance de son Ă©cosystĂšme social pour le dĂ©veloppement du quartier.Â
Tout prĂšs de lâendroit oĂč le mĂ©tro 5 prend lâair et permet Ă ses voyageurs de jeter un coup dâĆil dehors, mĂȘme si ce nâest que briĂšvement, il est bon de sortir et de dĂ©couvrir Hyde Park Bruxelles, pour rencontrer de beaux personnages et y serrer la main de Jeroen Peters ou lui faire un cĂąlin, le rebelle sans, ou plutĂŽt avec une cause.
______________________________________________________________________________________
A rebel with(out) a cause
Interview Jeroen Peters door Dirk De Ceulaer / Foto door Annabella Schwagten (LUCA)
Vlakbij een punt waarop Metrolijn 5 als een mol naar lucht hapt, het Weststation, en bovengronds haar reizigers eindelijk een korte blik naar buiten gunt, ligt het âHyde Parkâ van Brussel. Uiteraard loopt iedere vergelijking met het beroemde park uit de Britse hoofdstad mank. Het park aan het Weststation heeft veeleer de envergure van een uit de kluiten gewassen tuin en mist vanzelfsprekend ook de âroyaleâ geschiedenis van een imperium. Niettemin is ook dit Madurodam van het Londense park het resultaat van een soort toe-eigening door een hoogst opmerkelijke man â het was Hendrik VIII die in 1536 Hyde Park inpikte van Westminster Abbey om er een jachtgebied van te maken -Â en kan ook dit park bogen op een vijver(tje), een âSpeakersâ Cornerâ, veel speelruimte voor jong en oud en biedt het ruimte voor aardig wat publieke attractie en cultuur.Â
Hyde Park Brussel is de creatie van Jeroen Peters, kunstenaar, tuinier, begenadigd kok ook, vrijwilliger, alternatief politicus, activist en vooral aimabel manspersoon. Hij is het kind van kunstenaars, wat volgens hem verklaart waarom hij nauwelijks binnen een gangbaar patroon van de menselijke fauna of flora te plaatsen is. Op het Brusselse stadhuis is hij alvast lang geen onbekende meer. Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 richtte hij een eigen politieke partij op, Politikart, dat naast het legaal maken van cannabis en prostitutie ook van het openstellen van overheidstuinen voor het publiek een programmapunt maakte. De ambitie reikte ver, want ook de tuin van het Koninklijk Paleis, hoorde zonder pardon voor het brede publiek toegankelijk te worden gemaakt.Â
In de kijker liep deze zachte revolutionair alleszins toen hij enkele jaren geleden op de Vlaamsesteenweg een pand van het OCMW kraakte, het opknapte, er een kunstgalerij opende en enkele daklozen huisvestte. Het pand werd een ontmoetingsplaats voor passanten en lieden van verschillende komaf. Arm of rijk, wit of zwart, groot of klein. Het maakte niet uit. Iedereen was welkom. En iedereen kwam er ook. Toen het OCMW te kennen gaf het pand te willen ontruimen, werd net achter de voordeur van het pand een tegel uit de gang gelicht en een put gegraven. Kraker-kunstenaar Peters stak er zijn rechtervoet in en liet daarover emmers beton gieten. Hij was daarmee vetrokken voor een sit-in van zeven lange weken en politiek Brussel was meteen een luis in de pels rijker.Â
Het park aan het Weststation is de nieuwe plek waar Jeroen Peters een maatschappelijk statement heeft neergezet. Opnieuw ging het om een braakliggend terrein en opnieuw heeft hij er een oord gecreĂ«erd waarmee hij het establishment op zachte maar originele wijze een vrolijke neus zet. Het terrein werd ontsierd door bergen afval, stond bekend als ruige ankerplaats voor druggebruikers en kreunde onder de vele vormen van wat âurbane sociale hinderâ heet.
Jeroen Peters maakte van deze zogenaamde brownfield een âlandjuweeltjeâ. Het stukje grond werd afgeboord en tonnen rommel weggevoerd. Er kwam een moestuin. Ook bloemen en struiken. Een kippenren bracht gekakel en in een vijver wonen nu echte vissen. Een wandelpad werd aangelegd en kinderen maken vandaag toertjes op een eigen fietsparcours. Kunstwerken sieren het geheel. Ook werd sociale orde gecreĂ«erd. Er kwam een voor- en een achterhek, alsook toegangsuren. Niet alles kan, maar er mag wel veel, zo luidt het devies. Een nieuwe biotoop, in de echte betekenis van dat woord, kreeg vorm. Jeroen Peters is er de rentmeester van dienst. Hij woont er ook. Als parkwachter opent en sluit hij zijn kleine oase. Hij ontvangt er de bezoekers, leidt ze rond in de tuin, helpt kinderen op hun fiets, organiseert kunstevenementen en bood vorig jaar voor de hele buurt zijn eerste publieke barbecue aan. Een gay-feestje met de bereidwillige hulp van buurtbewoners waarvan de meesten moslim waren. Die bijeenkomsten zijn belangrijk voor hem. Ze brengen mensen van diverse pluimage samen op grond van respect voor elkaar. De buurt krijgt op die wijze een plaats waar menselijk potentieel âverzameldâ kan worden, zowel met woorden als met beelden. âJe bent de mensen waarmee je leeftâ, zegt Peters daarover. Vandaar het grote belang van zijn sociaal ecosysteem voor de ontwikkeling van de buurt.Â
Vlakbij de plek waar Metrolijn 5 als een mol naar lucht hapt en bovengronds haar reizigers eindelijk een korte blik naar buiten gunt, is het dus ook goed om even uit te stappen, Hyde Park Brussel in te lopen, er mooie mensen te ontmoeten en er Jeroen Peters, the rebel with(out) a cause, de hand te schudden of kortstondig maar gemeend te omarmenâŠ
Une histoire polonaise
Interview Michal Szczepura par Mateusz Pinczuk / Photo par Marie Wynants (LUCA)
Ce quâil aime Ă cette ville, câest sa taille. Elle nâest pas trop grande, mais pas trop petite non plus, et tout est facilement accessible. Quand je suis arrivĂ© ici en 2007, jâĂ©tais attirĂ© par la mentalitĂ© des gens, qui est tout Ă fait diffĂ©rente de celle des Polonais. En gĂ©nĂ©ral, les gens Ă Bruxelles semblent plus dĂ©tendus et heureux. MĂȘme sâils sont toujours occupĂ©s, ils nâont pas lâair pressĂ©.Â
«Ce que jâaime vraiment dans cette ville, ce sont les liens vers dâautres mĂ©tropoles europĂ©ennes, comme Paris ou Londres. Il est facile de voyager Ă tous les «vieux pays europĂ©ens». On pourrait dire que lorsquâon voyage Ă lâest de Varsovie, on peut Ă©galement voir beaucoup de beaux endroits, mais jâai grandi dans la RĂ©publique populaire communiste de Pologne. LâOccident exerce une attraction magique et mystĂ©rieuse sur nous. Ce sentiment, je lâai jusquâĂ aujourdâhui», explique Michal.
Quâen est-il de ses loisirs Ă Bruxelles? «Quand je suis arrivĂ© ici, jâapprĂ©ciais vraiment la propretĂ© des parcs. Ă ce moment-lĂ , jâai dĂ©cidĂ© dâaller courir. Ce sport mâaide Ă me dĂ©tendre, et ça va mĂȘme au-delĂ de ça: Jâai dĂ©jĂ participĂ© Ă deux semi-marathons de Bruxelles. Oui, aujourdâhui, je prends mon hobby au sĂ©rieux», il riait.Â
«Pourtant, ma plus grande passion, nâest pas mon hobby, mais câest ma famille: ma femme et mes deux enfants. Mes deux enfants sont nĂ©s Ă Bruxelles. CâĂ©tait toute une expĂ©rience. Jâadmire le proffesionalisme du systĂšme des soins de santĂ© belge. Je suis Ă©galement content que mes enfants aient ici, dĂšs le dĂ©but de leur formation, la possibilitĂ© dâapprendre trois langues: le français, le nĂ©erlandais et le polonais.»
ConsidĂ©riez-vous jamais de retourner en Pologne? «Hmm, ça dĂ©pend de plusieurs facteurs, mais le plus important, câest le standard de vie. Jâaimerais bien retournerĂ la Pologne, Ă condition que je puisse garder mon poste et mon salaire actuels, et que mon salaire me permet de vivre au mĂȘme standard quâen Belgique. Toutefois, pour lâinstant, câest impossible.»
Oui, la vie Ă Bruxelles offres de nombreuses possibilitĂ©s. Il nâest pas Ă©vident pour les Ă©trangers de tout comprendre immĂ©diatement dans cette ville, mais lâexpĂ©rience de Michal et ma propre expĂ©rience, me font croire quâil devient, petit Ă petit, plus facile. Ăa vaut vraiment la peine de vivre Ă Bruxelles.
______________________________________________________________________________________
Een Pools verhaal
Interview Michal Szczepura door Mateusz Pinczuk / Foto door Marie Wynants (LUCA)
Michal Szczepura is een dagelijkse bezoeker van het metrostation Beaulieu. Elke dag brengt hij zijn dochter naar een kinderdagverblijf in de buurt. Ik ontmoet hem in zijn kantoor gelegen op de Tervurenlaan. Michal staat aan het hoofd van de Regionale Zetel van Podlaskie Voivodeship in Brussel.
Wat hij zo leuk vindt aan deze stad is de omvang ervan. Ze is niet al te groot maar ook niet heel klein en je kunt er overal makkelijk geraken. Toen ik hier in 2007 aankwam, werd ik aangetrokken door de mentaliteit van de mensen hier, die heel verschillend is van die in Polen. Mensen in Brussel lijken door de band genomen meer ontspannen en gelukkiger. Ook al zijn ze contant bezig, toch maken ze geen opgejaagde indruk.â
âWaar ik in deze stad echt van hou, zijn de verbindingen met andere Europese metropolen zoals Parijs of Londen. Het is gemakkelijk om naar alle âoude Europeseâ landen te reizen. Je zou kunnen stellen dat wanneer je ten oosten van Warschau reist, je ook veel mooie plaatsen kunt zien, maar ik ben opgegroeid in de communistische Volksrepubliek Polen. Het Westen oefende een geheimzinnige en magische aantrekkingskracht op ons uit. Dat gevoel heb ik tot vandaagâ, legt Michal uit.
Hoe zit het met zijn hobbyâs in Brussel? âToen ik hier aankwam, waardeerde ik echt hoe netjes de parken hier waren. Op dat ogenblik heb ik beslist om te gaan hardlopen. Dat helpt mij om te ontspannen en zelfs meer dan dat: ik heb er ook al twee Brusselse halve marathons op zitten. Ja, ik neem mijn hobby tegenwoordig zeer ernstigâ, lacht hij.
âMaar mijn grootste passie is niet mijn hobby maar mijn familie â mijn vrouw en twee kinderen. Mijn beide kinderen zijn in Brussel geboren. Dat was nogal een ervaring. Ik bewonder de professionaliteit van de Belgische gezondheidszorg. Ik apprecieer ook het feit dat mijn kinderen hier de mogelijkheid hebben om van bij het begin van hun scholing drie talen te leren â Frans, Nederlands en Pools.â
Zou u er ooit aan denken om terug te keren naar Polen? âHmm, dat hangt van veel factoren af maar de belangrijkste is de levensstandaard. Ik zou graag naar Polen terugkeren als ik mijn huidige positie en salaris kan behouden en als mijn loon mij in staat stelt om op hetzelfde niveau te leven als hier. Op dit moment, echter, is dat onmogelijk.â
Ja, in Brussel wonen biedt veel mogelijkheden. Het is niet makkelijk om als buitenlander alles in deze stad meteen te begrijpen maar uit de ervaring van Michal, en mijn eigen ervaring, kan ik afleiden dat het eenvoudiger wordt met de tijd. Het is het echt waard om in Brussel te wonen.
Eigentijdse strijder
Interview Monique de Gryse par Caroline Jordens / Photo par Caro Deraedemaeker (LUCA)
Monique kijkt terug op een rijk verleden. âIk verhuisde van Nieuwpoort naar het landelijke Oudergem. Iedereen kende iedereen, we wisselden zoveel dingen uit en deelden zoveel. Maar ik heb ook wel hard moeten werken. Als traiteur deed ik soms werkdagen van twintig uur. Ik werkte ook op zaterdag en zondag. Nadat ik klaar was met mijn dag, nam ik de restjes mee naar huis en deelde ze met mijn buurt.â
Ze herinnert zich als de dag van gisteren het eerste huis dat ze in Brussel kochten. Het huis was omringd door prei-, aardappel- en tarwevelden. In hun achtertuin stonden in de lente de fruitbomen volop in bloei. Ze hield van de verse eieren die haar kippen voor zonsopgang legden.Â
Maar het geluk bleef niet duren. In 1960 huurde de gemeente Etterbeek arbeiders in om de huizen in de wijk af te breken en zo plaats te ruimen voor de bouw van metrostelplaats Delta op metrolijn 5. Levensomstandigheden verslechterden, daken lekten, huizen dreigden in te storten. De huizen links en rechts van hen werden met de grond gelijk gemaakt. Mensen die jaren lang buren waren, vertrokken. Monique kwam met hart en ziel op tegen wat er gebeurde.Â
Te midden van de uitgestrekte velden, tussen het puin, bleef het huis van Monique en haar man als laatste overeind. Uit solidariteit brachten de arbeiders hen hout om het haardvuur brandende te houden. Maar de omstandigheden werden dag na dag slechter. Uiteindelijk werd de situatie ondraaglijk. Hun thuis was hetzelfde lot beschoren als dat van hun buren. Er zat niets anders op dan alles achter te laten en hun intrek te nemen in een appartement in de Oudergemse Transvaal-wijk. Het was hen door de gemeente aangeboden ter compensatie. Ze bleven er een jaar. Nadien kochten ze een nieuw huis op de Mulderslaan, wat verderop in de gemeente. Monique woont er vandaag nog.Â
âHoewel ik uit mân huis gezet ben om plaats te ruimen voor de metro, gebruik ik die vandaag toch elke dag. Ik woon op slechts vijf minuten lopen van het station. Het is de plaats waar ik mijn kleinzoon van 10 jaar oppik. Hij wordt er meermaals per week door mijn zoon afgezet wanneer die gaat werken. Ik ben dan babysit van dienst.â
Het interview was ten einde. Ik schakelde mijn opnameapparaat uit en lette er goed op dat ik niet op de uitwisknop drukte. Door het tuinraam kon ik zien dat het nog steeds sneeuwde. Ik deed mijn pantoffels uit en stapte in mijn schaapsleren laarzen. We wensten elkaar nog een goede avond. Ik zwaaide een laatste keer en wandelde langzaam in de richting van Beaulieu, terwijl ik in de spierwitte sneeuw kraakverse voetafdrukken achterliet.
_______________________________________________________________________________________________________________
GuerriĂšre des temps modernesÂ
Interview Monique de Gryse par Caroline Jordens / Photo par Caro Deraedemaeker (LUCA)
Monique de Gryse mâinvite Ă mâasseoir dans le divan Ă cĂŽtĂ© dâelle. Au moment oĂč jâallume lâenregistreur, elle prĂ©vient: «Je veux juste dire que jâai une voix rauque parce que jâai toussĂ© beaucoup.»Â
Monique parle du passĂ© avec lyrisme. «Tout le monde connaissait tout le monde, nous Ă©changions et nous partagions tellement de choses. Je travaillais dans la restauration. Parfois, je faisais des journĂ©es de 20 heures. Je bossais aussi le samedi et le dimanche. Ă la fin de ma journĂ©e, je ramenais les restes et je les partageais avec mes voisins.»Â
Elle se souvient trĂšs bien aussi de la premiĂšre maison quâils ont achetĂ©e Ă Bruxelles. Elle Ă©tait entourĂ©e de champs de poireaux, de pommes de terre et de blĂ©. Dans leur arriĂšre-jardin, des arbres fruitiers Ă©taient en fleur pendant la saison plus chaude. Elle aimait les Ćufs frais que ses poules pondaient avant le lever du soleil.Â
En 1960, la commune dâEtterbeek engage des ouvriers pour dĂ©molir les maisons du quartier en prĂ©vision de la construction de la station de mĂ©tro Delta (ligne 5). Monique sây oppose. Leurs conditions de vie commencent Ă se dĂ©grader Ă cause de lâeau qui fuit Ă lâintĂ©rieur de la maison et du danger dâeffondrement.Â
La maison de Monique et de son mari est la derniĂšre Ă rester au milieu des dĂ©combres et des champs. Une cheminĂ©e orne leur salon. Par solidaritĂ©, les ouvriers leur apportent tous les jours du bois pour alimenter le feu. Malheureusement, leurs conditions de vie sâaggravent de jour en jour et finissent par devenir insupportables. En guise de compensation, la commune leur offre un appartement dans le quartier du Transvaal Ă Auderghem. Ils y resteront un an. Ensuite, ils achĂštent une nouvelle maison, Ă©galement Ă Auderghem, dans lâavenue des Meuniers, oĂč Monique vit toujours maintenant.Â
«Jâai travaillĂ© dur, vraiment dur de mes mains. Et jâai une maison, ma maison. Aujourdâhui, on trouve deux types de jeunes: ceux qui acceptent de travailler beaucoup et ceux qui ne lâacceptent pas. Malheureusement, on trouve plus de jeunes qui nâont pas envie de travailler dur. Oui, câest mon avis sur la jeunesse actuelle», dit-elle avec un lĂ©ger sourire. Â
«MĂȘme si jâai Ă©tĂ© expulsĂ©e de ma maison en raison du mĂ©tro, jâemprunte celui-ci tous les jours maintenant. Je vis quasiment dans le mĂ©tro parce que câest lĂ que je rencontre mon petit-fils. La station de mĂ©tro nâest quâĂ cinq minutes de marche de la maison.»Â
Lâentretien touche Ă sa fin. JâĂ©teins mon enregistreur dĂ©licatement en veillant Ă ne pas appuyer sur le bouton «effacer». Par la fenĂȘtre donnant sur le jardin, je vois quâil neige encore. JâenlĂšve mes pantoufles, jâenfile mes bottes en peau lainĂ©e et nous nous souhaitons une bonne soirĂ©e. Je fais un dernier signe de la main et je marche doucement en direction de la station Beaulieu, en laissant derriĂšre moi des traces de pas dans la neige fraĂźche et immaculĂ©e.






