Wat? Luz Brilhante e Cinitilante (2023-2025) door Raquel van Have, De vlucht naar Egypte (1654) door Rembrandt van Rijn, The Bus (1995) door Red Grooms [met details], Forty Nr. 39 (2014-2016) door Benjamin Li, Vehicle for the Seven Seas (2004) door Subodh Gupta, Home (Wall piece) (2019) door Hans Op de Beeck, History Repeats Itself (2017) door Susan Clinard, We Refugees (1952) door Olaf Metzel
Waar? TentoonstellingAlle Richtingen in Fenix, Kunstmuseum over migratie, Rotterdam
Wanneer? 9 mei 2026
De week na mijn bezoek is het precies een jaar geleden dat in Rotterdam Fenix, het kunstmuseum over migratie, werd geopend. Van iemand die er geweest was, had ik positieve verhalen over het museum gehoord. Een bezoek aan Fenix mocht dan ook niet ontbreken tijdens mijn Zuid-Holland museumtoer. Op zaterdagochtend arriveer ik bij de historische havenloods aan de kade, waar vroeger tal van mensen aankwamen en vertrokken. Aan de overkant van het water ligt Hotel New York, waarvandaan de schepen van de Holland Amerika Lijn vertrokken naar de ‘nieuwe wereld’. Zoals gewoonlijk ben ik te vroeg, maar dat is bepaald geen straf, want het is prachtig zonnig weer.
Als een medewerker de deur openzet, stap ik als eerste het gigantische museum binnen. Er zijn verschillende dingen te doen, maar ik besluit te beginnen bij de tentoonstelling Alle Richtingen: liefde, afscheid, heimwee en geluk door de ogen van kunstenaars. Daarvoor beklim ik de trap naar de eerste etage, waar mijn oog onmiddellijk valt op een kunstwerk van een mij bekende kunstenaar. Raquel van Haver werd in Columbia geboren en groeide na haar adoptie op in Nederland. Ik zag haar werk voor het eerst in 2018 in Dordrecht op een tentoonstelling met hedendaagse schilderkunst en een maand later had de kunstenaar een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Haar werk houdt altijd het midden tussen een schilderij en een reliëf. Dat is ook het geval bij Luz Brilhante e Cintilante (Helder en sprankelend licht) dat hier in Rotterdam te zien is. Kaapverdianen migreren al decennia lang naar plekken over de hele wereld, onder meer naar Rotterdam. Van Haver interviewde Kaapverdianen in hun thuisland en in de Maasstad over de gevolgen van migratie voor degenen die vertrekken en degenen die achterblijven. Gebaseerd op die gesprekken maakte de kunstenaar de installatie die hier te zien is. De ene kant toont Kaapverdië, de andere kant Rotterdam. Op de houten lijst staan belangrijke muzikanten afgebeeld, die de cultuur en identiteit van de eilanden in leven houden.
Migratie is niet iets van de laatste tijd en er wordt ook al eeuwenlang kunst gemaakt over dit onderwerp. Rembrandt is een van de vele kunstenaars die de vlucht van het gezin van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte verbeeldt. Nadat koning Herodes had gehoord dat de koning van de joden was geboren, liet hij in Bethlehem en omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger vermoorden. Jozef werd in een droom gewaarschuwd door een engel: “Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.” (Matteüs 2:13, NBV21).
Zo klein als het etsje van Rembrandt is, zo groot is het volgende kunstwerk: The Bus van kunstenaar Red Grooms, De kunstenaar is geïnspireerd door het leven in de stad. In melting pot New York komt de hele wereld samen. Als bezoeker kun je in gedachten een stukje meerijden in een levensgrote zachte stadsbus. De chauffeur kijkt je aan als je instapt. Als je om je heen kijkt zie je je medepassagiers. Een man zit een krant te lezen. Een vrouw met een rolkoffertje houdt zich vast aan een lus. Een jonge vrouw luistert muziek op haar koptelefoon terwijl het jongetje naast haar achterstevoren op zijn knieën zit. Stiekem lees ik een stukje mee in het boek dat een vrouw aan het lezen is. Het is een dichtbundel. Het gedicht dat ze opgeslagen heeft is The Boss Poem. Nadat ik het gedicht over de schouder van de vrouw heb meegelezen, stap ik uit. Bijna ben ik verbaasd dat ik in Rotterdam sta en niet in New York.
In november 2013 deed een Chinese deelnemer mee aan het tv-programma Holland’s Got Talent. Jurylid Gordon vroeg de deelnemer: “Welk nummer ga je zingen? Nummer 39 met rijst?”. Later riep hij nog ‘Suplise!’ om te benadrukken dat Chinezen moeite hebben met het uitspreken van de R. De racistische grapjes riepen destijds veel verontwaardiging op. Het inspireerde de Rotterdamse kunstenaar Benjamin Li echter tot het maken van Forty nr. 39. In veertig Chinese restaurants door heel Nederland fotografeerde hij telkens gerecht nummer 39 van de menukaart. De foto’s bracht hij samen in dit kunstwerk. Een eerbetoon aan de diversiteit van de Chinese keuken in Nederland.
In het vliegtuig naar India ging kunstenaar Subodh Gupta in gesprek met zijn medepassagiers, vooral Indiase arbeidsmigranten op weg naar hun families. Gupta vroeg naar hun bagage en ze vertelden over de alledaagse voorwerpen in hun koffers en tassen: kleding, een boek, souvenirs voor hun kinderen. De gesprekken inspireerden de kunstenaar tot Vehicle fort the Seven Seas. Door de kleuren goud en zilver te gebruiken benadrukt hij de waarde die de bagage heeft voor migranten die heen en weer reizen tussen hun thuisland en de plaats waar ze werken.
Vorig jaar bezocht ik in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen de sprookjesachtige tentoonstelling Nachtreis met werk van kunstenaar Hans Op de Beeck. Hier in Fenix staat een object van deze Belgische kunstenaar, waarin hij het thema ‘thuis’ verkent. Bij de gesloten voordeur van een huis staat een echtpaar, gekleed in badjassen. Het luik voor het raam is dicht. In het halletje brandt licht. Waarom staan ze daar? Is er iets bijzonders aan de hand in de straat? Wachten ze ergens op? Zoals vaak bij deze bijzondere kunstenaar zit er aan het werk een mysterieus kantje.
Hanna Ahrendt vluchtte uit Duitsland naar Parijs en van daaruit naar de Verenigde Staten. Daar schreef ze het essay We Refugees (1943) dat hier verfrommeld aan de wand hangt. “In de eerste plaats: wij willen geen ‘vluchtelingen’ genoemd worden. Wijzelf noemen elkaar ‘nieuwkomers’ of ‘immigranten’. Onze kranten zijn kranten voor ‘Duitstalige Amerikanen’ en, voor zover ik weet, hebben mensen die door Hitler vervolgd zijn nog nooit een club opgericht met een naam die aangeeft dat haar leden vluchtelingen zijn.”
Susan Clinard’s kunstwerk History Repeats Itself doet qua vorm denken aan totempalen. Op een rij staan vijf figuren: een moslima met baby, een Japans-Amerikaanse vrouw, een Joodse Europeaan en een Afrikaanse man met zijn dochter. Ze staan symbool voor groepen die op verschillende momenten in de geschiedenis de toegang tot Amerika is geweigerd. De voorste persoon blijft anoniem. Het is de vraag welke groep de volgende zal zijn.
De kunstwerken die ik hierboven besprak zijn slechts enkele van de vele die op de tentoonstelling te zien zijn. Elk kunstwerk vertelt een eigen verhaal. De collectie is zeer gevarieerd qua tijd en plaats van ontstaan, soort object en stijl. Actuele thema’s als Gaza en Oekraïne komen langs, maar ook de vlucht naar Egypte van de Heilige Familie. Hier en daar is een alledaagse voorwerp opgesteld dat voor een bepaalde immigrant in Rotterdam belangrijk is. Die persoon vertelt het bij dat voorwerp horende verhaal.
Na de expositie had ik geen puf meer voor het Kofferdoolhof of de fototentoonstelling The family of Migrants. Wél ben ik via de Tornado nog naar het uitkijkplatform gelopen. Op deze zonovergoten lentedag bood dat een fraai uitzicht op Rotterdam. Voor de rest van Fenix kom ik beslist nog een keertje terugkomen.
Een paar dagen na mijn bezoek aan Fenix meldt het Algemeen Dagblad dat het museum in het eerste jaar van zijn bestaan een half miljoen bezoekers heeft getrokken. Wat mij betreft volkomen terecht; Fenix is alleszins een bezoek waard.










