"Zij hebben trouwelooslijk gehandeld tegen den Heer:"
Hosea 5 : 7.
Geloovige! Dit is een diepbedroevende waarheid. Gij zijt een beminde des HEEREN, met bloed gekocht, door genade geroepen, bewaard in Christus Jezus, aangenomen in den Geliefde, op weg naar den hemel, en toch "hebt gij trouwlooslijk gehandeld" met God, uwen besten Vriend; trouwlooslijk met Jezus, Wiens gij zijt; trouwelooslijk met den Heiligen Geest, door Wien gij levend gemaakt ten eeuwigen leven! Hoe trouwloos zijt gij geweest in de zaak van beloften en geloften. Herinnert gij u den tijd nog van ondertrouw, dien gelukkigen tijd, den lentetijd van uw geestelijk leven? Hoe nauw hebt gij uw Meester aangehangen, zeggende: ,,Hij zal mij nooit van onverschilligheid kunnen betichten; mijne voeten zullen nimmer vertragen op den weg Zijner geboden; mijn hart geen anderen natreden; in Hem zijn al de schatten van onuitsprekelijke lieflijkheid. Alles heb ik voor mijn Heer Jezus veil. Is het alzoo geweest? Helaas! waar het geweten spreekt, zal het zeggen: ,,hij, die zooveel beloofde, volbracht zoo weinig. Het gebed was vaak eene sleur, het was kort, maar niet bondig; niet gerekt, maar ook niet vurig. Gemeenschap met Christus werd vaak vergeten. In plaats van een hemelsgezind hart, waren er vleescheliike zorgen, wereldsche ijdelheden, kwade gedachten. Inplaats van trouwen dienst was er ongehoorzaamheid: in plaats van vurigheid van geest, lauwheid; in plaats van geduld, bedilzucht; in plaats van geloof, vertrouwen op een arm des vleesches, en bij den krijgsknecht des kruises is er lafhartigheid, ongehoorzaamheid en plichtverzaking geweest in de schandelijkste mate, ,,Gij hebt trouwlooslijk gehandeld." Trouwloosheid aan Jezus! Welke woorden zullen wij gebruiken om die te veroordeelen ? Woorden beteekenen weinig. Laat onze berouwvolle gedachten de zonde verfoeien, die zoo zeker in ons wordt gevonden. Trouwloos jegens uwe wonden, O Jezus! Vergeef ons en laat ons niet weder zondigen! Hoe schandeliik is het, trouweloos te zijn jegens Hem, Die ons nooit vergeet, maar Die op dezen dag, met onze namen op zijn borstlap gegraveerd staat voor den eeuwigen troon.











