Rebellion Extinct
"Groen kapitalisme" is nog altijd kapitalisme.... De wereldwijde klimaatbeweging ligt schijnbaar in de touwen, althans voorlopig toch. Nadat in Vlaanderen reeds pijnlijk duidelijk werd dat de verkiezingsresultaten geheel niĂ©t in de lijn lagen van wat verwacht werd na de âmassale volksprotestenâ begin dit jaar, heeft men vooral geprobeerd om zichzelf in de voet te schieten. Er waren de fluitconcertoâs op popfestivals, de strapatsen met de zeiltochten naar Chili -waar een klimaattop moest afgelast worden vanwege de verbeten strijd die de bevolking daar voert tegen het neoliberalisme- en het quasi-sinistere toneelspel van klimaaticoon Greta Thunberg voor de Verenigde Naties, wat qua rendement voornamelijk veel inspiratie voor de Halloween-feestjes en andere gekostumeerde bals van het voorbije jaar blijkt te hebben opgeleverd. De Vlaming heeft er ondertussen ook wel de buik van vol, zo bleek vorige week nog uit een enquĂȘte van het weekblad Humo. Het âgedramâ van de zogenaamde âklimaatgrrrlsâ (sic), is juist contraproductief gebleken voor de zaak waarvoor zo hard werd geijverd. Van een stijgend draagvlak is nauwelijks sprake, behalve bij de elites. Dit is overigens geen geĂŻsoleerd Vlaams fenomeen. Wereldwijd winnen de groenen aan aanhang, maar nergens slagen ze in hun theoretisch potentieel als nieuwe sterkhouder van de âlinkervleugelâ in West-Europa, een positie die decennialang werd ingenomen door de klassieke sociaaldemocratie en haar zuilen, ook maar enigszins te benaderen. Groen blijft overal de partijpolitieke pendant van een welbepaalde cultureel-maatschappelijke stroming, waarbinnen de ideeĂ«n van een bekrompen petit bourgeoisie operationeel worden gemaakt. In wat in feite zelfs een flauw afkooksel is van intersectionaliteit, wordt het klimaatthema moeiteloos gekoppeld aan andere themaâs, die over het algemeen eerder kaderen in het moeras van de culture wars waarin het westen zich heeft vastgereden en waarvan de postmarxistische schemaâs op zo mogelijk nog absurdere manier worden toegepast op net die domeinen waar ze totaal niet van toepassing zijn (en indien wel: dan toch geheel niet op een dergelijke manier). Welke zwakzinnige haalt het immers in zijn hoofd om de samenleving te verdelen in âfietsersâ en âautomobilistenâ, terwijl het hier enkel gaat om een modaliteit waarbij iedereen op eender welk moment de keuze kan maken om aan het stuur van een fiets dan wel een auto te zitten. Toch menen sommigen hier een existentiĂ«le âstrijd om de straatâ te kunnen onderscheiden, die als het even kan ook nog samenhangt met de âstrijd voor het klimaatâ, de âstrijd tegen het patriarchaatâ, de âstrijd tegen de vermindering van de kunstsubsidiesâ en, uiteraard, de strijd tegen het âklootjesvolkâ. Want die gewone Vlaming heeft, zo blijkt telkens weer, er helemaal niets van begrepen. Zeker als hij op het platteland woont (of wat daar in Vlaanderen van overblijft) en zijn "mobiscore" er met wetenschappelijke zekerheid op wijst dat hij niet alleen slecht is voor het klimaat, maar zeker en vast ook nog eens âvoor de N-VA stemtâ. âRechtsâ reageert ondertussen op de manier waarop het gewend is om te reageren, namelijk als een kwaad blaffende hond, gretig als altijd om het licht van de zon te ontkennen als die zon het toevallig zou durven wagen om van links te schijnen. Daarom puilen rechtse opiniepaginaâs en nieuwslogs - naast de nodige ad hominems, maar toegegeven, daar hebben ze geenszins het monopolie op- ook uit van technologisch vooruitgangsoptimisme, klimaatscepticisme, neoliberalisme, marktwerking, aversie tegen de staat, misogynie, occidentalisme, hyperindividualisme, wetenschappelijke cherry picking en economy first-dogmaâs over welvaart, economische groei en laissez-faire. Argeloze lezers komen er vroeg of laat de onvermijdelijke Jean-Marie Dedecker tegen, de rechtsliberale Johannes-De-Doper die âwel eens zal zeggen waar het op staatâ. IdeeĂ«n op maat van de Canadese vooruitgangsoptimist Steven Pinker worden dan weer uit de hoed van academicus en wetenschapsfilosoof Maarten Boudry getoverd. Al zal deze laatste zich niet snel tot de rechterzijde rekenen, toch kennen zijn werk en opinies vooral daar de nodige aanhang. En hoewel linksliberalen en rechtsliberalen ideologisch veel minder van elkaar verschillen dan de bevolking wordt voorgehouden, zorgt deze tweedeling voor een verscheurende tegenstelling die niet anders kan dan uitmonden in een nodeloze patstelling.   Ondertussen zoeken sommige klimaatactivisten stilaan naar meer radicale middelen want, om het met de tweets van de Antwerpse klimaatactivist Thomas Goorden (StRaten-Generaal, Antwerpse Burgerlijst) te zeggen: âHet is tijd om de cockpit te bestormenâ. Dus dan komt de internationale actiegroep Extinction Rebellion ook in Vlaanderen om het hoekje kijken, met als woordvoerdster Leen Schelfhaut, die tot tweemaal toe lijsttrekster was van diezelfde Antwerpse Burgerlijst. Wie hier echter quasi-leninistische schemaâs over het overnemen van niet alleen de productiemiddelen maar ook de aandrijfmechanismen van de geschiedenis meent te kunnen ontwaren, raden we toch eens aan het opiniestuk âWaarom ik als moeder samen met een groepje rebellen met mijn buik op de grond lig te gillen voor het klimaatâ erop na te lezen (ja, inderdaad âŠ). Passages als deze maken verdere analyse in feite zo goed overbodig: âIk heb niet meteen het profiel van een hippie, anarchist, of een stoere rebel, eerder van het type hoogopgeleide, blanke, fietsende, middenklasse moeder, het soort dat in hippe koffiebars ontbijt met granola en vers fruit en haar kinderen verplicht naar de muziekschool stuurt.â En wat verder: âIk besef heel erg dat ik in een comfortabele positie zit, dat ik "de luxe heb" om deze strijd te voeren. Maar zolang mensen vast blijven zitten in de "business as usual" en zich wentelen in comfort, als ze hun eigen, bewuste actieve kracht in de maatschappij niet meer benutten en cynisch of passief worden, verandert er niks.â Ondertekend: âMet liefde en woede #rebelforlifeâ. We zijn al bij al nog niet ver genoeg van huis, zo blijkt.
De degradatie van het milieu door menselijke impact is nochtans niet gering. Dit blijft uiteraard niet beperkt tot de uitstoot van CO2, waarrond zich een eenzijdig, bijwijlen fetisjistisch, en zonder meer eschatologisch maatschappelijk discours heeft ontwikkeld. Maar niet alleen de opwarming van de aarde en het stijgen van de zeespiegel, ook desertificatie, bodemerosie, ontbossing, verlies aan biodiversiteit, vervuiling van grond- en oppervlaktewateren met zware metalen, olie, plastic en hormonen behoren tot de problemen die acuut onze aandacht verdienen. Maar acties als die van Extinction Rebellion, âmet de buik op de grond liggen gillen voor het klimaatâ, brengen al bij al maar weinig zoden aan de dijk. Geen enkel land of natie voelt zich hierdoor geroepen tot het âuitroepen van de klimaatnoodtoestandâ en het âsamenstellen van burgerradenâ. De energietransitie kabbelt langzaam voort, maar op het tempo waar de financieel belanghebbenden geschikt achten. Met de overname van de energienetwerken kunnen immers gigantische winsten worden geboekt, zolang de kosten marginaal worden gehouden. Het is daarbij geenszins duidelijk wat de uiteindelijke uitkomst zal zijn, een planmatige aanpak blijft uit. Evenmin wordt fundamenteel in vraag gesteld wat voor economie of productieverhoudingen wenselijk zijn naar de toekomst toe, ook niet door XR of de grote klimaatideoloog George Monbiot, die oproept tot het omver werpen van het kapitalisme zonder duidelijk omschreven alternatief te kunnen noemen, want groot is de angst om geassocieerd te worden met het Sovjetcommunisme. Verder dan ongedefinieerde feelgood-praat over 'herstel van de commons' en 'public luxury' komt men bijgevolg niet. In zijn column voor De Tijd slaat de liberale econoom Geert Noels niettemin alarm. âDe eisen van XR zijn niet meer of minder dan een marxistisch manifestâ, zo oreert hij. Het ideologisch verband met in hoofdzaak linksliberaal georiĂ«nteerde burgerlijsten is hem ook niet ontgaan: âZulke burgerraden zijn de democratische façade voor de klimaatideologen om met harde hand de âproductiemiddelen te collectiviserenââ. Wij durven stellen dat het met die collectivisering van de productiemiddelen allemaal wel nog zal meevallen. Er valt maar weinig marxistisch te bespeuren in de basisfilosofie van Extinction Rebellion (zelf ontkennen ze dit ook met klem). Los van de verwevenheid van de Vlaamse tak met linksliberale, stedelijke en pseudo-artistieke milieus (bij zichzelf beter bekend als: âmondige burgersâ), maakt zij natuurlijk deel uit van een breder internationaal netwerk. En daar schort wel één en ander, zo blijkt. Hoewel luchthavens een belangrijk doelwit vormen voor de acties van de beweging, zeker in het Verenigd Koninkrijk, bleek vorige maand dat één van de belangrijke geldschieters de Britse miljardair sir Christopher Hohn is. Deze hedge fund-manager doneerde 200 000 pond aan de activisten van XR, maar bleek tegelijkertijd voor 630 miljoen pond aan aandelen te bezitten in Ferrovial, een Europees infrastructuurbedrijf met aanzienlijke belangen in Heathrow Airport. Los van dergelijke interne contradicties blijft natuurlijk de vraag wat de âmarxistenâ van Extinction Rebellion moeten met hedge fund-managers als mecenaat, de vertegenwoordigers bij uitstek van de speculatie en het financieel kapitalisme en medeverantwoordelijk voor de diepe economische crisis van het vorige decennium. Is dit nu die â99%â, wiens wortels zouden moeten liggen in de Occupy Wall Street-beweging?
De elite voert, met een deel van de kleinburgerij als nuttige idioten, campagne tegen zichzelf en applaudisseert wanneer deze ârevolutionairenâ hun artistiek geregisseerde toneelstukjes opvoeren. Nergens werd dit pijnlijker duidelijk dan tijdens de âemotioneleâ toespraak van het Zweedse klimaaticoon Greta Thunberg voor de Verenigde Naties. Wat moest doorgaan voor de dystopische en apocalyptische dreigementen van een nieuwe generatie met systeembedreigende ambities, werd onthaald op vrolijk gelach, applaus en âmorele steunâ van hen die behoren tot de machtigste nomenclatura ter wereld. Dat de menselijke impact op het milieu van dermate diepgaande aard is dat de toestand van de planeet permanent dreigt te veranderen, is iets wat men in feite al beseft sinds het prille begin van de industriĂ«le revolutie. Maar telkenmale hebben de voorstanders van ongebreidelde economische groei en kapitalisme hun slag thuis gehaald. Het systeem dat de grootste consumptiemarkt kon aanbieden kwam aan het eind van de twintigste eeuw als overwinnaar van de grote strijd tussen de ideologieĂ«n uit de bus. In de tweede helft van de twintigste eeuw werden de zorgen omtrent het leefmilieu echter steeds pregnanter. Voorlopig bleek een aantal van de meest spectaculaire manifestaties, zoals het gat in de ozonlaag en de verzuring van de wouden en meren, echter te remediĂ«ren met een -relatief- beperkt aantal concrete ingrepen. Een complex interdependent totaalsysteem zoals het klimaat laat zich echter veel moeilijker voorspellen, laat staan beĂŻnvloeden. Nooit hebben de leiders van het westen zich echter laten leiden door andere parameters dan de economische, mede ook omdat die doorslaggevend waren in de overwinning van het Atlantische Blok op het communistische oosten. De aanbevelingen van de Club van Rome, die als eersten grenzen aan de groei wilden stellen, werden uiteindelijk zonder veel aandacht in de wind geslagen, los van het feit dat men zich baseerde op prognoses en modellen die -zoals later pijnlijk genoeg zou blijken- de nodige kalibratie behoefden. Er is tot op de dag van vandaag nog maar weinig veranderd. Hoewel eschatologisch en ecologisch doemdenken het culturele veld domineren, vormen vrije markt, techno-optimisme en ecomodernisme de dominante economische ideologie van de westerse wereld. Het één sluit overigens het ander niet uit. In de jaren â90 kwam immers vrij snel het fenomeen van de greenwashing economy op. Het groene kapitalisme, met moreel bewuste en sociale ondernemers âwaartoe ook sir Christopher Hohn behoortâ deed zijn intrede. Zeker speelde de wereld van Silicon Valley hierin een voortrekkersrol, met de aartsvader van de goede doelen-economie Bill Gates als lichtend voorbeeld. Een nieuw type ondernemerschap dat zich nu in toenemende mate -parallel aan de toegenomen behoefte aan artificiĂ«le âwarmteâ en niet te vergeten âinclusiviteitâ in een verder steeds meer mechanistische samenleving waarin onpersoonlijke en transhumane ICT en AI een steeds grotere rol spelen- in toenemende mate tot norm verheft, met begrippen als âethisch bankierenâ of een wildgroei als Starbucks-ketens met hun peperdure âethische koffieâ onder de meest absurde manifestaties. Waarover de Sloveense filosoof Slavoj ĆœiĆŸek terecht de bekende woorden van Karl Marx aanhaalt, namelijk dat de geschiedenis zich eerst manifesteert als een tragedie, en vervolgens als een farce. https://www.youtube.com/watch?v=hpAMbpQ8J7g Het zal overigens niemand ontgaan zijn dat, toen in het kielzog van de grote klimaatbetogingen en stakingen aan het begin van dit jaar, de campagne Sign for my future werd gelanceerd. Hierin werd de overheid aangemaand om werk te maken van een investeringsplan dat BelgiĂ« tegen 2050 klimaatneutraal moest maken dat als voornaamste doelstelling had, althans zo klonk in vlekkeloos Globish: âto empower citizens en bedrijvenâ. Eenmaal nader uitgespit bleek het te gaan om een conclaaf tussen grote multinationals, mediabedrijven en alweer diezelfde, mysterieuze âburgersâ. Van de partij waren alvast: Proximus, Telenet, Danone, Solvay, BNP Paribas en Unilever, samen met het gros van de Belgische media- en publiciteitsbedrijven. De radicale linkerzijde sloeg alarm, maar rijkelijk laat want het kalf was al lang verdronken. Het maakt pijnlijk duidelijk hoezeer de stuurloze âvergroeningâ van de westerse economie vergroeid is geraakt met de marketingbelangen van haar machthebbers. Als twee krabben met ineen geklonken scharen marcheren deze laatsten verder op het ingeslagen pad samen met radicale, eschatologische en hysterisch-emotionele actiegroepen, die aan een continue sfeer van behoeftecreatie doen. Door hier althans nominaal op in te gaan, verleent de elite zichzelf een vorm van morele legitimiteit. Ondertussen proberen nieuwe spelers op de energiemarkt de oude te verdringen. De haat en verbittering waarin de maatschappelijke discussie wordt gedrenkt, is die van een vijandige bedrijfsovername, en niet van een volksopstand. Wat moet er dan anders? Met Zannekinbond denken we alvast mee aan een Ă©cht alternatief, waarin subsidiariteit en planeconomie elkaar ontmoeten. De ervaring leert immers dat de zorg voor het milieu al begint op het meest elementaire, lokale niveau. Anderzijds wordt het snelst vooruitgang geboekt in de economieĂ«n die, hoewel ze alsnog in hoge mate bijdragen aan de diepgaande vervuiling op mondiale schaal, het best in staat zijn op planmatige manier veranderingen te implementeren. Dit impliceert naast een levendige basisdemocratie ook een sterk staatsapparaat dat de economie kan sturen. We noteren in dit opzicht de vergroening van de planeet die in belangrijke mate op de merite komt van de Chinese planeconomie (1/3de van de toename van de loofbedekking op mondiale schaal is het resultaat van herbebossingsprogrammaâs door de Chinese overheid en intensieve landbouw in India). Eveneens opmerkelijk is het vermogen van de Russische overheid om, toch enigszins in contrast met de West-Europese nationale regeringen of het Europese Parlement, de lobbygroepen van de nochtans zeer belangrijke fossiele klimaatindustrie in hun land in de Doema met één veeg terzijde te schuiven. Het kan dus, wel degelijk, anders. Ook zonder des idiots savants uit een steeds narcistischer wordend gedeelte van wat er nog rest van de middenklasse. Read the full article












