Informatie is geen kennis als je er niets mee doet
Ze zijn bezig met mentale processen. Psychische processen worden belangrijker maar ook het begrip introspectie komt centraal te staan.
Introspectie: vb. Reflectie. Naar jezelf kijken.
“Hoe werkt dat geheugen? Hoe wordt info verwerkt?”
Hier stellen ze vragen over het hoofd.
Onderwijs moet bij de Cognitivisme gericht zijn op beide hersen helften. Een combi maken van deze. Zo komt het optimaal onderwijs tot stand.
Prikkels komen terecht in je kort sensorisch geheugen (KSG).
In een proces worden die prikkels geordend en komen ze terecht in je kort termijn geheugen.
De prikkels die relevant zijn (welke prikkels betekenen veel en zijn belangrijk) komen terecht in het werk geheugen.
In je werk geheugen vindt weer een selectie plaats. De prikkels die voor jou als persoon het belangrijkste zijn die gaan naar je lange termijn geheugen.
De begrippen: Assimilatie & Accommodatie.
Cognitivisten zeggen dat je 3 soorten kennis hebt
Declaratieve kennis.
> Kennis gebasseerd op feiten “Werkgeheugen”.
Stappen aangeven
Procedurele kennis.
> toepassen van de feiten “Lange termijn geheugen”
Hogere orde van denken, analyseren, evalueren, aantonen, toepassen en vergelijken.
Metacognitieve kennis
> Reflectie. Het nadenken over hoe we geleerd hebben
“Lange termijn geheugen”
Opnoemen, opzeggen, vertellen en beschrijven
Wat betekent dit voor het onderwijs?
Alle 3 komen voor tijdens de lessen. Als je lessen vormgeeft/voorbereidt moet je bewust zijn van de kennis. Anders komt deze kennis niet over en kunnen de leerlingen dit niet toepassen.
Vb. Van juiste les voor cognitivisten
Actief leren: vragen stellen. Laat ze voorbeelden geven. Visueel maken, discussiëren.
Betekenis voor leren: Nieuwe kennis koppelen aan dat wat iemand wel al weet.
Zelf ontdekkend leren: De leerling ordent, selecteert zelf, interpreteert. Zodat de info die zij/hij krijgt bij zijn eigen wereld past. Dit is beter voor de motivatie.
Leren in interactie met anderen:
De rol van de docent is toch groot. Hij is de vormgever.
Vb. Van rol docent voor cognitivisten
Onderwijs leergesprek
Gesprek tussen docent en student(en).
De docent bepaald de centrale vraag, de structuur en geeft de samenvatting. De docent is de vragensteller. Hij stelt alleen vragen die gerelateerd zijn aan het thema waaraan gewerkt wordt. Zowel op lagere- en hogere orde niveau:
Door te vragen stimuleert je het denk proces.
Je kan verschillende invalshoeken aan bod laten komen.
Maakt het denk proces zichtbaar.
Stimuleert het leerproces.
Presentaties verbeteren erdoor.
Reflectie vindt ik heel belangrijk in de ontwikkeling van de mens. Het geeft aan wat je wel en niet hebt begrepen en geeft inzicht op jezelf als persoon. Hoe eerder je leert te reflecteren hoe sneller je het ook gaat toepassen in je leven.
Door de drie begrippen actief leren, betekenis voor leren en zelf ontdekkende leren in gedachten te houden bij het ontwerpen van een les maak je hem beter op voor de leerlingen. Maar ook voor jezelf als docent, je bent zelf goed voorbereid op de les en hoe je de kennis wilt gaan overbrengen op de juiste manier.
Vragen stellen staat zeer centraal. Ook bij de beeldende vakken is dit belangrijk om uit te voeren met de leerlingen. Je zet ze aan het denken over hun werk. Ze kijken beter en willen meer. Dit heb ik zelf ervaren in de lessen op het voortgezet onderwijs. Door jezelf vragen te blijven stellen over je werk en vragen te krijgen vanuit de docent blijf je bezig met je eigen werk. Je kijkt beter naar je werk maar ook naar je zelf als leerling. Je geeft meer een betekenis aan je werk en het motiveert je om werk te maken. Het wordt zo meer je eigen.
Op stage probeer ik nu ook meer vragen te stellen over de werken die de leerlingen maken. Als ze denken dat ze klaar zijn, eerst vragen wat ze er zelf van denken en de beeldaspecten naar voren laten komen. De kennis die ze al weten over bijvoorbeeld die beeldaspecten, die wil ik testen bij hun en laten zien dat ze er al mee bezig zijn. Door vragen te stellen over het werk stimuleer je dit en worden ze er bewust van dat ze er ook mee bezig zijn. Je ziet zo ook dat de leerlingen er enthousiaster mee aan de slag gaan, ze willen het leren en proberen ook meer uit.