11 mei. Verborgen camera toont Syrische kinderen in Turks textielbedrijf
In november vorig jaar en afgelopen maart hebben de EU en Turkije afspraken gemaakt over de aanpak van de vluchtelingencrisis die wordt veroorzaakt door de hevige burgeroorlog in Syrië. Deze vluchtelingenstroom wordt volgens critici deels moedwillig op gang gebracht door partijen die de EU willen destabiliseren, zoals de Russen, het regime van Assad, en terroristische groeperingen als IS. De Europese reactie op de vluchtelingenstroom heeft inderdaad de lelijke kanten van Europa in de schijnwerpers gezet.
In Nederland, net als in de meeste andere EU-lidstaten, staat op zijn zachtst gezegd niet iedereen te springen om degenen die een van de ernstigste conflicten van dit moment hebben ontvlucht, op te vangen. Er wordt volop gedemonstreerd tegen de komst van asielzoekerscentra, met varkenskoppen of door massaal een planschadeclaim in te dienen, omdat het huis minder waard zou gaan worden (xenofobie vermomd als goede Hollandse zuinigheid), of op nog veel ergere wijze, met gebruik van geweld. Europa staat niet klaar voor de mensen uit Syrië.
De EU-leiders kennen de sentimenten van hun kiezers, en proberen de hete aardappel door te geven, terug naar buurland Turkije. Het is op zich al opmerkelijk dat dat land, waar de armste inwoners al bijna in aanmerking zouden kunnen komen voor asiel, miljoenen Syrische vluchtelingen moet gaan opvangen. Zeker gezien het feit dat Turkije steeds meer op een dictatuur begint te lijken. Helaas zien de EU-leiders kennelijk geen andere oplossing dan een deal met de Turken te sluiten, waardoor de EU aan de grillen van Erdogan is uitgeleverd.
Het EU-lidmaatschap van Turkije kan eigenlijk niet anders dan in de prullenbak verdwijnen wat mij betreft, aangezien Erdogan buitenlandse journalisten laat arresteren, Turken in het buitenland oproept hem op de hoogte te stellen van zaken die hem mogelijk onwelgevallig zouden kunnen zijn, aangifte doet tegen komieken in Duitsland, en op allerlei andere manieren zich in zowel binnen- als buitenland steeds meer als een enge dictator aan het gedragen is. Zelfs zijn voormalige rechterhand, oud-premier, minister van Buitenlandse Zaken en partijleider Ahmet Davutoglu, is gevlucht voor de geur van machtswellust. Maar de EU ziet nog steeds geen alternatief voor een deal met Turkije.
Turkije zou met hulp van de EU twee miljoen mensen opvangen in nieuwe vluchtelingencentra. Dat is op zich al een afspraak waarbij je, vanwege de omvang ervan, vraagtekens kan zetten. Het kan niet puur op het conto van Erdogan geschreven worden, maar het mag geen verrassing zijn dat de opvang van Syrische vluchtelingen, zoals afgesproken met de EU, niet helemaal verloopt zoals zou moeten. Ook in Nederland zijn er wat dat betreft problemen, maar in Turkije belanden Syrische kinderen, zo ontdekte CBS, soms zelfs in de kinderarbeid. Van de regen in de drup dus.
Kinderarbeid is een wereldwijd probleem, en waar er kinderen zijn van wanhopige ouders, zal kinderarbeid voorlopig ook nog wel blijven bestaan. Het is in alle omstandigheden een ernstig verschijnsel, maar zeker als het gaat om kinderen die een oorlog zijn ontvlucht, en hopen op een betere  toekomst. Het is onbestaanbaar dat deze zwakke kinderen worden uitgebuit, en dat hun ouders kennelijk zo wanhopig zijn dat hun kinderen aan het werk worden gezet.
In historische zin was kinderarbeid een volledig normaal en geaccepteerd verschijnsel. Kinderen werkten mee op het land, in het huishouden, in de werkplaats, enzovoorts. Scholen waren er niet, dus ook geen betere tijdsbesteding, en bovendien was armoede over het algemeen zo wijdverbreid dat de kinderhandjes waardevol werk konden verrichten. In de 19e eeuw kwamen allerlei emancipatiebewegingen op gang, en gingen verschillende partijen strijden voor de rechten van groepen als slaven, vrouwen, onderdrukte volkeren, en ook kinderen.
In dezelfde eeuw vond ook op verschillende plaatsen in de wereld grote industrialisatie plaats. De positie van de gewone arbeider, die voorheen meestal landbouwer was, werd daardoor in eerste instantie slechter. Zijn werk op het land werd overgenomen door machines. Veel mensen trokken naar de nieuwe industriesteden, waar in de fabrieken nieuw werk kwam. Dit werk was echter meestal gevaarlijk, vuil en slecht betaald, omdat het aanbod de vraag ver overtrof. Voor jou tien anderen, was het devies.
Vanwege het totale gebrek aan uitkeringen of sociale zekerheid moesten kinderen ook in deze situatie werken voor de kost. Sterker nog, vanwege hun kleine lijven en handjes konden ze fijn werk doen dat voor volwassenen moeilijker te doen was, zoals de Syrische kinderen in de Turkse kleermakerij ook moeten doen. De 19e-eeuwse textielfabrieken waren echter niet al te veilig, waardoor de overwerkte en ondervoede kinderen vaak gewond raakten of zelfs stierven. Een situatie die al eeuwenlang had bestaan, werd in de 19e eeuw schrijnender dan ooit.
Met de emancipatiebewegingen van eind-19e eeuw kwam er ook in veel landen langzaam maar zeker een einde aan de kinderarbeid. Socialisten of christelijke politici gingen zich om het lot van de kinderen bekommeren, en diende wetsvoorstellen in ter verbetering daarvan.
In 1874 werd het zogenaamde ‘Kinderwetje van Van Houten’ door de Kamer aangenomen, genoemd naar de indiener, Samuel van Houten, die een verbod op fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar voorstelde. Dat gebeurde ook, Tegenwoordig zou het nog steeds ernstige ophef opleveren als er in Nederland kinderen van dertien in een fabriek zouden werken, maar in 1874 was het een vooruitgang. Op veel plekken in de wereld zou dat vandaag de dag ook het geval zijn.
Het Kinderwetje bleek echter niet toereikend, omdat lang niet iedereen zich eraan hield en controle makkelijk te ontwijken was. Om die reden werd gekozen voor een andere tactiek, namelijk het invoeren van de leerplicht. In 1901 werd deze in Nederland ingevoerd. Het doel van deze wet was tweeledig: kinderen zouden door onderwijs een beter bestaan kunnen opbouwen, en een kind dat op school moet zijn, kan niet tegelijkertijd in een fabriek aan het werk zijn. Bij schoolkinderen is de leerplicht soms niet populair, maar dat kan veranderen als ze beseffen dat deze is ingevoerd om kinderen uit handen van textielfabrikanten te halen.
In 1901 was er al een begin gemaakt aan de sociale zekerheid, die het via belastinggeld en herverdeling door de overheid mogelijk maakt dat kinderen niet meer hoeven te werken en naar school kunnen gaan, en dat vaders (of moeders) die hun baan kwijtraken hun kinderen niet hoeven uit te leveren aan fabriekseigenaren, of zelfs pooiers, zoals dat vandaag de dag ook nog altijd gebeurt.
Als we wereldwijd een einde aan kinderarbeid willen brengen, zal er veel moeten gebeuren om de economische omstandigheden van hun ouders te verbeteren, want niemand staat zijn kind uit vrije wil op deze manier af. Dat betekent dus ook dat kinderen van Syrische ouders die hun land ontvluchten eigenlijk niet in Turkije zouden moeten worden opgevangen, maar in rijkere landen met een (altijd nog) betrouwbaardere regering, zoals Nederland. Op die manier zou Erdogan pas echt in zijn hemdje staan: wij zouden pseudo- of cryptodictators zoals hij dan niet meer nodig hebben.