Als je Leo roept...
Ik heb twee pauwen. Een prachtige, volwassen pauw haan genaamd Leo (weinig origineel but who cares) en zijn wat frigide wederhelft Liz Lemon.
Twee jaar geleden haalden we Leo uit het vogelasiel. Ik was extatisch, zag het statische dier hier al helemaal rondlopen pronken. Een grote open tuin, en erachter: niets dan velden en bosjes. Nirvana voor vrije vogels zoals Leo, en eender welke pauw.
Ik hou van vogels, maar heb moeite met ze in hun vrijheid te beperken. Ik zou nooit een papegaai kunnen houden bijvoorbeeld, een vogel moet vliegen. Niet als decoratief element in je interieur zitten. Of liedjes zingen vanuit een kooi op de balkon. Dus hou ik geen vogels. Leo was de uitzondering op de regel. Omdat hij zou kunnen vrij lopen.
En dat deed hij.
In het begin crossten wij er gelijk twee debielen achteraan, buurman Q en G mee in het konvooi. We dachten namelijk dat Leo weg wilde en we hem kwijt zouden zijn. Ik vreesde dat hij de straat zou oplopen en één van de plattelands johnny’s hier, hem zou aanrijden.
En daar gingen ze dan: S links het veld op, Q in een rechtse bocht eromheen, G in het doel om hem op te vangen. “JA! hij komt uw kant uit, hou hem tegen!”
Leo maar toeteren (pauwen toeteren gelijk een vrachtwagen als ze zich bedreigd voelen) TOET TOET en lopen lopen lopen met die lange staart van hem, die prehistorische kop en poten gelijk een velociraptor. En dan die drie venten er achteraan. Waarvan eentje op crocs en de ander met een sigaret in z’n mondhoek.
Op de achtergrond: alle trezebezen van de buurt, giechelend in hun achtertuin.
Uiteindelijk werd Leo dan in een hoek gedreven en als dit niet lukte gooide S er zich half bovenop. Toet toet, deed Leo, maar gaf zich uiteindelijk over en ging mokkend weer de tuin in. Mission impossible, moet hij gedacht hebben, daar heb je ze weer...
Na een paar maanden, lieten we hem lopen. En hij kwam terug. Elke dag, elke avond. Naar zijn boom en zijn frigide hen.
Maar nu, wil een achterlijke boerenkinkel hem van zijn grond. Aangezien zijn grond niet omheind is, eist hij dat wij het onze wel voldoende hoog omheinen, opdat Leo niet meer weg zou kunnen.
Het stoort hem dat Leo wel eens een drol achter laat en broederlijk een graantje meepikt van zijn zielige, verwaarloosde kippen.
HIj kwam dreigen aan onze deur. Hij stootte op mij. Hij werd van antwoord gediend. Maar niets baat. De wet staat aan zijn kant, en dat is porno voor zure, gefrustreerde mensen zoals hij.
Ze kicken op het feit, dat jij tracht constructieve, “buur” friendly oplossingen voor te stellen, tracht dat pad te bewandelen dat bij hen niet op de kaart staat: die van common sense en broederlijkheid. Op het feit dat ze je dan met één zin van antwoord dienen: neen, het mag niet, los het probleem op. “Of IK los het op”.
Ik lig hier wakker van, ik wil Leo niet kwijt, ze mogen hem geen kwaad doen, hij moet gelukkig zijn. Stom? Ik vind de laatste nieuwe snert smartphone hysterie stom. Elk zijn stom.
Dus gaat Leo waarschijnlijk weg, naar een prachtig domein met boomgaard en bos hier rond de hoek. Waar hij gelukkig kan zijn, vrij en zorgeloos en ik hem nog vaak kan zien.
De zuurbuur, wat daarvan, geef ik zomaar toe?
....
Revenge is a dish, best served cold ;)











