Wie op het strand een dode krab vindt, kijkt daar meestal niet van op. Op het strand kun je krabben verwachten. Zo’n zes kilometer uit de kust, midden in de stad, is dat toch een ander verhaal. Tussen al dat asfalt en beton reken je daar niet op.
Ik was dan ook verrast toen ik onlangs op een schelpenpad midden in Den Haag, een plek waar ik regelmatig een beetje kijk, een dode krab vond. Niet eens zozeer het feit dat het een krab was bevreemde mij, op een schelpenpad zou dat nog te verklaren zijn, maar dat deze krab op een plek lag waar ik voorheen al eens gekeken had, daarvan begreep ik niets. Deze krab moest daar recentelijk terecht zijn gekomen, dat kon niet anders. Zijn staat van ontbinding beaamde dit. Dat rook je zo!
Dat het geen alledaagse krab betrof, was snel bekeken. Ik ken onze pappenheimers en deze kende ik niet. Deze vreemde krab met een luipaard print op zijn schild en poten was duidelijk uitheems. Maar wat deed hij hier dan? Waarom lag hij daar? Welk soort was dit? Omdat mijn nieuwsgierigheid al deze vragen niet kon weerstaan en omdat ik nou eenmaal graag naturalia verzamel, besloot ik het kadaver mee naar huis te nemen. De stank nam ik voor lief. Eenmaal thuis startte ik mijn zoektocht.
Omdat ik weet dat er behoorlijk wat uitheems gespuis in onze wateren leeft, steeds meer dieren die niet van nature in ons water voorkomen, weten zich in ons land te vestigen, besloot ik eerst die mogelijkheid te onderzoeken. Wie weet was deze krab na de uitheemse rivierkreeften de volgende uitlandse tienpotige in ons nat. Maar ampel speurwerk sloot deze optie uit. De enige krab die in ons land bekend staat als 'exoot' Â is de wolhandkrab: een Chinese lekkernij.
De wolhandkrab bracht mij op een idee. Misschien was deze krab, net als de wolhandkrab, een delicatesse. Ik kon het me best voorstellen. Vrouw kookt krab, man houdt niet van krab. Man wordt boos, vrouw wordt nog bozer. Vrouw gooit de krab naar man. De man die bukt. Krab vliegt door het raam naar buiten en beland op het schelpenpad. Helaas, doch enigszins in de lijn der verwachting, Â liep ook dit spoor dood.
Uiteindelijk, dat had ik na natuurlijk ook meteen kunnen doen, besloot ik op de kenmerken van het beest te gaan zoeken. Niet zelden dankt een beest zijn naam aan zijn uiterlijk. In dit geval lag panterkrab dus voor de hand. Ik opende een  browsen en typte de naam in. Na een gemikte tik op enter was mijn scherm gevuld met verwijzingen naar aquaria- en garnalenforums. In een keer was alles duidelijk. Deze krab kwam uit een paludarium of uitzwemmer. Het was een siervis op poten. Een showkrab.
Naar alle waarschijnlijkheid had het beestje niet kunnen aarden achter glas en had het, veel te jong, het loodje gelegd. Omdat een dode krab in een aquarium weinig siert, heeft zijn verzorger hem vervolgens de deur uit gedaan. Onnodig, want in een lijstje aan de muur siert hij dood prima!
De panterkrab (Parathelphusa pantherina) is een zoetwaterkrab die wanneer volgroeid een carapax (schild) breedte van ongeveer acht centimeter heeft. Ter vergelijk: onze algemeenste krab, de Europese strandkrab heeft een carapax breedte van zes centimeter. Het beestje kan een jaar of zes worden en is bij een leeftijd van drie geslachtsrijp.
Van origine heeft de panterkrab een zeer beperkt verspreidingsgebied. De krab komt alleen voor in en om het Mantano meer op Sulawesi. De totale draagwijdte van de krab blijft daardoor beperkt tot zo’n drie vierkante meter. Het is aan handelaars en hobbyisten te danken dat de soort nog wat van de wereld krijgt te zien.