28 december. Van Bommel keurt 'middeleeuwse' boekverbranding op de Dam af
25.000 boeken branden in Berlijn, 1933
SP-Kamerlid Harry van Bommel heeft de Middeleeuwen beledigd. Gisteren staken zo’n twintig demonstranten zijn nieuwe boek Surinamers in de polder in brand, vanwege het woord ‘neger’ dat erin voorkomt. Van Bommel zegt begrip te hebben voor de bezwaren tegen dat woord, maar stelt dat hij slechts mensen citeert die dat woord gebruiken. Hij is echter niet blij met de manier waarop de demonstranten hun onvrede uitten: de boekverbranding is volgens het Kamerlid een ‘middeleeuws instrument’ dat de discussie niet bevordert.
De Middeleeuwen komen er vaak erg slecht vanaf in verwijzingen of vergelijkingen. Middeleeuwse methoden of praktijken, middeleeuwse omstandigheden, het Engelse ‘Dark Ages’, je komt het vaak tegen als iets door de spreker zeer wordt afgekeurd. Dit negatieve beeld is een uitvloeisel van de Renaissance, toen de Oudheid weer steeds meer werd omarmd door wetenschappers en kunstenaars, en de tien eeuwen die waren verstreken werden gediskwalificeerd.
Helaas is het zo dat de meeste methoden die als middeleeuws worden verworpen juist heel erg modern zijn, of eigenlijk praktijken beschrijven die door de hele geschiedenis plaatsvonden, en de zwakheden van de menselijke aard blootleggen. Pim Fortuyn noemde de islam achterlijk en de islamitische cultuur ‘middeleeuws’. De onthoofdingen van IS zijn inderdaad barbaars, maar zijn eerder te vergelijken met het bloedvergieten tijdens de Franse Revolutie, eind 18e eeuw, dan met iets anders.
Hetzelfde geldt uiteraard voor boekverbrandingen. Door de geschiedenis heen hebben machthebbers de vernietiging van hun onwelgevallige geschriften bevolen, om de verspreiding van bepaalde ideeën tegen te gaan. De boekverbranding is zo oud als het boek zelf, of als de voorlopers van het boek. De eerste grootscheepse boekverbranding, hoewel het niet gaat om boeken zoals wij die nu kennen, vond in het oude China plaats, hoe kan het ook anders.
De eerste keizer van de Qin-dynastie, die het land verenigde door alle verschillende strijdende partijen te overwinnen in 221 v. Chr., liet 10 jaar later vele ‘subversieve’ werken verzamelen en vernietigen. Deze praktijk vindt nog steeds plaats in China. Qin had het vooral gemunt op enkele Confuciaanse geschriften en gedichten over vroegere heersers, die werden vereerd. Qin vreesde dat hij in vergelijking met die heersers slecht zou overkomen.
Om dit te voorkomen liet hij niet alleen de geschriften vernietigen, maar ook nog eens, zo gaat de overlevering, die wat onbetrouwbaar is, vele Confuciaanse en andere filosofen levend begraven. Het Verbranden van de Boeken en Begraven van de Filosofen in de 3e eeuw v. Chr., 800 jaar voor het aanbreken van de ‘middeleeuwen’, is een klassieke gebeurtenis in de Chinese geschiedenis.
De christelijke wereld kende al heel snel na de officiële bekering van de Romeinse keizer Constantijn de Grote in de 4e eeuw meningsverschillen over de juiste leer, en daarop volgend een boekverbranding. Het arianisme werd afgewezen in het jaar 325 n. Chr., ten faveure van het katholicisme, waarvoor de Frankische koning Clovis in het westen belangrijk was met zijn bekering rond 500. Constantijn liet alle werken van Arius verbranden en verbood het bezit. Het arianisme bleef echter bestaan, en de boeken werden herhaaldelijk verboden en geconfisqueerd in de latere eeuwen.
De Klassieke Oudheid kende een hele reeks boekverbrandingen, van auteurs als Vergilius, Protagoras en Zoroaster. In de Middeleeuwen vond natuurlijk ook steeds ‘biblioclasme’ uit: filosofen en wetenschappers hebben de neiging om ideeën te formuleren die machthebbers niet zinnen. Ook na de middeleeuwen gebeurde het. Enkele beroemde voorbeelden zijn de verbranding van de Decamerone van Bocaccio eind 15e eeuw door de Florentijnse priester Savonarola, die dat boek te sexy vond: het bekende ‘Vreugdevuur der IJdelheden’.
De Spanjaarden verbrandden werken van de Maya’s in de 16e eeuw, de Bijbelvertaling van Luther werd door Duitse katholieken verbrand, de boeken van Voltaire door Franse autoriteiten, de Code Napoléon, het wetboek van de Franse keizer, door Duitse nationalisten, Chinese historische werken door Franse en Britse koloniale troepen in Beijing, en zo kan ik nog wel even doorgaan. De Amerikanen hadden zelfs in de 19e eeuw de zeer moralistische New York Society for the Suppression of Vice, die boekverbranding tot doel had, en zo’n 15 ton aan boeken wist te vernietigen.
Ook de afgelopen decennia vonden vele boekverbrandingen plaats. In 1948 werden stripboeken op sommige plekken in de VS verbrand, zoals een halve eeuw later die van Harry Potter. De Amerikaanse senator McCarthy liet verdachte communistische werken in de VS verbanden in de jaren ’50. Linkse boeken werden in Chili na de staatsgreep van Pinochet verboden en openlijk verbrand. De Duivelsverzen van Salman Rushdie wordt sinds 1988 regelmatig op het vuur gegooid in islamitische landen. Ook in de moderne tijd zijn er nog veel meer voorbeelden: onenigheid en intolerantie leidt tot boekverbranding.
De allerbekendste boekverbrandingen heb ik nog niet genoemd, namelijk de openlijke verbranding van boeken die de nazi’s niet leuk vonden. Zij hadden het gemunt op boeken met communistische, liberale, pacifistische, kosmopolitische of andere niet-nazistische ideeën erin, en natuurlijk op boeken van joodse auteurs. Onzuivere gedachten moesten worden uitgebannen. In de jaren ’30 gebeurde dat in Duitsland en Oostenrijk tijdens grote manifestaties, en een hele lange lijst van verboden auteurs zorgde voor nog grotere vreugdevuren.
Speciale aandacht was er voor joodse boeken, en dat is helaas niet iets dat beperkt is gebleven tot de jaren ’30 van de 20e eeuw. De Hellenistische heerser Antiochus IV iet boeken van Hebreeuwse auteurs in 168 v. Chr. in zijn rijk verbanden. In de 13e eeuw werden in Parijs alle exemplaren van de joodse Talmoed publiekelijk verbrand door koning Lodewijk IX, Saint Louis dus.
Dit voorbeeld zou in de eeuwen daarna nog vaak worden gevolgd. Niet alleen de geschriften van joden moesten het ontgelden, maar ook de mensen zelf. De verbranding van joodse boeken door de nazi’s is slechts een van de voorbeelden van de steeds terugkerende vernielzucht die de joden hebben ondervonden.
De joodse religieuze geschriften hebben deze aanvallen echter weten te doorstaan, net zoals het joodse volk als geheel overigens. Het feit dat de meeste ideeën die machthebbers niet zinnen toch zijn overgeleverd op latere generaties en in sommige gevallen nog steeds erg relevant zijn, geeft maar aan hoe nutteloos het is om boeken te verbranden: het is dweilen met de kraan open. Middeleeuws is het niet.












