Reisgenoot, deel 1
Er is iets lichts in zijn manier van leven. Alsof er lucht hangt tussen zijn voeten en de grond. Als we de straat op lopen, besluit ik me achter een deur te verstoppen. Ik werp mijn blik de hoek om, om te zien waar hij blijft. Ik zie hem staan. Hij heeft zijn hand als een zonnescherm voor zijn ogen geplaatst en staat door zijn knieën gebogen alsof hij als een soldaat tussen het gras op zoek is naar mij.
Hij heeft me een paar nieuwe ogen gegeven. Opeens bekijk ik de wereld niet alleen meer door mijn ogen, maar ook door de zijne. Soms staat hij abrupt stil en werpt zijn blik naar boven. Ik volg zijn blik en zo staan we dan samen naar een gevelbeeld te kijken. “Wat zie je?” Vraagt hij. “Een vrouw met een weegschaal”, antwoord ik. “En een zwaard”, voeg ik toe. “Het is vrouwe Justitia”, legt hij uit. Wat weegt het recht, denk ik nog. Ik heb me vaak afgevraagd waarom men naar musea gaat, maar opeens besef ik dat het er niet om gaat dat je iets ziet, maar wat je ziet.











